WRAAKENGEL, DEEL I

| Geen reacties

Fragmenten vormen een reconstructie van wat gebeurde. Veel blijft in het verborgene, want het lot van de mens is te leven in chaos. We schrijven het onbeduidende jaar 2005, maar de betrokkenen zijn van alle tijden. Zij komen en gaan, leven een poos en zitten gevangen in hun denkwereld. De zon komt op, de zon gaat onder. Vergeten is een luxe, voorbehouden aan hen die welvaart en veiligheid kennen. Onthouden is een kunst die nergens scherper werd ontwikkeld dan hier, in het hart van de Balkan, in de bossen en kloven van Bosnië, in de harten en hoofden van gewone mensen, regelmatig opgestookt door krachten van buitenaf.

Tegen een uur of vier neemt de ergste hitte af. Het landschap toont haar zomerse vermoeidheid in witte strepen en vlekken. Deze lijken neer te dalen van de berghellingen en een weg te zoeken tussen de plukken begroeiing op de vlakte. In feite is het andersom: damp tilt het landschap omhoog in een trilling. De harde werkelijkheid transformeert in een fata morgana, de belofte van vrede en schoonheid. In de zomer gaat het elke dag zo. Nog anderhalf uur en er komt regen, hier of verderop in de bergen. Vasili Basic, ex scherpschutter in het Joegoslavische Volksleger, ex barbier en tegenwoordig fysisch geograaf in overheidsdienst, zet de motor van zijn Landrover af en klimt uit de cabine. Hij is door de nieuwbakken regering van Bosnië-Herzegovina aangesteld om meetpunten in geologisch gevoelige gebieden uit te zetten en af te lezen. Deze zijn bedoeld om grondverschuivingen vroegtijdig op te sporen. Door langdurige en intensieve mijnbouw is de bodem kwetsbaar als een gatenkaas. De internationale gemeenschap betaalt het project, want de Bosnische staat was al failliet nog voor ze werd opgericht.

Even de benen strekken kan geen kwaad. De rit duurde anderhalf uur en de weg is vooral een gehavend rijpad, ooit gebruikt door vrachtwagens van de voormalige staalfabriek. De stilte van het landschap is indrukwekkend. Vasili kan er elke keer opnieuw van genieten. Het is een totaal andere stilte dan die in zijn rechteroor. Deze is het gevolg van onderwerping aan destructieve herrie in gevangenschap. Een militie van Bosnische Serviërs met als doelstelling een zo groot mogelijk gebied van het land in te nemen, kreeg hem ooit te pakken. Murw geslagen en in duisternis gedesoriënteerd, moest hij zien overeind te blijven. Dat hij nog leeft, dankt hij aan de beschermengel op zijn schouder en eigen daadkracht.
Klinken daarginder schoten? Onwillekeurig controleert hij de omgeving. Stofwolken of opvliegende vogels zijn altijd verdacht. Instinctief hurkt hij neer om geen schietschijf te worden. Een reflex uit de oorlog die voorbij is, maar elk moment weer kan oplaaien. Het zal een vergissing zijn, inbeelding van iemand die zijn halve leven schoten heeft gehoord. Er gebeurt niets. Er is geen stofwolk en de stilte blijft drukken.

Vijftig jaren telt zijn tanige lichaam. Zijn postuur is die van de archetypische beroepsmilitair: mager, pezig en beweeglijk. In een moderne wereld van comfort mag dit weinig betekenen, in een bestaan dat van improviseren aan elkaar hangt, mag het een prestatie worden genoemd. Hier komt bij dat onder zijn kleding diverse littekens schuilen, resultaat van mishandeling en wreedheid. Het lichaam heeft zich redelijk hersteld, de geest is blijvend geschonden. Ervaring heeft hem geleerd te vertrouwen op zijn instinct, een eigenschap die vooral van pas komt in ondoorgrondelijke omstandigheden. In het Westen mag berekening de boventoon voeren, naarmate je verder in het Oosten doordringt, winnen driften en ingevingen aan belang.
Hij veegt zijn voorhoofd af, neemt een paar slokken uit de meegebrachte veldfles en benut de pauze om de omgeving door zijn kijker te controleren. Nergens is beweging. Hier behoort het land aan hagedissen en buizerds, knaagdieren en kraaien. Zo zit hij minutenlang als in een voorschot op de eeuwigheid.

Onwillekeurig valt zijn oog op een rijspoor, minder dan dertig meter van hem verwijderd. Het ergert hem dat hij dit niet eerder heeft opgemerkt. Dagdromen zal de reden zijn en het overkomt hem de laatste tijd vaker. Meestal zijn het gedachten aan lang geleden en het verleden wint voortdurend terrein. Misschien ligt dit besloten in de cirkelgang die mensen gaan. Vaak gaat het over Ilona, zijn vroegere vrouw. Hij gedenkt haar met een mengsel van verlangen en afkeer. Onvermijdelijk zijn herinneringen aan zijn gevangenschap, al verdringt hij deze graag met gedachten aan de hoogtijdagen van zijn militaire loopbaan. Hij haalt een pakje Marlboro uit zijn kleding en steekt op. De sigaretten zijn Amerikaans en gestolen uit een militair depot. Normaal gesproken rookt hij niet, maar rondlopen met sigaretten zonder ervan te nemen, is teveel gevraagd.

De gevonden voertuigsporen zijn gemakkelijk te herleiden tot een YPR-765. Het pantservoertuig voor infanterie behoorde oorspronkelijk aan UNPROFOR, de militaire bemoeials van de Verenigde Naties. Tijdens de val van de moslimenclaves in het oosten maakten de Serviërs er een aantal buit. Ze reden ermee tot ze kapot gingen en verkochten ze vervolgens aan de meest biedende. In schuurtjes en oude garages werden de serienummers weggeslepen. De buitenkant kreeg soms een andere kleur. Er werden boomstammen mee versleept, hooiwagens getrokken en oude rekeningen vereffend. Later kwamen de buitenlanders terug, maar niemand informeerde naar achtergelaten materieel. De internationale elite beschikte allang over andere voertuigen.

Het profiel van de rupsbanden en de precisie waarmee het rijpad is aangehouden, wijzen op zelfverzekerd gedrag. Een treetje lege bierblikjes bevestigt deze indruk. Vreemde zaak: toegang tot dit vervuilde gebied is verboden, om te beginnen. Het binnendringen naar eigen inzicht met nota bene een gepantserde wagen roept voorts vragen op over de veel besproken kracht van het nieuwe bestuur. Van wie is de truck en waarom wordt ze niet tegengehouden? En weten de lui niet dat je met zo’n zwaar voertuig zomaar door de bodem kunt zakken en vijf of tien meter omlaag storten in een zinkgat? Het hindert hem vooral dat hij hier melding van moet maken. Dit betekent het invullen van formulieren, telefoontjes plegen en vragen beantwoorden van mensen die er niets van begrijpen maar wel boven je staan.

Langs de rand van het bos dat toegang tot de achterliggende kloof maskeert, voeren de rijsporen verder. Hier is kennelijk halt gehouden en in de openlucht gegeten. Zelfs is een vuur gestookt. Een penetrante geur verraadt dat de plek niet langer dan een uur geleden is verlaten. Vasili voelt aan de stenen die rond geblakerde takken liggen. Het heeft er alle schijn van dat hier kleding is verbrand; er liggen door hitte vervormde plastic knopen en een stel verwrongen gympen. Het doet hem denken aan een bioscoopfilm, gezien tijdens de oorlog. Deze gaat over een tankbemanning van het Russische leger die zichzelf klemrijdt in de Afghaanse bergen, omringd door vasthoudende vijanden. Slechts de soldaat die uitdrukkelijk een beroep doet op Islamitische wetten, overleeft. De anderen worden vermoord, gevild als varkens.
Hier in Bosnië mag de oorlog formeel ten einde zijn, nog altijd zwerven allerhande groepen rond: losgeslagen Albanezen, huurlingen en vrijbuiters, mensensmokkelaars, deserteurs die nergens heen kunnen. En velen dragen een wapen.

Hoog in de lucht klimmen witte condensstrepen geluidloos naar een snijpunt. Op het laatste moment buigen ze gezamenlijk af, plotseling een bulderend geluid uitstotend: de VN op patrouille of wat het voorstelt. Vasili aanschouwt het, spuugt afkeurend op de grond en drinkt zijn veldfles leeg. Aan de oorlog heeft zowat iedereen schuld, maar de komst van grootmachten verergerde de zaak aanmerkelijk. De voorlopig laatste fase betrof Kosovo, een gebied grenzend aan Albanië. De Amerikanen en hun kompanen wilden de Russen, geopolitieke vrienden van de orthodox christelijke Serviërs, een staaltje krijgsbereidheid tonen. Maar liefst 80 dagen voerde de NATO een toneelstuk op van bombardementen. In naam om de moslims te beschermen, naar uitkomst een excuus voor Servische vernielingen. De getroffen families vluchtten waarheen ze konden. Met oude IMT tractoren en aangehaakte wagens staken ze de grens over, onderweg afgeperst door vijandige milities en op overzichtelijke kruispunten gefilmd door internationale media.

Hij overweegt de schaduwrijke bosrand op te zoeken, de kloof af te dalen om bij de rivier drinkwater in te nemen en te zien of zijn uitgezette vallen iets hebben opgeleverd. Eigenlijk moet hij nog een eind verder en twee meetpunten controleren. Veel zin dit te doen, heeft hij niet en de controle op kantoor is minimaal. Regelmatig zet hij vallen op, een vaardigheid geleerd in dienst van het Joegoslavische leger. Vaak was er weinig voedsel en dan vonden de manschappen zelf een oplossing. Desnoods werden er ratten gegeten. Een goed bereide rat smaakt prima. Meestal levert het zetten van vallen niets op. Een enkele keer is de klem of strik zelfs verdwenen. Toch blijft het aantrekkelijk om te stropen. In de bossen zit genoeg wild.

De afstand tot de eerste bomen bedraagt ongeveer een kilometer. Hij stuurt de jeep van het pad. De bodem hier bevat nauwelijks leven. Jarenlang werden er zogenaamde hoogovenslakken gedumpt, giftig afval waarin slechts weinig planten en dieren zich handhaven. Het was tijdens de jaren van economische bloei, de overmoedige intentie met het westen te kunnen concurreren. Almachtig president Maarschalk Tito laveerde tussen oost en west, scharrelde met de Russen en de Britten, het zo voorstellend alsof hij de enige uitweg bood voor de spanning van de Koude Oorlog. Van westerse auto’s en tractoren werden kopieën gemaakt en zelfs uitgevoerd naar de landen waar het origineel vandaan kwam. Helaas, de kwaliteit bleef achter. Goedkope onderdelen hielpen de verkoop weinig, omdat in het westen de lonen veel hoger zijn en het werk hetzelfde blijft. Haastig opgezette fabrieken werden uiteindelijk weer verlaten. Vlaggen en scoreborden met productiecijfers belandden op de vuilnisbelt. Bij de collectieve boerderijen verschenen zelfs weer ezels en trekpaarden. Tenslotte verdwenen de kolchozen zelf, deprimerende betonnen gebouwen achterlatend als korsten op een gewonde huid.

Het bos is in aanvang weinig meer dan een vlakte uiteengeslagen bomen. Het zijn oude exemplaren die bleven staan omdat er fruit aan groeit. Alleen een gek hakt een perenboom om. Er hangt een deken van stilstaande warmte tussen. Ooit waren hier tuinderijen, boomgaarden en een dorp met driehonderd inwoners. Alles moest wijken voor de staalfabriek met een aanvullend complex voor ertsen en afgewerkt product, een eigen elektriciteitscentrale, een wagenpark en werkplaatsen. Meerdere vierkante kilometers werden platgewalst met een bulldozer, een geschenk van het Russische volk.
Een onvoorstelbaar gangenstelsel groeide onder het oppervlak. Wie zijn oor op de bodem legde, vernam elk uur van de dag een diffuus gedreun. Natuurlijk werd elke gedolven lading begroet als een teken van vooruitgang. Over stoflongen en andere nare kwesties werd niet gesproken. Met het werk kwam de massale dump van afval. Vrachtwagens denderden over het proletariaat in de diepte. De bulldozers gingen steevast na twee jaar kapot en konden alleen nog omgesmolten worden.

Eenmaal onder natuurlijk ontstaan geboomte, daalt de temperatuur. Het licht wordt gebroken, gaaien vliegen rond en even is er het vermoeden van een klein hert. Een omgevallen en half vergane boomstam verspert de voortgang definitief. Vasili schakelt de motor af en stapt uit. Een trage onweersroffel zakt over het landschap en stort neer in een kloof die buiten bereik is. Geen wolk laat zich nog zien, maar geluid draagt ver waar het wordt afgezoomd door gebergte. Het ritme van het seizoen doet zich gelden. In de ochtend is de hemel strak blauw, na het middaguur wordt het heiig en instabiel. Neerslag beperkt zich gewoonlijk tot een bui, maar kan ook aanhouden tot de duisternis valt. In de nacht klaart het op en dan begint de cyclus opnieuw.

De opgelegde vrede die na lange jaren kwam, was welkom maar zijn geest blijft waakzaam. Hij pakt zijn illegale Kalasjnikov uit de laadruimte. Het is een wapen dat in ruime heeft gedaan waarvoor het werd gebouwd. Zoals goede gitaristen een gehavend instrument koesteren, zo is Vasili aan zijn AK gehecht. Hij wringt zich door struikgewas, klimt over scherpe rotsen naar boven en loert over de rand. Op een granieten plaat, tien meter lager, ligt de buit van een sluwe strik: een middelgroot wild zwijn. Zelden viel hem de stroperij zo gemakkelijk en meteen wekt dit zijn wantrouwen. Minutenlang wacht hij om te zien of er reden tot ongerustheid is. Soms wordt een gestrikt dier gebruikt als hinderlaag. Een soldaat die jaren van oorlog heeft overleefd, mag rekenen op hardnekkige vijanden. Het zwijn leeft nog en raakt bij de aanblik van zijn belager in paniek. Beter dan mensen weten dieren wanneer hun einde nadert. Het rukt aan de staaldraad, slaat over de kop en gilt. Vasili zou het een kogel door de kop kunnen jagen. Schoten maken echter lawaai en op aandacht zit hij niet te wachten. Zwetend daalt hij af langs een uitgesleten pad, nadert het zwijn en deelt meteen rake klappen uit met de kolf. Je mag een dier nooit nodeloos laten lijden. Maar het zwijn is taai. Het verzet zich uit alle macht en gilt dat het een aard heeft. Er zit niets anders op dan het geweer alsnog ter hand te nemen, te wachten tot de kop van het dier gunstig ligt en de trekker over te halen. De knal is hard. Wie het nooit eerder hoorde, kan zich niet voorstellen hoe een schotenwisseling in oorlogstijd klinkt. Het zwijn is morsdood. Zo lagen in Sarajevo ooit de mensen op straat: met gesperde ogen, bloed uit alle openingen, in onvoorstelbare houdingen en boven enige twijfel dood. Vasili laat geen tijd verloren gaan. Zijn mes heeft een lemmet met de inscriptie NIKKI. Het is gemaakt van titanium en behoeft zelden geslepen te worden. Hij verwijdert de ingewanden en sleept het resterende zwijn naar de auto. Water kan hij beter halen in de bewoonde wereld. Je weet niet wat er zoal uit de stort de rivier in lekt en bovendien wil hij zo snel mogelijk vertrekken.

Eenmaal in zijn auto en overtuigd dat niemand hem heeft opgemerkt, besluit hij alsnog zijn dagtaak te volbrengen. De af te werken meetpunten liggen binnen bereik, tenminste met de Landrover. Het is ook een kwestie van discipline: wie eenmaal begint met rommelen, zakt gemakkelijk verder af en dit is precies een euvel dat het land al eeuwen doet stagneren. Het werk is eenvoudig: kastje openmaken, een papieren schijf vervangen, getallen van meters overnemen. Daarna de kast weer waterdicht sluiten. Het belang ligt meer in de interpretatie van de gegevens, het uitlezen van trillingen en hierop zo nodig reageren.
Eenvoud in het werk is vaak bedrieglijk. De vuilnisman loopt risico te worden aangereden, een verfspuiter ademt jarenlang giftig cadmium in. Vasili begreep pas in tweede instantie waarom juist hij deze baan kreeg: de meetpunten worden geregeld gesaboteerd en erger: voorzien van een venijnig explosief. Ook deze keer is hij daarom alert. Hij nadert de meetpunten omzichtig, bedacht op een ingegraven landmijn. Ooit heeft hij zelfs een gespannen rattenklem aangetroffen.

Onderaardse verschuivingen doen zich regelmatig voor. Meestal weten de mijnwerkers zelf het beste wanneer ze moeten oppassen. Een acute situatie heeft zich voor Vasili slechts één keer voorgedaan. Een grote instorting werd bijtijds ingeschat. De arbeiders werden ijlings in veiligheid gebracht. Bovengronds verzakte een oude moskee maar liefst 7 meter. Van de bijbehorende begraafplaats staken de kisten en stenen in alle standen omhoog. Voor zijn alarmering kreeg hij een medaille, opgesierd met een even monumentale als inhoudsloze speech. De Maarschalk was toen al jaren dood, vervangen door een kleurloze bankzitter. Je voelde het toenemende verval, de corruptie en het onvermogen er wat aan te doen. Schaarste in de winkels werd een kwelling. Gezag werd al te gretig ingewisseld voor macht.

Wie lang genoeg functioneert binnen een autoritair regiem, verwerft vroeger of later wel een paar stukjes eremetaal. Op de markt in de stad liggen ze tegenwoordig in bakken gesorteerd, te koop voor toeristen en andere idioten. Na de plechtigheid heeft Vasili een kwartier staan vloeken: op de nieuwe leiders die zich uitsluitend bekommerden om hun eigen positie, op zijn oude afgod die geen waardig opvolger had toegestaan, op zichzelf bovenal. Dit was het moment waarop hij zich zijn herkomst realiseerde en deze zijn identiteit binnensloop. Zijn doopnaam Oskar Steinbruch is tot hem gekomen op een geraffineerde manier: zijn moeder had kort voor haar arrestatie een kleine foto van het gezin in zijn lievelingsbeer genaaid. Op de dag dat hij deze wilde meegeven aan de vuilnisman, barstte zij van ouderdom. Achterop de foto stond zijn andere naam en het dringende advies deze aan niemand te verraden. De decennialang bewaarde foto en de medaille gingen verloren bij een granaatinslag in zijn huis in Sarajevo.

Met een opkomend regengordijn achter zijn rug bereikt hij het gehucht, restant van een dorp dat betere tijden heeft gekend. Er is een echte straat met drie zijtakken, afgezoomd met betonnen flats naar een model dat de Volksgenossen uit de DDR bedachten en exporteerden. Verder staan er enige oudere huizen, een verlaten betonnen complex dat tot kolchoz diende, een charmante ijssalon en een gemeenschapshuis. Van de katholieke kerk staat nog slechts de fundering en alle grafstenen zijn geroofd om straatjes aan te leggen. De doden liggen er nog en menigeen zou hier niet de nacht willen doorbrengen uit vrees voor kwade geesten.

Aan de achterkant van het pand komt de Landrover tot stilstand. Vasili wenkt de waard die hem vanuit het keukenraam gadeslaat. Het wildzwijn moet snel en liefst ongezien naar binnen, in de koeling achter slot en grendel. Samen laden zij het zware kadaver uit. Woorden zijn overbodig. De bedoeling is zonneklaar. Uit het gebouw lekt jengelmuziek. De hemel wordt opgelicht door diffuse bliksems. Zo de dag te voltooien, was ooit een genoegen. Vandaag komt een even vreemde als onverklaarbare gedachte bij hem op: ik moet hier weg, ik wil dit land uit.

Een tafereel van alle tijden: een matig verlichte ruimte met een grote ruwhouten tafel, er omheen een stuk of acht mannen, de fles op tafel, een kaartspelletje voor vier. De anderen kijken toe. Meer naar achteren in het lokaal een echtpaar op gevorderde leeftijd. Man en vrouw zitten tegenover elkaar en zijn allang uitgesproken. Voor hen pleit, dat ze dit niet proberen te verbergen. Aan de tap een slonzige vrouw, een bekende alcoholist. Haar naam is Ajka. Zij is de voormalige beheerder van de herberg toen er nog dampende bijeenkomsten waren van de Partij die alle andere overbodig maakte. Na de val van het socialisme moest Ajka wijken en werd van lieverlee de beste klant. Wanneer Vasili binnen stapt, wordt er juist uitbundig gelachen. Een paar mannen kijken even op. Zij die met de rug naar de ingang zitten, nemen geen moeite.

Hier binnenstappen, is terugkeren in een voorbij tijdperk. De banieren en redevoeringen van weleer zijn verdwenen, maar de inrichting ademt nog de sfeer van het oude regiem en de navolgende jaren toen niemand wist hoe het verder moest. Zoals gezegd, was dit vooral aan de Maarschalk zelf te danken. Tito meende dat niemand goed genoeg kon zijn om hem op te volgen. Op zijn begrafenis werden meer wereldleiders dan ooit bijeen gezien, maar een opvolger ontbrak.
Aan het plafond hangen Tl-buizen van minstens dertig jaar oud. Ze functioneren niet meer, maar werden evenmin weggehaald. De schrootjeswanden van de jaren zeventig zijn intact, net als de massieve verwarmingselementen en de opgezette beer op een kolom van gefineerd spaanplaat, destijds een noviteit. Het lijkt wansmakelijk, maar drukt de samenhang van een kleine gemeenschap uit. Vasili heeft voor dit alles allang geen oog meer. Hij legt zijn resterende sigaretten neer voor Ajka, knikt onverschillig naar de anderen en strijkt neer aan een tafel met vier lege stoelen.

Terwijl de gesprekken weer op gang komen en hij wacht op een maaltijd, bestudeert hij een geplastificeerde briefkaart. Deze draagt hij permanent mee in zijn kleding. De voorzijde toont een groepsfoto: vijf jonge kerels en een vrouw. De opstelling is onmiskenbaar in scene gezet: de geportretteerde mensen stralen trots uit, op de rand van balorigheid. Het zijn Bosnische Serviërs, paramilitair personeel. Op zich niet bijzonder, maar wel precies de lui bij wie Vasili gevangen heeft gezeten. Twee van hen heeft hij er naderhand vermoord. Nummer drie overleefde de aanslag, maar moet verder door het leven aan een zuurstoffles. Naar verluid verhuisde hij uit angst naar Novi Sad, een stad in het verre noorden van Servië. Niemand wist wie had toegeslagen. Een geheim is alleen en uitsluitend een geheim op voorwaarde dat geen ander er van weet. Vasili heeft erover gezwegen. Gevolgen in de vorm van arrestatie of wraakacties bleven daarom uit. Resteren nog drie kandidaten, waaronder het kreng Lydia. Naar haar vuile tronie kijken, doet hem pijn en scherpt tegelijk zijn geest. Onder aanmoedigend gillen van dit bezopen wijf werden gevangenen ontkleed en onder dwang verkracht door hun celgenoten. Geruchten zoemden rond, dat ze eigenlijk thuishoorde in Kamp Keraterm, in het noorden van Bosnië. Er zijn veel geruchten. Sommige kloppen niet, andere tonen slechts een fractie van de waarheid. Vasili probeerde te overleven door zich onzichtbaar te houden, geen bewaker tegen zich in het harnas te jagen. Het werkte, of hij stelde zich dit al te graag voor. Tenminste werd hij niet naar buiten gehaald om zich de onderarmen te laten breken, een specialiteit van ene Ludo, de man die aan de zuurstoffles eindigde.
Soms onderkent hij wel het abnormale aan deze obsessie, maar aan een eenmaal genomen besluit valt bij hem niet te tornen. Het is zijn onwrikbare missie om alle lieden op de foto te liquideren.

Op de achterkant van de kaart zijn dichtregels geschreven in een zwierig handschrift.
Je me souviens les journées passées et je pleure.
Het Frans is ongewoon in een land van Slavische talen. Vasili heeft zich ingebeeld dat de daders, of sommigen van hen, student zijn geweest, opgeslokt door de oorlog van allen tegen allen, aangezet tot daden die zij eerder niet voor mogelijk hielden. Misschien is de vreemde taal gekozen om afstand tot het onderwerp te houden, maar eerder duidt het op arrogantie. De inkt is hier en daar uitgelopen, een gevolg van regenwater toen er nog geen plastic om de kaart zat.
Het bezit ervan dankt hij aan zijn doortastendheid. Eenmaal uit het cellencomplex gebroken, nam hij niet dadelijk de benen. Hij besloop de portier die in zijn loge tv zat te kijken. Van hem had je nog het minste te duchten. Vasili sloeg hem meedogenloos de hersens in. Hij lichtte een uniform en legerschoenen uit een wandkast, nam autosleutels en het titanium mes weg en griste op het laatste moment de groepsfoto van het prikbord. Even later vond hij de bij de sleutels behorende dienstauto, passeerde koelbloedig de openstaande slagboom en reed via de kortste weg naar de vallei om in de bossen te verdwijnen.
Dit mag simpel klinken, in de praktijk werd er drie maanden op hem gejaagd. Hij overleefde slechts met dank aan zijn bijtijds verborgen Kalasjnikov. De wanden van sommige kloven zijn vergeven van kleine en grotere grotten, waar nog menige schat ligt te wachten.

De waard heet Bogdan en is een etnische Sloveen. Ten tijde van de onverwachte Sloveense afscheiding in 1992, was hij net als Vasili beroepsmilitair in het Federale Volksleger. Waar anderen overliepen, kozen beiden onafhankelijk van elkaar voor de zijde van het centrale gezag: het tragikomische lot van de loyale soldaat. Een week later was de onafhankelijke staat Slovenië een feit. Op grond van zijn ongelukkige keuze kon Bogdan moeilijk alsnog naar zijn geboortegrond terugkeren. Dus diende hij een aantal jaren in wisselende legers en milities, om tenslotte de herberg te kopen met geld van onbestemde herkomst. Eigenaar te zijn van een gebouw maakt hem nog altijd enthousiast. In het land van de Maarschalk was zoiets ondenkbaar. Het verschaft hem een merkwaardig gevoel van genoegdoening.

Bogdan brengt zijn gast een maaltijd, zonder te hebben gevraagd wat deze wil eten. Hij weet van diens leven, zijn jaren als scherpschutter in het Volksleger. Soldaten waarderen elkaars kwaliteiten. De waard posteert zich tussen zijn voormalige wapenbroeder en het grotere gezelschap. Zijn dikke vinger wijst naar een gezicht op de geplastificeerde foto. Wanneer Vasili opkijkt, knikt hij bevestigend. Zijn duim wijst kort in de richting van het grote gezelschap.
Vasili is ontsteld. Zijn hart begint te bonken, zijn spieren verstrammen. Wie hem nu aanraakt, ligt tegen de vloer voor hij het begrijpt. Hij merkt niet eens dat Bogdan wegloopt en verdwijnt achter zijn tap. Tenslotte staat hij op om aan de overkant van de tafel plaats te nemen. Vanaf deze plek kan hij de mannen aan de grote tafel beter observeren. Langzaam begint hij te eten. Regen slaat tegen het venster tegenover hem.
“Kijk aan, de Barbier van Sarajevo!”
De man die het zegt, zit tussen de anderen, maar een leek begrijpt dat hij hun baas is. Vasili hoort hem wel, maar reageert niet. Hij eet kalm, bijna werktuigelijk en zonder enige haast.
Anderen kijken nu ook zijn kant op. Het zijn jonge mannen met boerse gezichten. Ze tonen weinig belangstelling. Dat zij opkijken, is toe te schrijven aan de opmerking van hun meerdere.
“Kom je doen?”
De wereld is vol vervelende klieren en ze leren het nooit zich in te houden.
Vasili kijkt met tegenzin op.
“Het raam van je auto staat open”.
Zijn hand met de vork wijst naar boven als om aan te geven wat dit betekent: drijfnatte zittingen. Het valt hem op, dat een deel van de mannen een armband draagt.
“Waarom zit je alleen? Kom er gerust bij. Kun je dat mooie verhaal vertellen”.
Vasili knikt zonder belangstelling.
“Straks misschien. Eerst eten”.
Een van de mannen staat op van de tafel. Het zal zijn om de auto af te sluiten.
Het mooie verhaal: vlak voor zijn kapperszaak ontploft een granaat, afgeschoten vanaf de hellingen die de stad flankeren. Het complete winkelruit gaat aan diggelen. Mensen op straat gillen en rennen alle kanten op. De granaat rolt over de vloer, maar ontploft niet. Barbier Vasili Basic is juist bezig met de scheerbeurt van een klant. Onverstoorbaar werkt hij door, maakt de klus af en laat de doodsbange klant zelfs gewoon afrekenen. Zodra deze buiten komt, zakt hij alsnog in elkaar: een glassplinter is hem fataal geworden.

Nog is er gelegenheid een ontmoeting uit de weg te gaan. De boerenzonen maken geen indruk op hem. De meeste van hen zijn snotneuzen, werkloos sinds de kolchozen zijn afgeschaft. Hun vaders moeten het als keuterboer afleggen tegen de mondiale concurrentie. Weglopen is evenwel geen optie. Gezichtsverlies is het ergste dat je in dit land kunt oplopen. Het wordt je levenslang nagedragen. Tussen de mannen moet bovendien de persoon zitten die op de groepsfoto staat. Hij heeft Vasili dagenlang ondervraagd, geslagen en getrapt en in een halve meter koud water gezet. Hij is iemand die allang dood had moeten zijn. De man heet Nikki, maar de gevangenen noemden hem De Vis. Dit vanwege zijn gevoelloze ogen die een beetje ver uit elkaar staan. Wat te doen?

Hij besluit verdere vragen of opmerkingen te negeren en de tijd te gebruiken om zijn evenwicht te hervinden en tegelijk te eten. Deze prioriteit is hem van jongs af bijgebracht: altijd zorgen dat je maag gevuld is. Hij wenkt Bogdan om een glas koud water. Bovenal wil hij nuchter blijven. Het gesprek aan tafel gaat over de val van de moslimenclaves, tien jaar geleden maar nog lang niet vergeten.
“Wat wil je ook met Hollandse soldaten. Hun leven bestaat uit protocollen: regels voor dit, registratie voor dat, gewoonweg belachelijk. Weet je wel dat ze kaartjes op zak hadden met instructies in welke gevallen ze geen vuurwapen mochten gebruiken? Heb je het ooit zo zout gevreten?”
Een gezamenlijk lachen vult het café. Vasili volgt de discussie min of meer en voelt zelfs een moment van bereidheid mee te lachen. Als militair kan ook hij de Hollanders alleen maar minachten.
“De moslims dachten dat ze beschermd zouden worden door de Amerikanen en hun schoothondjes. Een klassieke vergissing. Ze werden brutaal en weigerden de wapens in te leveren waarmee ze in de nacht Servische dorpen overvielen en leegroofden. Om ontdekking tegen te gaan, verboden ze de Hollanders op patrouille te gaan. De Hollanders lazen in hun protocollen hiertegen vooral niets te ondernemen. Dat hadden hun politieke leiders zo beslist, snap je? Enfin, Mohammed en Fatima kregen van Mladic hun trekken thuis”.
Zo is het maar net en verhalen dienen allereerst om de onderlinge banden te versterken. In dit café voor bier en varkensvlees wordt de Bosnisch Servische generaal Mladic gewaardeerd en kun je vrijuit grieven uiten over moslims. Gesteld dat je de juiste toon weet te vinden.
“Die stomme Bosniakken!”
Deze afsluitende opmerking valt een beetje in het water. Feit is dat de nieuwe regering van de onfortuinlijke staat Bosnië en Herzegovina, naast Kroaten en Serviërs ook moslims telt. De bevolkingssamenstelling rechtvaardigt dit besluit ten volle. Met feiten moet je leven. En de oorlog heeft veel ellende aangericht, dat vooral.

“Misschien zijn ze niet allemaal dood”.
Vasili heeft het moment niet doelbewust afgewacht. Het is er ineens en hij spreekt impulsief. De anderen kijken op. Ze zijn hem al bijna vergeten.
“Wie vermoordt duizenden gezonde kerels als je ze ook kunt laten werken?”
Dwangarbeid. Oud als de Balkan zelf. Ooit waren er de onderaardse grotten en het beruchte kamp Jasenovac om mensen te dumpen die niet voldeden aan de rassenwetten van de Kroatische Ustace. Ook nu zingen geruchten rond als zouden mannen uit de enclaves in het geniep zijn afgevoerd naar de mijnen om daar te werken en te creperen. Er bestaat zelfs een naam voor deze schimmige lieden: Modrus.
Vasili knikt met schijnbaar onverschillige nadruk.
“Vraag het anders aan Nikki. Hij is de deskundige hier”.
Nikki, de man van de groepsfoto, de gezochte vadsige wrede Bosnische Serviër. Hij zit daar ergens aan de tafel en heeft geen enkele keer omgekeken. Dit gebeurt nu alsnog.
Een beetje gespannen veegt Vasili zijn mond af en staat op om zich bij de anderen te voegen. Je maakt beter geen ruzie op afstand, zelfs niet wanneer de groep een samenraapsel is van toevallig aanwezige personen.

Zijn blik kruist die van Nikki. Het is hem inderdaad en de herkenning is natuurlijk wederzijds. Vasili glimlacht. Het kost moeite, maar wie zal dit opvallen?
“Dag Nikki. Zit je goed, man? Zal ik je nog een biertje bestellen?”
Het klinkt quasi bezorgd en tegelijk als een dreigement.
De eerder opgemerkte armbanden van de mannen aan de ene kant van de tafel dragen het opschrift Politie. Dit moet dus de handhaving van de openbare orde voorstellen. Nikki en zijn mannen dragen geen armband of insigne. Ze zien er eerder uit als vuilnismannen of grondwerkers.
Hij tikt de boerenjongen naast de man die hem aansprak op de schouder.
“Laat mij even naast je chef zitten, knul”.
Overtuiging is het middel om rimpelloos je zin te krijgen. Geruisloos neemt hij plaats en geeft enkelen de hand, meer uit betekenisloze routine dan om iets anders.
Nooit heeft hij kunnen denken, opnieuw tegenover zijn kwelgeest te zitten, dan nog in een plattelands herberg. Hij neemt Nikki aandachtig op en schat en passent zijn trawanten in. Hun gezichten zijn hem onbekend.
“Je ziet er prima uit, man! Ik wil wedden dat je slaapt als een roos”.
De anderen wachten zwijgend af. Ook Nikki houdt zijn mond.
“Wat is je rang, Nikki Tesla?”
Deze keer snauwt Vasili. Hij kan het niet onderdrukken.
“Mijn rang? Ik ben burger”.
Nikki, de burgerman, de ongevaarlijke. Oorlogsmisdadigers ontkennen altijd en overal.
“Ook een deserteur heeft een rang. Nog altijd sergeant?”
Het liefst sloeg hij dit gezicht met vissenogen meteen tot moes.

Naam en rang. Het was de openingsfrase van ieder verhoor. Elke dag opnieuw. De Bosnische Serviërs die hem vasthielden, volhardden in de overtuiging een belangrijke vangst te hebben gedaan. Hij moest de sluipmoordenaar zijn die bij nacht en ontij hun strijders opspoorde en doodschoot. Alleen: ze wisten het niet zeker, want het wapen werd niet gevonden. Vasili begreep natuurlijk dat een bekentenis zijn dood zou betekenen. Zwijgen was een levenstaak. Tot Nikki de Vis op een dag de vragen verlegde naar een ander terrein. Of de gevangene een Duitse achtergrond had, de zoon was van een hoer en een naziezwijn? Elk woord kon hij dwars door je hoofd schreeuwen. Maar zijn gevangene gaf geen krimp.
“Tong verloren, sergeant? Je hebt wel een officier tegenover je, ja!”
“Ik ben jou geen verantwoording schuldig”.
Wat wordt er van een folteraar wanneer je hem zijn macht ontneemt? Ook in dit geval is er geen andere keuze dan een schlemiel te zien, iemand die je nog geen bandenpomp zou toevertrouwen. Tegelijk wil Vasili niets liever dan inhakken op deze kerel, hem vertrappen en doodmaken.
“We beginnen opnieuw. Ik zal mij even voorstellen. Mijn naam is Vasili Basic, luitenant eerste klas in het Joegoslavische Volksleger. En jij?”
Geen antwoord.
“Jij bent Nikki Tesla, sergeant en deserteur, stom als het achtereind van een varken.”
Een onmiskenbare belediging, maar voor een Serviër telt eerder het verwijt dat hij slecht neukt. Aan tafel wordt bovendien gelachen. Desondanks heeft Nikki een antwoord paraat.
“De oorlog is voorbij, kameraad luitenant”.
Vasili bekijkt de man tegenover hem. Ooit diende deze aap in hetzelfde leger als hijzelf. Wat is er gebeurd, waarom moest het land uiteen vallen, konden de mensen hun afkomst niet vergeten, aanvaarden dat het gaat om sociale rechtvaardigheid, gezamenlijkheid in de productie, bereidheid offers te brengen voor anderen en het grotere geheel?
“Pilana Jada, weet je nog? Als ik had doorgeslagen, was ik nu dood geweest”.
Pilana Jada, Helse Houtzagerij. Bijnaam van het complex waarin hij vast zat. De gevangenen afmatten met bruut lawaai was een geliefde methode.
“Misschien was dat wel beter geweest”.
“Maar je kreeg het niet voor elkaar”.
Domheid vormt de basis voor wangedrag. Het antwoord van Nikki bevat een indirecte bekentenis. In ieder geval is nu voor iedereen aan tafel duidelijk hoe het zit. Of misschien ook niet, want domheid komt vaak met velen.
“Nog altijd bang blind te worden wanneer je dicht op een tv scherm zit?”
Hernieuwd lachen. Buiten klinkt een harde donderslag, maar niemand die er aandacht aan schenkt. Onweer is van elke dag in dit jaargetij. Hij haakt zijn blik vast in de man die hij haat.
“Schop je nog wel eens een hond dood?”
De vragen en beweringen werken onverminderd op de lachspieren. Daarbij hebben de mannen al wat gedronken. Nikki wordt zienderogen boos, maar wat kan hij doen?
“En nu zit je hier. Laat mij eens raden: je reed rond op een plek waar je niet mag komen en toen was ineens de brandstof op”.
Vasili spreidt zijn armen, als om te aan te geven dat werkelijk niemand dit had kunnen voorzien. De kompanen van Nikki kijken gegeneerd.
“Als mijn ondergeschikte had ik je naar een psycholoog gestuurd”.
Onwillekeurig lacht hij met de anderen. In het leger is straf voor mannen en een psycholoog voor sukkels. Zijn aanvankelijke opwinding ebt weg. De afkeer blijft.
“Ja, vriend, het is vrede. Dat heb je goed opgemerkt. Maar wie herstelt de tanden die je uit mijn mond sloeg terwijl ik aan een touw in je kelder hing?”
Zonder schroom neemt hij de prothese uit zijn mond, om het verlies van een hoektand en twee kiezen te tonen.
“Zal ik je nieuwe maten tonen wat je op mijn rug hebt aangericht?”
Nikki heeft weer iets gevonden om de confrontatie te ontregelen.
“Waarom heb je onze portier vermoord?”
“Vermoord? Heb ik dat gedaan? Ik had een uniform nodig en jij bent daarvoor nu eenmaal te dik”.
Nikki begrijpt dat zijn positie instort. Niet vanwege zijn vroegere wangedrag, maar omdat zijn voormalige kelderslaaf de lachers op zijn hand heeft. Een beetje hulpeloos zoeken zijn ogen de politiebaas. Vasili ziet het en realiseert zich het risico. Wat als de meute zich alsnog tegen hem keert?
“Pas op, Nikki. Ik weet wat je denkt. Ik ken mensen tot op het hoogste niveau. Als mij iets gebeurt, wordt jij als eerste opgehaald om verantwoording af te leggen”.
Over zijn werk voor de VN zegt hij niets. In de ogen van lokale bewoners zijn het bezetters en Vasili werkt alleen met hen om eindelijk zijn capaciteiten als fysisch geograaf te kunnen inzetten. Langs de vensters, gering in aantal, danst het eeuwige weerlicht. In een decor van bergen en dalen, waarvan de vruchtbare grond door vele volkeren en nog meer generaties werd begeerd, mag de mens bekvechten wat hij wil. Woorden lossen op in de lucht. Doden worden begraven. Strijd laait op en zakt weer weg. Intussen blijven de bergen staan en stroomt regenwater onveranderd naar het laagste punt.

Hij haalt het mes tevoorschijn dat hij een uur geleden nog gebruikte bij het leegschrapen van het wildzwijn. Het is een nuttig souvenir aan zijn ontsnapping uit het detentiecentrum. Hij toont het zijn ook al zwaarlijvige buurman, de leider van het groepje agenten. Pas nu ziet hij dat deze behalve een armband een plastic badge draagt: Goran Rupa, Commandant Politie. In een hoek van de badge prijkt het landswapen. Vasili registreert het, maar laat zich meeslepen.
“Kijkt u eens naar de inscriptie, commandant! Met dit mes kerfde hij de repen huid van je kont. Wanneer het gillen hem hinderde, stopte hij pluggen in zijn oren”.
De glazen op tafel blijven onaangeroerd. Het kan alle kanten opgaan. Aan de bar krijst Ajka iets over Tito, dat die moet terugkomen. Zatte mensen spreken de waarheid in dagkoersen. Aan tafel hangt een ongemakkelijke stilte. De buitendeur gaat open en dicht. Het zwijgzame echtpaar is vertrokken.
Hij brengt de prothese weer in positie en gebaart Bogdan, zijn kameraad in stroperij, om een rondje voor de hele tafel. Wie van een ander drinkt, gaat minder snel over tot wangedrag en hij vertrouwt het gezelschap allerminst.
“Je gaat me niet vertellen dat je Kosovo aan je voorbij liet gaan, waarde vriend. Het opknopen van Imams en intellectuelen zal je tot vreugde hebben gestemd. Of waren het deze keer ongewapende boeren met hun laatste spaarcenten?”
Praten over politiek is overal ter wereld aanleiding tot onenigheid. Hier in Bosnië is het vragen om problemen.
“Laat mij u iets vertellen luitenant, over Kosovaren, de zogenaamd menslievende moslims met hun gematigde gedachtegoed”.
Het is Goran, de politiechef, die hier spreekt.
“Wel eens gehoord van de UCK, hun Bevrijdingsleger? Die gasten hielden jonge Serviërs vast in schuren en kelders om op bestelling hun organen te demonteren! Die werden verkocht aan de Oekraïne en aan Israël, die vuile rot Joden!”
Hij heft zijn hand om op voorhand onderbreking de kop in te drukken.
“En de UNMIK, die zakken van de VN, wilden de zaak niet eens onderzoeken! Omdat hun baas een Fransman was en Fransen als de dood zijn voor opstanden in hun moslimslums, de betonnen terreurflats van Parijs”.

Waar stilte valt, wordt het tijd om je bierglas leeg te drinken. Vasili pakt een stripje pijnkillers, drukt er twee uit en spoelt deze weg met het water. De aanwezigheid van vooral Nikki doet hem weer half vergeten verwondingen voelen. Of misschien is het de woede die hem eraan herinnert. Om niet perse voor een vriend van moslims te worden aangezien, schakelt hij schijnbaar over op een ander onderwerp.
“Zeg Nikki, heeft Lydia je wel eens verteld over Keraterm, dat vriendelijke plaatsje in het noorden van dit land?”
Keraterm, een beestachtig vrouwenkamp, gerund door de Serviërs. Wanneer de slavinnen waren suf geneukt door soldaten, werden ze voor een paar honderd Mark verkocht aan pooiers over de grens.
De Vis lijkt verrast, om niet te zeggen verschrikt.
“Wat weet jij daarvan, vuile rotmof?”
“Vuile wat? Let op je woorden, sergeant”.
Zijn hart lijkt trager te slaan. Hij kan zijn behoefte om Nikki te grijpen, nauwelijks onderdrukken.
“En toch heb jij een nazi achtergrond”.
In feite is Nikki een simpele ziel. Wie de geschiedenis kent, zal er niet van opkijken. Het beulswerk wordt overal en altijd gedaan door dommekrachten. Vasili bijt meteen terug.
“Ja, zoals jij afstamt van de Neanderthaler. Je kunt het nog zien aan je doorlopende wenkbrauwen”.

De nieuwbakken politiechef vindt het tijd om in te grijpen. Aanvankelijk won zijn autoriteit aan belang door Vasili als eerste te herkennen, maar hij zit niet te wachten op een vechtpartij. Bovendien heeft hij zelf bijgedragen aan de stemming.
“Nu ophouden, landsbroeders! Laten we nog eens luisteren naar het enige en echte verhaal achter de Barbier van Sarajevo”.
Het is een verstandige zet. Vertellen is een manier om de groep bijeen te houden. Ook Vasili ziet dit in. Daarbij speelt bij hem de afweging dat Nikki en Goran mogelijk kennissen zijn, goede collega’s of nog erger: familie. Alleen een dwaas steekt zijn hand in een wespennest. Hij moet iets wegslikken, maar stemt toe.
“Nou goed dan, maar heel kort. Ik heb nog werk te doen. Op een dag stond ik in mijn zaak te knippen en te scheren. Ik werkte voor levenden en doden, als je begrijpt wat ik bedoel. Uit het niets sloeg een granaat door het winkelruit naar binnen. Het glas ging met een geweldige slag aan diggelen!”
Ter illustratie geeft hij een flinke klap op de tafel.
“Iedereen nam natuurlijk meteen de benen. De mensen struikelden over elkaar om weg te komen. Behalve ikzelf en de klant met wie ik bezig was. Je moet altijd je werk afmaken. De granaat ontplofte evenwel niet, maar bleef op de vloer liggen, op nauwelijks twee meter afstand. Mijn klant plaste in zijn broek van angst, wat begrijpelijk is. Ik zei hem kalm te blijven en gaf hem een glas water. Na afloop wilde de man mij betalen, maar hij kon van de zenuwen zijn beurs niet vinden. Toen zei ik tegen hem: ach, dat komt de volgende keer wel!”
Aan tafel staat Bogdan, de waard.
“Gaat het een beetje, luitenant?”
Vasili knikt. Hij transpireert hevig. Voor hem staat een vers glas water. Buiten blaft een hond: niet alert of vijandig, maar verveeld, als om zichzelf te kunnen horen.
“Regent het nog steeds?”

Hij staat langzaam op, geeft commandant Rupa een hand en negeert de anderen. Een ogenblik voelt hij verwantschap met zijn lang geleden verdwenen vader: niet nadenken, maar handelen. Zonder hartzeer zou hij zich alsnog op Niki werpen. Een beetje onvast loopt hij langs de tap. Hier wast Bogdan de glazen. Ze wisselen een korte blik, maar doen er het zwijgen toe. Ajka is tamelijk zat en lacht hem vriendelijk toe. De oude Partij Tijgerin kan wel tegen een stootje.

Buiten is het min of meer droog. Op het erf staan langgerekte plassen. Hij werpt een blik op de hond die blafte. Het dier staat onder een afdak en maakt geen aanstalten tot wat ook. Het staat te staan en het kijkt. Hij glimacht onwillekeurig en roept zachtjes.
“Nikki, kom maar jongen!”
De hond kwispelt even, maar nadert niet.
Wanneer hij zich omdraait, merkt hij dat Bogdan hem gevolgd is. De waard staat op een meter of vijf.
“Heb je dan nergens verstand van? Het is geen mannetje, maar een teef.”
Hij nadert een paar meter, dempt zijn stem en gebaart bijna onzichtbaar met zijn hoofd naar zijn café.
“Nieuwe bezems vegen schoon, Vasili! Pas goed op jezelf”.

Het is minder laat dan je zou denken. Het is hoogzomer en de dagen zijn lang. Zonlicht strijkt over het café en markeert het einde van de bui. Vasili voelt zich geradbraakt. Zonder ingrijpen door Goran Rupa zou hij waarschijnlijk alsnog zijn opgesprongen om Nikki de keel af te snijden, ongeacht de gevolgen. Is dit wel normaal? Hij zal de kwestie eens voorleggen aan een onpartijdig iemand die er verstand van heeft.

Print Friendly, PDF & Email

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.