Masopust

| Geen reacties

Josef Masopust is niet meer. De mededeling kwam terloops langs op de tv. Ik had de naam in geen halve eeuw gehoord of gelezen. Met een schok viel ik terug in de tijd. Maar in welke tijd precies?

Een beeld doemt op. Luciferdoosjes van de Centra, een toenmalige kruideniersketen. De serie toont de winnaars van de Olympische Spelen van 1960. Het beeld lijkt ongerijmd. Nergens een Masopust te bekennen.
Bijna gelijktijdig werd ik gegrepen door verdriet: de behoefte met mijn vader te praten. Vergeefse wens: de man is allang dood.

Josef Masopust was een legendarische Tsjechische voetballer, bij leven toegezongen en in 2000 benoemd tot voetballer van de eeuw in zijn land. Geboren in 1931 was hij meer van mijn vaders generatie dan van de mijne. In 1960 scoorde hij voor zijn land tegen de Russen. Het door de Sovjets bezette Tsjecho Slowakije moet welhaast ontploft zijn: zo ging dat doorheen de hele periode van de Koude Oorlog. In 1962 maakte hij het eerste en enige doelpunt voor de Tsjechen in de finale van het WK tegen de favoriete Brazilianen.

Weet ik hier nog iets van? Meer dan een vermoeden is er niet. Ik was een jaar of 10 en voetbalde bijna elke dag bij de school op een grasveld dat in de winter dienst deed als ijsbaan. Dat ik mij vereenzelvigde met Masopust, zoals jongens van vandaag zich inbeelden Messi te zijn, is onwaarschijnlijk. Ik stond graag op doel en zal daarom eerder aan de legendarische Russische keeper Yashin hebben gedacht, of anders aan onze eigen Eddy Pieters Graafland.

Indrukken kunnen alleen iets betekenen wanneer ze een relatie hebben met je eigen leven. Dit te zeggen, klinkt een beetje armoedig, maar ik vrees dat het zo ligt. De bananenplukker die voor het eerst van zijn leven in een wereldstad komt, verbaast zich minder over de enorme gebouwen en het razende verkeer dan over de fietser die beladen is met bananen. Dat die man zoveel bananen tegelijk vervoert!

Enig zoekwerk op het internet leert, dat Masopust lang voetbalde voor Dukla Praag. In de jaren 60 was dit een op Europees niveau succesvolle ploeg. Hier kwam ook Ajax achter in 1967. De Amsterdammers werden uitgeschakeld. De toen 36 jarige Masopust droeg shirtnummer 6.

Herinneringen zijn als de kogels van een sluipschutter. Ze slaan onverhoeds in en wanneer je het overleeft, weet je dat nader onderzoek niets zal opleveren. Dan is de vogel allang gevlogen.

Kijken naar luciferplaatjes van de Olympische Spelen 1960 brengt me nauwelijks dichterbij. Ik heb de collectie er even bij gepakt. Menige afbeelding komt me bekend voor, maar de betekenis is losgeraakt van de tijd. Een halve eeuw geleden zag ik ze bijna elke dag. Telkens wanneer ik een nieuwe aanwinst had gescoord, inspecteerde ik mijn kapitaal als Dagobert Duck. Vandaag treffen mij hooguit de prettig simpele kleurstelling en de informatie op elk plaatje. Het is van een andere tijd, met andere mensen, denkbeelden en verlangens.

Mogelijk ligt het geheim juist in de vergetelheid. Het is als met muziek. De scherpste herinneringen worden beschermd door de zogenoemde eendagsvliegen. Een melodie verschijnt, draait korte tijd mee en verdwijnt. Op een dag horen wij haar opnieuw en staan aan de grond genageld. Er heeft geen erosie of vervuiling plaatsgevonden door eindeloze herhaling in de media of op de draaitafel thuis.

Ergens tussen mijn veertiende en zeventiende jaar zag ik voetbalwedstrijden bij anderen op tv. Wij hadden er zelf geen. Moeder wilde dit niet en zij maakte in huis de dienst uit. Als samenzweerders zochten vader en ik vertier buiten de deur. In de avond zaten we bij onze werkman, bij grootvader, een oom, soms bij mensen die ik nauwelijks kende. Ik zal Masopust in de wedstrijden van Ajax tegen Dukla Praag hebben gezien, maar er staat mij niets van bij. Waarom dan die schok?

Misschien moet ik terug naar de eerste emotie: het beeld van de sportserie op luciferdoosjes en het gemis van mijn vader. Deze hield nogal van dribbelaars op het middenveld, zoals Bennie Muller van Ajax. De kunsten van Masopust moeten hem hebben bekoord en anders dan thuis liet mijn vader zich bij anderen wel eens verleiden tot een uitroep van opwinding. Na afloop zaten we naast elkaar in de auto en zwegen alsof we een geheim deelden.

Een plausibele verklaring is niet noodzakelijk de waarheid. Uiteindelijk blijft onduidelijk van wanneer ik de naam Masopust ken. Misschien kwam het voetballen pas in tweede instantie. Het kan net zo goed aan het woord zelf liggen: een intrigerende klank met een zeker ritme: ma-so-pust. Uit de vroege jaren zestig herinner ik me namelijk vergelijkbare namen: Ben Bella, bijvoorbeeld, of Kasavoeboe. Waarschijnlijk hoor ik in een ander leven.

Monk
5 juli 2015
(foto: Monk)

Print Friendly, PDF & Email

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.