Afrikaans Denken

| Geen reacties

Meerdere malen kwam ik in problemen met een werkgever. Hier bestonden allerlei redenen voor die je kunt rationaliseren, maar de kern van het verhaal acht ik de aantasting van mijn identiteit.

Nogal een bewering, hoor ik u lacherig denken. Ik snap dit wel. Identiteit is een term die allang aan erosie onderhevig is geraakt. Het woord doet denken aan het gejammer van een puber die geen zin heeft volwassen te worden. Of anders aan een verkooptruc van de middenstand.

Identiteit is een containerbegrip. Het bestaat in de kern uit een overerft karakter. De rest wordt opgebouwd door opvoeding en omstandigheden. Bedenk, dat ik ben opgevoed naar de normen van de jaren 30, de jonge jaren van mijn ouders. Mijn blauwdruk bestaat uit zwart-wit beelden, mijn volkslied is Waar De Blanke Top Der Duinen. Hoe kan zo iemand overleven in een eigentijdse hybride kantoorwereld?
Voor mijn hardnekkige opvattingen ontving ik soms begrip, maar doorgaans werden ze uitgelegd als onwil en recalcitrantie, waar ik van mening was al tot het uiterste te zijn gegaan.

Onderweg en achteraf heb ik hierover geregeld nagedacht. Niet zelden met een schuldgevoel: stelde ik mij niet een beetje aan, verbeeldde ik mij misschien beter te zijn dan anderen die zich toch ook moesten voegen, en zo verder. Zeker is, dat ik honderdvoudig met nare gevoelens de kantoordeur binnenging en nog vaker beroerd weer naar buiten kwam. Met de kanttekening, dat mijn ongenoegen zelden de inhoud van het werk betrof, maar bijna uitsluitend de cultuur, de opvattingen, de mentaliteit.

Natuurlijk, met het klimmen der jaren nemen vermogen en bereidheid tot aanpassen af. Oude bomen laten zich moeilijk verplaatsen. Daarbij is juist flexibiliteit het toverwoord geworden. Zelfs wordt het als leuk voorgesteld om van de hak op de tak te springen. Aan principes heeft niemand wat. Identiteit is onderhand wat anderen je verlenen. Vandaar het succes van Facebook, de narcistische applausmachine bij uitstek.

Wanneer ik een buslading Chinezen zie rondgaan over de grachten, of een meute voetbalfans uit een stadion stroomt, vraag ook ik me af of identiteit als begrip niet al te veel van het goede is. De mensen klitten graag bijeen, dat is gezellig. Of anders zijn ze bevreesd uit de toon te vallen, te worden afgewezen, er alleen voor te staan.

Op kantoor was het niet anders en ik herinner me goed hoe ongemakkelijk ik me voelde wanneer we er als groep op uit trokken voor een of ander. De behoefte aan onderscheid binnen de groep uitte zich voornamelijk in kleding en eigenaardigheden: de eeuwige laatkomer, de clown, de kontlikker en de cynicus. Aanpassing was evenwel de norm.
Ongetwijfeld behoorde ik tot de cynici. Met een doffe grijns op mijn bakkes hoorde ik plannen en toelichtingen aan, verwonderde mij over het opgeklopte enthousiasme, verbeet de weinig kritische opstelling naar geformuleerde doelen, lachte mee om flauwekul van de alfa mannetjes en hun moderne vrouwelijke klonen, bekwaamde mij in bedrijfsterminologie, er kwam geen einde aan.

Het is desondanks niet goed afgelopen met mij. Ik sta buiten de deur, aan de kant. Nog een geluk dat ik een leeftijd heb bereikt waarop mij niet meer wordt gevraagd wat ik wil worden. Milder ben ik niet geworden met de tijd, eerder scherper. Van een afstand toezien heeft zijn voordelen. Ik begin beter te bevatten waarom er uiteindelijk geen andere optie resteerde dan buiten te geraken en verder geweld te mijden.
Zelfs denk ik af en toe: ik ben nog goed weggekomen.

Onlangs bijvoorbeeld kreeg ik een brief onder ogen, gericht aan het personeel van een zorgbedrijf. Mijn humeur sloeg gelijk om. Daar had je weer zoiets.
We willen in het kort terugkijken op de afgelopen periode, maar vooral willen we kijken hoe we het veranderproces wat we als unit doormaken, door allerlei ontwikkelingen vorm kunnen geven.
Hierbij maken we samen met (X), die samen met ons vanuit “de kracht van het Afrikaans denken” op een inspirerend wijze de verbinding centraal stelt.
Het uitgangspunt in dit denken is het benutten van de energie en de ideeën van de mensen met wie je werkt , geef ruimte aan elkaar en ga uit van de mogelijkheden.

Wat staat hier?
Dat het bedrijf na reorganisatie geen behoefte heeft aan reflectie. Van het verleden behoef je niets te leren. Verder gaat het om een democratisch proces waarbij de inbreng van het personeel van groot belang wordt geacht. Hieraan kwam men in het verleden namelijk nooit toe. De nadruk ligt op het wij-besef. Niet de besluitvormers staan centraal, maar de verantwoordelijkheid tot uitvoering van de unit, de verzamelde collega’s. En waar komen deze geweldige inzichten ineens vandaan? Uit Afrika!

De kwaliteiten van dit continent zijn algemeen bekend: een waslijst aan dictators en corrupte ambtenaren, middeleeuwse terreurbendes, levensgevaarlijke ziektes en excessieve rijkdom voor enkelen versus permanente armoede voor de rest.
Gewone Afrikanen hebben noodgedwongen geleerd hun eigen boontjes te doppen en elke vorm van gezag of overheid te wantrouwen. Laat dit een lichtend voorbeeld voor ons zijn!
Onvermeld blijft, welke levenshouding de betreffende zorginstelling als organisatie zal kiezen.

Ik heb een alternatief, oud en beproefd, maar de laatste eeuw in vergetelheid geraakt.
De Apostel Paulus laat via de Bijbel weten: mijn kracht wordt in mijn zwakheid volbracht. En: want wanneer ik zwak ben, dan ben ik machtig (Korinthe). Wat wordt hier bedoeld?

Niet dat u zwelgt in onderwerping of van huis uit een slampamper bent.
Ik lees hierin, dat u zich voortaan niet groter maakt dan u bent en dat juist dit uw onaantastbare kracht zal vormen.
Wij moeten dus af van alle humbug en narcistische opblaaspoppen die het maatschappelijk en politiek leven beheersen. We doen wat nodig is en dat doen we voortaan goed en niet halfbakken. We gaan uit van wat mensen echt nodig hebben en luisteren niet langer naar hun kinderlijk gezanik over onzalige behoeften naar nog meer troep en huizen die zij niet kunnen betalen. Sjoemelende besturen en directies worden afgezet en vervolgd, in Bijbelse termen: met bezemen gekeerd.
U doet uw best in het leven, vooral door naar de ander te luisteren en deze te respecteren, in plaats van deze te beconcurreren en de loef af te steken.

Mooi toch? En dat voor iemand die geen Bijbel bezit en nooit naar de kerk gaat.
Afrika is dichterbij dan u denkt!

Monk
1 juni 2014
(foto: Monk)

Print Friendly, PDF & Email

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.