De Jacht op het Verzet

Een nieuwe aflevering van de eindeloze Tweede Wereldoorlog ziet het licht.
Onder redactie van Ad van Liempt hebben onderzoekers een jaar lang de strafdossiers van overleden Duitse en Nederlandse oorlogsmisdadigers doorgewerkt om een minder bekend stukje vaderlandse geschiedenis te beschrijven: de krachtsinspanning van de Duitse bezetter (SD, SiPo en Gestapo) en zijn lokale handlangers om het verzet in Nederland te breken.
Resultaat is het boek De Jacht op het Verzet, redactie Ad van Liempt, Uitgeverij Balans, 2013.

In Nederland werd verzet gepleegd. Wat moeten we hieronder verstaan? Dat tegen het plegen van overvallen, het opblazen van rails en het omleggen van verraders werd opgetreden, is hard maar begrijpelijk. De bezetter en zijn lokale satellieten stelden de definitie evenwel al snel heel wat scherper. Elke kritisch uitlating kon leiden tot repressie. Een verzuchting, dronkenmanspraat, op de verkeerde plek plassen of een verboden liedje fluiten kon vergaande en zelfs fatale gevolgen hebben. De relatie tussen daad en gevolg was daarbij volstrekt onvoorspelbaar en veel gevoel voor humor kon aan de Duitsers noch NSB’ers worden toegeschreven.

Waren de eerste oorlogsjaren relatief rustig waar het de niet Joodse bevolking betrof, vanaf het voorjaar van 1943 veranderde dit drastisch. Het verzet werd harder onder de toenemende Duitse repressie en daarbij effectiever door een betere organisatie en professioneler wapens.
Verzetsdaden, passieve tegenwerking en minachting onder de bevolking groeide de Duitse bezetter in Nederland langzamerhand boven het hoofd. Berlijn eiste betere resultaten. Om dit te bewerkstelligen kwam de Duitse leiding steeds meer in handen van hardvochtige lieden, ondersteund door regelgeving. Zo werd na de aanslag op Hitler in juli 1944 het Niedermachungsbefehl uitgevaardigd. Voortaan konden verdachten zonder vorm van proces doodgeschoten worden. Bij een afbrokkelend centraal gezag werd dit bevel tot bron van willekeur en terreur.
Desondanks werden opmerkelijke grappen uitgehaald. Zo werd een uit de trein gestolen bord met de tekst Gereserveerd voor de Duitse Weermacht teruggevonden aan het hek van een kerkhof.

De Landwacht was een Nederlandse organisatie, bedoeld om vaderlandse nationaal socialisten te beschermen tegen het intensievere verzet en de dreiging van een verloren oorlog. De leden kwamen vooral uit het fanatieke deel van de NSB, maar ook avonturiers boden zich aan. Het was een samenraapsel van uitschot, gericht op straatgeweld en materieel gewin.

Door hun kennis van de omgeving en bewoners waren zij desondanks nuttig voor de Duitsers. De Duitse SS chef Rauter zag er vooral een bruikbaar verlengstuk in van de door hem als onbetrouwbaar ingeschatte gewone politie. Onder Duitse invloed kon de Landwacht uitgroeien tot een uitvoeringsorgaan van terreur. Het ging van kwaad naar erger. De Landwacht viel op eigen gezag huizen binnen om eten en drank buit te maken. Zij perste burgers af, sloeg er op los en vermoordde mensen aan wie men een hekel had. Meermalen grepen de Duitsers in om de bende tot de orde te roepen en het imago nog enigszins te redden.
Tegelijk zetten zij de Landwacht in bij arrestaties, verhoren en zelfs bij executies.

Duitsers en hun Nederlandse helpers waren broeders in de misdaad. Er was sprake van corruptie en verdachten werden afgeperst. Strooptochten naar eten en drank werden gehouden. Huizen werden vernield en leeggeroofd. Verraad werd aangemoedigd met intimidatie, list en geld dat meestal gestolen was van eerdere slachtoffers. Tegelijk was er onderling haat en nijd, zucht naar competitie en onverbloemde tegenwerking.

Alcohol speelde bij dit alles een belangrijke rol. Drank vergemakkelijkte het inwinnen van inlichtingen, dempte ongemakkelijke gevoelens en leidde tot een hausse aan ongecontroleerd gedrag. Talrijk zijn de voorbeelden van missies met totaal bezopen manschappen en officieren, woeste feesten en wagens vol geroofde flessen drank.
Met name tegen het einde van de oorlog maakte de combinatie van drank en geweldsmonopolie het slechtste in betrokkenen los.

Ook de algemene oorlogsontwikkeling bevorderde wangedrag. Gaandeweg daagde het besef onder de daders dat de oorlog verloren werd. Na Dolle Dinsdag begonnen uit het zuiden gevluchte Duitsers en hun Nederlandse aanhangers in het nog bezette deel van Nederland een waar schrikbewind op te zetten. Zij zouden dwarsliggers en saboteurs nog wel even te grazen nemen voor de oorlog moest worden opgegeven.

Steeds scherper werd de organisatorische opzet van Nazi Duitsland zichtbaar: een conglomeraat van rivaliserende en elkaar bestrijdende organisaties, bevolkt door personen die zich achter bevelen verscholen. In de naoorlogse processen zie je dit steeds terug. Vrijwel niemand neemt verantwoordelijkheid voor begane wandaden.

Zelfs gewone burgers wisten de weg naar de bezetter te vinden. Dit gebeurde om ruzies tussen buren of collega’s op het werk te beslechten of om geld en schaarse goederen te bemachtigen. Leden van de NSB, door hun omgeving in de maling genomen, wendden zich tot de Duitsers, die de nodige klussen geregeld doorschoven naar de Landwacht.

Het Parool, Amsterdamse verzetskrant, schreef op 7 mei 1945: Doodstraf voor de Landwacht! Meteen na de bevrijding werd de jacht ingezet. Veel Duitsers van de SD en landwachters werden opgepakt en kregen forse straffen. Desondanks werden doodvonnissen lang niet altijd uitgevoerd en opgelegde gevangenisstraffen zelden volledig uitgezeten.

Opvallend is de legalistische instelling van de rechtbanken, zo kort na de oorlog. Diepgaand werd geprobeerd uit te zoeken wie wat en wanneer had gedaan, teneinde schuld te kunnen bepalen. Menig rechter zal in het web van leugens en halve waarheden het spoor naar de waarheid enigszins bijster zijn geraakt. De tijd verstreek en deed het verleden vervagen.
Veel bewakers van gevangen genomen daders dachten anders over rechtspleging. Mishandeling, uithongering en vernedering waren eerder regel dan uitzondering. Sommige gevangenen werden regelrecht doodgeslagen, anderen tot zelfmoord gedreven.

De schrijvers van het boek noemen deze gang van zaken schokkend. Op deze wijze immers verlaagde men zich tot het zelfde niveau als de oorlogsmisdadigers die men wilde berechten.
Het is een dilemma van alle tijden en landstreken. Wat te doen met lieden die het leven namen of verwoestten van tientallen, soms honderden burgers en hun gezinnen? Lieden, die maanden- of jarenlang vrijelijk hun gang gingen in willekeur en geweldpleging?
Het beantwoorden van deze vraag kan men beter opschorten als men zojuist dit boek heeft gelezen.

Monk,
15 april 2013
(foto: Monk)

Reacties gesloten.