Homeland

| Geen reacties


Lang geleden ben ik ermee begonnen en het heeft zich ontwikkeld tot een vaste gewoonte: bij het aanzetten van de tv probeer ik onmiddellijk vast te stellen waarmee ik te maken heb. Is het werkelijkheid? Is het fictie? Voor de toegangsdeur van mijn brein staat een portier die geen flauwekul verstaat.

De selectie dient als richtsnoer hoe met de informatie om te gaan. Ik wil niet op ieder moment op het verkeerde been worden gezet en energie verliezen op grond van een foute inschatting.
Soms komt een situatie of omgeving als eerste beeld binnen, vaker een gezicht, een persoon in gezelschap. De mens is immers gemaakt om zich te spiegelen. De blik staat op scherp: wat is dit? Het gaat vaak om clichees of kleinigheden. Beland ik in een landschap, straat of gebouw, dan volgt meteen een inschatting. Is het een opgebouwd decor of een leefhok? Staat er een hek om de getoonde savanne of kun je oneindig wegkijken? Wordt er hout gehakt om de winter buiten te houden of om onwetende stadsjongeren te leren vuurtje te stoken? Hangt die kerel uit het raam omdat hij geen werk heeft of is hij de uitkijk van de mafia?
Doemt er een persoon op, dan probeer ik uit te maken of deze acteert dan wel zichzelf is. Hoe is de lichaamstaal? Hoe wordt iets gezegd? Dit zijn voor de hand liggende vragen, meer een rationalisering. Van de meeste criteria ben ik mij waarschijnlijk niet eens bewust.
Onderliggende geluiden helpen ook. Straatlawaai of muziek kunnen naar zowel de werkelijkheid als naar fictie verwijzen, maar verhouden zich op herkenbaar verschillende wijze tot het beeld.

Het gaat minder om de knop van de tv dan om die in mijn hoofd. Ik kan rustig kijken naar Frans Bauer zonder ook maar iets tot me te laten doordringen. Een hele prestatie, nu ik erover nadenk. Tref ik toevallig Stephen Hawking of Keith Richards, dan gaat het sein op groen. Het kijken en luisteren is zo intensief, dat achter mijn rug de aardappelen aanbranden.

Het proces van onderscheiden is voortdurend in ontwikkeling. Onlangs keek ik minstens een kwartier naar de zelfbenoemde verslavingstherapeut Keith Bakker. Hij zat aan tafel bij Pauw en Witteman. Ik wist niet wat ervan te denken. De man leek interessant, maar niet om de reden die voor de hand lag: zijn deskundigheid. Nu hij achter de tralies zit wegens zedendelicten, is mijn belangstelling afgenomen. Niet wegens de veroordeling, maar omdat Bakker niet spoort en doet denken aan een andere neuroot: Joran van der Sloot.
Onlangs keek ik naar Samsom, chef van de PvdA. Ik liet hem zeker tien minuten toe in mijn bovenkamer tot ik hem hoorde zeggen dat hij tegenstander Rutte integer vindt. Ik wachtte met tegenzin of er nog meer onzin kwam en zapte weg toen dit het geval was. Samsom verkocht zijn kiezers al voor ze naar de stembus gingen. Sindsdien is zijn zendtijd bij mij teruggelopen tot een seconde of twintig, die hij vooral dankt aan zijn gelijkenis met een rijwielhersteller die mij vroeger spullen verkocht om mijn brommer op te voeren.
Ik weet het: mijn systeem is doordrenkt van vooroordelen en onredelijke opvattingen. Ik discrimineer erop los, zo zit het. Mogelijk is mijn enige integriteit de wil om sturing te houden over datgene waarvan ik denk dat het mij maakt tot wie ik ben: degene die ik in de spiegel herken.

Wereldnieuws is tegenwoordig vooral entertainment. Alles komt en gaat snel en oppervlakkig, wordt gebracht door frisse jonge mensen wier houding de boodschap uitzendt dat het vooral leuk moet blijven. Het lijkt erop dat veel mensen denken dat de wereld even virtueel is als de beelden die binnenkomen op het aanhoudend geraadpleegde beeldscherm. Hoe anders dit vroeger was, kun je ervaren door te kijken naar oude opnamen van de treinramp bij Harmelen in 1961. Deze spreken nog altijd voor zich. De verslaggeving is sober en vrij van elke zucht naar sensatie.
Andersom biedt entertainment soms onbedoeld een blik in de werkelijkheid. Wie de belevenissen van de Belgische familie Pfaff volgt, weet dat hij naar show kijkt. Tegelijk word je een blik vergund in de peilloze domheid en wansmaak die de wereld van deze mensen beheerst.
Waar vandaag geen nieuws is of zou moeten zijn, wordt ze gemaakt. Niet in het belang van de bevolking, maar van de media zelf. Indien geen camera zich had vertoond op het recente slagveld van Haaren, was er wellicht geen winkelruit ingeslagen. Vechtersbazen vinden namelijk niets zo leuk als op tv en internet komen. Zonder media resteert een herfstachtig dorp waarin knokken slechts kan uitlopen op arrestatie, veroordeling en een vette rekening voor de aangerichte schade.

Onderscheiden, kiezen, beslissen. Het blijft lastig. Nog belangrijker is te weten, dat je hoe dan ook ingaat op informatie van buitenaf. Dit aanbod, deze beschikbaarheid is vast een grote verworvenheid, maar tegelijk is het door de hoeveelheid en de doortrapte manier van aanbieden een belasting, een drug die ervoor zorgt dat je afhankelijk blijft en op den duur nergens meer over nadenkt. In een wereld van overvloed behoef je niets zelf te verzinnen. De vraag mag worden gesteld wiens belang hiermee wordt gediend.
Ik vermoed en vrees dat ook in mijn hoofd ongewild een drabbig mengsel is ontstaan van werkelijkheid en fictie, van schoonheid en verdorvenheid, van waarheid en flauwekul. De portier in mijn brein heeft soms een slechte dag, is corrupt of overweegt een andere baan. Op die momenten kijk ik naar botergeile barbies of naar voetballers die een mening hebben over de Griekse economie. Ging op zo’n moment de deurbel, dan wist ik wel wie daar staat: de politie, om mij in te rekenen wegens hoogverraad.

Om mijn brein weer op orde te krijgen, hunker ik in toenemende mate naar stilte en leegte. Niets beter dan akkers en weilanden waar zon en schaduw elkaar afwisselen, de wind met je haren speelt en je nog mag vertrouwen op je zintuigen en denkkracht. In de nacht kijken naar maan en sterren is eveneens een optie, maar ook dit kan alleen nog ver van de bewoonde wereld. Overal staan immers lantaarns of tomatenkassen, braken kantoorruiten lichtblokken en baant een optocht van koplampen zich een weg door vale schemering. Met ongeduld wacht ik dan ook op het uitschakelen bij nacht van lichtmasten langs de snelwegen. Hiertoe is recent besloten, zij het om andere redenen dan ik zou wensen.

Een andere methode om de vloedgolf aan onsamenhangende informatie te neutraliseren, is te kijken naar tv films die een overdosis van werkelijkheid en fictie zo krachtig mengen dat na afloop van een dergelijke orgie de praktijk van alledag weer even meevalt.
Met instemming heb ik daarom kennis genomen van de 6 Emmy Awards, toegekend aan de serie Homeland, de opvolger van het onvolprezen 24. Ook Homeland is een uitspatting van argwaan, geweld, feiten en onwaarschijnlijke maar onontkoombare verbanden.
De verwarring van Claire Denis over wat waar is en wat leugenachtig, wordt bestreden met pillen. Zij gaat diep om overeind te blijven en niet in paniek te raken in het web van verraders en moordenaars. Bij haar is de portier op reis gegaan zonder bericht achter te laten. Zou zoiets nou doorwerken in de echte Carrie Mathison?

Monk
24 september 2012

(foto: Monk)

Print Friendly, PDF & Email

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.