RET jezelf, deel 3

| Geen reacties

Zo bereikte mij in de zomer het nieuws dat de dienstverlening op de schop ging.
Hiermee werd bedoeld dat het verstrekken van informatie en bieden van ondersteuning aan de buitenwacht (burgers, instellingen en particuliere bedrijven) gestroomlijnd diende te worden, samengebracht in een enkel systeem. Over personele gevolgen werd niet of nauwelijks gerept. Je moet de mensen eerst een aantrekkelijk vooruitzicht bieden, daarna van een bepaalde noodzakelijkheid doordringen en pas in laatste instantie met de gevolgen voor hun eigen werk confronteren.

Verstandig is het om de maaltijd op deze manier op te dienen. Mensen gaan vrijwel altijd voor hun eigenbelang en tellen graag hun knopen. Het kan zelfs prettig zijn vanaf de zijlijn te kunnen toezien hoe het anderen vergaat. Soms ontstaan mogelijkheden om van buitenaf in te schuiven. Gebeurt dit, dan zit je voorlopig gebeiteld: je voorkomt dat je in de toekomst binnen de eigen afdeling hetzelfde moet doormaken. Strategisch denken, heet dat en sommigen zijn er buitengewoon goed in.

Of ik bij de baas wilde komen. Het brein functioneert vele malen sneller dan welke gemeentelijke computer ook, dus na het razendsnel wegstrepen van mogelijke redenen voelde ik de bui al hangen.
In de kamer van de baas was niemand. Ik stond daar, keek op mijn horloge en probeerde naar de kamer te luisteren, dat is een indruk te krijgen van wie hier gewoonlijk werkte. Een jas aan de kapstok, ditjes en datjes op het tafelblad, de plaatsing van de bureaustoel. Ik concentreerde me, maar voelde niets. Hier werkte iemand in het luchtledige, een manager met een machinaal leven.
Even later kwam de baas binnen, in zijn kielzog de chef van een andere afdeling dan de mijne. Korte groeten werden uitgewisseld. We namen plaats. Beide mannen bekeken mij alsof ze me voor het eerst zagen. Natuurlijk: er kwam koffie. Ik deed mee om niet uit de toon te vallen, mezelf instinctief als team-player te presenteren. Immers, wanneer iemand aangepakt moet worden, wegen kleine menselijke dingen, zelfs voor managers. Een korte uitleg volgde. Dat de sector verplicht was een bepaalde hoeveelheid formatie-uren te leveren ten behoeve van het op te richten 1-loket systeem, enigszins militaristisch aangeduid als Front Office. Ik luisterde aandachtig. Het woord verplicht bleef hangen. Verplicht, door wie?
Voel je er wat voor om in dit nieuwe systeem te gaan werken?
Waarom zou ik?
Dat dacht ik al.
Hoe snel kan het gaan. De baas knikte. Hij had het al voorzien: Monk heeft geen trek om aan een balie te werken.
En mij was aanstonds duidelijk dat hij niets te bieden had.
Nieuwe uitleg volgde. De nadruk van mijn werk daarginder bleef liggen op het werkveld waarin ik al was aangesteld.
Dat betwijfel ik.
De chef van de andere afdeling glimlachte. In de wandelgangen hadden we elkaar soms gedag gezegd en een paar woorden gewisseld. Ik was vergeten hoe hij mij kende of waarom hij mij wilde kennen.
De baas trok zijn wenkbrauwen op. Zijn benen wiebelden bijna ongeduldig. Ik liet me verleiden tot een toelichting.
Het wordt gewoon baliewerk, over dit en dat en van alles.
Daar ben je toch zelf bij?

Een vage ergernis diende zich bij mij aan.
Ik weet hoe die dingen gaan. Vandaag is iets bijzonder, morgen gewoon en overmorgen weet niemand beter dan dat het altijd zo is geweest. Bovendien.
De baas nam weer over. Zo kwam je niet vooruit.
Er zijn bijeenkomsten gepland om dit in te vullen. Daar zijn alle betrokkenen bij.
Alle betrokkenen. Daar hoorde ik onmiskenbaar bij.
Mijn ergernis ontwikkelde zich tot drift. Als het om mijn baan ging, liet ik me niet meteen het kaas van het brood eten.
Bovendien zie ik niet in waarom ik mij daarginder nog druk zal maken over het werk hier.
Zo. Daar konden de chefs het even mee doen. In mijn achterhoofd diende zich een soort kramp aan. Ongemerkt bewoog ik mijn hoofd een beetje heen en weer om het ongemak op te heffen. Was het niet voldoende te zeggen dat ik het voorstel afwees?

Ik zat alweer op mijn plek. De kamergenoten werkten gewoon door. Ze hadden hun eigen besognes en daar hoorde geen overplaatsing bij deze keer. Mijn hart bonsde. Godverdomme. Een baliefunctie. Terug naar Af. Een elektronisch bord met klantnummers voor je neus.
Voor de eerstvolgende maandag was alvast de introductie vastgelegd over de Front Office, in het andere gebouw.
Ga er gewoon heen. Dan kun je zien wat het inhoudt. En je houdt meteen ons op de hoogte.
De laatste opmerking had een beetje samenzweerderig geklonken. Ik zal wel geknikt hebben. Te kiezen was er niets.
Ik schoof het lastige subsidierapport waaraan ik werkte van me af. Wat zou ik me nog inspannen als ik even zo makkelijk werd opgedoekt?
Hoe ging het? Toch een vraag van een collega.
Het ging zoals ik al dacht.
Gelach. Ik lachte een beetje mee.
De rest van de dag deed ik niets. Zodra ik thuis was, ging ik op bed liggen en viel in slaap.

Eenmaal met een haak in je bek, ben je nog niet waar je wil wezen.
De baas stond alweer aan mijn bureau. Of ik een overzicht wilde maken van mijn werkzaamheden. Zo kreeg de man beter zicht op waar ik mee bezig was. Vreemde zaak: ik deed het werk onderhand een jaar of zeven, veel langer dan hij baas was of zelfs op de gemeentelijke loonlijst stond. Eveneens werd voorbij gegaan aan de gegevens die ontleend konden worden aan het zogenaamde tijdschrijven, bedoeld om inzicht te verstrekken over de hoeveelheid tijd die aan bepaald werk was verbonden.
Ik borg mijn gewone werk op in een bureaulade. Erg gemotiveerd was ik toch al niet en het leek me een goede oefening in het edele schaakspel om de baas snel van informatie te voorzien.
Meerdere afwegingen kruisten nu mijn pad. In hoeverre kon ik afwijken van wat eerder aan tijdschrijverij was ingediend? Hoe kon ik inhoudelijk werk benadrukken zonder dat dit zou opvallen? Welke bestaande dienstverlening, onmiskenbaar verbonden aan mijn baan, kon ik zo beschrijven dat een generalistische baliemedewerker hier geen chocola van kon maken, met als gevolg dat dit werk bij deze afdeling moest blijven?
Hieronder zeurde een andere en meer destructieve vraag: of het mij nog veel kon schelen of mijn baan bleef bestaan, nu bleek dat er bij de eerste de beste opdracht van bovenaf geen stuiver voor werd gegeven. In mijn agenda noteerde ik het woord genadebrood. Hierna stond ik op om koffie te halen, koffie voor iedereen in de werkkamer.
Ik leverde mijn opdracht nog dezelfde dag in en voerde de resterende tijd lege gesprekken in de wandelgangen. Daarna ging ik uitgebreid eten in de kantine.

Natuurlijk werd het geen reorganisatie genoemd. We moesten het begrijpen als een rationalisering, een herstructurering, een logisch gevolg van verschuivende  stromingen in het werk in een altijd veranderende samenleving. Er zou zorgvuldig worden gekeken naar bestaande werkzaamheden, teneinde te kunnen bepalen waar enige bijsturing nodig was.
Zo ging het nog een tijdje door, bijvoorbeeld over kansen en uitdagingen. De kracht van verbaal geweld wordt immer onderschat. Door bepaalde woorden aan situaties en processen te verbinden, nemen de aangesprokenen de impliciete betekenis van de gevoerde taal over en passen hun denkwijze aan in een richting die ze niet zelf hebben gekozen. Dat managers zich minder vaak van dit fenomeen bewust zijn, wijst des te meer op de achteloosheid waarmee zij hun dominantie uitoefenen.

Mijn rapport viel in goede aarde. Stomverbaasd was ik dat de baas mij liet weten dat hij nu een uitstekend inzicht had in mijn werkzaamheden.
Maandagochtend om half negen betrad ik een vergaderruimte in het andere gebouw. Tafels en stoelen waren in blokvorm neergezet. Er stond een flip-over, de opvolger van het aloude schoolbord. Ik zag een schema, maar had geen zin het te lezen. Hier trof ik onder de anderen een paar collega’s van mijn afdeling. Zij stonden kennelijk ook op de transferlijst. Niemand scheen zich druk te maken over op handen zijnde veranderingen.

De aanval is de beste verdediging. Ik deed intensief mee en kreeg het voor elkaar dat mijn werkzaamheden als te specifiek en niet passend in het voorgenomen algemene informatiesysteem werden beoordeeld. We dronken maar weer eens koffie. Er stond een schaal met koekjes op tafel. Ik keek rond, begreep dat de voorzitter alweer een volgende klus in het vooruitzicht had en op het punt stond haar dienstverband te verlaten. Niettemin geloofde ik geen moment dat mijn zogenaamde succes het gewenste gevolg zou hebben. Het eindverslag over haalbaarheid en implementatie zou immers door diverse stadia geloodst moeten worden, langs mensen komen die er een eigen agenda op na hielden. Na afloop liep ik een rondje over de Dappermarkt en keerde zonder gezelschap terug naar mijn werkgebouw. Er was nog een uur te gaan, maar ik had geen zin in toelichtingen of vragen. Ik stapte in mijn auto en vertrok.

Het kan verkeren. De baas vond andere liefhebbers voor de Front Office. Ik mocht gewoon blijven. De man bezorgde mij zelfs een nieuwe aanstelling, ter bevestiging van een positie die ooit zijn bestaansrecht opnieuw zou moeten bewijzen. Opgelucht bekeek ik de handtekeningen, werkte mijn achterstanden en het tijdschrijven bij en keek uit het raam. De druk was van de ketel. Toch was er iets onomkeerbaar veranderd. Het was moeilijk aan te wijzen. De verandering zat in mijn hoofd.

Monk

5 februari 2012

 

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.