RET jezelf, deel I

| Geen reacties

Geregeld betrap ik mezelf op vergeetachtigheid. Ik loop naar een vertrek om iets te doen of te halen. Eenmaal ter plekke kan ik met geen mogelijkheid bedenken wat de reden van mijn komst is. Hiertoe moet ik soms terug naar om mijn voornemen alsnog te achterhalen. Mijn korte termijn geheugen hapert, maar ik krijg compensatie.
Puttend uit ervaring en minder gehinderd door competitiedrang en hormonen reiken mijn inzichten iets verder dan mijn neus lang is. Het analyseren en onderkennen van verbanden gaat me prima af en mijn verbale capaciteiten zijn zelfs beter dan ooit.
Omdat mijn waarden en opvattingen onderhand vastliggen, kost het minder tijd en worsteling uit te maken wat deugt en wat niet. Het is bovendien zo, dat ik geen zin heb nog overal op in te gaan.
Was ik een Indiaan, dan zat ik aan bij de Raad der Wijzen. Gezond verstand zou mijn leidraad zijn.

Lichaam en geest gaan het meest gelijk op in de stabiele levensfase, zeg tussen 25 en 50 jaar. Jongeren zien er vaak meer volwassen uit dan hun gedrag doet vermoeden. Bij het afdalen van de levensberg lopen de zaken opnieuw uit elkaar.  Meestal is de geest sterker dan het lichaam. In zijn laatste dagen kon mijn vader onverminderd helder denken en formuleren. Het had er alle schijn van dat de ziekte waaraan hij leed wel zijn lichaam vernielde, maar niet zijn brein. Zijn wilskracht bleef al hemelaal buiten schot, maar hij was dan ook een Monk.
De gang van zaken paste bij zijn opvatting, dat het lichaam slechts werktuig is. Een breed aangehangen standpunt, dat ik niet deel. Ik vind niet dat je alleen je brein bent* maar ook de rest van je lijf en bovendien onlosmakelijk onderdeel van groepen en een cultuur. Trouwens, hele volksstammen denken vanuit een heel andere plek van hun lichaam dan hun hoofd, dus waar hebben we het over.

Toen de fatale mededeling van de arts kwam, was de voornaamste zorg van mijn vader greep te houden op zijn gedachten tot de wisseling van licht en donker een feit zou zijn. In deze even dramatische als fascinerende fase vreesde hij bovenal  dement te worden en onzin uit te kramen. Dat zijn lichaam hem in de steek liet, beschouwde hij min of meer als bijzaak. Als we samen waren, vroeg hij bezorgd of ik vond dat hij geestelijk nog
in orde was. Dit kon ik met enige opluchting bevestigen, want ik weet niet of er omstandigheden zijn waaronder je tegen je vader mag liegen.

Er is een trend gaande om het brein als centrum van de mens onder de loep te nemen. Het is immers de kerncentrale waarop de hele fabriek draait. Microscopisch, chemisch en elektrisch wordt de grijze kluit nauwlettend onderzocht. Stofjes, daar gaat het om, neurotransmitters als serotonine en endorfine. Bestudeerd wordt waar minuscule elektrische stroomstoten zichtbaar worden. Het aantal knooppunten en verbindingen in een hersenpan is gigantisch en bovendien aan verandering onderhevig. Vindt ergens kortsluiting plaats, dan wordt voortaan een omweg gebruikt. Alles is met alles verbonden en het is kennelijk van belang dit nauwkeurig in kaart te brengen.

Vanwaar deze nadrukkelijk fysiologische belangstelling? Zijn artsen en wetenschappers slechts een nieuwe weg ingeslagen om het menselijk geluk te bevorderen? Vaststaat, dat de belangstelling voor de gangbare psychologie een zekere sleetsheid toont. Haar wordt verweten allang geen nieuwe oplossingen meer te leveren voor het menselijk tekort. Verder is technologie in brede zin in een stroomversnelling geraakt, waardoor nieuwe mogelijkheden tot onderzoek ontstaan. In een prestatie maatschappij moeten mensen bovendien scoren. De omloopsnelheid neemt op allerlei terreinen toe. Voor je het weet, ben je uitgerangeerd, achterhaald door een nieuwe lichting of generatie.

Toen ik me ooit bij de bedrijfsarts van mijn werkgever meldde met stevige verschijnselen van mentale ontregeling en fysieke klachten, begon zij aanstonds over genoemde stofjes. Die zou ik met enige rust en veel sportieve beweging kunnen opwekken en hiermee het beoogde herstel snel inzetten. De aanschaf van een racefiets of drie keer in de week naar een sportschool kon wonderen verrichten. Op eigen voorstel bleef ik voor driekwart van de tijd werken.

Aan de adviezen had ik niets. Deze gingen waarschijnlijk uit van een doorsnee schoorsteenbrand en niet van een volledig in de as gelegd gebouw. Dus belandde ik bij de bottenkraker voor het gehannes met mijn gewrichten en bij een coach voor het mentale verhaal. Na een half jaar was het gedaan. Toen kon ik helemaal niets meer en meldde me volledig af voor het werk.

Vanwaar de eerdere halve maatregel? Omdat de bedrijfsarts niets inzag, omdat ikzelf op voorhand aanvoelde dat volledige uitval het begin zou vormen van bijkomende problemen, namelijk een rondgang door de instituties. Dit bleek te kloppen en het werd erger dan ik had verwacht.
Via een rijtje counselors en arbeidsdeskundigen belandde ik in RET* traject. Mijn manier van denken moest maar eens flink op de schop. Van negatief naar positief, kort gezegd. Niemand vroeg hoe ik aan al die bestaande gedachten en instelling was gekomen of hoe ik het jarenlang had volgehouden en wat ik ervoor had opgegeven.
Op de bank zitten is geen optie, werd mij meegegeven. Een opmerking die ik, wegens verkeerde stofjes in mijn brein, slechts kon opvatten als een domme belediging en een brevet van betoonde onkunde.

Het RET traject bleek populair. Van verschillende deskundige kanten werd mij verzekerd dat menigeen er veel aan heeft gehad. Vermoedelijk had dit vertrouwen te maken met het uitgangspunt, dat je niet de omgeving maar wel jezelf kunt veranderen. Klinkt logisch en vormt de soort uitdaging waar de positivo’s zo dol op zijn, maar toch. Eind jaren 60 en gedurende de hele jaren 70 werd hier heel anders over gedacht; een aanwijzing dat elke tijd zijn eigen argumenten voortbrengt. Ik wierp twijfels evenwel van mij en ging aan de slag.

Mijn fysiek kwam langzaam weer een beetje in het gerede, maar de RET leidde tot niets. Ik vond het zelfs een tamelijk kinderachtige bedoening. Als je de redenering eenmaal begrijpt, kan een kind de was doen. Enige scherpte of tegenstelling ontbrak. Desondanks ervoer ik het vastlopen als een nederlaag, temeer in de aanpak een venijnige conclusie ligt besloten: als je faalt, ligt dit aan jezelf. 
Gelachen werd er soms ook. Een van de tips tegen afbranden luidt: wees trouw aan jezelf en bewaak je eigen grenzen. Dit was precies een belangrijke reden die terugkeer verhinderde.
De aanbevolen realistische verwachtingen konden niet verder naar beneden worden bijgesteld. Ik verwachtte onderhand helemaal niets meer.
Op een morgen voor ik weer naar een sessie moest, besloot ik dat het tijd werd voor een tussentijdse evaluatie, vakjargon voor Einde Verhaal.
Waar ik op tegenstand had gerekend, trof ik een snel denkende coach. Zij stemde dadelijk in met mijn conclusies en rekende voor dat we toch tegen het einde van het traject aanliepen. Ik ben geen boekhouder, maar voelde haarfijn aan dat er soepel in haar urenvoordeel werd gecalculeerd.
Het was mij verder om het even, maar bevestigde mijn indruk dat ik daarginder voor de coach zat en niet andersom.

Monk

13 januari 2012

*Dick Swaab:  Wij zijn ons brein.

*RET:  Rationeel Emotieve Therapie. Inmiddels uitgebreid tot REBT, waarbij de B (behaviour) aangeeft dat het nieuw aangeleerde gedrag in praktijk moet worden  gebracht.

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.