Een blauwe hemel

| Geen reacties

Een jong kind wordt met zijn moeder opgepakt en afgevoerd naar een concentratiekamp: eerst naar Theresienstadt, later naar Auschwitz.
Terwijl gruwelen zich aaneen rijgen, verstrijkt de tijd in afwachting van een dood die zich aandient als onvermijdelijk.

Otto Dov Kulka is historicus, emeritus hoogleraar aan de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem.

In Landschappen van de metropool van de dood schrijft hij over de grenzen van herinnering en verbeeldingskracht, zoals hij dit noemt. Het is een onderzoek naar de werking van het geheugen en de kracht van verbeelding. Leven binnen een systeem dat is gericht op de dood, is immers een ongerijmdheid van de eerste orde.

De onontkoombare en almaar om zich heen vretende ondergang in Auschwitz wordt in deze persoonlijke mythe De Grote Dood genoemd. Deze is zichtbaar in de vorm van de onophoudelijke mensenstroom richting crematorium en de vlammen boven de ovens. Het leven is teruggebracht tot een bestaan in afwachting van het einde.
De Kleine Dood is de dood die je kunt oplopen door “vrijwillig” het lot te tarten. Zo is er bijvoorbeeld de afrastering van prikkeldraad. Deze staat niet aanhoudend onder stroom, maar soms wel en dan betekent aanraking een wisse dood. Kinderen in het kamp spelen met elkaar wie het draad durft aan te vatten.

Otto belandt met zijn moeder in een familiekamp, de onbegrijpelijke uitzondering op de snelle dood na aankomst. Elke dag is er één en het worden er vele voor het kamp alsnog word geruimd. Moeder is dan al afgevoerd naar een werkkamp en Otto ontsnapt aan de dood met tyfus in de ziekenboeg.
De herinneringen aan het kampverblijf zijn bijna willekeurig, althans niet uitlegbaar naar maatstaven van tijdsvolgorde en logica. Daarbij zijn ze wel scherp, maar ook fragmentarisch.

Het boek is niet bedoeld als reconstructie, maar ontkomt hieraan niet helemaal. Het brein wil immers begrijpen en hierin past het fragmentarische en chaotische karakter van de herinnering slecht. Bovendien valt er zonder logica nauwelijks een leesbaar verhaal te schrijven. Misschien kun je zeggen, dat het boek een poging is om aan de chaos van het brein te ontsnappen en door kunstmatige samenhang het leven iets draaglijker te maken.

Als dit klopt, dan kun je diverse passages aanwijzen die hiervan kenmerken vertonen. Het kind Otto beschrijft soms gedachten die nauwelijks bij een kind passen en onmogelijk te onthouden zijn. Je begrijpt de beschrijving, maar moet aanvaarden dat deze slechts een benadering kan zijn, geen concrete herinnering met punten en komma’s.

Interessant is de beschrijving van de mythe die het kind weeft rond de dagelijkse verschrikkingen. Het is een poging om het absurde en onmenselijke te bevatten en er mee om te gaan. In de mythe behoren de gevangenen en hun bewakers en moordenaars alle onlosmakelijk tot hetzelfde web van wetmatigheden. Wat je ook bedenkt aan pogingen tot ontsnappen of wraak jegens de beulen: alles is futiel wanneer het aankomt op die ene grote waarheid: dat je hier de dood wordt ingejaagd.
De mythe is een strafstelsel, een op zichzelf staande entiteit waaraan alle betrokkenen dienen te gehoorzamen. Gevoelens over gebeurtenissen spelen geen rol.

Levenslang een wereldbeeld meedragen. Otto Dov Kulka ervaart dit wanneer hij eind jaren 60 op de Tempelberg in Jeruzalem is. Hij bevindt zich in een desolaat landschap en is overtuigd hier eerder te zijn geweest. Feitelijk klopt dit niet. Het gaat om een oerervaring uit Auschwitz, welke is weggezakt in het geheugen: niet (eens) van de periode dat de schrijver hier gevangen zat, maar van kort na de oorlog, wegens een bezoek in het kader van processen tegen daders.
De tegenpool in deze blauwdruk is het dominante beeld van schoonheid van een uitgestrekte blauwe hemel met een paar zilveren vliegtuigjes. Het is een beeld van ultiem verlangen en ook dit stamt uit Auschwitz.

Zoals de bekende Britse historicus Sir Ian Kershaw opmerkt: Een buitengewoon belangrijk werk dat iedereen moet lezen.

Monk
13 juli 2014
(foto: Monk)

Otto Dov Kulka: Landschappen van de metropool van de dood. Vertaling: George Pape. Uitgeverij: Spectrum 2013.

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.