Leve Jorrit!

| Geen reacties

Om de zoveel tijd wordt op kantoor iets gepresenteerd alsof het splinternieuw is. Het opmerkelijke is, dat veel mensen echt denken dat het nieuw is en geen voorganger kent. Je kunt een manager niet nijdiger maken dan hem of haar te tonen dat een vers aangeleverd idee zo oud is als de weg naar Rome.

Ik luisterde naar de wederwaardigheden van jongeman Jorrit, zoon van een vriendin van mijn vrouw. In de sferen van Arbeid en Inkomen heeft hij heeft al wat promotie gemaakt en werkt aan volgende stappen. Ik mag hem wel, omdat hij een gewone toegankelijke jongen is.

Met zijn collega’s verhuist Jorrit binnenkort naar een nieuw gebouwd stadhuis, de trots van de stad. Na deze mededeling ging bij mij meteen het alarm af. Verhuizingen lenen zich bij uitstek om veranderingen door te voeren. Het afschaffen van functies bijvoorbeeld en personele afslanking die het management en de aansturende politieke coalitie goed uitkomen. Per slot heeft het nieuwe stadhuis rond 70 miljoen euro gekost en het is bepaald niet het enige geldverslindende project.

Veranderingen worden steevast opgediend als noodzakelijke verbeteringen. Termen als stroomlijnen, efficiëntie, dienstverlening, productieverhoging en herijking vliegen je om de oren en waag het eens er tegenin te gaan. Het woord reorganisatie is juist helemaal uit de gratie. Dat is omdat hieraan een protocol kleeft waaraan werknemers een zekere bescherming ontlenen. Bescherming maakt de samenleving inflexibel en belemmert de vooruitgang.

In het nieuwe kantoor van Jorrit wordt een geheel nieuwe werkwijze ingevoerd: het flexwerken. Ik schoot in de lach. Het beeld werd me duidelijk: het stadsbestuur, een buslading politici onder aanvoering van de burgemeester plus een handvol leden van het ambtelijke MT (management team) reist naar de broeders en zusters in Amsterdam om de zegeningen van het Nieuwe Werken te beleven. Na afloop samen wokken en vervolgens napraten in een kroeg. De rekening verdwijnt in de broekzak van het laagste lid van het MT, om naderhand gedeclareerd te worden, betaald uit het Potje voor Beleid en Projecten.
Niet dat de collega’s in de hoofdstad het wiel hebben uitgevonden. Nee hoor, zij waren op hun beurt boodschappen wezen doen naar verluid in Den Bosch, een tamelijk nederig bezoek. Verstandig bovendien, als je uitgaat van het breed aangehangen motto beter goed gejat dan slecht bedacht. Samen reizen is trouwens nuttig om te netwerken: informatie uit te wisselen, vriend en vijand te onderscheiden en plannen te smeden. De hiërarchie wordt tijdens deze dag getest door jonge upstarts en oude vossen.

Jorrit toonde gemengde gevoelens over de toekomst. Hij voorzag dat de beproefde situatie van een werkkamer met drie of vier directe collega’s verloren ging, maar rekende erop dat ook in de komende setting goed gewerkt kon worden. Hij zei goed en niet beter.
Hij verheugde zich op de elektrische bureaus die je kunt aanpassen aan je eigen lengte en voorkeuren. Scheelt weer een stukje ARBO, zei ik, zonder eraan toe te voegen dat voortaan ieder voor zich en elke dag opnieuw zijn flexplek in de juiste stand zou moeten brengen om aan rugklachten, RSI, stijve nek of afgeknepen bovenbenen te ontkomen.

Uiteraard zou volledige digitalisering van het werkproces volgen. Dat iets digitaal is, schijnt een eenduidig winstpunt te zijn. Ooit kreeg ik les in iets uit een instructieboek getiteld Door oog en oor en hand naar denken en expressie. Toen dienden je zintuigen en lichaam nog ergens toe. Tegenwoordig zijn wij ons brein. Onze ogen kunnen vervangen worden door beeldschermpjes.

Zeg, herinnerde ik mij, dat programma heet misschien Verseon? Helemaal juist geraden. Brieven, notulen, beleidsstukken, alles is digitaal en flitst heen en weer in zoveel versies dat binnen een week niemand meer weet welke de juiste of oorspronkelijke is.
Bij ons duurde het soms drie dagen voor een binnengekomen brief eindelijk op je scherm verscheen, terwijl ik wist waar de oorspronkelijke papieren brief lag. Maar ja, die moest eerst gescand worden en ingeboekt.
Ik merkte dat zich pijnen en krampen in mijn lichaam begonnen te melden en mijn boosheid begon op te spelen. Ik zag de collega van Post- en Archiefzaken voor me opdoemen: een trage dikke jongen, ingebouwd tussen stapels  te scannen documenten, telefonerend met een vage kennis die zijn auto zou repareren. Tegelijk begreep ik de achterhaaldheid dit te denken. De collega kon allang een andere baan hebben. Misschien was hij ontslagen of dood. In ieder geval zou zijn auto onderhand gemaakt zijn.
Geen uitstalling meer van foto’s en gadgets van persoonlijke aard, ging ik desondanks verder.
Jorrit glimlachte. Hij was ontspannen, beheerste de situatie in heden en toekomst. Ik zag het en voelde een beetje jaloezie. Ik vervloekte mezelf in stilte om mijn uitlatingen. Zelf bracht ik nooit persoonlijke dingen mee, ook al werkte ik jarenlang in een gewone kamer met een paar vertrouwde collega’s.
Ze hebben de vensterbanken schuin afgezaagd, zodat er niets op kan staan. Aldus Jorrit.
Altijd hoor je iets waar je nog niet aan had gedacht. Ik liet het bericht tot me doordringen en voelde dezelfde vermoeidheid die ik onderga als ik een straat inrij met twaalf akelige verkeersdrempels.
Er is weinig nieuws aan een kantoortuin, hervatte ik uiteindelijk. Ik begon in 1973 op een groot kantoor. Hier zaten twintig of meer mensen bijeen onder een batterij TL lampen. In de morgen werkte ik aan het ene bureau, ’s middags aan een ander.
Oude beelden vlogen door mijn hoofd. Van luid telefonerende chefs tot collega’s met hun geroddel over een meisje met zogenaamd zaadvragende blikken. We bestreden daarginder bromvliegen met een elastiek dat je spande op een liniaal van veertig centimeter.
Ik zweeg en Jorrit stelde geen vragen. Zo ben je gauw klaar. De oude dagen worden in stilte opgeruimd, tijdens het nuttigen van een glaasje bier.

Een manager, wat is dat eigenlijk? Dirk van Aerschot: Een manager is een leidinggevende die richting geeft aan processen, mensen en middelen om bepaalde doelstellingen te bereiken.
Dit klinkt stevig, rationeel en onpartijdig. Het is taal naar mijn hart.
Ik ben vaak naar bijeenkomsten geweest waar managers hun opwachting maakten. Een enkele keer met een open geest, vaker verveeld of chagrijnig omdat mijn gewone werk bleef liggen en later ingehaald zou moeten worden. Misschien voorvoelde ik dat er niets van enig belang aan de orde zou komen en erger: dat we aangespoord werden heel blij te zijn met alweer een dooie mus. Redenen voor deze veronderstelling waren er volop.  Zo werden de als belangrijk voorgestelde sectorbijeenkomsten zonder uitzondering op het laatste moment verzet omreden dat de leiding zelf dit zo wilde. Zelden heb ik loutering ervaren en altijd was ik opgelucht wanneer ik naar buiten mocht. Dan trok ik mijn jas aan, zag in mijn ooghoeken een paar van die narcistische schapenhondjes het gesprek voortzetten en dacht: Wat, als er een jaar helemaal geen managers rondliepen? Zou de boel dan in het honderd lopen?

Denk niet dat ik tegen management ben. Voor concrete problemen moet je concrete oplossingen zoeken. Sommige leidinggevenden zien dit in en handelen er naar. Veel promotie maken zij gewoonlijk niet. Promotie is voorbehouden aan vakgenoten die zijn vervreemd van de werkvloer en vervuld van het verlangen dit ook zo te houden. In overheidsinstellingen vindt vervlechting plaats tussen politiek en ambtelijk. Politici zijn
beleidsambtenaren geweest, managers hadden politieke functies of wensen deze naderhand te vervullen. Het gedrag wordt hierop uiteraard ingesteld. Homo sapiens non urinat in ventum. Een verstandig mens pist niet tegen de wind in.

In het nieuwe systeem mag Jorrit een dag in de week thuis werken. Dit was vroeger zelden toegestaan. Is het een aanwinst? Is het gebaseerd op een nieuw vertrouwen? Mij is bekend dat de maatregel vele werkplekken in het nieuwe stadhuis bespaart. Het gaat dus over geld.
Mijn jonge vriend heeft ontdekt dat hij geneigd is thuis veel meer werk te verzetten dan hij op kantoor gewoon is. Dat hij ook de verwarming, het licht, de koffiezetter en zijn pc op eigen kosten mag laten draaien, ontgaat hem voorlopig en ik maak hem niet wijzer.

Ik droomde weg, me afvragend waarom ik met de beste wil ter wereld geen enthousiasme kan opbrengen voor de nieuwe kantoorwereld. Vermoedelijk zou ik als flexwerker het gevoel hebben dat iets vijandigs mijn privésfeer binnendringt. Ik ben nogal territoriaal aangelegd. Hieronder schuilt de overtuiging dat vooruitgang slechts iets betekent indien de mensen die het aangaat het ook op die manier ervaren. Plus de opvatting, dat je organisatorische wijzigingen ook wel kunt brengen zonder toeter in de mond en veer in de kont. Of anders komt mijn ergernis voort uit de vage notie voor een kleuter te worden gehouden, het kind van wie de hand snel gevuld is.

De verhuizing zal plaatsvinden op een vrijdag. Het wordt een dag van leuke activiteiten, bedoeld om de onderlinge banden aan te halen, de esprit de corps aan te halen. Je kunt denken aan een klikobakkenrace op straat: Hierbij klimt een collega in de groene of grijze afvalbak en een ander duwt deze in een zo hoog mogelijk tempo voort tot de finish. Sterk symbolisch en mocht je over de kop slaan, dan heb je een geldige reden wel drie dagen flexibel thuis te blijven.
De eerstvolgende maandag begint het nieuwe leven. Jorrit staat om half negen voor een elektronisch bord en kiest digitaal positie voor de komende uren. Hij heeft geen pc meer waarop gegevens staan die specifiek zijn voor zijn werk. Alle gegevens die hij gebruikt, worden afgetapt van en opgeslagen in een centrale computer. Ieder bureau is voorzien van een vaste monitor en een toetsenbord dat je elke dag moet reinigen omdat er meer ziektekiemen op voorkomen dan op de bril van een modale wc. Dit is wetenschappelijk aangetoond.
Om gewenning aan het digitale leven te bevorderen, zijn alle kasten van kantoor weggenomen. Slechts een persoonlijke locker van bescheiden omvang resteert Jorrit en de zijnen.

Ik vermoed dat de beheerders van de centrale computer ieder moment kunnen nagaan wat Jorrit aan het doen is. Zit hij een paar minuten te suffen, stiekem te gamen of te internetten, dan begint een rood lampje op zijn flexibele bureau te flikkeren. Dit is de fase van de waarschuwing. Negeert hij deze, of mailt hij met een collega over narigheid met een meerdere, dan verschijnt op zijn scherm een oproep om naar Kamer 11 te komen. Waar hem een waarschuwing of gele kaart wacht. Twee maal geel is rood. Dan volgt een aantekening in zijn digitale personeelsdossier.

Onzin natuurlijk. Ik heb teveel verkeerde boeken gelezen. Jorrit doet gewoon zijn werk en gaat wegen bewandelen waar ik nooit ben geraakt en die ik nimmer zal kennen. De wereld gaat alsmaar vooruit en deze ontkennen wijst op persoonlijk falen. Bij een conflict tussen jou en de wereld moet je naar de dokter, want alles is perceptie. Dit weet ik uit een boek dat twintig jaar geleden verbrand had moeten worden.
Alle kennis die Jorrit nodig heeft in heden en toekomst is te vinden op het scherm van zijn Blackberry. Zelfs zal hij geen tijd meer hoeven te morsen ingeval hij op de bus wacht. Met een mobieltje en nog geavanceerder apparatuur op komst kun je immers overal werken, informeren en communiceren.

Alleen die verdomde klanten van Jorrit! Dit zijn nog altijd lieden van vlees en bloed. Eenmaal aan de balie van zijn kantoor keren ze een emmer papieren klachten om. Ze hoesten en zijn traag. Niets begrijpen ze van tablets met adds en apps. Iedereen op kantoor is blij wanneer het spreekuur voorbij is en de klanten ophoepelen. Ooit had ik ook een baan als Jorrit. Ik verheugde me altijd op de klanten en hun vindingrijkheid om mij voor de gek te houden en aan het werk te zetten. In hun leugens waren ze oprecht.
Daar kan men op kantoor nog wat van opsteken.

Monk

14 november 2011

 

 

Print Friendly, PDF & Email

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.