WRAAKENGEL, DEEL III

| Geen reacties

Ideologie. Godsdienst. Etniciteit. Ras. Argumenten volgen de wens om oorlog te rechtvaardigen. De basis is het maken van onderscheid tussen zij en wij. Aan de top gaat het slechts om dat ene ding: macht. Op lagere niveaus is roven is makkelijker dan werken, verkrachten effectiever dan het paringsritueel, moorden een reflex op machteloosheid en de ultieme uiting van stompzinnigheid. Oorlog komt neer op een onbeheersbare spiraal van genoegdoening en sadisme. Moraalridders doen alles om de beschaving in stand te houden, maar in de kern is de mens dominant, agressief en onvoorspelbaar. Oorlog wordt achteraf betreurd, maar wanneer het zover is, staan de jonge krijgers lachend in de rij om zich te bewijzen.

Vasili is terug in zijn appartement. Zijn vrees wordt bewaarheid. De woning is overhoop gehaald. De vraag is: door wie? Het komt bij hem op dat Pavlev erachter zit om de gestolen informatie terug te halen. Het kunnen ook mannen van Goran of Nikki de Vis zijn. Min of meer waardevolle zaken zijn verdwenen. Een zelfbouwkast is omgegooid. Wanneer niet wordt aangetroffen op wat wordt gehoopt, moet de frustratie zijn beloop hebben. Alles bijeen ziet de situatie eruit als een ordinaire inbraak, maar Vasili voelt onrust. Hij tast in zijn broekzak en vist er de USB van zijn chef uit.

Zondag in een buitenwijk van Sarajevo. Rond het flatgebouw gebeurt niets. In het centrum van de stad, net buiten de historische wijk Bascarsija, wordt een feest ingeluid, een concert voor jonge mensen om de nationale eenheid te bevorderen. De jeugd is gulzig en flexibel omdat ze nog weinig levenservaring heeft. De wind draagt lawaai tot op het balkon. Het concert toont vooral lokale bandjes en wordt gesponsord door Sprite, een geïmporteerde frisdrank. Zonder iets op te ruimen, zet hij koffie. Van de vloer raapt hij een armbandje op. Het is een toeristending en misschien om die reden door de indringers over het hoofd gezien. Zo dom zullen mannen van Pavlev toch niet zijn dat ze deze laten liggen? Het bevat een USB van 8 GB met gekopieerde meetresultaten. De inhoud van de koelkast lijkt onaangeroerd. Toch laat hij aangebroken flessen en pakken leeglopen in de wc pot. De motieven van de indringers zijn immers duister. Je hoort soms rare berichten over polonium en andere gifstoffen. Hij geeft zijn geraniums op het balkon water en belt Dusan. Ze spreken af bij IJscafé De Eskimo, gelegen aan een pleintje waar buurtbewoners samenkomen. Hier ben je redelijk veilig.

Alweer wordt het een zinderende dag. Op het middaguur wijst de thermometer aan de gevel van een apotheek 39 graden. Hoog in de lucht patrouilleert de luchtmacht van een buitenlandse mogendheid. De vrede wordt maar matig vertrouwd. Vasili arriveert als eerste op het terras. Hij kiest een plek waar je zo nodig kunt wegduiken achter een betonnen bak met stokrozen. Het komt bij hem op, dat hij zin heeft in seks met Katja, de kokkin van het pension waar hij niet meer terugkeerde. Zij zal getrouwd zijn, maar wat zou het? Op het tafeltje ligt een krant met uitsluitend sportberichten en reclame: leesvoer voor zorgeloze mensen. Denken aan Katja voert hem al snel naar Lydia Jadranca. Hij kan moeilijk zomaar overdag haar woning binnen geraken en haar afmaken. Inbreken is een laaghartige bezigheid voor een ex militair. Het juiste adres te kennen, geeft hem de gelegenheid in alle rust over haar lot na te denken.

Vlakbij strijken twee jonge mannen neer met een buitenlands uiterlijk. De ene haalt een paar lederen bekers en een dobbelsteen tevoorschijn. De ander doet alsof hij speelt en wint. Beiden kijken voortdurend rond. Doel is natuurlijk om passanten te trekken en hen geld af te troggelen. Vasili kijkt toe zoals je naar straatkatten kunt kijken: met mededogen, maar met de bereidheid op te treden.
Het zijn zigeuners, Luftmenschen. Mijn vader wist er wel raad mee, maar ze bestaan nog steeds.
Desondanks deelt hij niet de algemeen toenemende afkeer jegens de reizende gelukszoekers. Hij weet wat er nodig is om op eigen houtje te overleven en de vindingrijkheid van zigeuners is algemeen bekend.
Zal ik ze een kopje koffie aanbieden? Waarom eigenlijk niet? Het zijn maar sloebers. Hun meer succesvolle vrienden zijn in Italië en Frankrijk.

Het is moeilijk om valse lucht uit een gehavend instrument te bannen. Vasili heeft op zijn minst een agenda: zigeuners hebben een scherp oog voor naderend onheil omdat ze overal op hun tellen moeten passen. Hij kan wel wat hulp gebruiken om de omgeving te bewaken. Aan de andere kant: wie zegt dat deze gasten niet juist zijn gestuurd om hem in de gaten te houden, af te leiden, zijn ondergang voor te bereiden? Wantrouwen wint het van grootmoedigheid.
“Zeg jongens! Kunnen jullie ergens anders gaan zitten?”
De mannen kijken nauwelijks op en denken gewoon te kunnen doorgaan.
“Dadelijk komt de chef van de zaak. Hij smijt een emmer ijswater over jullie heen”.
Onwillekeurig vraagt hij zich af of het zigeuners waren die in zijn woning rondstruinden. Je hoort er meer van de laatste tijd. Ze komen en gaan als sprinkhanen en het beperkt zich niet tot Bosnië.
“Nou, wat gaat het worden?”
Mogelijk verstaan de mannen hem niet eens. Ze kennen een stuk of wat woorden, als geld, spelen, winnen, simpel. Met hen een gesprek voeren, is hoe dan ook onbegonnen werk. Bovendien verdienen ze met koffie drinken geen cent.
Van De Eskimo komt niemand naar buiten. De nieuwe tijd van wegkijken is ook hier aangeland.
“Waar bemoei jij je mee, oude pandoer?
Pandoer, scheldwoord voor politieagent. Vasili staat op. Het zijn gewone straatjongens, dieven, slampampers. Ze verstaan hem maar al te goed. Tijd om te tonen wie hier de baas is. Steeds vaker betrapt hij zich op impulsieve besluiten en de behoefte iemand onbarmhartig aan te pakken.
“En nu oplazeren, hoerenzonen!”
Openlijk aan de eer van iemands moeder raken, is een gevoelig wapen op de hele Balkan. De jongens komen overeind, maar voorlopig niet om bang weg te rennen.
“Goedemiddag samen”.
Daar is Dusan. Hij is in gezelschap van een veel jongere man. In zijn hand heeft hij een opgerolde krant, een Franse. Vasili ziet tenminste in vette kapitalen het woord TEMPS. Dusan haalt wat kleingeld uit zijn zak en geeft het de dobbelaars. Zonder protest vertrekken zij. Maar niet voor een van hen Vasili aankijkt en een vinger langs de keel haalt.

Het pleintje in de woonwijk van lage flats baadt in wit zonlicht. Er staan geen bomen, wel grote parasols in rood en wit. En vier betonnen bakken met bloeiende stokrozen. Een IJscafé trekt altijd mensen. Niet alleen ouderen of kinderen komen hier. Er arriveert ook een groepje giebelende meiden, omcirkeld door kansloze mannelijke halfwas.
De psychiater is in gezelschap van zijn zoon. Deze heet ook Dusan, maar wordt Mladen genoemd, wat zoveel als junior betekent. Hij is slank, beweegt zich soepel en werkt als onderwijzer in Zagreb. Dit ligt in Kroatië, dus technisch gesproken is hij vandaag in het buitenland.
“Onenigheid op de Dag des Heren?”
Dusan de moslim maakt graag een grapje over het Christelijke Opperwezen.
“Volgende keer spreken we af op vrijdag”.
Vrijdag, wanneer de luidsprekers van Allah mekkeren en de Moskee volstroomt met werklozen in een kaftan. Elk Opperwezen zal Vasili worst wezen.
“Geef ze een aalmoes en de mensen zijn je dankbaar”.
“Mijn goedheid gaat zo ver als de omstandigheden vragen”.
“Wie das Land, so der Mensch”.
“Das Leben ist nichts fur Feiglinge”
Een schermutseling op het gebruikelijke niveau.

Vasili laat zijn blik over Dusan II glijden.
“Welkom Mladen. Ik hoor graag over je leven in Zagreb, maar vertel wel iets dat mij boeit”.
Kennelijk heeft Dusan al enig voorwerk gedaan om zijn zoon te informeren. Mladen glimlacht tenminste beleefd en wisselt een blik met zijn oude heer.
“Ik ben met de motor. Het is een Royal Enfield uit 1956”.
Vasili tuit zijn lippen. Een oude Engelse motor is prima. Helaas hebben de bouten en moeren andere maten dan die in de rest van de wereld. Dit vereist speciaal gereedschap.
“Sleutel je er zelf aan?”
“Wie zal het anders doen?”
“Dan mag je blijven”.
Ze gaan zitten. Vasili betrekt zijn oude plek.
“Mijn vader vertelde dat u voor de VN werkt?”
mladen mag denken dat dit gunstig is, hier in Bosnië wordt de wereldbewaking minder op prijs gesteld.
“Niet zo luid alsjeblieft! Formeel werk ik voor de overheid van dit land”.
Het zo te zeggen: dit land, niet mijn land. Voor Vasili is Bosnië een soort te heet gewassen en dus gekrompen Joegoslavië. Overigens denkt hij nauwelijks in termen van nationale trots. Thuis is waar je slaapt, of het in de kazerne is, een grot in de bergen of het bed van een naamloze vrouw.
“Is het interessant werk?”
“Zeker wel. Gisteren ben ik beschoten en vanmorgen was er in mijn appartement ingebroken”.
Mladen weet even niets te zeggen.
“Vertel maar liever over je nieuwe land en de vooruitzichten op lidmaatschap van de EU, beste jongen.”

De Dusans nemen koffie. Vasili bestelt een biertje. Omdat alcohol hier niet geschonken mag worden, komt het bier in een stenen mok. Zo kan niemand zien wat erin zit. Mladen blijkt een babbelaar, precies als zijn vader.
“Bij ons gaat het best goed. Er komen al veel subsidies uit Europa binnen. Bijvoorbeeld om de kwaliteit van de rechtsgang te bevorderen. En ik kan gemakkelijk rondreizen, mocht ik het willen”.
Vasili trekt zijn wenkbrauwen op.
“De kwaliteit van wat!? Kroatië heeft haar vroegere leiders uitgeleverd aan het Joegoslavië Tribunaal. Dat is schandalig! Nou ja, ik zou wel naar Duitsland willen. Weg uit deze shit”.
Intussen denkt hij aan Katja de kokkin. Hormonen beheersen een groot deel van een mensenleven. Hoelang staat hij al droog? Maar hij denkt ook aan wat hij met Dusan wil bespreken. De psychiater schijnt dit aan te voelen.
“Wat heb je op je lever, Vasili?”
“Ik heb het eerder áán mijn lever. Misschien kun je even mee naar binnen lopen. Achterin de zaak staat een computer en die heb ik nodig om je mijn bevindingen voor te leggen. Het duurt niet lang”.
Voor Mladen laat hij er een voorstel op volgen.
“Als je wilt, kunnen we straks een ritje met de motoren maken. De inbrekers konden mijn garage met de DNEPR niet vinden, denk ik. En je vader doet graag een dutje tussen drie en vier. Ha, ha!”.
Dieper in de IJswinkel aangekomen, maakt hij een bemoedigend bedoelde opmerking.
“Geweldige zoon heb je”.
“Hij geeft me geld. In Kroatië verdienen de mensen veel beter. Zonder zijn steun kan ik het niet volhouden”.
Een ander zou dit voor zich hebben gehouden. Dusan vreest geen schaamte. Of hij kletst maar wat.

Binnen krijgen ze de beschikking over een desktop. Deze is aan een metalen kabel gemonteerd om diefstal tegen te gaan. Probeer je ermee te lopen, dan gaat een alarm af. Dit is het moderne Bosnië.
Vasili haalt de USB tevoorschijn en monteert deze in de pc.
“Ik zal je uitleggen wat je hier ziet”.
“Het is beter dat mijn zoon meekijkt. Voor mij is het algebra”.
“Bepaald dat straks maar. Het is echt beter als je eerst zelf kijkt”.
Een ogenblik komt het bij Vasili op, dat Dusan liever niets onder ogen krijgt. Dat hij misschien uiteindelijk iemand is die verantwoordelijkheid schuwt. Praten over andermans narigheid impliceert ook een mate van eigen afscherming.
“Kijk! Tegen de 400 namen. Allemaal moslims. Waar ze verblijven, staat op de kaart. Denk jij wat ik denk?”
Dusan zwijgt. Hij schuifelt ongemakkelijk heen en weer op het tweepersoons neplederen bankje. Vasili dringt aan. Zo naïef kan een gestudeerd man toch niet zijn. Na de slachtpartijen in de Bosnische enclaves zijn bovendien moslims uit Kosovo verdwenen.
“Het kan geen flauwekul zijn, want er staan initialen onder. Van onder meer de chef Stuurgroep Mijnbouw. Het lijkt op een akkoord”.
“Waar heb je dit vandaan?”
“Tja, hoe komt een hond aan vlooien?”
Vasili is niet van plan meteen de hele gang van zaken prijs te geven.
“Heb je een computer gelicht? Gevaarlijke zaak. Het gaat jou niet aan, lijkt me”.
Vasili is te verbeten om dit een vreemde opmerking te vinden.
“Je vergist je. Dit is de werkelijkheid. En mocht je mij niet geloven: ik ben gisteren echt beschoten. Mogelijk staat het zelfs in die Franse krant van je. Een goede vriend bloedde naast mij dood. Ik geloof niet aan toeval en het gaat mij weldegelijk aan”.
“Heb je nog meer? Is dit het?”
“Zeker. Ik heb half verbrande kleding gevonden, om iets te noemen. Jij bent moslim. Praat erover met je Imam. Het zal hem interesseren”.
“We kunnen beter nog wat op terras gaan zitten”.
Er lijkt angst in de stem van Dusan door te klinken. Angst of afkeer.
“En je zoon Mladen? Wil je dit echt met hem delen?”
Er bestaan vragen die niet om een antwoord vragen. Vasili voelt zich geroepen de vriendschap te veilig te stellen.
“Geen zorgen, beste vriend. Ik zal er over zwijgen.”
Met gemengde gevoelens sluit hij de computer en trekt de USB eruit.

Van een gezelligheidsrit met twee klassieke motoren komt niets terecht. Vasili voelt haarfijn aan dat Dusan ertegen is en hij wil niets forceren. Wel toont hij hen zijn garage bij de flat. Deze staat op ruime afstand en is duidelijk jaren na de bouw van de flat neergezet. Zo werd tegemoet gekomen aan verlangens van de bewoners in een land dat door economisch wanbeleid steeds meer in armoede verviel. Een eigen opslagruimte en een moestuin lenigen de eerste nood.

De garage staat stampvol goederen die eigenlijk in een woning horen. Vasili geeft niets om spullen, anders dan strikt nodig voor levensonderhoud. Zoals de DNEPR K750. Deze staat prominent vooraan. Voor Mladen is het een buitenkans een zeldzame motor eens goed te bekijken. Op de wegen zie je alleen moderne exemplaren. Vooral Italiaanse Ducati zijn in trek bij de Kroaten, protagonisten van de Paus in Rome. Het land zal binnen afzienbare tijd lid worden van de Europese Unie, de club van bankiers en andere aaseters. Er kan geen goed van komen.
De psychiater heeft geen zin in technische gesprekken. Wat zal het hem schelen dat een DNEPR cardan aandrijving bezit en een echte achteruit versnelling? Hij steekt een sigaartje aan en wacht buiten op een plastic tuinstoel.
“Zeg Mladen. Ik wil je iets geven. Maar mondje dicht erover tegen je vader, akkoord?”
Iedereen is gevoelig voor het ontvangen van geschenken en Vasili is voor Mladen een aparte figuur.
“Wat is het dan?”
“Eerst beloven je kiezen op elkaar te houden”.
Mladen steekt twee vingers in de lucht. Zijn nieuwsgierigheid is te groot om voorzichtig te blijven. Vasili haalt het titanium mes van Nikki tevoorschijn.
“Als leraar mag je de geschiedenis van je land niet vergeten. Met dit mes zijn meerdere mensen in de laatste oorlog mishandeld. Kijk maar eens goed”.
Om zijn bewering te illustreren, trekt hij zijn hemd omhoog en toont Mladen een deel van zijn rug. Het heeft lang geduurd voor hij normaal kon douchen. Nog altijd is het onaangenaam op de vele tot litteken vergroeide wonden te liggen.
“De man van wie ik het heb afgepakt, loopt vrij rond. Zijn naam staat erin gegraveerd: NIKKI. Bewaar het als een tastbaar aandenken van hoe je land is ontstaan”.
Mladen weifelt. Het duurt te lang. Vasili voelt drift opkomen en weet genoeg.
“Vergeet dit, Mladen. Je bent er niet aan toe. Maar houd je wel aan je belofte te zwijgen”.

Het leven is als een rivier. Water stroomt en voert allerhande soorten slib aan. De ene laag bedekt de andere, maar niets verdwijnt echt. Na het vertrek van Dusan & Zoon voelt Vasili zich een beetje stuurloos. De geur van uitlaatgassen is de laatste vage aanduiding van hun aanwezigheid. De flat weerkaatst zonlicht en flarden van verre muziek. Bijna alles lijkt beter dan naar binnen te gaan en de rommel onder ogen zien die de indringers hebben achtergelaten. Daarbij begint morgen een nieuwe werkweek. Wat zal hij aantreffen op kantoor: bewakers die hem staande houden, een chef die hem naar een raamloze kamer dirigeert, collega’s die hem mijden alsof hij schurft heeft? Hij besluit een eindje te gaan rijden. Dan maar zonder Mladen en zijn Royal Enfield.
De kennelijke tegenzin van Mladen om een uniek factotum als het foltermes te aanvaarden, zit hem dwars. Erger: het doet pijn. De reden hiervoor ligt dieper dan hij zou willen: Vasili wil van het mes af.

Om zich af te reageren, besluit hij het bij zijspan aan de motor te bouwen. Lichamelijke inspanning is een krachtig medicijn tegen zielenpijn. Gelijk de motor is het zijspan robuust, een soort torpedo van metaal. De benodigde bouten zitten ter voorbereiding los aangehecht. Met enkele steeksleutels kom je een eind, maar het correct afstellen is vakwerk.
Het zijspan dient nog een ander doel. Vasili zoekt even in de opgetaste spullen en trekt er een valies uit, een soort vioolkoffer. Hij controleert de omgeving en haalt er vervolgens de AK uit. Deze heeft hij bij zijn ontslag verduisterd, ofwel gewoon niet ingeleverd. Het wapen is compleet met vizier, Made by Leitz. Jarenlang was het zijn vriend en zijn vrouw. Opgejaagd in de heuvels, verborg hij het bijtijds voor hij werd opgepakt door een eenheid Cetniks, lokale Servische deserteurs uit het instortende Joegoslavische Volksleger.
Controle is eigenlijk overbodig. De AK is in perfecte staat weggezet. Een soldaat met een verwaarloosd wapen is geen knip voor de neus waard. Clip ofwel patroonhouder erin, grendel overhalen en veiligstellen. In bedrijfsklare toestand past de AK diagonaal in het zijspan. Nu nog terreinschoenen aantrekken, zijn oude militaire pak met koppel, helm en zonnebril op het hoofd.

De rit gaat de stad uit, in westelijke richting. In zijn verbeelding moet het er stoer uitzien: man in militaire uitrusting op een Russische motor met zijspan. Het komt niet bij hem op, dat dit idee achterhaald kan zijn, dat jongeren hem helemaal niet zullen opmerken of er hooguit een levende versie van één van hun belachelijke Game Heroes in kunnen zien.
Vandaag lijkt er geen regen te komen, al kun je dit beter beoordelen wanneer je zicht hebt op de achterliggende bergkammen. De hoofdweg is keurig geasfalteerd. Na een kilometer of tien moet je dit pad van beschaving verlaten en word je omsloten door een landschap dat hoofdzakelijk nog in oude fotoboeken bestaat. Armoedige huizen, vervallen boomgaarden, ingestorte schuren en zelfs een molen die tijdens de oorlog is gespaard. Op een akker keert een boer het hooi. Hij bestuurt een IMT, de van Massey Ferguson gekloonde tractor. De verticaal geplaatste uitlaat braakt rook. Vandaar gaat het verder, helemaal tot de fundamenten van de voormalige staalfabriek. Hier staan borden van Verboden Toegang en Instortingsgevaar. Vasili zet de motor af en luistert naar de stilte. Met zijn herwonnen gehoor aan de rechterkant is dit een genot zoals velen nooit zullen ervaren. Want alles lijkt vanzelfsprekend, tot de confrontatie waarin je lichaam nieuwe grenzen afbakent en je mogelijkheden inperkt.

De meeste gebouwen van weleer zijn helemaal verdwenen. Andere werden uitgehold voor hout en metaal, om later in te storten. De vroegere krachtcentrale staat nog fier overeind. Het is een fort van baksteen, 80 meter lang en 40 breed. De ontoegankelijkheid straalt ervan af. De regenpijpen zijn gestolen, afgekapt onder wankele dakgoten. Vooral op deze plek is het nog voorstelbaar hoe hier elke dag honderden mensen werkten, hun gang gedempt door het gonzen en dreunen van de centrale.
Vasili loopt wat rond, eet een ongeschilde appel en gooit het klokhuis van zich af. Hierbij heeft hij het gevoel te worden gadegeslagen. Onmiddellijk past hij zijn route aan, lettend op mogelijkheden om dekking te vinden. De open vlakte is het gevaarlijkst en daarom schuift hij langs de kolossale muren van het gebouw. Om de hoek wordt het beeld rommelig: elke 8 passen zit een deur van roestend metaal. De derde laat zich moeizaam opentrekken. Hij aarzelt binnen te gaan, maar wil toch een indruk krijgen.
Binnen sluit het verleden zich als vloeibeton om hem heen. De stilstaande lucht ruikt naar metaal, olie en bakeliet.
Met de pioniers brachten we de zomer door in een machinefabriek. Er werden scheepsschroeven gemaakt. Nooit zag ik in die jaren ook maar een enkel schip. Ik wist nauwelijks dat Joegoslavië een kustlijn had.

Licht valt neer vanaf een hoogte. Ragfijn stof danst onafgebroken in zonkegels die uiteenslaan op massiefstalen vormen, of eindigen op de zwarte grond. Het valt niet te begrijpen waarom deze beweging van microdeeltjes maar doorgaat in zo’n steriele omgeving. Vasili staat een volle minuut doodstil. Het komt hem voor dat de machines uit zichzelf zullen aanslaan, de productie hervatten, de klok twintig jaar teruggaat en niemand ervan opkijkt.
Petra Vasovic. Hij ziet haar gestalte voor zich: jong, lenig, altijd vrolijk en een beetje fanatiek. Natuurlijk was hij verliefd. En Petra ook, alleen niet op hem.

Ergens in het gebouw klinkt een tik, geen slag of dreun, maar een tik. Vasili denkt aan de deur waardoor hij is binnengeraakt, maar het kan ook iets anders zijn. De richting is moeilijk te bepalen, want van akoestiek is hier geen sprake. Zijn neus vangt sporen van brand. Het gaat niet om rook van een vers vuur, maar om iets dat allang is gedoofd. Zo kan een café naar verschaald bier ruiken, of een muur in een kustdorp naar gerookte vis.
Petra kreeg iets met het hoofd van de koudwalserij. Dat zoiets kon gebeuren in dat constante lawaai van machines.
Hij schudt de dromerij van zich af en zet er de pas in, links en rechts speurend naar de oorzaak. Lang hoeft hij niet te zoeken. Onderaan een smalle trap van geperforeerde metalen treden, is de centrale stookplaat, een monster van Duitse makelij met een al even enorm luik om de brandstof aan te vullen. Snel laat hij zich zakken, slechts van plan een enkele blik in dit halfduistere souterrain te werpen. Het stortluik staat wagenwijd open. Wat daarbinnen is, valt onmogelijk zonder lamp te beoordelen. Op de grond aan zijn voeten ziet Vasili iets vreemds liggen: gedeeltelijk verkoolde kledingstukken. Het zijn duidelijk geen vodden, maar restanten van keurige overjassen.
Iemand moet ze naar zich toe hebben geharkt. maar waarom?
Het lijkt hem beter te vertrekken en de buitenlucht weer op te zoeken.

Vasili verlaat het energiegebouw, bereikt zijn motorfiets en rijdt haastig verder. Op deze terreinen kun je zomaar stuiten op illegale activiteiten: een smokkelbende, een verdeelcentrum van hoeren uit Rusland, een wapendepot voor milities, bewakers van verdovende middelen voor de Italiaanse markt. Waar een stevig centraal gezag ontbreekt, tiert de misdaad welig. Bijna fysiek ervaar je hier het naderen van grenzen, de mogelijkheden om agressie te ontmoeten, halvegaren tegen te komen die aan niemand boodschap hebben. Eenmaal in de volle buitenlucht voelt hij verlichting. Hij stopt opnieuw en bestudeert het landschap door zijn kijker. Ver in het westen ziet hij een kleine stofwolk die kan duiden op activiteit. Verder is er niets dat hem verontrust. Zondagmiddag, half vijf. Wat kan er helemaal gebeuren? Hij drinkt een blikje bier leeg, trapt de motor aan en neemt het pad dat hij eerder volgde met de Landrover van zijn werkgever.

Drie maanden overleven in de bossen scherpt de zintuigen en brengt een band met de natuur teweeg die een stadsbewoner nauwelijks kan bevatten. Hier moet je alles zelf bedenken en uitvoeren, waar in de stad alles zich aandient. Daarbij wegen eeuwenlange ervaringen van afzien, strijd en armoede zwaarder dan die paar decennia achter de vergulde tralies van de welvaartskooi.
Vasili gaat zich allengs beter voelen, al drukt de warmte ook op hem. Af en toe stopt hij om te luisteren en rond te kijken. Het meegebrachte bier is op. Wel is er nog een veldfles met lauw water. De helm doet hem zweten, reden om het ding af te nemen en in het zijspan te kieperen.
Gemakkelijk vindt hij de plek terug waar het wildzwijn werd gevangen. Zin om te kijken of de strik opnieuw te plaatsen, heeft hij niet. Nu Bogdan dood is, heeft dit geen betekenis meer.
Een paar honderd meter verder stapt hij weer van de motor en kijkt rond. Hier ergens werd de YPR achtergelaten waarmee Nikki en zijn helpers waren gestrand. Het mag duidelijk zijn, dat het voertuig is verdwenen en sporen zijn vervaagd door wind en regenval.

Het is een losse inval, een vermoeden, intuïtie. Hij keert de motor en rijdt een eindje terug. Waar ook weer werd vuur gestookt? Lagen er destijds ook geen half verbrande kledingstukken in de as? De gedachte hieraan wekt nervositeit in hem op: Die vuile Lydia goot benzine in de laarzen van gevangenen, gooide er lucifers heen en lachte zich een ongeluk om de manier waarop haar slachtoffers om zich heen trapten. De mannen deden niets om haar tegen te houden. Het kon niemand iets schelen. Vasili laat zich van de stilstaande motor vallen om te braken. Het komt ineens op en is na twee golven kots ook snel weer over.

Bijna onmerkbaar schuiven wolken voor de zon. Ze komen niet opzetten uit een bepaalde richting, maar groeien als zwarte stoom boven het land. Het is drukkend warm en vrijwel windstil. Vasili spoelt zijn mond en veegt zijn voorhoofd af. Op dat moment ziet hij de eerder waargenomen stofwolk opnieuw. Onmiskenbaar nadert daar een voertuig en het bevalt hem allerminst. Hij zal opgemerkt zijn en het is beter je voor te bereiden. Zonder natuurlijke bescherming heb je hier in geval van nood geen schijn van kans. Snel herstart hij de motor, draait een kwartslag en jakkert naar de bosrand. Hier stopt hij, neemt het geweer uit het zijspan en schuift er een patroonhouder in. De AK is een aanvalswapen en je kan er flinke gaten mee schieten. Met de kijker controleert hij nogmaals het naderende voertuig. Het is een 4WD van Toyota, een cowboyding zoals de Cetniks vaak gebruiken. Dit zegt nog weinig, maar het ontgaat hem niet dat op zeker moment twee mannen van de laadbak springen. Ze verdwijnen in de stofwolk en blijven onzichtbaar.

Een burger mag vertrouwen hebben in de wereld, een soldaat moet op het ergste zijn voorbereid. Vasili maakt dat hij wegkomt. Gebogen rent hij de beschutting tegemoet, naar de rotsblokken en de bramenstruiken, het hoge onkruid en het bouw puin dat lang geleden van kiepwagens is geschoven. Al meteen onderkent hij, belangrijke spullen te hebben achtergelaten: zijn kompas, het mes van Nikki, de veldfles, eigenlijk alles. Alleen de AK heeft hij en enkele magazijnen die hem in zijn voortgang hinderen. De Toyota klinkt nabij en valt dan stil. Hij kan niet zien wat er gebeurt, maar het is hem duidelijk dat de bezoekers zijn motor hebben gevonden en naar hem zullen zoeken. Minutenlang gebeurt er niets.
Ineens doorsnijdt een scherp geluid het bos. Uit een megafoon, een elektrisch versterkte toeter zoals gebruikt door de politie om betogers en relschoppers tot inkeer te bewegen, klinkt geschreeuw.

“LUITENANT VASILI BASIC! WE WETEN DAT JE ER BENT. KOM TEVOORSCHIJN! WE WILLEN MET JE PRATEN!”

Vasili kan wel in zijn broek plassen van angst. Precies deze methode gebruikten de Bosnische Serviërs om gevluchte moslims uit de enclaves over te halen uit het bos te komen. Waarna ze werden afgevoerd en op vage plekken doodgeschoten en begraven. Hij kijkt rond om een geschikte schuilplek te vinden, maar ziet er geen. Daarbij kunnen de mannen in het zijspan kijken en achterhalen dat hij geen water bij zich heeft. Insluiting kan hij niet lang doorstaan. Daar is de speaker weer:

“VASILI! HET GAAT OM HET ONGELUK BIJ VAREŠ! JE VRIEND BOGDAN LEEFT EN HEEFT JE NODIG! KOM TEVOORSCHIIJN! VASILI!”

Wie vlucht, wordt een prooidier. Je belagers zijn in het voordeel, vooral psychologisch. Aanvallen is soms beter. Dan keer je de rollen om en moeten de anderen zich zien te redden. Het is al winst wanner je een paar belagers kunt verwonden.
Vasili sluipt naar een hoger gelegen plek, waar meer overzicht is. Gelukkig draagt hij zijn terreinschoenen met zwaar profiel. Terwijl hij klimt, vallen de eerste regendruppels. Eenmaal boven, trekt hij de capuchon over zijn hoofd en wacht af tussen de struiken.
Lang duurt het niet voor hij iemand ziet. Deze persoon snelt van boom tot boom en wacht daar vervolgens langere tijd. De jacht is kennelijk geopend. Vasili zoekt met zijn kijker naar de precieze plek waar de man zich ophoudt.
Godverdomme! Vuile tyfushonden! Godverdomme!
Beneden staat een ondergeschikte van politiecommandant Goran Rupa. Vasili herkent hem uit het café. De man doodschieten is technisch tamelijk eenvoudig, maar de AK heeft geen demper en verraadt gemakkelijk zijn positie. Aan de andere kant: elke boerenlul met een wapen kan je dood veroorzaken, dus waarom zou je hem in leven laten?

Iemand van het leven beroven is een verschrikking. Instinctief weet je dat het verkeerd is. Het verschil tussen doden en vermoorden bestaat vooral in propaganda die tot moorden aanzet. Elke poging de ander definitief uit te schakelen, is een aanslag op de normaliteit. Een soldaat kan zich wijsmaken dat hij bevelen volgt of geen keuze heeft, maar ontkomen aan de emotie zal hij niet. Dit wel te kunnen, is een bewijs van perversie, van een beschadigde geest.
Er zijn technieken om het psychologische effect van moorden te minimaliseren of uit te stellen. Vaak komt het neer op afstomping, het zo voor te stellen dat de ander een aap is, een onderkruipsel, iets dat schadelijk is. Zover is het met Vasili nog niet gesteld. Hoewel: het ontwijken of moeizaam aangaan van relaties kan worden beschouwd als een voorbode. Aan Bogdan is hij werkelijk gehecht, aan Dusan eveneens maar toch anders, Bert kan hij als gezelschap waarderen. Met de oude vrouw Ajka voelt hij verwantschap vanwege haar inzet voor de Partij en compassie omdat haar functie werd afgepakt. Andere kennissen zijn voormalige klanten uit de dagen dat hij barbier was of toevallig tegen het lijf te lopen kameraden uit het volksleger. Een vrouw heeft hij allang niet meer. Hij beseft wel dat dit neerkomt op een vorm van armoede. Dit te denken, wekt een vreemd verlangen in hem op: seks met Katja, de vlezige kokkin. Het zal gewoon biologie zijn: een man in gevaar voelt instinctief dat het tijd wordt zich voort te planten.

Turend door het vizier van een wapen dat langer dan 20 jaar zijn bestaansreden was, ervaart hij de ambivalentie bij de keuze tussen leven en dood. De waaghals bij de lager gelegen bomen mag denken te weten waarmee hij bezig is, in feite hangt zijn leven aan een zijden draad. Hij zal veronderstellen dat het opjagen van een man een spel is. Zalig zijn de armen van geest. De dood is onderweg met de snelheid van een kogel uit de AK van een professional die al menigeen heeft laten sterven.
Zoals ik hier nu zit, heeft een klootzak naar Ilona gekeken. Hij heeft gewacht tot ze midden op de straat was met haar boodschappentas.
Vasili is als scherpschutter weliswaar buiten dienst, maar niet buiten bedrijf. Een kind dat leert zwemmen of fietsen, kan het zijn hele verdere leven. Het gaat om de samenhang tussen zelfbeheersing en precisie, bewegen in de omgeving en op het juiste moment toeslaan. Hij wacht geduldig tot zijn belager helemaal tevoorschijn komt. Alleen in deze positie kan onduidelijk blijven waar het schot vandaan kwam. Kijken door het vizier versterkt zijn gevoel van onbehagen. Hij stelt het kruis scherp op de borst van de man en drukt af.

De megafoon toetert de boodschap in herhaling of er niets gebeurt. Het geluid wordt gericht naar verschillende kanten, teken van onzekerheid over Vasili´s verblijfplaats. De nieuwbakken agenten zijn amateurs, zoveel is duidelijk. Een tweede komt aansnellen. Hij knielt neer bij zijn getroffen maat zonder zich in te dekken of zelfs rond te kijken. Tegen de tijd dat het bij hem opkomt dat hijzelf in gevaar kan zijn, ligt ook hij op de bosbodem. Hij beweegt nog en dus is een tweede schot nodig. Immers, een derde collega zal wel uitkijken en berekenen waar zijn vijand zit. Vasili raapt de verbruikte hulzen op en trekt zich terug om een nieuwe positie te kiezen.

Het weerlicht van de goden spreidt zijn vleugels over het bos. Hoog in de bomen ruist regen. Daarboven dreunt onweer. Op de bosgrond is het nog nagenoeg droog. Vasili verwelkomt de bui van harte. Het natuurlawaai geeft hem de kans onopgemerkt de verhoging te verlaten, dwars door kreupelhout te dringen en even later achtervolger nummer drie te verrassen. Het is de dikke commandant Goran Rupa in eigen persoon. Het schot uit de AK doet de man kapseizen, daarna ineen zijgen. Vasili wacht een halve minuut voor hij het lichaam nadert en controleert. Vreemd is, dat de chef zijn insignes niet draagt: geen badge of armband, niets. Wel opent hij zijn ogen en mond. Hij hapt naar lucht en straalt pure angst uit. Vasili mijdt de blik van zijn belager, raapt diens pistool op en haalt diep adem. Naar iemand kijken en toch niets zien dan een vorm, een massa. Hij richt op de zijkant van het hoofd en haalt de trekker over. Vergeleken met de AK klinkt het schot als afkomstig uit kinderspeelgoed. Het pistool steekt hij bij zich.

“VASILI! HOUDT OP MET SCHIETEN! HET IS ZINLOOS! GEEF JE OVER! KOM NAAR ONS TOE!”

Vasili hoort het aan. Bijna ervaart hij medelijden. Begrijpt deze idioot niet dat de actie volkomen in het honderd loopt? Komt het niet eens bij hem op te vluchten, zo ver als mogelijk te geraken van de schoten die hij toch moet hebben gehoord en begrepen? Is hij alleen of voelt hij zich gesterkt door een vijfde man? Vasili besluit haast te maken en de zaak af te ronden. Gebukt maakt hij een omtrekkende beweging en sluipt naar de plek waar de megafoon voor het laatst te horen was. De regenval neemt toe in intensiteit. De hemelsluizen gaan open. Bliksems zetten het bos in een rossig licht. De natuur heeft geen boodschap aan een stuk of wat aanstellers. Hij kruipt voort en kijkt scherp om zich heen. Zijn prooi zit nota bene op een afgezaagde boomstam alsof hij met vakantie is.

“VASILI!”

Meteen kraakt zijn schot. De megafoon versterkt de oerschreeuw van de man die tegen de grond slaat. Vasili laat zich omlaag rollen tot aan een pad, steekt over en loopt gebukt naar de plek van de inslag. De megafoon verspreidt een hoge fluittoon. Ook dit lichaam beweegt nog. Het leven is sterk. Vasili neemt het pistool van Goran Rupa, richt op het achterhoofd en vuurt. Wel vijf keer haalt hij de trekker over. Het is erger dan een executie en toch: heeft deze kerel dan beter verdiend? Opgefokt raapt hij de megafoon op en hurkt neer naast zijn slachtoffer dat nog nauwelijks een schedel heeft.

“NIKKI! NIKKI TESLA! KOM TEVOORSCHIJN, JONGEN! DAN SCHIET IK JE DOOD! VUILE KLOOTZAK! HET IS IMMERS VREDE?”

Hij laat er een honende lach op volgen, werpt de megafoon van zich af en schiet lukraak een half magazijn leeg in het kreupelhout. Intuïtie zegt hem dat hier niemand meer is. Het acute gevaar is afgewend, maar tevreden is hij niet. Nikki maakt kennelijk geen deel uit van de drijfjacht. Hij had hem moeten afmaken in het café van Bogdan, hem met zijn eigen mes de keel afsnijden. Wie had hem durven aanpakken? Maar hij heeft De Vis in leven gelaten en zelfs geen haar gekrenkt. Nu hij hier is, alleen en uitgeput, durft hij zich de reden wel te realiseren: het was uit angst, verdomme!

Drijfnat van de regen en zweet besluit hij te schuilen. In draf loopt hij terug naar de plek waar hij zijn motor achterliet. Hij werpt een blik in het zijspan. Alles is nog daar, inclusief het mes van Nikki. Dit laatste gegeven wijst hem er als het ware op dat zijn missie allesbehalve voltooid is. Hij klimt in de Toyota om droog te zitten en bij te komen. Een minuut doet hij niets dan vloeken en hardop redeneren. Hij zoekt vergeefs naar drinken en draait het raam tot de helft omlaag om beter te zien. Wel vindt hij het rijbewijs van Goran Rupa, gewoon in het handschoenenkastje. Eenmaal weer bij zinnen, veegt hij het pistool van de politiechef schoon en werpt het achterin de wagen. Er zit geen enkele kogel meer in.

Afgemat kijkt hij uit over gedane zaken: vier agenten of die zich ervoor uitgeven, heeft hij uitgeschakeld. Hij wordt bestormd door gedachten, maar is geoefend in het onderdrukken en uitstellen. In een soort verdoving ondergaat hij het kletteren van de stortbui op het dak van de auto.

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.