RET jezelf, deel 8

Het leven is kort en turbulent. De ene dag verspeelt zoonlief zijn mobieltje, een week later maakt papa promotie, de vakantie naar Vietnam wordt geboekt, de cavia is ineens dood. Het gaat maar door. Er wordt gefeest en gestolen, de buren maken herrie op onzalige uren terwijl de politie bij de snackbar een patatje staat te eten. We worden verliefd, trouwen, krijgen kinderen of nemen twee poezen. Het gebeurt allemaal. Drama hoort bij het leven.

Wanneer je alles bijeen veegt en er als het ware een infrastructuur over legt, wordt een algemener beeld zichtbaar. Overal is wat, al worden lusten en lasten niet altijd eerlijk verdeeld. Verder hunkeren we allemaal naar aandacht en erkenning. We doen bijna alles om geaccepteerd en gewaardeerd te worden. We’re all under the same starrs.
Hoe om te gaan met het leven? Door ons aan te passen. Niet alleen naar omstandigheden en in gedrag, maar vooral in ons hoofd, in de gedachten en opvattingen over wat ons dient. Het gangbare van vandaag kan het onvoorstelbare van morgen zijn en alleen een dwaas die er langer dan strikt noodzakelijk van opkijkt. Vergeten heeft veel te maken met aanvaarden.

In deze tijd van mediageweld worden rust en regelmaat voorgesteld als saai en verwerpelijk. Zo kun je vaststellen dat zelfs de betekenis van woorden verandert met de tijd. Het zijn zeker niet alleen jongeren die zich uitsloven en in de nesten werken. Op tv en internet wordt de vaart erin gehouden als middel om aandacht te trekken en gedrag te beinvloeden. De ratrace van produceren en consumeren wordt bovendien gebracht als een vorm van vermaak. Niets leuker dan de lat alsmaar hoger te leggen, te sporten tot je groen en geel ziet en je moet bovenal bijdehand zijn. Uiteraard mag jou niets overkomen, dus haal een pakket aan verzekeringen en rechtsbijstand in huis. En voor de rest: have fun en shopp till you drop.
Desondanks is sleur nog altijd de maat der dingen en zijn mensen vooral gewoontedieren. Om zes uur in de avond zitten Henk en Ingrid aan de eettafel en tijdens een wedstrijd van het Nederlands Elftal kun je op straat een kanon afschieten zonder iemand te raken.

Na deze lange aanloop volgt een korte vaststelling: mijn leven is zo modaal dat ik ervan moet gapen.

Veel mensen maken ongeveer hetzelfde mee. Dit ligt voor de hand, want de maatschappij dient, om met de premier te spreken, op koers te blijven. Dit veronderstelt dat alle neuzen dezelfde kant uit moeten, waarmee vergelijkbare levens voor de hand liggen. Afwijkingen dienen om de veiligheid van het gangbare te tonen.
Zelfs binnen het bestaan van een individu is herhaling aan de orde van de dag. Niet alleen van dag tot dag, maar ook op macro niveau.

Zo belandde ik een paar jaar geleden in de versukkeling en maakte kennis met het circus van hulpverleners en controleurs. Een hele verandering, hoor ik u denken, maar nieuw was het allerminst. Nagenoeg hetzelfde gebeurde mij 15 jaar eerder, in dezelfde stad bij dezelfde werkgever. De verschillen zitten in de details. Niemand had kennelijk voldoende bijgeleerd: de organisatie evenmin als ik. Je verandert een ezel niet snel in een paard.
Hoe ging het destijds? Na een lange periode van negatie, wantrouwen, achterbaks gedrag en peptalk zonder werkelijkheidszin te hebben ervaren, stond ik op van mijn bureau en zei tegen mijn verbijsterde kamergenoot dat ik naar huis ging en het lang kon duren voor ik terug zou komen. De stress en weerzin waren mij boven het hoofd gegroeid. Vooraf ruimde ik zorgvuldig mijn ladekast uit, overtuigd dat de chef in zijn nauwelijks beheersbare razernij er alles aan zou doen mij na te trappen en hiertoe belastende zaken te vinden. Het natrappen vond inderdaad plaats, maar echte stokken om mee te slaan heeft de man nooit gevonden. Een paar jaar later was hij dood. Over een eventueel verband tussen een en ander wil ik graag met u afspreken in een café, op voorwaarde dat u de rekening betaalt.

Ik meldde mij ziek en dat was ik ook. Het waren andere tijden en ik trof een bedrijfsarts met geduld en begrip. Hij had veel klanten van de dienst waaruit ik was gedrost. Slechts een enkeling bezocht het spreekuur omreden van een lichamelijk gebrek. Gewoonlijk ging het om werkdruk en de interne gang van zaken. Voor wie oplet, is er weinig nieuws onder de zon. Ik bezocht de witjas eens in de maand. Hij verwees mij naar een psycholoog. De analyse die deze man maakte, kon 15 jaar later naadloos op de nieuwe situatie worden gelegd. Zelfs de kans op herhaling van uitval werd erin voorspeld.

Ook destijds werd vanuit de organisatie gedacht aan herstel via een eenvoudige ingreep: verandering van werk. Een goed plan, maar hoe verliep de uitwerking?
Ik werd door het concern naar een kantoor gestuurd waar een slepend conflict gaande was tussen directie en de staf, zeg maar: tussen de bevelhebber en zijn officieren. Ik herinner u eraan dat ik uitgerekend met een burnout wegens een arbeidsconflict was uitgevallen.
Een ongelukkig toeval? Een uitgevallen collega met als bijkomend probleem dyscalculie werd voor werkzaamheden achteloos naar de afdeling Boekhouding gestuurd. De verwijzingen berustten op desinteresse en eigenbelang.
Mij werd gevraagd het probleem van dreigende rebellie in kaart te brengen, erover te rapporteren en zo mogelijk op te lossen. Zonder bevoegdheden uiteraard, want de baas geeft alles uit handen behalve de regie.

Ik sprak een norse directeur die buien zag hangen, passeerde op de gang twee grijnzende stafleden en besloot enige ordners met bewijsmateriaal ter bestudering mee naar huis te nemen. Computers waren slechts beperkt in gebruik. In het weekeinde las ik verslagen en notulen. Het ging onmiskenbaar over de conflicten met mijn eigen chef. Je behoefde alleen wat namen te verwisselen. Op maandagochtend meldde ik mij weer op het nieuwe kantoor, verklaarde dat er maar een ander voor de klus gezocht moest worden en ging in de stad koffie drinken.

Maanden verstreken. Ik werd met een volgende opdracht naar het hoofdkantoor gezonden. Het was een publiek gebouw, dus kon je zomaar naar binnen. Al op de eerste trap begon ik te trillen en te schudden. Ik vermande mij: het ging natuurlijk om koud water vrees. Met tegenzin ontdeed ik me van mijn jas, maakte kennis met deze en gene en werd aan een bureau gezet. Het was de bedoeling dat ik de taken overnam van iemand die veel geschikter was dan ik ooit zou worden. Mijn voorganger was als het ware geboren om te regelen en te lobbyen, zijn oor te luisteren te leggen en tussen obstakels te laveren. Drie weken hield ik het uit. Toen pakte ik jas en tas en ontvluchtte het gebouw of het op instorten stond.

Toegegeven: mijn herinneringen zijn chaotisch en aangetast. Een herinnerd verleden verandert onherroepelijk. Beelden en losse woorden staan me bij. Ik zie de wachtkamer van de psycholoog, zijn kat die op schoot wil zitten. Ik fiets erheen op een wrak zonder remmen, probeer bijtijds een brug te passeren ondanks neerkomende slagbomen. Het resulteert in een zware slag op mijn rug. Ik moet mij vaak en langdurig beroerd hebben gevoeld, want schrijven en fotograferen deed ik nauwelijks. Forse gaten in de registratie van mijn schaduwleven tonen het bewijs.

Na wisseling van meerdere seizoenen moest ik mij melden in een intimiderend gebouw. Ik verzette mij tegen algehele afkeuring, vond dat ik tenminste voor 50% kon werken. Was ik maar wijzer geweest. Ik verloor bovendien mijn aanstelling en het verweer tegen deze ingreep. De man die mij vakkundig de das om deed, was een bekende jurist die mijn naam verkeerd uitsprak. Hij hield staande dat binnen het concern geen ander werk voor mij was.
Ik denk dat niemand geloofde dat ik ooit weer aan de bak zou komen. Ik was een andere overtuiging toegedaan. Deze berustte niet op voorkennis of geheime contacten. Het was gewoon onnozelheid.

En toch. Binnen een jaar zat ik andermaal in het hoofdkantoor van mijn oude werkgever. Ik was gebeld. Ergens had ik nog een bondgenoot. Dit denk ik tenminste graag. We kwamen bijeen in een vertrek van de directie. Er was uiteraard volop koffie.
Het ging om een Project waarvan al een succesvolle Pilot had plaatsgevonden. De zaak werd nu over de hele stad uitgerold. Dit ging gebeuren door een groep boventalligen, ofwel uitgestotenen en lastpakken.
Het trillen en schudden in mijn armen en benen bleek verdwenen. De stemming in de groep was balorig. Een dikke Surinamer bedacht de naam Dirty Dozen voor ons samenraapsel van randfiguren. Onze baas leek knettergek en deed weinig om deze indruk te ontkrachten. Iemand zei tegen zijn buurman dat deze hem deed denken aan een geschoren lama. Ik lachte mee met de anderen. Misschien werd het nog wat.

Monk
12 maart 2013

Reacties gesloten.