Smaak

| Geen reacties

Over smaak valt niet te twisten. Een uitgekauwde opmerking. Hangt er ongewenste discussie in de lucht, dan kun je hieraan snel een einde maken met de opmerking dat is een kwestie van smaak.
Wat is smaak eigenlijk?

Afgezien van de zintuiglijke waarneming, gaat het over onderscheidingsvermogen. Smaak verwijst naar een bepaalde mate van kieskeurigheid. Je hebt gevoelige mensen en betonmolens en dit werkt door in de ontwikkeling. Toch is smaak niet alleen een persoonlijke kwestie. Niemand leeft alleen met zichzelf. Wanneer ik een nieuwe lamp ga kopen, speelt op de achtergrond de vraag mee of mensen in mijn omgeving mijn keuze kunnen waarderen. Zelfs kan het zo uitpakken dat ik, ingeval bepaalde mensen mijn aankoop geweldig vinden, me ga afvragen of ik wel goed bezig ben geweest.

Met smaak onderscheiden we ons, geven we aan waartoe we ons rekenen. We willen verwantschap ervaren of juist afstand nemen. Onderscheiden impliceert oordelen. We keuren het ene goed en het andere af. We zeggen dit zelden hardop, maar trekken onze conclusies. Aan iemand die een abonnement op de Kattenbakkrant heeft, ken ik een geringere betekenis toe dan wanneer de NRC uit de brievenbus steekt.

Smaak is een relatief begrip, gekoppeld aan tijd en plaats, maatschappelijke positie en sociale omgeving. Beoordeling door anderen is onmisbaar. Wat heb je aan een muziekcollectie wanneer je deze niet met een ander kunt vieren? Om tot een groep van gelijkgezinden te mogen behoren, vraag je om acceptatie. Waag het niet om in bepaalde kunstkringen te zeggen dat je Baselitz een knoeier vindt, want dan pissen ze in je glaasje bubbels.

Smaak komt niet met geboorte, maar door opvoeding en leefomgeving. In aanvang vind je meestal leuk of mooi wat je opvoeders en bepaalde schoolgenoten vinden. Later komen daar nieuwe bronnen bij: andere mensen, media, voorwerpen, verschijnselen. Smaak ontwikkel je door vragen te stellen en kritisch te zijn.
Waar mensen een beperkte behoefte, vermogen of bereidheid hebben uit de bekende wereld te treden, ontwikkelt het vermogen tot onderscheiden zich beperkt. In Amsterdam worden dergelijke mensen provincialen genoemd, wat wijst op arrogantie, maar als metafoor verdedigbaar is.
Wie tevreden is met zijn afkomst en geen verhuisplannen heeft, kan immers volstaan met het overnemen van wat van jongs af voorgehouden is. Bijzondere moeite kan achterwege blijven. Slechts veranderende tijden (mode) nodigen hier uit tot enige frivoliteit. Zolang deze niet extreem is, blijft acceptatie in de groep van kracht. Een groep met starre opvattingen is gedoemd, dus is ook de groep gediend met enige souplesse.

Wie echt andere wegen inslaat, heeft werk voor de boeg en kan op zowel uitdagingen als weerstand rekenen.
Eind jaren 60 van de vorige eeuw dienden jonge mannen lange haren te hebben, of zij werden door modernere leeftijdgenoten aangezien voor kleinburgerlijk en benepen, vandaag een slaaf van hun ouders en morgen van het grootkapitaal of een andere uitbuiter. Uit deze terminologie mag u opmaken dat werken niet altijd en overal tot hoogste goed werd gerekend, maar dit terzijde.
De groepsdruk naar non conformisme was groot, de paradox ten spijt. Lang haar onder jongeren was algemeen.
Toch viel het nogal mee met deze Vrije Vogels. Huisje, boompje, beestje bleek een beproefd recept en dus lieten de vrijgestelde hippies na enkele jaren hun haar weer knippen, zochten een baas en spaarden geld om een kleine auto te kopen. Vrouw en kindje erbij en dat was het dan weer.
Toch veranderde het nodige door deze generatie dwarsliggers. Onderkend werd dat het gezag flexibeler moest worden. Eenmaal ingezet, zou de pendelbeweging weer doorslaan, maar dit is een ander verhaal.

Old school gelul, boeien! Ik hoor u wel roepen. In onze tijd zijn we allemaal vrijgemaakte individuen, die van groep naar groep hoppen, als je nog van groepen kunt spreken want de democratie is van iedereen. U roept maar. Vader en zoon gaan samen naar een R&B band en moeder ziet er bij 50 jaar nog uit of ze 23 is. Leuk hoor en niets op tegen, maar het is conformisme naar de tijdgeest, meer precies de jongerencultuur inclusief de commercie. Waar is de vader die roept: zet die teringherrie eens af, want het is slechte en domme muziek met een drumbox en twee vloekende negers?

Onder vlaggen van individuele vrijheid en kritisch vermogen schuilt een lading van conformisme. Op school wordt de pikorde mede bepaald door eisen aan kleding en elektronische gadgets, geformuleerd door de commercie en opgevolgd door de ouders, onder druk van hun kinderen. Geen student gaat voor stage naar Rusland, toch een handelspartner voor de toekomst. Massaal trekt men naar Zuid en Midden Amerika om aan een vaag project te werken. Wie naar Engeland of Denemarken gaat, is een loser: die landen liggen te dichtbij om indruk mee te maken (in de eigen groep).

Smaak verwijst naar de mate waarin iemand als individu blijk geeft van karakter en eigenheid, maar ook naar de wens tot een bepaalde groep of cultuur te behoren. De een doet dit uit gevoelsmatige verwantschap, een ander uit behoefte zich verder te ontwikkelen, een derde uit berekening om er materieel beter van te worden. Smaak is dynamisch en behoort tot de sociale processen. De vraag of een bepaalde smaak goed of slecht is, hangt samen met je vermogen en bereidheid tot zelfkritiek, je maatschappelijke positie en de vraag waar je heen wilt. En of anderen er iets in zien.
Wat resteert, is een handvol eenlingen die nergens boodschap aan hebben of alle hoop verloren. De eerstgenoemden krijgen opportunistische vrienden of bezoek van de politie. De anderen vinden nergens onderdak, meestal in letterlijke zin.

Monk
21 oktober 2013
(foto: Monk)

Print Friendly, PDF & Email

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.