Respect !

| Geen reacties

Een goede slagzin dringt ongemerkt het taalgebruik binnen. De participerende samenleving klinkt naar de beste tradities van een allang overleden PvdA. We vormen een samenleving waarin mensen rekening met elkaar houden en dingen doen zonder meteen iets terug te verlangen. Eén voor allen en allen voor één. Tot zover de reclame. Onze bestuurders schuiven bedorven eten op het bord van gewone mensen en duiken zelf een restaurant in.

Aan een participerende samenleving is op zich niets nieuws. Zeker onder minder bedeelden is samenwerken en hulpverlenen altijd gangbaar geweest. Nu wordt het gelanceerd als een nieuw en verfrissend denkbeeld, een visie op een samenleving vol verantwoordelijke burgers die weten wat hen te doen staat, aangespoord door het besef dat de oude tijden van potverteren voorbij zijn. Het klinkt zo duidelijk en onvermijdelijk, dat het impliciet verplichtende karakter op de koop wordt toegenomen. Een typisch geval van beter goed gejat, dan slecht bedacht. Maar welk doel dient het en wie betaalt?

Eerst iets over de strategie. Deze berust deels op bovengenoemde misvatting onder de bevolking en een algemene afkeer van de overheid. Dat politiek en ambtelijk op dezelfde hoop worden gegooid, is onjuist maar begrijpelijk. De bevolking vindt al decennia dat de pennenlikker een toontje lager moet zingen.
Dit past bij de behoefte aan individuele vrijheid, welke neerkomt op het afwijzen van bemoeienis. Geen regels, geen gezanik, doen wat je wilt. Snoeien op de overheid is een diepgeworteld verlangen, gekoppeld aan de veronderstelling dat veel zaken dan beter zullen gaan.

De neoliberale campagne voor een afgeslankte overheid draait op populistisch sentiment. De burger kan met minder lasten en bemoeienis door het leven. De VVD spreekt graag met dedain over regeltjes. Onder Rutte zijn deze overigens niet afgenomen, integendeel. Het is retoriek voor de bühne. Ingewikkelde problemen verdienen simpele oplossingen, is een gangbare mening.

De gesnoeide overheid blijkt haar taken niet aan te kunnen. Dit falen kun je vertalen naar een mager budget, tekort aan personeel en gebrek aan expertise. Het bevorderen van ambtelijke efficiency is al geruime tijd gaande, dus veel rek zit hier niet meer in. De werkelijkheid is sneller veranderd dan de beeldvorming in de hoofden van burgers. Dit is meteen een valkuil voor de zittende politiek: wanneer je blijft beweren dat iets beter en tegelijk goedkoper kan, moet je dit waarmaken. Dus: wat te doen?

Het monster is veelkoppig. De VVD hamert graag op het afschaffen van zogeheten linkse hobby’s. We kunnen het bijvoorbeeld best stellen zonder bibliotheken. Je koopt en verkoopt je boeken gewoon via Marktplaats (sic). Zwembaden zijn eveneens overbodig. Leer maar zwemmen in het IJsselmeer. Kunst moest helemaal verboden worden, behalve wanneer het als investering kan dienen.
De PvdA geneert zich niet om werklozen en ouderen te discrimineren en uit te knijpen. Het denigrerende woord uitkeringstrekker is weer helemaal terug en je kunt wachten op een greep in de pensioenfondsen van het ABP. De Partij roept om banen, maar steunde het ontslag van duizenden mensen, zoals in de Zorg.

En dan is er de vondst om burgers onbezoldigd te laten werken. Zonder dat menigeen het beseft, gebeurt dit al enige tijd, naar model van het aanbeden bedrijfsleven. Denk aan de digitale trajecten die je moet doorlopen om antwoord te krijgen op vragen of om een bestelling te doen. Nergens zit nog iemand aan een balie. Noodgedwongen zoekt de burger op het internet zijn weg. Na anderhalf uur weet je alles behalve het antwoord op de oorspronkelijke vraag.

Politieke vraagstukken kennen geen waarheid, maar slechts interpretaties. Desondanks bestaat er wel een raamwerk aan feiten.
Achtereenvolgende kabinetten vonden de economische hausse prachtig, omdat de overheid meeprofiteerde en een tevreden volk garant staat voor handhaving van de politieke status quo.
De crisis van 2008 toonde de luchtbel waarin we leefden. Deze was ontstaan uit hebzucht bij grote geldschieters en het moedwillig achterwege laten van politieke controle. Zelfs vandaag staat bij Nederlandse banken nog E 55.000.000.000 uit aan problematische (oninbare) leningen.

De crisis kostte veel publiek geld. De rekening werd nadrukkelijk neergelegd bij burgers die nauwelijks iets van doen hadden met de oorzaken. En erger: aan het systeem veranderde niets. ABN/AMRO staat weer te trappelen om naar de beurs te gaan. Het kan nauwelijks anders of de volgende crisis is in de maak.

De participerende samenleving is een term die afkomstig lijkt uit het Omdenken van George Orwell. De slogan verwijst niet naar solidariteit en eenheid, maar naar uit elkaar spelen en hardhandige controle. Hij is vergelijkbaar met het woord respect uit de mond van een straatcrimineel. Hiervan weten we onderhand wat dit inhoudt.

Monk
16 juni 2015
(foto: Monk, naar werk uit Noord Koreaanse kunstschilderfabriek)

Print Friendly, PDF & Email

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.