Dead End Street

| Geen reacties

Zaterdag kwam Sinterklaas aan land. Ik zag het toevallig in Amersfoort dat ongeveer in het midden van Nederland ligt. Geen zee te zien, maar een haven is wel aangelegd. De Sint bleef buiten mijn waarneming, de Pieten daarentegen waren overal en nergens. Er stonden er zelfs twee een lekke fietsband te plakken, midden op de drukste winkelstraat.
Velen van het keurkorps waren nog erg jong. Ze konden, om met mijn allang verscheiden grootvader te spreken, amper over hun klompen pissen. Er waren trouwens ook meisjes bij. Het leuke is, dat jonge kinderen zich al snel niet meer bewust zijn van hun vermomming en gewoon doorgaan met kind te zijn.
Het geheel werd omlijst door het afmattend gedreun van een muziekmachine: Sinterklaas is jarig, daar wordt aan de deur geklopt, de zak van Sinterklaas, alles in hetzelfde uptempo, gezongen door een stel jonge klieren uit Amstelveen of Aerdenhout, van het type hieperdepiep.

In de lokale krant verscheen een stukje met foto over de intocht in mijn eigen woongebied.
De goedheiligman werd als een soort rockster ontvangen door een zee van gillende peuters en kleuters. En verder: Pieten kwamen tokkelend en abseilend uit de fietsenwinkel.
Ik vraag me vaak af wat er aan de hand is met de mensen en hoe dit in de toekomst verder moet. Verkleedt straks de schoolmeester zich als cliniclown en verkoopt de bakker alleen nog krentenbollen als je hem beloont met orale seks? Hoe diep moeten we afzakken in deze fun society?

De als Echt gepresenteerde Klaas verkoos dit jaar Roermond als startpunt van zijn jaarlijkse rondgang. Een logische keuze, want waar hebben ze meer verstand van kleine kinderen dan in een stad vol roomse kerken en internaten? Ik zag het op de beeldbuis. Klaas droeg een baard van brandwerend plastic en keek een beetje hulpeloos om zich heen. De Pieten leken onderweg te hebben gehoord van het Surinaamse protest tegen hun op racisme gebaseerde uiterlijk. Ik zag er één die zo slecht was geschminkt dat dit zonder meer als een statement mocht worden beschouwd.
Nou Sinterklaas, dat zal Piet wel even voor u fiksen, bralde een Pieterman vrijpostig. De Sint knikte instemmend en ik begreep dat hij zich tegenwoordig bedient van managers: ondergeschikten die zich opdringen en de boel overnemen, zogenaamd met de Beste Bedoelingen, maar in feite uit eigenbelang.

Ik voelde medelijden met de kinderen, vooral met die tussen tafellaken en servet, dus zeg maar van 6 tot 10 jaar. De allerjongsten hebben nog weinig in de gaten, maar genoemde leeftijdslaag voelt haarfijn aan dat de Sint een onmachtige stumpert is die je met geschreeuw en brutaliteit kunt onderwerpen en leegschudden. Dat kan wat worden achter de voordeur, dacht ik terstond. Menige ouder moet straks twee maanden overwerken om aan de eisen van hun kroost te voldoen.
Erger nog vind ik, dat het mysterie en verlangen rond de Sint bij kinderen wordt vervangen door platte commercie. Dromen mag niet meer. Je moet knokken en brullen om je deel te krijgen uit de spuuglelijke winkels van Bart Smit.

Na een postmoderne observatie volgt onvermijdelijk het mijmeren over vervlogen tijden. In mijn kinderdagen was Sint Nicolaas een man van gezag die niet met zich liet spotten. Hij deed geen enkele moeite om te lachen of de joker uit te hangen, integendeel. Zijn blik was kalm en sereen, zijn bewegingen getuigden van een goede komaf en zijn woorden waren altijd zorgvuldig gekozen.
Slechts het zuivere kindergezang kon hem bekoren. Modern gestamp zou hem afkeurend naar de stokoude oren hebben doen tasten.
Ik heb meermalen meegemaakt dat de Sint een Piet berispte en hem een donkere toekomst in het vooruitzicht stelde als hij niet vlug zijn leven beterde.
Mijn vrouw maakte in de jeugdzorg ooit een kleine Chinees mee die sidderde van angst voor de Sint. Waarschijnlijk dacht de jongen aan zijn vader die al eens had gedreigd hem de oren af te snijden: als je niet luistert, heb je ook geen oren nodig.
Begrijp me goed: ik zit niet te wachten op een boeman, een scherprechter uit de tijden der Spaanse Inquisitie. Maar kan het misschien met iets meer waardigheid?

Sint Nicolaas verscheen bij ons op school, bladerde bedaard in zijn Boek en riep enkelen bij zich. Daar behoorde ik nimmer toe, al begreep ik pas later waarom dit zo was. Een paar kinderen van de betere middenstand mochten komen omdat ze het goed hadden gedaan in het vervlogen jaar. Een bekende schobbejak kreeg na bestraffende woorden een paar schijntikken van Piet met een soort heksenbezem die roede werd genoemd. Voor alle duidelijkheid: ik zat op een openbare lagere school en het was nog te vroeg in de tijd om te zingen: wie zoet is krijgt korting, wie stout is Dutroux.
Vervolgens kregen we allemaal een kleinigheid om mee naar huis te nemen. Ik zorgde ervoor een bovengemiddelde hoeveelheid strooigoed te bemachtigen. Duwen en stampen ging ik hierbij niet uit de weg. Ik had namelijk bedacht dat Sinterklaas toch geen tijd zou hebben om dit kleine vergrijp in zijn Boek te noteren en volgend jaar zou hij de kwestie allang vergeten zijn.

Sint loopt op zijn laatste benen. Je merkt het aan alles. Hij ziet eruit als een schertsfiguur, een goedkope attractie op een paard. Pieten die hem begeleiden, ontnemen hem taken en zelfs de bevoegdheid tot waarderen en straffen. Niemand behoeft nog iets te vrezen. Alles wat iedereen doet is immers geweldig.
De geringere Pietjes rotzooien maar wat aan. Ze hebben opdracht noch taak.
Kinderen gaan naar de intocht van de Sint om hun dagelijkse portie hype op te halen. Sint is the drug I’m thinking of. De middenstand heeft het ritueel verder verpest met domme muzak op een veel te hoog geluidsniveau. Winkeliers denken trouwens liever aan de Kerst, want dit evenement levert hen veel meer op.
De Kerst? Breek me de bek niet open!

Monk
18 november 2012
(foto: Monk)

Print Friendly, PDF & Email

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.