Vakantiebeurs

| Geen reacties

Toeristisch reizen is een vermoeiende, riskante en uiteindelijk tamelijk doelloze bezigheid. Dit is precies de reden waarom ik er nogal van houd.

Door het bestaan van vakantiedagen en geldelijke middelen, gebet in een cultuur die gericht is op vertier, moet het misverstand zijn ontstaan dat reizen een toffe bezigheid is. De mythe wordt uiteraard door de middenstand in stand gehouden: er draait een miljardenindustrie op. De media vinden het ook geweldig, want je kunt er herkenbare en betaalbare programma’s over maken. Wie in de jaren tachtig keek naar de Vakantieman Frits Bom was verzekerd van een avondje stevig lachen, al is het de vraag of het programma hiervoor was bedoeld.

Een begin van het toeristische reizen is moeilijk aan te geven. Rijke mensen reisden al in de oudheid met weinig meer reden dan hun ledigheid te vullen met verse indrukken en avonturen die men naderhand thuis kon vertellen. Vanaf de late middeleeuwen lieten soortgelijke  lieden ter plaatse zelfs schilderijen maken om thuis te tonen wat men had gezien. En ongetwijfeld om ermee te kunnen opscheppen en afgunst te wekken. Fotografie bestond al voor de camera was uitgevonden.

De ANWB werd in 1883 opgericht. Oude filmpjes tonen badgasten langs de gehele kust van Holland en Zeeland. Al voor de tweede wereldoorlog (een mijlpaal in het gedachtegoed van mijn generatie) kwam het massatoerisme hier te lande op gang. Langs schilderachtige wegen verschenen Uitspanningen om onderweg iets te nuttigen. Als kind las ik jeugdboeken van mijn vader uit de jaren dertig. Hierin ging menige leergierige, sportieve knaap per fiets of anderszins op pad om in de welverdiende schoolvakantie avonturen te beleven. Meestal zaten ze op de hbs en zou de opgedane ervaring hen later nog goed van pas komen. Old boys network, zouden we vandaag zeggen. Boeren en gewone burgers bleven voorlopig  thuis, want iemand moet het echte werk doen.

Voor mezelf spreek ik niet snel van vakantie. Ik ben vooral op reis geweest. Het verschil  zie ik in het doel van het weggaan. Ik vertrek niet van huis om op een strandmatje in de zon bruin te bakken of me te laten vollopen met Tia Maria Gold and Brown. Dat kan thuis ook en anders ga je even naar de Hel van Scheveningen. Ik wil iets zien en ervaren, om er wijzer van te worden en erover te kunnen schrijven. In een later stadium is het reizen voor mij ook een bron van fotografie geworden. Hierin geldt hetzelfde als voor het reizen. Ik maak geen kiekjes om te tonen waar ik met wie was, maar gebruik de zich aandienende indrukken om uit te vinden wat me precies boeit en waarom dit zo is.
Zo, daar heb ik me mooi uitgepraat en het is aan u mij te betrappen op ordinair toeristengedrag, zoals het kopen van De Telegraaf in de Ardeche, of Crepes Suzette eten na het bezoeken van een roofvogelshow op kermisachtige inslag.

Mijn voorkeuren zijn bescheiden van aard. Ik heb er allang vrede mee dat ik in dit leven geen voet zal zetten op continenten als Zuid Amerika, Azië en Afrika. Dit laatste werelddeel viel als eerste af omdat het de vorm heeft van een revolvertas. Een gewaarschuwd mens telt voor twee.
Reizen in een groep vind ik erger dan thuisblijven, dus dit is helemaal geen optie.  Gelukkig brengt mijn gesteldheid op privacy en identiteit mee dat ik lak heb aan de status die onmiskenbaar aan het toeristische reizen is verbonden. Honderd keer heb ik het onderspit gedolven in gesprekken met mensen die kwamen aanzetten met Rome, Boedapest of Mexico City waar ik in Verviers, Mafra of Bautzen was geweest. Mij maakt het niet uit. Ik kan me in Appelscha nog vermaken.
Als ik mag kiezen tussen een nacht op andermans kosten doorhalen in een chique Club in Berlijn of slechte koffie drinken met een oude Stasi  in een afgedankte Sovjetbunker, dan weet ik het wel.

Was het reizen nooit in de mode geraakt op de schaal die mijn generatie heeft beleefd, dan nog was ik reiziger geworden. Reizen, moet ik onderhand even toelichten, is niet perse het zo snel en comfortabel mogelijk bereiken van een vooraf uitgezochte bestemming.
Reizen heeft voor mij alles te maken met Onderweg zijn en Ergens Anders willen geraken. Dit begon al op jonge leeftijd.
Nog onlangs vernam ik op een kleine familiebijeenkomst dat ik, amper 3 jaar oud, de benen van huis nam. Over de dorpsstraat stiefelde ik naar een tamelijk hoog gelegen brug, best een onderneming voor een ukkie. Het mag een profetische tocht worden genoemd, want de brug voerde naar de weidsheid van een flinke polder. Lucht en licht, daar smachtte ik kennelijk naar. Mijn ouders begrepen de boodschap en het jaar erop verhuisden we naar deze polder.
Eenmaal hier, ondernam ik opnieuw minstens één poging uit te breken. Moeder hielp mij een geringe koffer te pakken toen ik op 6 jarige leeftijd woedend aankondigde te willen vertrekken. Een flinke wandeling langs de lege dijk deed me afkoelen en later at ik gewoon mee met de anderen.

Van menselijke eigenschappen is veel genetisch bepaald. De uit voorgaande generaties overerfde eigenschappen kunnen moeilijk genegeerd worden. Dit geldt voor zowel het fysieke als het mentale. Mijn vader was als jongetje ook een wegloper, om wat te noemen, en bovenal op dezelfde grondslag: drift, gekoppeld aan radicale besluiten.
Slecht nieuws voor de aanhangers van de Maakbare Samenleving, waarin een ieder wordt voorgehouden dat alles mogelijk is, op voorwaarde dat je voldoende inzet toont.
Je kent me slecht, heb ik vaak gedacht als ik tegenover een chef zat die mij aanspoorde om veronderstelde kansen en mogelijkheden te benutten.
Ook mijn vader, met handen en voeten gebonden aan land en gezin, was een reiziger. Hij behielp zich lange tijd met postzegels en een goedkope atlas, plus de dagelijkse krant om zijn zinnen te verzetten en te dromen over verre streken. Zodra het mogelijk werd, vertrok hij elke zomer langdurig naar het buitenland om er op zijn manier rond te scharrelen.

U begrijpt het al: ik probeer de herkomst van mijn reislust te achterhalen. Genetica dus en daarbij de meegekregen socialisatie die verder reikt dan het begrip opvoeding.
In mijn voorkeuren voel ik de kracht hiervan. Eerste ervaringen, daar gaat het om. Geboren aan een kleine haven, ben ik voorbestemd om te houden van alle havens. Opgegroeid in gebrek geef ik niets om pracht en praal, maar zoek eerder naar de pareltjes in een onverdachte omgeving. Niets mooier dan in een afgetrapt Belgisch café voor oud-wielrenners te belanden of in een Duits ijswinkeltje waar zelfs de debiele zoon een taak heeft. Liever dan aandacht te schenken aan een zeer luxe caravan, kijk ik rond in een oude Duitse sleurhut met 16 stopcontacten. De man was nu eenmaal elektricien. Natuurlijk, het gaat om het verhaal, de bizarre details van het leven, de domme toevalstreffers en de schijn die bedriegt.

Over een paar weken is het weer zo ver. Dan brandt de Vakantiebeurs in Utrecht los. Duizenden toeristische reizigers verdringen zich voor  de balies van alle reisbestemmingen op de aardbol.  Je kunt het zo gek niet bedenken, of je vindt wel informatie en boekingsgelegenheid.
Ik denk dat ik gewoon thuis blijf. Met behulp van een paar op de grond uitgespreide landkaarten bedenk ik zelf wel waarheen te gaan in het komende jaar.

Monk

30 december 2011

 

Print Friendly, PDF & Email

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.