Bunkers

| Geen reacties

De vrouw ziet mij liever gaan dan komen. Er is nog drie kwartier te gaan voor sluitingstijd, maar dit is volgens haar te weinig om alle informatie tot mij te nemen. Zij is van mening dat ik beter in de middag kan terugkomen. Hier heb ik tijd voor noch zin in en evengoed wil ik het museum hebben gezien. Zo niet vanwege de collectie dan toch voor het gebouw, een Hochbunker.

Dus betaal ik een paar euro, ontvang een toegangskaart en een folder plus het snerpende advies op de bovenste verdieping te beginnen en vooral op tijd terug te zijn. Duitse vrouwen kunnen heel stellig zijn, om niet te zeggen hellevegen met eigenschappen waarvoor zij ooit werden gevreesd en gehaat.

De geschiedenis van het Duitse drama is bekend, net als de afloop. Al in juli 1940, toen Fritz en Otto nog rondkeken in Rotterdam om de schade te bekijken die hun vliegtuigen hadden aangericht, verschenen de eerste Britse bommenwerpers boven het Oost Friese landschap. De stad Emden had havens en lag bovendien op de aanvliegroute voor andere doelen in Duitsland.
De drieste bewering van luchtmacht chef Göring, dat er geen vijandige bom op Duitse bodem zou vallen, werd snel gelogenstraft. Er kwamen wel degelijk echte explosieven omlaag, met doden, gewonden en een brandende stad tot gevolg.

Dat het hierbij niet zou blijven, begrepen de bewoners van Emden donders goed. Al snel werden bunkers gebouwd om bij herhaalde nood een onderkomen te bieden. Door de hele stad verschenen deze betonnen kolossen met dikke muren zonder ramen en met een puntdak om de Britten en naderhand Amerikanen de indruk te geven dat het om gewone gebouwen ging.
Een verstandig besluit, al waren de vele dwangarbeiders er minder blij mee. Zij werkten aan de bescherming van een bevolking die er geen moeite mee had hen uit te roeien. Bovendien werd deze bouwslaven zelden toegestaan te schuilen voor een bombardement. Wie gelooft dat het Duitse volk van niets heeft geweten, is een eersteklas ezel.

De bunkers hebben hun nut bewezen. Iets meer dan 400 bewoners uit Emden lieten het leven door luchtaanvallen en dit is een bescheiden getal als je bedenkt dat na het zoveelste geallieerde bezoek in 1944 vrijwel geen steen meer op de andere stond.
Vandaag de dag staan nog 31 bunkers in de niet al te grote stad. Sommige springen meteen in het oog, voor andere moet je wat meer moeite doen ze te ontdekken.
Het is een fascinerende aanblik. Je loopt om de gebouwen heen en bespeurt nergens een venster. Nog altijd is een bepaalde sfeer voelbaar wegens deze vreemde architectuur. Terecht is één van de obstakels ingericht als museum. Vijf of zes etages hoog kun je het trappenhuis beklimmen en alle vertrekken binnenstappen. De stalen deuren zijn goeddeels weggehaald, een kleine aderlating op de oorspronkelijkheid.

Bunkers. Ook in Nederland staan ze, in soorten en maten. De Stelling van Amsterdam is een mooi voorbeeld. Maar voor modernere en zwaardere bouw moet je in IJmuiden zijn, onderdeel van de Atlantik Wall, de gedroomde en deels ook gerealiseerde defensie linie van de nazi’s tegen de Engelsen en hun trawanten. Ik heb deze aanpak altijd een beetje ouderwets gevonden, want het waren de Duitsers zelf die al in 1940 de betonnen Franse Maginot Linie in geen tijd en met veel lef oprolden. Misschien was de Atlantik Wall vooral een kans voor Hitler om zich te bewijzen als ontwerper. Hij keek immers hemelhoog op tegen zijn kunstzinnige broeder in de misdaad: architect Albert Speer. Samen droomden zij van Germania, een krankzinnige betonnen stad. Hoe het ook zij: Adolf bezat een zekere kunde om bunkers te ontwerpen. Deze hadden evenwel steeds een militaire functie. Bescherming van de bevolking interesseerde hem geen bal.

Eind 2012 verscheen een boek van Martin Kaule, getiteld Bunkeranlagen, met als ondertitel Gigantische Bauten in Deutschland und Europa, bij Weltbild, ISBN 978-3-8289-4697-2.
Een pandemonium van perverse betonbouw komt langs, uiteraard in woord en beeld. Niet alleen uit de laatste wereldoorlog, maar ook wat daarna in Oost en West werd gebouwd in het kader van de koude oorlog. Bunkers om militaire operaties te kunnen leiden, het vege lijf te redden, schepen aan flarden te schieten en vliegtuigen uit de lucht te halen. Bunkers om te werken aan de ontwikkeling van wapens en onderzeeboten bij bevoorrading te beschermen. Beton in de diepte en in de hoogte. Enorme modellen voor honderden mensen en kleine kegels om met een paar man in te duiken als je te laat was om te reageren op het luchtalarm. Bunkers in stad en land, bij havenmondingen en in woonwijken, eertijds volgestouwd met voedsel en wapens, medische voorzieningen, keukens en schoollokaaltjes. Een fascinerend restant van West-Europese beschavingen in nood. Moeilijk te bouwen en kostbaar om op te ruimen.

Ik blijf slechts een half uur in het Bunkermuseum van Emden. Oppervlakkig neem ik nota van artefacten: gevonden schroot, propaganda materiaal, registratieboekjes en medailles. Niets treuriger dan een medaille, uitgereikt wegens een daad van destructie aan iemand die inmiddels dood is.
Ik groet de gastvrouw die mij opgewekt uitzwaait in de wetenschap dat zij de boel kan afsluiten en middagpauze nemen, naar buiten mag, naar licht en lucht. In een opwelling van goedkoop sentiment kijk ik op straat even omhoog. Nee, er is geen vliegtuig te zien, zelfs geen witte condens streep.

Monk
19 augustus 2013
(foto: Monk)

Print Friendly, PDF & Email

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.