RET jezelf, deel 7

Vermoedelijk denk ik tamelijk zelden. Overdag kom je er nauwelijks aan toe, beziggehouden door wat het dagelijks leven nu eenmaal meebrengt. Je draait op de automatische piloot. De nacht is om te slapen, te dromen en te piekeren. De slaap is het onbewuste, het ontoegankelijke. Dromen vergeet je meestal en het is arbitrair er een betekenis aan te verbinden. Piekeren is denken in een dwangbuis: het maakt je somber, doodmoe en resultaat blijft uit. Dus ben je afhankelijk van korte episoden die niet toevallig samengaan met momenten van vrijgesteldheid en ontspanning. Denken heeft rust en stilte nodig. Het bewijs voor deze stelling is te vinden in de omgekeerde situatie: bij herrie en toenemende druk in een door anderen gewenste richting kom je steeds moeilijker tot zinvolle gedachten. Voor mij geldt dit tenminste.

Als kind en jongeling werkte ik vaak op het land van mijn ouders. Meestal was het een tredmolen van repeterende handelingen. Je moet ermee opgroeien om het te kunnen volhouden.
Juist in deze saaiheid en verveling leerde ik spelen met mogelijkheden, zoeken naar oplossingen, veronderstellingen tegen elkaar afwegen, geringe kwesties in perspectief plaatsen en verbinden met andere, in zichzelf even onbeduidende zaken. Je handen doen het werk en je gedachten zijn vrij. Het gaat hierbij niet slechts om het rationele proces van plussen en minnen, maar om de dagdroom, het wegdrijven, in vrijheid meegaan in richtingen die door het rationele op voorhand worden afgewezen, het vinden van de juiste snaar in je gevoel. Gelegenheid genoeg om uit te groeien tot een zwever, denkt u misschien, maar hiervoor was de realiteit net iets te rouw. Als je de hele dag met je laarzen in de kille klei staat, is de kans gering dat er een mysticus uit je verrijst.

Met de volwassenheid dienen zich niet slechts nieuwe plichten aan, je belandt ongemerkt in een proces van verinnerlijking, van identificatie met wat in aanvang de omgeving van je verlangt. Je wordt je eigen bevelenmachine. Deze draait het beste op testosteron. Ofwel: van lieverlee raakte ik sterker geïnteresseerd in de vrouwen en met door arbeid verdiend geld kocht ik de wonderbaarlijkheden die het gemak dienen en tot waardering leiden bij de mensen met wie je omgaat. Er was een tijd waarin dit verschijnsel ideologisch werd geduid met inkapselen.

Een half leven of meer heb ik hiermee gevuld. Van de werkgever ontving ik een oorkonde voor 25 jaar trouwe dienst. Achteraf heb ik vastgesteld ik dat de berekening hiervan niet deugde, een bewijs voor je geringe belang als werknemer. Voor de goede orde: ik heb er langer gewerkt. Welvarend naar eigentijdse maatstaven ben ik nooit geworden, maar ik had een goede gezondheid en in de liefde vond ik compensatie. Niet omdat ik zoveel relaties had, maar omdat ik goede vrouwen trof. Kwaliteit boven kwantiteit.

Op de achtergrond bleef een permanente ruis van twijfel en wrevel. Ik negeerde de oorzaken, was niet bij machte er radicaal afstand van te nemen, maar handhaafde wel een schaduwbestaan. In dit parallelle leven schreef ik mijn gedachten op, beluisterde of maakte muziek, fotografeerde wat mij boeide zonder dat ik dit meteen kon uitleggen, las belangwekkende boeken, cultiveerde onderkoelde humor en vergat nooit waar ik vandaan kwam. Ik ben altijd mijn eigen dubbelganger geweest.

Zelden beschouwde ik loonarbeid als uitdaging of kans. Niet eens om het werk zelf, maar wegens de opvattingen en procedures waarin je moet meedraaien. Ik deed mijn plicht, hield me op de vlakte en dacht er het mijne van. Te vaak verloor ik uit het oog dat denken in een door anderen bedacht scenario de rijkdom in je brein langzaam maar zeker aantast. Het voert naar vervreemding van jezelf en anderen weten op den duur evenmin met wie zij te maken hebben. Zo liet een collega bij het zien van mijn BMW verwonderd weten dat hij mij had ingeschat op een Fiat Panda. Reden om hem te zeggen dat het een 6 cilinder betrof, met electronisch motormanagement en sperrdifferentieel. Ook op straat gaan de krachtmetingen door.

Zolang je buigzaam bent, overkom je teleurstellingen wel. Deze waren en bleven talrijk. Een akkefietje hier, een onrechtvaardigheid daar, een opportunistische baas zus, een zinledige bedrijfsmissie zo. Er is altijd wat, zoals de eeuwige drang tot dominantie onder mannen, welke leidt tot aanwijsbaar verkeerde besluiten en humor zo fris als de baard van sinterklaas. Zo heb ik ooit een verse chef meegemaakt die voor het voltallige personeel platte teksten ging zingen na het drinken van een half kratje bier. Zelfs na drie nummers dacht hij nog steeds leuk te zijn. Vrouwen zouden een zegen voor ieder management kunnen zijn, maar helaas hebben de meesten van hen zich de bekende alfa eigenschappen aangemeten voor ze chef mochten worden. Veerkracht is wat wij nodig hebben, maar aan alles komt een einde.

Ongewenste toestanden leiden vroeg of laat tot verzet. Hiervan bestaan vele vormen. Je hebt obstinate mensen die meteen de confrontatie zoeken. Anderen bewaken hun terrein met slimheid. Een enkeling stapt in het systeem om het van binnenuit aan te pakken. Verzet is een poging om ongewenste machtsuitoefening te weerstreven of eraan te ontkomen.
Mijn specialisme op dit vlak werd onzichtbaarheid. Op het werk deed ik waarvoor ik was ingehuurd. Ik liet mijn gezicht zien als het niet anders kon, nam stevig deel aan discussies om krediet te winnen en lekte weg uit gezelschap dat mij tegenstond. Bij een reorganisatie vroeg de chef zich af wat ik elke dag deed. Hij liet mij een overzicht maken en was hiermee blij als een kind. Ik onderhield een klein maar adequaat netwerk, probeerde geen vijanden te maken en dankte Darwin wanneer de dag om was.

Het eigenlijke denken viel mij allengs zwaarder. Vermoeidheid begon de boventoon te voeren. Chagrijn begon mijn gezicht te tekenen. Omdat ik aanvoelde wat er gebeurde, begon zich een onderhuidse strijd te ontwikkelen. Je wilt niet zomaar afhaken en er moet brood op de plank. Hoelang kun je dit volhouden?
Tamelijk lang, als ik erop terug kijk. Veel te lang. Vakbekwaamheid en routine keren zich soms tegen je. In het leven komen betrekkelijk lange statische perioden voor, afgewisseld door plotselinge veranderingen. Op een dag begreep ik dat er aan de poten van mijn stoel werd gezaagd. De organisatie werd weer eens doorgelicht, veranderingen hingen in de lucht als roofvogels boven een graanveld. De last werd te zwaar. Een nieuwe vorm van verzet diende zich aan: ik werd ziek.

Bennie Jolink van de band Normaal liet eens weten liever alle botten in zijn lichaam twee keer te breken, dan één minuut in een depressie te zitten. Bennie is van al deze markten thuis, dus zijn uitspraak is op ervaring gebaseerd. Aan collega’s die met sportbeoefening een knie verpesten en zes weken thuis zijn worden bloemen en leuke kaarten toegestuurd. In mentale neergang en verwarring ben je op jezelf aangewezen. Opgetrokken wenkbrauwen zijn het minste waarop je mag rekenen. Er worden weliswaar coaches en therapeuten aangesleept om je terug te leiden naar de arbeidsmacro waarvoor je bent ingehuurd, maar op mededogen, laat staan sympathie behoef je niet te rekenen. Terecht, zult u zeggen en ik geef u gelijk. Alleen: de methode bleek vergeefs en ik voelde aanhoudend mijn verborgen verzet tegen de beoogde doelstelling. In de nacht werd ik zwetend wakker en trok de enig juiste conclusie: ik moet daar weg.
Denken is uiteindelijk een genade waarin ratio en gevoel, inzicht en angst samenvallen tot een waarheid die je niet mag negeren.

Monk
11 maart 2013

Reacties gesloten.