Dromen

| Geen reacties

Dromen

Er was niets aan de hand. Ik sliep de slaap der rechtvaardigen en de slaap was diep en zwart. Ineens was daar een beeld. Mijn vrouw stond in de woonkamer tegen een deurpost.  Ze leunde in half gebogen stand en drukte niets dan treurnis uit. Ze stamelde  dat ze ongelukkig was, nu ze half verliefd geworden was op. De naam die er bij hoorde bleef buiten bereik van  mijn gehoor maar ik kan bij gelegenheid snel denken en wist dus genoeg.
In die ene seconde tussen droom en ontwaken hoorde ik mezelf kreunen. Vier  korte geluidsstoten waren het en hier hoorde wel een naam bij, een die nogal past bij de donkere dagen rond de Kerst. Mijn dichtgeschroefde keel kreunde de woorden je-zus-chris-tus. Al snel was ik klaarwakker en voelde een venijnige klem om mijn ingewanden.

De wintermaanden hebben in mijn leven veel narigheid gebracht. Sinterklaasvieringen waren altijd riskant, de kerstdagen dubieus, de jaarwisseling als de trekker van een onbetrouwbaar pistool. De winterperiode roept herinneringen op aan langdurige kou en de onafwendbaarheid van arbeid op  het bouwland van mijn ouders. Eenzaamheid duurt het langst. Twee belangrijke relaties kwamen in de winter tot een einde. Er horen nauwkeurige beelden en woorden bij. Ze gaan over waar wie stond of zat toen de fatale woorden werden uitgesproken. Zelfs  de achtergrondgeluiden zijn me bijgebleven: het krabben van de kat in zijn bak,  een auto op straat die niet wilde starten, het ruisen van de gaskachel.

Ik droom vaak en intensief. Het doorkomen van de nachtelijke uren lijkt vaak verdacht veel op werken. Aan dit verschijnsel ben ik evenwel  van jongs af gewend. Zelfs dromen van vóór mijn tiende jaar zijn me bijgebleven: als beeld, een stilleven van benauwenis. Dromen hebben invloed op  mijn functioneren overdag, op de onderwerpen waaraan ik denk, mijn kijk op het  leven. De droom is als de achterkant van de maan: je ziet hem nooit, maar het is duidelijk dat hij er is, als onlosmakelijke keerzijde van wat overbekend is.

Een droom is een verzameling beelden, gedachten, geluiden, gevoelens en zelfs  geuren, die een slapende ervaart. Het woord verzameling geeft aan dat er geen onderling verband behoeft te zijn. Vertaald naar rationele maatstaven is logica in dromen ver te zoeken.  Het is een chaotisch product van hersenactiviteit, zij het op een ander  bewustzijnsniveau dan het brein in wakende staat heeft. Dat het fenomeen dromen  betekenis heeft, lijkt mij evident. Anders zou het niet bestaan. Met betekenis doel ik op functie, zoals verwerking en vastleggen van ervaringen of het opschonen van het korte termijn geheugen. Wetenschappelijk onderzoek hiernaar is in volle gang, maar de publieke belangstelling is beperkt.
Veeleer zijn mensen nieuwsgierig naar wat hun dromen voorstellen, waar ze naar verwijzen. Waarbij wordt aangenomen dat die betekenis bestaat. Soms zit er een narcistisch luchtje aan deze belangstelling: een interessante droom zou wijzen op een interessante persoonlijkheid en ik ken niemand die zichzelf een sufkees vindt.
Liever nog dan zelf zwijgend te wroeten, wordt hulp en daarmee de communicatie gezocht. De vraag is wat deze mensen te bieden hebben. Droomduiders komen al voor in het Oude Testament en in de Koran. Geen probleem wat mij betreft, want in fictie mag alles. In recenter tijden zette Freud de toon voor de hernieuwde interesse in dromen. Zijn Traumdeutung is een standaardwerk. Jung ging uit van een algemeen geldende symboliek. Hij meende dat de mens deel uitmaakt van een collectief aan onbewuste oerbeelden. Fromm zag in dromen een vergeten symbolische taal. Hun pogingen om dromen te doorgronden zijn te waarderen, maar het is de vraag of we zo verder komen dan de Romeinse piskijkers. Mij overtuigen de theorieën van verwijzing niet. Er schuilt wel een algemene aannemelijkheid in, maar concrete toepassing stuit op problemen. Je bent daarbij afhankelijk van wat de dromer je vertelt en dit is al een interpretatie van de beelden en woorden die de droom meebracht. Niemand wil raaskallen en dus wordt een samenhangend verhaal geproduceerd, al is het maar om er zelf vat op te krijgen. Ik vermoed, dat de betekenis van een droom niet verder gaat dan het belang dat de dromer eraan hecht. Duiding immers biedt een vorm van geruststelling. Het zoeken naar een onderbouwde algemeen toepasbare betekenis aan droombeelden zal naar mijn verwachting uiteindelijk weinig opleveren. Goed nieuws voor beunhazen, druïden en de redacties van populaire tijdschriften.

De volgende nacht droomde ik opnieuw. Een mij onbekende vrouw bleek zo aantrekkelijk dat ik er geen weerstand aan kon bieden. Het vlees is zwak, dat weet elke Calvinist. In (achteraf beschouwd) tamelijk kitscherige beelden en sentimentele opwinding werd ik naar het nirwana geleid, om daar uiteraard niet aan te komen. Ik ontwaakte wederom met het gevoel in een nauwsluitende tube te zijn geperst.

Denk niet dat ik verwikkeld ben in acute relatieproblemen. Veel vaker droom ik over kantoren en de mensen die er werken. Ik zit aan een bureau, werp een blik op de klok, stel verschrikt vast dat het avond is en ik allang had kunnen opstappen. Als ik wil vertrekken, is mijn jas zoek, kan ik de uitgang van het gebouw niet vinden en ben ik vergeten dat ik met de fiets kwam. Eenmaal buiten blijk ik me op een industrieterrein te bevinden, liggen overal betonblokken op de weg en weet ik niet meer waar ik woon. Andere dromen laten mij falen de gewenste foto te maken: mijn camera blokkeert, ik pruts te lang met het verwisselen van lenzen, blijk op de verkeerde plek te staan, zie de zon voor mijn neus verdwijnen of wordt verjaagd door bewakingspersoneel.  Geen aangename zaken voor een gedreven perfectionist.
Zo kan ik nog een tijdje doorgaan met het opnoemen van dromen die mij frequenteren, maar dit zal ik nalaten want wat kan iemand het schaduwbestaan van een ander schelen. Wegens het ontbreken van een algemeen toepasbare symboliek steek je weinig op van anderman’s dromen.

Ik hoor u wel denken: Monk moet naar de dokter. Het zal faalangst zijn, aangejaagd door onopgeloste emoties, of anders een slecht geweten, in ieder geval is het voer voor psychologen.
Welnu, daar ben ik al geweest, maar veel geholpen heeft het niet. Ik ben kennelijk een hardnekkig geval. Ik heb een scherpe neus voor dubbele agenda’s, goedkope argumenten en drogredenen. Aangeboden technieken had ik min of meer al zelf ontdekt en uitgeprobeerd. In medicijngebruik zie ik niets. I might as well be dead.

Als er een kernwoord bij me opkomt in verband met het verschijnsel dromen, dan is het stress. Helaas begint dit een modewoord te worden en daarmee onderhevig aan inflatie.
Stress ontstaat wanneer je ervaart dat je eigenheid of identiteit geweld wordt aangedaan. Voor menige counselor, coach of manager zijn deze termen in toenemende mate flauwe verzinsels waarachter een roep om aandacht en obstructie schuilgaan. Gelijk hebben ze: er gaat onmiskenbaar iets irritants vanuit. Mogelijk hebben mensen helemaal geen identiteit en in veel bedrijven is er in ieder geval geen behoefte aan.

Bij mij is stress zodanig permanent aanwezig, dat ik er langzaam maar zeker ziek van werd en mij steeds heviger moest inspannen om normaal over te komen. In oorsprong ongetwijfeld afkomstig van buitenaf, vervat in eisen en verwachtingen, ben ik erin geslaagd het zelf te produceren in de vorm van gedachten en wilsoplegging. Ik moet van mezelf van alles en wel naar maatstaven die strenge toetsen van kritiek kunnen doorstaan. De Nederlandse Bank kan van mij nog wat leren, want ik leg mezelf uit vrije wil en elke dag een stresstest op. Misschien dat krachtige stroomstoten mij zouden kunnen herprogrammeren, maar aantrekkelijk lijkt me dit niet. Door te knoeien aan lampen, versterkers, dynamo’s en kerstverlichting heb ik al voldoende kennis gemaakt met elektriciteit.

Stress wordt in bepaalde mate aanbevolen in de postmoderne maatschappij. Het bevordert prestaties en dat is natuurlijk goed voor iemand die iets van je wil. Ook hier geldt dat jijzelf die iemand kan zijn. Achter de broek gezeten worden, heette dat vroeger en tegenwoordig noemen we het concurreren, liefst met een deadline, een onheilspellende term.
Teveel stress bestaat in deze tijd niet. Wel zogenaamde negatieve stress. Als deze zich voordoet, heb je het aan jezelf te danken, heb ik begrepen. Dan ben je inflexibel, hecht je teveel waarde aan wat er uit je handen komt, ontbreekt het je aan vermogen te relativeren en heb je waarschijnlijk altijd al ondermaats gepresteerd. Tijd om eens flink aan jezelf te gaan werken. Wie gaat zaniken over ratrace, luchtbeleconomie, procedurele dwangcorsetten, intolerantie en kuddegedrag, moet in een traject of, als dat niet snel helpt: eruit.

Komende nacht zal ik weer dromen. Mij is verteld dat je voor het inslapen krachtig aan een bepaald onderwerp moet denken om de komende droom richting te geven. Ik zal proberen achter de winnende getallen van de lotto te komen. Of anders een theorie te ontwikkelen die verklaart waarom wij sneller dan het licht kunnen denken. Ik ben er helemaal klaar voor.

Monk

17 december 2011

Print Friendly, PDF & Email

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.