Oude Liefde Roest Niet, deel IV (mijn vader)

Oostzaan

Zijn generatie maakt een lange reis. De auto is aanvankelijk voorbehouden aan dorpsnotabelen als de burgemeester en de huisarts, aan de kruidenier die boodschappen rondbracht plus enkele herenboeren. Mijn grootvader die ook boer was, bezat nimmer een auto en mijn vader moest nog lopend naar school: elke dag 6 kilometer. Tot ik veertien jaar ben, staan er slechts fietsen op ons erf en de Sparta brommer van mijn vader. Hiervan bewaar ik het bijbehorende plastic speldje.

Op een zomerdag wordt onze eerste auto afgeleverd, een tweedeurs Opel Record 1500. Het bezit is bijna onvoorstelbaar. Vader neemt dadelijk de roestpreventie ter hand. Met staalborstel, tactiel en kwast is hij dagen in de weer om bodem en wielkasten te beschermen. Aan de aardappelschuur wordt een garage getimmerd om de Opel te stallen. Deze is voorzien van een schuifdak, een belangrijke bonus. Ingeval de auto te water mocht raken, kunnen wij kinderen op de achterbank ons hiermee in veiligheid brengen. Men bereidt zich vaak voor op dingen die nimmer gebeuren. Aan een gewone aanrijding wordt minder gedacht. Vandaar dat fabrikanten het destijds onnodig vonden veiligheidsgordels in te bouwen.

Met de nieuwe aanwinst worden ritjes gemaakt. Ook bezoeken we een keer de Veluwe. In de auto zitten de 5 personen van ons gezin, plus een oom en diens vrouw. Het is een warme dag. Schuifdak en zijruiten staan wagenwijd open. Om zoveel mogelijk natuur te ervaren, stuurt mijn vader een onverharde bosweg op. Eerder in de week heeft het geregend, reden waarom het pad langgerekte plassen toont. Op zeker moment nadert een tegenligger met haast. Mijn vader draait het raam aan zijn kant dicht. De andere automobilist doet geen moeite uit te wijken en scheurt door een diepe plas, precies op het moment dat hij langszij komt. Water en modder spuiten tegen onze auto. Mijn vader vloekt. Even later breekt de pleuris helemaal uit omdat een flinke lading smurrie door het schuifdak naar binnen is geslagen. Moeder zit onder en de dag is verpest. Hierover wordt nog wekenlang verontwaardigd gesproken.

Enkele jaren later verkopen mijn ouders hun akkerbouwbedrijf. Mijn vader wordt ambtenaar, in de veronderstelling dat hij beter af zal zijn: minder werkuren, eindelijk vakantie en sociaal verzekerd. Dit klopt, maar onderschat wordt dat hij zijn zelfstandigheid inlevert en onderaan de nieuwe ladder staat. Als man die vanaf zijn jeugd altijd zelf beslissingen nam, moet hij nu koffie rondbrengen en kopietjes maken van verslagen. Om de eentonigheid van dit werk te verdrijven, leest hij soms in deze papieren om vervolgens op de afdeling ongevraagd commentaar te leveren.

Toch geniet mijn vader een zeker aanzien. Nu zijn bedrijf is verkocht, ruilt hij de Opel in voor een praktisch nieuwe BMW, sterk genoeg om de eveneens aangeschafte caravan te trekken. De combinatie past bij het nieuwe vrijstaande huis dat mijn ouders in het dorp laten bouwen. Dit alles brengt de chef van mijn vader tot jaloerse razernij en langdurig pestgedrag. Er komt een moment waarop mijn vader zich hierdoor ziek meldt. Op kantoor woedt kennelijk een korte storm, want ineens staat de kwelgeest bij mijn ouders voor de deur.
Scheldt mij maar uit!, roept hij theatraal, geef me een pak slaag! Mijn vader is wijzer en zegt dat hij de baas wel weer op het werk ziet wanneer hij is hersteld. Later zal de chef met vervroegd pensioen gaan. Hij wordt uitgewuifd na een middagje bloemen, gebak en hoongelach.

Mijn vader overleed alweer meer dan tien jaar geleden. Hij liet een BMW 320i na die gewoonlijk onder de gehaakte beddensprei stond. Het leek me zonde een qua model achterhaalde maar puntgave auto te verkopen. Daarbij voelde ik een verbondenheid. Ik heb de auto alweer 15 jaar en de APK vormde nimmer een probleem. Ik onderhoud de wagen dan ook zoals mijn vader ooit begon met zijn eerste Opel en nadien nimmer liet afweten.

Monk
11 april 2014
(foto: Monk)

Reacties gesloten.