RET jezelf, deel 11

| Geen reacties

Het was een typische kantorenflat. In de hal hing een groot bord met de namen van de ondernemingen die er gevestigd waren. Alles blonk en was brandschoon, tegengesteld aan het halfslachtig opgekalefaterde gebouw waarin ik had gewerkt. Liften zoefden op en neer, maatkostuums glipten kamers in en uit. In de wachtruimte dronk ik koffie uit een stenen kopje in plaats vanuit plastic. Na een paar minuten was ik gewend, concludeerde dat elk kantoor op hetzelfde neerkomt en zette mij voor het raam om naar het verkeer in de diepte te kijken.

De coach was een vrouw en heette Erna. Zij was een jaar of veertig: jong genoeg om vol in het moderne leven te staan, voldoende doorleefd om ervaring uit te stralen en opdrachten naar tevredenheid uit te voeren. Alles aan haar was coach: haar parmantige kleding, kwieke houding, de i5 laptop op het bureau. Hier moesten wel spijkers met koppen worden geslagen.
Het RET traject heeft tot doel Monk zich lichamelijk en geestelijk beter te laten voelen, zodat hij op een breder terrein beter kan functioneren.
Zodat moet opdat zijn, dacht ik onwillekeurig, maar liet het na dit op te merken.
Via genoemde methode kan client leren meer evenwicht te vinden in zichzelf om keuzes te kunnen maken en mogelijk nieuwe strategieën te ontwikkelen.
Het deed denken aan een reclameboodschap: Ariel creëert en er klopte al even weinig van. Ik zat hier omdat ik een keuze had gemaakt, zij het met zoveel tegenzin dat ik het niet wilde toegeven.

Zo was het begonnen. Een aantal keren reisde ik heen en weer. Als huiswerk vulde ik lange vragenlijsten in. Daarboven stak ik veel tijd in het analyseren van de situatie en de redenen waarom ik uit het werk was geraakt. Dat ik dit goed kan, was al eens op een of andere Dag op de Heide van kantoor gebleken. Monk heeft een uitstekende helikoptervisie, heette het toen.

De tweede brief werd op een kille vrijdagmorgen opgemaakt. In de hal van het gebouw noch in de lift kwam ik iemand tegen. De wachtruimte rook naar brand uit de koffiezetter.
Samen met Monk is besloten het RET traject op te schorten vanwege onvoldoende herstel van klachten en stagnering van het behandelproces.
De vaststelling klopte, maar overdreef de positie van mijn behandelaar enigszins. Na vijf of zes zittingen die mij almaar zieker maakten, sloeg mijn bereidheid tot medewerking om. Dit had ik Erna laten weten. Het was genoeg.
Ik zat tegenover haar, keek hoe haar benige vingers over het toetsenbord vlogen. Onwillekeurig vroeg ik mij af hoe het zou zijn met haar naar bed te gaan. Van oude en voorspelbare masculiene onderwerpingmechanismen ben ik kennelijk niet vrij. Het was of zij mijn gedachten kon lezen, want onder haar bureau kruiste zij ineens zedig haar benen met netkousen. Het scheelde weinig of ik schoot in de lach.
Erna was toe aan de redenen waarom de behandeling had gefaald. Zij aarzelde. Ik zag dat zij naar een geschikte formulering zocht.
Volgzaam maar boos, stelde ik voor en ontweek alvast haar blik die zou willen nagaan of ik spotte.
In gedachten schreef ik neer: Monk ervaart de gevolgde methode als te simpel en is boos omdat er niet echt naar hem wordt geluisterd. Toch heeft hij altijd voluit meegewerkt.

Erna schreef iets anders op.
Mijn advies is om vanwege de ernst van de huidige klachten en onderliggende persoonlijke problematiek Monk te verwijzen naar meer intensieve hulpverlening binnen de GGZ, mogelijk EMDR.
Hiermee kon mijn chef het even stellen. Ik zou hem later wel vertellen dat de gesuggereerde behandeling mij te ver ging. EMDR gaat over verwerking van post traumatische stress. Er wordt van alles opgerakeld, waarna de gevoelens hierbij worden omgepoold, zoals het heet. Ik was niet van plan mijn eigenheid te laten verbouwen voor nog eens een jaar of acht ploeteren op kantoor. Aan de situatie hier zou natuurlijk niets veranderen. Ingeval ik een keer liet merken ontevreden te zijn, bleef de chef gewoon antwoorden: dan moet je harder roepen. Bovendien vreesde ik na EMDR nooit meer iets te kunnen schrijven. Mogelijk waren dit evenwel slechts redeneringen, pas ontstaan nadat ik het gebouw had verlaten en ik bij machte was een soort van verdediging te bedenken. Alles moet immers in een sociaal aanvaardbaar verhaal worden gegoten; vooral wanneer je niet werkt maar wel een salaris ontvangt. In de kern van de zaak was ik vooral ongelukkig en wilde af van Erna en haar paperassen.

De seconden tikten voort. Feitelijk was mijn traject ten einde. Opluchting drong als zuurstof door in mijn huid en longen, herstel van benauwdheid kondigde zich aan.
Een kwart van de ratten is resistent voor rattengif.
Gedachten komen niet zomaar op. Ze maken deel uit van een gevoelskader, een manier van denken bovendien. Ik vermande mij en wachtte kalm tot de brief gereed was.

Van alles had ik verteld. Mijn openheid diende zeker niet alleen de coach en haar plannen, maar was een ingebouwde en daardoor nauwelijks bewuste manier om te achterhalen hoe iets in elkaar steekt.
Ik verricht mijn werk omdat er naar mijn oordeel niet anders op zit. Ik doe dit in hoog tempo, nauwgezet en met vreugdeloze verbetenheid. Ik lever waarvoor ik word betaald. Als het tegenzit, merkt alleen een goed verstaander daar iets van. Van binnen word ik dan echter steeds bozer en marcheer als het ware achter mijn eigen opdrachten aan.
Dat het een strategie was van lang geleden, als het ware bedoeld om de van buitenaf opgelegde eisen in de uitvoering zodanig te overtreffen dat er niets meer te eisen viel, hield ik voor mezelf. Wat zou stadse Erna begrijpen van mijn jeugdige beulen in de klei met aan het einde van de dag een bestraffende sneer dat mijn fiets in de weg had gestaan? Waar het gat van het verleden gaapte, deed ik er het zwijgen toe.

De coach probeerde steeds mij de achterkant van een gedachte of opvatting te tonen. Ten einde raad vroeg ze wat ik dan als beste oplossing zag. Hier had ik over nagedacht.
Ik ben niet gewend binnen een dienstverband te denken in termen van wat ik wil. Ik heb altijd geredeneerd vanuit haalbaarheden, ontleend aan hoe ik de situatie beoordeelde. Ik zeg wat de omgeving wil dat ik zeg. Had ik dit nagelaten, dan was ik twintig jaar geleden al ontslagen.
Ik had onderhand begrepen dat voor Erna mijn welzijn van secundair belang was. Terug naar kantoor moest ik, beter functioneren, de zaken meer positief bekijken, mijn cynisme begraven.
Erna vond dat ik een sterke wil had en onbuigzame opvattingen. Gelijk had ze, maar ze vroeg niet hoe ik tot die houding was gekomen. Ik moest me niet zo vastbijten in wat zich aandiende en denken aan kansen en mogelijkheden. Dat was haar advies.

Eerst mocht ik Erna wel, waarschijnlijk geholpen door de omstandigheid dat ik bij haar op enig begrip kon rekenen. Zij kende de werkvloer en had meer klanten gehad met vergelijkbare verschijnselen.
Dus was ik openhartig op het naïeve af, bereid mij tot diep in de bek te laten kijken.
Dit veranderde toen het mij begon te dagen dat zij een eigen agenda had en een uitstekend boekhouder bleek. Steeds wanneer ik buiten het wenselijk geachte pad kwam, gleed haar aandacht weg, trommelden haar benige vingers op alles wat ze tegenkwamen en zag ik haar zoeken naar een mogelijkheid mij te onderbreken. Zelfs ging ze een keer een urenstaatje invullen, als een dokter die alvast berekent wat de pillen kosten.

Hardnekkig probeerde ik haar bij te sturen, maar hiervan was ze natuurlijk niet gediend. Zo kwam ik na lang aarzelen tot het besluit verdere behandeling te staken. Erna hoorde mij aan en had geen noemenswaardig verweer. Hierna berekende zij vliegensvlug dat er nog maar 1 zitting openstond. De andere zou zij in berekening bengen. Op de terugweg had ik een leeg gevoel. De coach kon mij niet op een presenteerblaadje afleveren bij de chef op kantoor. Dat had er nog aan ontbroken. Voor de rest was ik terug bij af.

Monk
25 april 2013
(foto: Monk)

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.