Olie en Oorlog

Voor de USA is olie essentieel. Bovenal voor de strijdkrachten, meer precies de luchtmacht die overal ter wereld over bases beschikt (pakweg 700). Zonder olie gaat geen vliegtuig de lucht in en kan de USA haar militair overwicht buiten het eigen grondgebied vergeten. Dit mag natuurlijk niet gebeuren, reden om je te laten gelden op plekken waar olie in de bodem zit.

Nadruk op de winning ligt in het Midden Oosten, reden waarom hier voortdurend strijd wordt gevoerd. Tot het potentieel winningsgebied behoren ook Iran en meer noordelijk Oekraïne. Hoe in Washington over Iran wordt gedacht, mag bekend zijn. Het land wordt gerekend tot De As van het Kwaad, zoals de regering Bush het formuleerde. Reden is dat Iran niet aan de USA wil leveren en bovendien aan een eigen atoombom werkt die een inval minder waarschijnlijk maakt.
Ook in Oekraïne zit nog altijd veel olie in de grond. De Amerikanen zouden deze graag exploiteren of anders tenminste willen onthouden aan de concurrentie, met name China en Europa. Poetin mag een dictator zijn, hij heeft reden om geen Amerikaanse oliewinning te willen aan de landsgrens en Amerikaanse militaire suprematie in de regio hiermee te bevorderen.
Een derde gebied ligt buiten het Midden Oosten: Venezuela. Interessant voor de USA, maar helaas pindakaas zit er een voor Washington nadelig regiem. Reden uiteraard om het land te destabiliseren en tegen te werken.

Aardolie is daarom zo interessant, omdat het een zeer hoge calorische opbrengst heeft, vooralsnog relatief gemakkelijk is te winnen, te transporteren en op te slaan en bovendien weinig arbeid vergt. Met dit laatste worden niet alleen loonkosten vermeden, maar is de kans op onderbreking in de productie (en dus winstvorming) minimaal. Je hebt weinig kans op stakingen, sabotage of zelfs maar besef van de waarde van aardolie door een groter publiek. Olie is geld en olie is macht.
Daarbij dient aardolie, anders dan aardgas, zonenergie of biologische vervangers, tal van andere doelen. Er zijn zelfs nog nauwelijks producten waar geen aardolie bij komt kijken.

De strijd om olie te bezitten en aan anderen te onthouden, is al hevig en wijd verbreid. Denk aan Koeweit en Irak, maar ook aan Libië en de latente ruzies om het noordelijk poolgebied. Het kan nauwelijks anders, dan dat met afnemende wereldvoorraden de kans op conflicten toeneemt.

Ook op andere manieren ondervinden we de druk al. Landen die elkaar vriendelijk gezind heten, beconcurreren elkaar en proberen vriendjes te blijven met de USA. De bewering van ex CIA agent Snowdon, dat de Nederlandse geheime diensten aan de leiband lopen van Washington, lijkt mij alleszins geloofwaardig. Onze premier gedraagt zich bij Obama als een schooljongen en anderen gingen hem voor (De Hoop Scheffer, om iemand te noemen).
Binnen Europa kan het zomaar gebeuren, dat Duitsland een grotere vriend blijkt van de USA dan van bijvoorbeeld Frankrijk. Voor de UK geldt allang dat de band met Washington hoger wordt gewaardeerd dan die met Brussel, Parijs of Berlijn. Verdeeldheid in Europa is de norm.

Een ander probleem met olie is dat, onder druk van de wereldmarktprijs, overal ter wereld uitgebreide landbouwgebieden zijn bestemd voor de teelt van producten die olie vervangen: mais, copra, suikerriet. Het is een politiek die her en der leidt tot ontwrichting van de lokale landbouw en tot voedseltekorten. Het leidt ook tot globalisering van land- en tuinbouwproductie en wereldwijde transporten. Appels en peren worden ingevlogen uit Kenia of Israel, waar ze voorheen werden gekweekt op prima grond in Duitsland of Polen, dus in Europa zelf. Waar hier eerder bomen stonden, groeit nu maïs die tot ethanol wordt omgewerkt. Een onzinnige bezigheid overigens: de calorische opbrengst is laag en de productiekosten zijn hoog.

Regeringsleiders in het westen spreken zich regelmatig uit in de trant dat we af moeten van onze olieverslaving. Mooi gesproken, maar het is kwekken voor de bühne. De ontwikkeling van alternatieven stagneert voortdurend. Dit komt deels omdat er gevestigde belangen zijn gemoeid met olie en investeerders niet op grotere risico’s zitten te wachten, deels omdat er voor olie helemaal geen gelijkwaardige vervanger bestaat.

De wereldvoorraden zijn beperkt. Het zal wijsheid vergen van grootmachten en regiolanden om het niet steeds vaker en tot heviger oorlogen te laten komen. Dat een supermacht als de USA nergens voor terugdeinst, zagen we eerder. En de kwestie is oud: Irak werd ooit door de Britten zelfs afgepaald als een virtueel hek om de olievelden in het land. Met zoiets als nationaliteit of leefgebied voor verwante volkeren had het nieuwe land niets te maken.
Misschien hebben onze bestuurders in Den Haag alsnog gelijk om de nationale voorraden olie en gas vlug op te maken: dan kan er tenminste geen oorlog om worden gevoerd.

Monk
28 januari 2015
(foto: Monk)

Reacties gesloten.