Oude Liefde Roest Niet, deel VIII (mijn grootvader)

| Geen reacties

Wormerveer

Gezegend zijn mensen met visie en ambitie, rust en overzicht. Veel absurd gedrag en ongewenste situaties blijven hen bespaard. Hun doelen worden gehaald. Mij is het niet gegeven.

Elke dag rijd ik met de tram van het centrum naar een zielloze buitenwijk. Hier staat mijn kantoor, in de volksmond BH genoemd wegens de golvende beweging die er door een dronken architect in is aangebracht. Wij werken nog met dossiers in kartonnen mappen. Onze opdracht is om vast te stellen in hoeverre iemand recht heeft op een uitkering. Er wordt veel gelachen.

De rit gaat dwars door de stad en duurt natuurlijk lang. De tram is een vervoermiddel uit de 19de eeuw. Er hoort in beginsel een paard voor te lopen. Het knersen in bochten, schudden op rechte trajecten en eindeloos oponthoud wegens overstekend wild op een fiets, maken elke tocht tot een expeditie. Ik haat de tram.

Mijn auto is verkocht wegens onoplosbare roestproblemen. Het verlies knaagt aan mij, reden waarom ik tijdens het reizen eindeloos nieuwe mogelijkheden overdenk. Onderweg zie ik bovendien elke dag het halve wagenpark van de stad. Zat ik maar in een lekkere sportwagen.
Zo kruis ik twee maal per dag een brede weg. Op de hoek is een autohandel. De aangeboden modellen wisselen, maar tenminste één wagen staat lang voor de deur. Het is een witte Triumph TR7, een tweezitter met inklapbare koplichten. Ik wens dat hij snel uit het zicht verdwijnt, maar dit gebeurt niet.

Op een vrijdagmiddag na de werkweek stap ik uit om het voertuig nader te bekijken. Ik krijg de sleutel tegen overlegging van mijn rijbewijs. De baas blijft in de deurpost staan. Hij lijkt niet te geloven in een deal. Ik bekijk de auto van binnen en van buiten, laat de motor lopen en voel of er kraak in de versnellingsbak zit. De koplampen wippen keurig op en verzinken weer in de voorzijde. De auto kost veel geld en dat heb ik niet. Thuis weet ik mijn vriendin zo gek te krijgen mij een bedrag te lenen. Hiermee ga ik terug naar de handelaar. Ik wil de auto, maar voel dat de man van de foute soort is. Eigenlijk zou ik onder curatele gesteld moeten worden, met zakgeld voor sigaretten en elke week een tijdschrift over klassieke auto’s.

Thuis zet ik de TR7 voor de deur. Een apart gezicht in een straat waar vooral gewone, om niet te zeggen arme mensen wonen. Hier onderzoek ik de wagen pas echt goed, om vast te stellen dat er het nodige dient te gebeuren. Vooral de kwaliteit van het plaatwerk laat te wensen over. Ik weet al een fout te hebben gemaakt, maar tegelijk voel ik de kracht van het verlangen. Om met Iggy Pop te spreken: I’m an idiot.

Eén van de eerste ritten in deze merkwaardige, ietwat claustrofobische auto voert naar mijn grootouders. Zij wonen in een polderhuis. Mijn vorige auto stond een paar maanden bij hen in de schuur en ik vind het leuk hen de nieuwe aanwinst te tonen.
Opa en oma zijn thuis. De stemming is bedrukt. Opa voelt zich niet goed. Gedurende mijn hele bezoek blijft hij zwijgend aan de keukentafel zitten. Af en toe draait hij een sigaret, maar legt deze neer zonder te roken. Oma zet thee en ik schaam me omdat ik vergeten ben iets voor deze mensen mee te brengen. Jongeren zijn te veel met zichzelf bezig.

De auto blijkt een miskoop, om het samen te vatten. Ik heb zwaar de pest in, maar kan er niets aan veranderen. Door mijn drastische karakter komt het ervan dat ik de auto abrupt verkoop. Ik wil er vanaf en niet elke dag tegen nog komende problemen en kosten aankijken. Adverteren levert niets op. Dus rijd ik een paar autohandelaren af. Bij een van hen kan ik met grof verlies de auto kwijt. Er resteert juist genoeg om mijn vriendin te kunnen terugbetalen.
Wanneer ik in het kantoortje sta om de zaak af te handelen, verschijnt de handelaar die mij de TR7 heeft verkocht. We zwijgen allebei hardnekkig. De weg naar huis leg ik te voet af. Maandagmorgen moet ik weer in de tram.

Een week later krijg ik telefoon. Opa is naar het ziekenhuis afgevoerd en daar overleden. Er is geen medische reden, de man was gewoon versleten, uitgewoond en op. Met mijn vriendin ga ik naar de begrafenis. Deze vindt plaats in een kleine provinciestad. Noodgedwongen nemen we de bus. Het komt mij voor dat er een zeker verband bestaat tussen het overlijden van mijn grootvader en de TR7, maar waarschijnlijk bestaat dit alleen tussen mijn oren.

Monk
13 april 2014
(foto: Monk)

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.