Uitgestelde woede

| Geen reacties

Mijn vrouw en ik bevonden ons in een tamelijk chique Italiaans restaurant in Amsterdam, op afstand van de toeristenmeute. Je koopt beter geen koelkast uit Italië, maar eten bereiden kunnen ze als de beste. Wij hadden iets te vieren en dit restaurant stond me bij uit de tijd dat ik werkte voor de stad.

De jonge ober aan ons tafeltje onderbrak de vraag die ik bezig was te stellen over de menukaart: Just English! Zijn stem klonk beslist en het geringschattende gebaartje van zijn hand bevestigde de impliciete boodschap: u dient zich aan te passen.
Moet je net bij mij zijn.
O ja, we zijn in focking Amsterdam! Ik snauwde de knaap zo abrupt en luid af dat hij aanstonds terugdeinsde en ongemakkelijk op zijn vaste plek ging staan. De rest van de avond werden we keurig bediend door de bedrijfsleider. Toch was er schade aangericht.

Wat bracht mij tot deze uitval? Zoveel was er uiteindelijk niet aan de hand en ik reageer zelden scherp in een omgeving met veel mensen, dan nog in een behoorlijk restaurant.
Langere tijd voelde ik me uit balans. Niet spijt maar woede voerde de boventoon. Ik had zin dat verwijfde kereltje een pak slaag te verkopen. Dacht die snotneus mij de les te lezen?

Pas in de stilte van de nacht kwam ik tot inzichten. Mijn reactie was ongetwijfeld het gevolg van uitgestelde woede. Ik werkte lang als ambtenaar in dit stadsdeel. Uiteindelijk moest ik afhaken, ziek en afgemat, verbitterd als een patiënt die vele jaren vergeefs smerige medicijnen heeft ingenomen. Ook na mijn uitval ging het maar door met ontkenning en onbegrip. Daarbij weet ik mijn falen daarbij vooral aan mezelf, al kankerde ik geregeld over bureaucratie, vriendjespolitiek en schaamteloze aanpassing aan wanen van de dag. De moderne moraal luidt immers dat falen aan jezelf ligt.

Talrijke voorbeelden vlogen over het beeldscherm van mijn brein dat behoorde te rusten. Zoals de kromtaal van een beleidsambtenaar van Braziliaanse oorsprong. Als neerlandicus bood ik aan haar nota’s te fatsoeneren, maar helaas: geen belangstelling. Of anders de opmerkingen van het opperhoofd over ambtenaren die teveel naar buiten zouden kijken in plaats van op hun pc, zogeheten raamambtenaren. En het gebruikelijke vissen van collega’s naar bevestiging van hun linkse ofwel onkreukbare identiteit. Allemaal ergernissen, grote en kleine: ingeslikt, verdrongen, gerationaliseerd. Uiteindelijk kunnen redeneringen niets veranderen aan gevoelens.

De laatste belediging kwam na het dramatische UWV circus waarmee ik te maken kreeg.
De personeelschef bood mij werkhervatting aan op een kerkhof. Weliswaar niet om met doodkisten te sjouwen, maar toch een kerkhof. Alleen Koreanen sturen depressieve werknemers naar een kerkhof. Mogen ze in een kist gaan liggen en zich afvragen of dood zijn te verkiezen valt boven gehoorzamen aan de baas. Ik ben geen Koreaan.
Waarschijnlijk lag aan het dwingende bedrijfsvoorstel geen enkel idee ten grondslag. Toevallig was daar een vrije werkplek en leegte vraagt om opvulling.
Juist die desinteresse ergerde mij mateloos.

En nu was er het etentje. In vrijheid en om iets bijzonders te vieren. Een simpele opmerking en een gering handgebaar van een ober dreven mijn uitgestelde woede naar buiten. Hij draaide op voor de lading ergernissen die ik omwille van baanbehoud oeverloos had onderdrukt. Nou ja, hij kwam nog goed weg.

Reden om excuus te maken? Dacht het niet: afgezien van de intrinsieke oorzaak van de clash, resteren nog voldoende argumenten om te volharden. Bij ons vertrek gaf ik de chef een hand. De bediende zag ik niet staan. Het is afgelopen met aanpassen en meebuigen.

Monk
10 juni 2015
(foto: Monk)

Print Friendly, PDF & Email

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.