Aan tafel!

| Geen reacties

Zodra het graan van het land was gehaald, verscheen een groepje jagers. De mannen arriveerden per auto, stopten ergens langs de weg en verspreidden zich over het veld. Hier bouwden ze zich een paar simpele barrages van achtergebleven stro en doken weg. Vaak hadden ze honden mee, om de buit op te halen.
Het wachten werd beloond. Al vlug cirkelden wilde eenden in kleine eskaders rond, eerst op snelheid en naderhand in meer ontspannen glijvlucht. Onder hen lokten achtergebleven graankorrels. Ongetwijfeld hadden de eenden nog nooit gehoord dat er geen gratis lunches bestaan, dat er altijd een prijs betaald moet worden.

Wanneer de vogels waren neergestreken en hun aanvankelijke argwaan hadden bedwongen, kon het jagersfeest beginnen. Vanuit de opgestoken strobundels verschenen geweerlopen. Kort achtereen klonken vijf of zes schoten. De eenden tolden omhoog in de lucht, een enkele ongelukkige achterlatend. Hernieuwd geknal deed een volgende eend omlaag storten.
Ik zag het allemaal aan vanaf ons erf, op een afstand van misschien tweehonderd meter. Sympathie met de jagers voelde ik niet. Ze vormden nogal een kliek en zagen de gewone boeren niet staan. De eenden lieten mij ook koud. Ik vond het domme vogels, die na elke knalpartij terugkeerden en niets bijleerden.
Wat er met het geschoten wild gebeurde, bleef duister. Je hoorde van eet- en drinkgelagen waarbij notabelen zich te buiten gingen, maar niets was zeker en alles bleef veraf.

In de veertig jaren die volgden, is het nodige veranderd en tegelijk bleef veel ongeveer bij het oude. De evolutie heeft een lange geschiedenis en menige diersoort zal de mens overleven. Wat veranderde, is de politieke en mediale invloed van wat ik maar natuurvrienden zal noemen. We hebben wel iets aan hen te danken. In de jaren 60 van de vorige eeuw ging het bergaf met de stand van vogels en wild. Weidevogels werden schaarser, de wolken mussen verdwenen, net als de roofvogels.
Ik herinner me goed dat we ransuilen hadden en veldleeuweriken die in de nabijheid broedden. Ze verdwenen ten gevolge van intensief gebruik van pesticiden en insecticiden op de akkers.
Mijn vader was een stevig verbruiker van deze middelen. Geregeld vernevelde een machine het stinkende spul over de gewassen. Buiten het seizoen stonden de voorraadflessen met doodskop gewoon op de plank in de bijkeuken.
Het uitvoeren van bespuitingen werd ingegeven door het feit dat burgers in toenemende mate slechts genoegen namen met groenten en fruit waaraan niets mankeerde, spullen die welhaast uit een fabriek leken te komen. Het was een vrijwel onmogelijke opgave hieraan te voldoen.
Mijn vader mopperde wel eens: in de oorlog piepten die lui wel anders. Aan de gevolgen van gif in de voedselketen dacht bijna niemand.

De natuur is een permanent slagveld. Alles wat beweegt, wil vreten. Luizen, rupsen, torren, ratten, hazen en op andere plaatsen in het land wilde zwijnen en herten. Als de boer niets doet, vreten ze de akkers kaal. En dan heb ik het nog niet over schimmels, bladroest, schurft, koprot en god mag weten wat nog meer de komkommer en aardappel bedreigt.
Witheet kan ik worden wanneer lieden aan de grachtengordel bij hun eigenste groenteboertje de verse peulen tegen het licht houden om eventuele vlekjes te onderscheppen. Dan nemen we vandaag iets anders. Maar wel in koor klagen over die lompe plattelanders.

De natuurvrienden hadden groot gelijk te protesteren tegen de gang van zaken. Ze zochten steun bij politieke partijen. Hiermee werden successen behaald: met de jaren werd nauwkeuriger berekend wat nodig was of gemeden kon worden. Er werd zorgvuldiger gekeken naar wat dieren en vogels nodig hebben, wat ondermeer resulteerde in beschermde gebieden, wildbruggen en een jachtverbod op van alles.

Herstel van de natuur kwam, maar niet in alle opzichten. Dat krijg je wanneer de bevolking blijft toenemen, net als de mobiliteit, de bouw van huizen en bedrijfspanden, het verbruik van elektriciteit en water, de uitstoot van CO2 en de opeenhoping van vuilnis.
Het kan in een volgebouwd land niet anders of natuur en cultivering komen in botsing. Maar dat is niet alles. De natuurvrienden, van huis niet de domste mensen, hebben zich goed georganiseerd. De banden met de media zijn dik in orde, net als het netwerk dat moet zorgen voor politieke steun en geld. De grenzen van de wetgeving en handhaving worden voortdurend opgezocht en het morele gelijk schijnt buiten discussie te staan.

Zoals bij elke machtsvorming met gebrek aan tegenwicht, hebben de dierenvrienden ontwikkelingen in gang gezet waar de gewone aardappeleter weinig meer van snapt en die aan rede en redelijkheid inboeten. Hoe leg je de beschermde status van eksters uit waar ze de nesten van kleine zangvogels stelselmatig leeghalen? De maakbare wereld leeft hier volop. Als politiek links nog ergens de volle zeggenschap heeft, dan wel op dit gebied.

Bouwprojecten worden stilgelegd omdat er een zeldzame paddensoort rondkruipt of een gierzwaluw zijn nest tegen de dakgoot heeft gekit. Enig idee wat dit oponthoud kost en wie het moet betalen?
Motorrijders maken een doodsmak omdat het zoveelste hert of roedel zwijnen oversteekt, op weg naar de maïs van een akkerbouwer.
Aalscholvers plunderen de visstand in het IJsselmeer en de minister haastte zich te melden dat aalscholvers geen aal eten. Waar heeft deze idioot op school gezeten?
In Pieterburen staat een zeehondenziekenhuis. Aan wetenschappelijk onderzoek uit Denemarken, waarin wordt aangetoond dat dit troetelen onzinnig is, heeft Lenie geen boodschap. Maar ja, wie heeft verweer tegen de zielig leuke snuitjes van een zeehondje? Dus werden er bakken subsidie tegenaan gesmeten om haar heilige missie te steunen.
Opgewekt wordt melding gemaakt dat de wolf is opgerukt tot aan de Duits Nederlandse grens. Een vreemd bericht, want volgens mijn informatie hebben Grijze Wolven hier allang vaste voet aan de grond.
Vossen werden uitgezet in parken waar ze nooit eerder werden gezien. Het eerste jaar konden de dieren zich volvreten met gedumpte konijnen, maar daarna kregen ze het moeilijk. Ze verschalkten de eveneens uitgezette fazanten en toen die op waren, kwamen de hofdieren van de boeren aan de beurt. Een vos vreet niet alles op, maar bijt wel alles dood. De kippenbaas heeft het nakijken.
Rond Amsterdam en in de Vechtstreek wemelt het van de winterharde halsbandparkieten. Deze importvogels zijn uitgebroken of losgelaten en vermenigvuldigen zich als oud gereformeerden. Ze verdrijven de inheemse spechten, maar dat kan de natuurvrienden niets schelen. De groene tropische vogel is het vliegend bewijs van hun succes en waag het eens er wat van te zeggen. Ze hebben namelijk evenveel rechten, heet het dan.
De dierenvriend propageert de illusie dat er in Nederland zoiets bestaat als de vrije natuur. In werkelijkheid wordt een ordinaire machtsstrijd van belangen, aanzien en geldstromen uitgevochten.
Nog absurder is de situatie rond ganzen. Een halve eeuw geleden kwamen deze alleen voor in de winter. Ze bewogen mee met de vorstgrens, waaraan je meteen kon zien wat voor weer eraan kwam. Tegenwoordig zijn de Hollandse droogmakerijen ermee vergeven. Alleen al rond Schiphol huizen er rond de 45.000. Ze schreeuwen luidkeels, vreten zich rond, schijten de boel onder en zoeken een volgend doelwit. Het zijn net managers.

Populaties op adequate manier uitdunnen mag natuurlijk niet van de natuurvrienden. Ze komen aandragen met emmers vol emoties en krijgen de overheid zo gek dat in stad en land ganzeneieren worden geschud, vuurwerk wordt afgestoken en een paar valken de lucht ingestuurd. Dit haalt natuurlijk nauwelijks iets uit, maar zelfs dit gaat de dierenvrienden al aan het hart. En hun arm reikt ver: een boer die illegaal twee ganzen afschiet, kan rekenen op politiebezoek. Je mag zelfs geen hond op je land laten rennen om de gans op de wieken te krijgen.

Dieren zijn tegenwoordig politiek vertegenwoordigd in een eigen partij. Deze wordt bevolkt door rabiate, militante mensen die van geen wijken weten. De bekende Heer Volkert komt uit die hoek. De partij is een zogenaamde activistische one-issue beweging, die naar eigen zeggen inzet op een beschavingsoffensief.
Het is een term waaruit zowel verbetenheid als veronderstelde morele superioriteit spreekt, eigenschappen die je aantreft bij elke sekte.

Toch wil ik de Partij voor de Dieren niet eenzijdig wegzetten als een veganistisch clubje van gefrustreerde piskijkers. Mede door deze beweging is er aandacht gekomen voor schandalige diertransporten, wrede slachtmethodes, varkensflats, bontfokkerijen en door antibiotica verpest kippenvlees. Taboes, ingegeven door economische belangen, zijn zelfs bij het CDA en de VVD op tafel beland. Dit is niet alleen een prestatie, maar ook in het belang van de volsgezondheid.

Wat helaas minder op tafel komt, is het vlees van de wilde gans. Ik heb het onlangs geproefd en was meteen verkocht: heerlijk! In afwisseling met een flinke hertenbout, haas in het pannetje of een ragout van wildzwijn, zou dit de herfstdis aanzienlijk aantrekkelijker maken.

Denk niet dat ik hier ga roepen dat de natuurvrienden aangepakt moeten worden. Waarom zou ik? Vandaag of morgen verongelukt een bekende Nederlander door toedoen van een damhert dat over de weg springt. BN-ers rijden geregeld in colonne op hun HD met andere 60-plussers die goed verdiend hebben en een jongensdroom alsnog zien uitkomen.
Of er stort een vliegtuig neer door een overmaat aan ganzenpuree in de motoren. Bijvoorbeeld bovenop een Amsterdamse woonwijk. In het vliegtuig zitten buitenlandse diplomaten en in de woonwijk komen 80 Neder Marokkanen om. Geen denkbeeldig scenario. Schiphol is een drukke en internationale luchthaven. De vliegtuigen moeten rond de 45.000 ganzen zien te ontwijken. Elke vlucht opnieuw.

Ik hoop niet op een ramp en koester evenmin de illusie dat hiermee iets zal veranderen aan de vierkante meningen van de dierenvrienden. Toch zou een wreed ongeluk de terugkeer van het gezonde verstand bevorderen. Al was het maar via schadeclaims.
Op vergelijkbare manier gebeurde in de jaren tachtig niets aan het probleem van Amsterdamse hondenstront. Tot wethouder Ten Have zijn koffertje in een verse drol plaatste en hiermee persoonlijk kennis maakte met de stand van zaken.

Zolang het duurt, behelp ik me met de Kaapse eend. Zij houdt domicilie op het voorstuk van mijn moestuin, waar ik haar restjes groente toewerp en haar eindeloze stroom jongen bewonder. Deze worden systematisch uitgedund door ratten en reigers en zo hoort het.
Geregeld roep ik: aan tafel! Ik mag erbij zitten als ik me rustig gedraag. Wel hebben we een stilzwijgende afspraak. Als de Kaapse vriendin mijn landje ruïneert, zal ik optreden. Dan ben ik degene die aan tafel zit en ik weet nu al dat het me uitstekend zal smaken.

Monk

5 oktober 2011

Print Friendly, PDF & Email

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.