WRAAKENGEL, DEEL IV

In het zorgeloze westen wordt de droom van het kind graag voorgesteld als zuivere onschuld, van de prins op het paard, ravotten zonder te je bezeren, je kamer vol liefdevolle knuffels van oma. Het is de voorbereiding op een kwetsbaar en overschat leven. Vasili herinnert zich heel andere dromen uit die tijd en waarschijnlijk zijn ze nauw verweven met de werkelijkheid van toen. De tijd is opgeschoven, dag na dag gaat het leven voort. Maar dromen zijn hardnekkig en doemen op in eindeloze variatie.
Deze nacht voert hem naar de slaapzaal van het Tuchthuis waar zijn moeder is vastgezet. Eindeloze rijen witgeverfde bedden staan er. Net als de andere kinderen ligt de kleine Vasili onder een deken, de handen vastgebonden aan de spijlen boven zijn hoofd. Niemand durft iets te zeggen of zelfs maar te huilen.

Zwetend en snuivend ontwaakt hij op het matras. Zijn horloge wijst half zes: te vroeg om naar het werk te gaan, te laat om nog even echt te slapen. Kreunend staat hij op en begeeft zich naar de wc pot om te wateren. Sinds enige tijd gaat dit moeizamer. Hoe dan ook doen de jaren zich gelden.
In de nacht heeft hij nagedacht over de schietpartij aan de bosrand. Rond de auto en zijn motor vormden zich plassen waaruit na verloop van tijd een vreemde stank oprees. Van lieverlee begon hij de Toyota te doorzoeken: handschoenenkastje, portiervakken, tot onder de zetels. Afgezien van Goran’s rijbewijs was er niets van belang. De wagen zal zijn gehuurd of uitgeleend door een vriend. Tegen de tijd dat het even droog werd, stapte hij uit en snoof andermaal de vieze geur bedachtzaam op. Het rook naar rotting, naar afval van een slachthuis.

In de betonnen brievenbus ligt zijn krant, het dagblad Oslobodenje. Symbool van het Joegoslavië onder Tito, vandaag eigendom van de werknemers en een Duitse investeringsmaatschappij. De voorpagina toont een brute aanslag in het door de Amerikanen bezette Afghanistan, een bosbrand in Macedonië en een lokaal sportevenement. Het is duidelijk dat de krant werd gedrukt vóór iets bekend kon zijn over de schietpartij met Goran en zijn maten. Evenmin wordt iets vermeld over de kwestie Bogdan. Zo lijkt het, of het leven van Vasili zich afspeelt in een andere dimensie, een wereld waar niemand weet van heeft. Zijn oog valt op een cartoon: een VN politicus praat met een gewapende Bosnische militair. Deze zegt: we moeten ook weer niet al te graag vrede willen! Hij besluit als gewoonlijk op de motor naar zijn werk te gaan en af te wachten wat er gebeurt.

Met opzet arriveert hij aan de late kant. Als er problemen komen, dan liefst voor het oog van iedereen en geen stille aftocht via de parkeergarage of iets dergelijks.
De maandag begint met laaghangende bewolking, maar spoedig zal de zon weer doorbreken.
Dit bericht toont de tv achter de rug van de portier die hem begroet. Hij is een man met slechts een linkerarm, gevolg van oorlogsgeweld in de straten van Sarajevo. Niemand kijkt ervan op. Er zijn zoveel gewonden en wie nog werkt vindt, heeft geluk. In het gebouw van de Dienst Mijnbouw hangt de gebruikelijke sfeer van een beginnende werkweek: mensen maken een praatje bij de koffieautomaat, het schele meisje met haar kar vol dossiers schiet langs en achter een glazen pui resideert Pavlev de Hopeloze. Hij is in gesprek met twee bezoekers die Vasili niet kent. Waarschijnlijk zijn het lokale bestuurders.

“Ah! Vasili! Daar bent u! Heeft u even tijd? Wij hebben wat te bespreken!“
De chef spreekt graag in uitroeptekens. Hij heeft daarbij de gewoonte dit ritueel te begeleiden met hoofdknikken, alsof hij zichzelf wil overtuigen van de waarde van zijn woorden. Het is bijna half 1, tijd voor de lunch.
Vasili gehoorzaamt. Chef Pavlev heeft het recht op je tijdsbesteding in te breken. Drie volle uren kon hij ongehinderd voort werken aan een klus die concentratie vergt. Nu het bijna zover is om aan te schuiven in de kantine, komt de baas weer eens aanzetten.
“Het kan gewoon hier. Er is niets bijzonders. Goed weekeinde gehad? Ik kom meteen ter zake!”
Vasili hoort de woorden aan, daar komt het op neer. De meeste gesprekken gaan feitelijk over posities en rangorde, in acht te nemen regels en te strelen ego’s.
“Kom ik terug op de bijeenkomst van vorige week! U leek weinig ingenomen met uw nieuwe taakgebied!”
In de nachtelijke uren heeft Vasili zich voorbereid. Liggend op zijn buik, want de rugpijn was weer eens niet te harden wegens opspelende littekens. De slaap bleef weg, uren kropen voort. Naast het bed stond de geladen AK. Tijd om de chef te onderbreken.
“Geachte Pavlev, ik heb nagedacht en u heeft volkomen gelijk mij niet naar Vareš te sturen! Het ligt er nog altijd vol landmijnen en is dus levensgevaarlijk te betreden. Goed dat u mij heeft willen beschermen!”
Het scheelt weinig of hij barst in lachen uit. Iedereen op kantoor weet hoe de twee over elkaar denken: de geharnaste communist versus de eigentijds flexibele manager. Pavlev trekt een gezicht waar je graag een weekloon voor geeft. Toch herstelt de man zich snel.
“Precies! Ik hoopte al dat u tot deze conclusie zou komen! Het brengt ons evenwel tot een ander probleempje! Hoe oud bent u nu, mijn beste Vasili?”
Gezegend is de mens op leeftijd. Hij kent het klappen van de zweep of heeft wel erg nalatig geleefd.
“Laat me raden, geachte chef. U zoekt naar woorden om mij te ontslaan.”
Het klinkt naar wat het is: een gortdroge vaststelling. Pavlev moet iets wegslikken. Als koorddanser tussen wisselende meningen en belangen, zal hij nooit wennen aan de compromisloze benadering van delicate kwesties door een communistische ex militair die helaas ook fysisch geograaf is.
“U brengt het wel erg hard, collega! Zaak is dat onze bazen gaan snijden in de financiën! Er moeten keuzen worden gemaakt! U zal dit als geen ander begrijpen en let op: we gaan heus goed voor u zorgen!”
Ontslag op maandagmorgen. Wie daar niet dronken van razernij van wordt, verdient een standbeeld in de Roomse Kerk. Ondanks zijn nachtelijke afwegingen, is deze ultieme mogelijkheid niet bij Vasili opgekomen. Zomaar eruit geflikkerd worden door ene Pavlev de Hopeloze! Tijd winnen is het beste.
“De kantine is al even open, chef. Zullen we eerst iets gaan eten?”

Hij schuift aan bij de toezichthouders. Dit is voor het werkvolk tamelijk ongebruikelijk, maar niet verboden. Pavlev heeft weinig keus dan zich te schikken. De aanwezigheid van de lastpak Vasili zal de langste tijd toch hebben geduurd. Twee heren en een dame van de VN zitten hier. Ze spreken Duits onder elkaar en onderbreken hun conversaties geregeld door een blik op hun iPhone te werpen, even te scrollen, goedkeurend te knikken.
“Grüss Gott! Entschuldiging! Mein Name ist Oskar Steinbruch, Fysisch Geograph. Ich vernehme leider das Sie unsere Veranstaltungen in der Regio nicht mehr wünschen zu unterstützen?”
Een handgranaat had minder uitwerking gehad. Veel lokale werknemers op kantoor kennen slechts de eigen taal en een portie steenkolenengels. Zij worden door de VN gezien als even onvermijdelijk als ongeschikt, uit op baantjes waarvoor ze de scholing missen. Net wanneer je aan de zoveelste moeizame maandag bent begonnen, duikt ineens een professional op met een Duitse naam en bijbehorend taalgebruik! Handen worden geschud. Welke werkzaamheden verricht Oskar zoal?
Geomorphologie, Exogene Prozesse, Schwerkraft, kurzweg Abstürz und Erdrutsch.
De vrouw glimlacht afstandelijk en obligaat. Al snel richt ze haar aandacht weer helemaal op de beeldtelefoon in haar handpalm.

Informatie is alles. Het geologische meetwerk zal juist worden geïntensiveerd en de aanwezigheid van een vakman als Vasili is hierbij onmisbaar. Der lieber Herr mag weten waarom zij niet eerder van hem hebben gehoord! Is hij ook mobiel bereikbaar? Dit laatste is niet het geval. Vasili hoort de buitenlanders denken dat dit te wijten is aan een achterlijke manager. Maar het is Vasili zelf die het altijd tegenhield om traceerbaarheid te mijden. Zwakke pogingen van Pavlev te interrumperen lapt hij steenkoud aan zijn laars. Wat kan een pennenlikker stellen tegenover professionals met inzichten over gravitatie en cartografie? Daarbij spreekt de chef geen Duits. Als etnische Serviër is hij vanouds gericht op het oosten. Aan Russisch heeft hij vandaag niets.

Natuurlijk moet Vasili direct na de lunch bij zijn baas komen. Pavlev is door het dolle heen.
“Brutale hond! Hoe durf je! Je bent ontslagen en naar een behoorlijk pensioen kun je fluiten!”
Omgangsvormen sneuvelen als eerste wanneer de messen op tafel komen.
“En wat is dat voor gelul over ene Oskar weet ik veel? Ben je helemaal gek geworden!”
Vasili gaat zitten, al lijkt dit allerminst de bedoeling.
“Chef Pavlev. Beheersing! We staan te kijk voor het hele kantoor”.
Dit laatste is beslist waar. Het schreeuwen is voor iedereen te horen en de ruziemakers vormen een eersteklas attractie. Zelfs Pavlev begrijpt dit. Vasili bijt op zijn tanden. Om op je werk voor hond te worden uitgescholden, is een legitieme reden de beledigende partij af te straffen.
“Laten we even opnieuw beginnen. Ik schets u mijn kant van de zaak en dan kunt u reageren”.

De regie uit handen geven, is het laatste wat een chef mag toelaten. Pavlev is evenwel het noorden helemaal kwijt. Nooit haalde een ondergeschikte hem op grove wijze onderuit. Sprakeloos incasseert hij een dictaat.
“U ontslaat mij helemaal niet. Integendeel! Ik word bevorderd en krijg salarisverhoging. Dit wordt nog vanmiddag zwart op wit vastgelegd. Het nieuwe contract geldt voor de komende drie jaren. Mijn pensioen zal ik buiten de deur laten uitrekenen. Daarover binnenkort meer. Kijk even mee op de computer, geachte chef. Laat mij u tot nieuwe inzichten brengen”.
Maar zo eenvoudig gaat het niet. Pavlev wil de bewaking inschakelen en de door hem verachte communistische tuinkabouter voor altijd uit het gebouw laten verwijderen.
“Niet doen chef! Denk aan Operatie Kannibaal!”
Pavlev geeft een slag met de vuist op tafel.
“Dat durf je niet!”
” U heeft geen idee wat ik allemaal durf. En nu godverdomme zitten!”

Pavlev krimpt met elke digitale pagina die Vasili hem voorschotelt. Toch blijft hij blazen als een aangereden kat.
“Je hebt in mijn computer gesnuffeld! Vuile Moffenspion! Ik zal je laten hangen! Je komt voor de rechtbank!”
Vasili klikt gewoon door naar het volgende spreadsheet. Getallen uitlezen, kan hij als de beste.
“Hoeveel kost een dwangarbeider in de Bosnische mijnbouw en wat levert hij op! Een beeld in grafische taartpunten!“
De opbrengst is nota bene in Euro’s uitgedrukt. Alsof Bosnië zicht heeft op deelname aan de Europese munteenheid.
“Zeg eens, geachte Pavlev: kunt u de toestroom van Kosovaarse moslims een beetje aan?”
Het is erop of eronder. Als Vasili een steek laat vallen, staat hij echt op straat.
“En dat binnen de muren van een VN gebouw! Ziet u de kranten voor u, kameraad chef? Niet de Oslobodenje, maar Die Zeit en The Washington Post, met een oplage van tien miljoen. Het zal zijn of je het dak van een bordeel licht.”

Pavlev staart voor zich uit, het hoofd in zijn handen. Tijd voor de genadeslag.
“Iets anders. Hoe zit het met de aanslagen op Bogdan en mij afgelopen weekeinde? Waarom moest een gepensioneerde waard dood? Wie stuurt vier gewapende idioten achter mij aan, nota bene op zondagmiddag?“
“Wat?!”
Woorden maken van onze communicatie maar een beperkt deel uit. Klank en intonatie, gelaatsuitdrukking en lichaamshouding dragen veel meer bij aan de uitwisseling. Pavlev mag aan alle kanten fout zijn, hij weet duidelijk niets van een aanslag of achtervolging. Hij is uiteindelijk wat Vasili van meet af in hem heeft gezien: een kantoormannetje. Ook zijn bemoeienis met heimelijk gevangen gehouden moslims zal neerkomen op administratieve handelingen tegen zwarte betaling.
De chef heeft weinig keuze dan te doen wat Vasili van hem verlangt. Hij drentelt nerveus rond, onderneemt een halfslachtige poging de USB met belastende gegevens in handen te krijgen, ziet het nutteloze hiervan in en schikt zich. Een secretaresse wordt aan het werk gezet. Het schele meisje met haar kar vol dossiers glimlacht mysterieus in het voorbijgaan. De rest van de middag zit Vasili op een terras in de oude binnenstad. Langzaam maar zeker laat hij zich vollopen met slivovic, aangelengd met ijswater. Hij rookt volop sigaretten, gekocht bij de barkeeper: Lucky Strike.

Oorlog na de oorlog. Velen hebben er geen weet van. Toch ging de strijd in grote delen van Europa na 1945 nog jarenlang door: met gedwongen volksverhuizingen, dorpstribunalen, geheime liquidaties, roverij, verkrachting en pesterij. Joegoslavië bood een dergelijk toneel opnieuw na het instorten van de Sovjet Unie. Na verbitterde etnische zuiveringen en gewelddadige afscheiding, resteerde de kern van een oude brandhaard: Bosnië en Herzegovina. Alleen al de dubbele naamgeving drukt de problematiek uit. In Sarajevo begon de Eerste Wereldoorlog met een opgeblazen incident. In feite was het een ongelukkige schakel in een permanent conflict tussen grote mogendheden. Vrede betekent hier, dat de volgende oorlog in de maak is.

Na drie dagen van balanceren tussen uitputting en triomf, zit Vasili andermaal in de tuin van Dusan. De psychiater houdt aantekening in een blocnote van ruitjespapier. De bijeenkomsten kunnen vanaf heden worden gedeclareerd onder de noemer externe consulten. Zo verdient een vriend ook weer iets.
“Jij bent moslim, Dusan. Houd jij voor waar wat de Imam zegt?”
“Ik ben Soenniet. De Imam dient het woord van Allah te spreken, maar goddelijk is hij niet. Daarvoor moet je bij de Sjiieten zijn”.
“Je kunt dus tegen hem zeggen: beste man, je zit er helemaal naast?”
“Het ligt iets genuanceerder. Ik ben daar niet om kritiek te uiten, maar om God’s woord te begrijpen.”
“God is een vinding van de kapitalisten, omdat hij alle macht centreert en onaantastbaar maakt”.
“Hoor wie het zegt, met je Evangelie van Karl Marx! Dit heet niet toevallig Das Kapital!”
“Het socialisme is een wereldbeschouwing, bedoeld om gelijkwaardigheid te handhaven.”
“Dat mag zo zijn, maar wat zegt Marx over diepere zielenroerselen en de Schepping?”
“Er is helemaal geen Schepping, alleen Evolutie.”
“De mens is geen productiefactor, maar een schepsel God en een raadsel voor zichzelf.”
“Wat je zegt. Laat staan dat een ander iets van hem begrijpt.”
“Dat is omdat jij alles met je verstand probeert te vatten. Je benadering is het probleem.”
“Jij bent toch ooit communist geweest, Dusan? Hoe kon je dat met Allah rijmen?”
“Zeg niet steeds zo uitdrukkelijk Allah! Het goddelijke gaat over liefde en tolerantie.”
“Of werd je communist omdat Tito had toegezegd dat Kosovo zich bij Albanië mocht aansluiten?”
Een gevaarlijke opmerking. Vasili zet zijn vriend neer als etnische Albanees.
“Heb jij soms geen belangen? En kon je iets anders zijn dan communist in die dagen?”
“Communisme is geen keuzemenu. Het was en is de aangewezen weg om te voorkomen dat we elkaar op grond van kunstmatig bevorderde ongelijkheid de hersens inslaan.”
“Ja, dat hebben we onder Stalin gezien. En daarmee met Tito die de Russische grondwet kopieerde”.
“Alsof Moslims van die lieverdjes zijn. Sla de krant van vandaag open en huiver”.

Dusan onderneemt een poging de situatie te pacificeren. Wat koop je voor ruzie?
“De oorlog was niet jouw schuld, Vasili en evenmin de mijne. Heb er toch vrede mee!”
“Vrede? Nog steeds proberen bepaalde lieden mij te vermoorden!”
“En ik maar denken dat het andersom is! Hoe weet je dat zo zeker?”
Dusan gaat nogal soepel om met de kwestie en juist dit wekt argwaan op bij Vasili. Zonder geluk en zijn AK had hij de nieuwe week beslist niet gehaald.
“Ik kan de feiten opsommen en er valt geen speld tussen te krijgen.”
“Met je obstinate gedrag maak je mensen misschien boos”.
“Daar moeten die mensen in een democratie tegen kunnen”.
Vasili heft zijn vinger als een oude schoolmeester. Dusan schudt zijn hoofd. Aantekeningen maakt hij niet meer.
“Dit land heeft je denken vergiftigd. Als je zou geloven, kon je leren vergeten en vergeven”.
“Geloven? Moet ik mij overgeven aan iets dat niet te bevatten is, laat staan te controleren? Ik steek mijn kop niet in het zand. In wil opheldering en gerechtigheid.”
“Je zal vergeefs zoeken en in bitterheid ondergaan. Heb je de mensen van je lijst al omgebracht?”
“De lijst breidt zich juist uit! Tegen mijn zin! Je komt aan werken niet meer toe.”
Vasili schiet in de lach. Hij denkt aan Pavlev, de carrièreman op kantoor. Maar Dusan lacht niet mee.
“Heb je daarom mijn zoon het mes van die Nikki aangeboden? Laat hem erbuiten!”
Vasili bevriest terstond. Er schuilt meer venijn in zijn vriend dan hij heeft gedacht.
“Je zoon heeft dus gebabbeld en dat valt me een beetje tegen. Hij zou zwijgen. Waar is zijn eergevoel?”
Maar Dusan geeft geen krimp.
“Wanneer je zo doorgaat, zullen steeds meer mensen je de rug toekeren”.
Vasili kijkt de ander aan. Een naar en kil gevoel komt in hem boven.
“Is dit een dreigement? Wat doet jouw kaartje in het rijbewijs van Goran Rupa?”
Hij zoekt in zijn zak naar het document en schuift het met een gedecideerd gebaar over het tafelblad. Rottige opmerkingen maken kan hij ook en sinds de confrontatie met Pavlev is zijn bereidheid hiertoe groter dan in jaren. Dusan lijkt de vraag te begrijpen, maar laat het document liggen..
“Ik behandel veel beschadigde patiënten”.
“Dan kan deze van de lijst. Jouw lijst. De man is namelijk bij zijn Schepper.”
“Onmogelijk! Heb je hem werkelijk omgebracht?”
“Waarom schrik je? Ben ik zo’n raadsel voor je? Hij ligt op de stort tussen de brandnetels”.
Het is Vasili een beetje vreemd te moede. Het is duidelijk dat hier een vriendschap op het spel staat. Hij werpt een blik op de aantekeningen van Dusan. Waar heeft hij dit merkwaardige handschrift eerder gezien?

Het conflict met Pavlev de Hopeloze, hoe glansrijk ook gewonnen, brengt praktische veranderingen mee. Vasili wordt overgeplaatst naar een andere afdeling, direct onder de financier, de internationale gemeenschap. De chef is een Duitser en heet Christian. Hij is een vriendelijke veertiger en behandelt zijn medewerkers als gelijken. Dit brengt Vasili een beetje in verwarring. Wie al te lang is rondgepompt in het hiërarchische doolhof van persoonlijke belangen en vage doelen, zoekt overal wat achter. Christian heeft de ruzie met Pavlev opgepikt. Hij vermoedt dat het om een naamsverwisseling gaat.
“Wat u zegt. Mijn vader had een Duitse oorsprong. In de oorlog is hij opnieuw genaturaliseerd tot Duitser. Hij beging wandaden en werd daarom naderhand geëxecuteerd. Mijn achternaam werd in allerijl veranderd in die van mijn moeder. Mijn voornaam klonk Duits en werd Vasili”.
“Had u daar iets over te zeggen?”
Niets natuurlijk. Vasili was een kleuter.
“Uw naam is dus gebaseerd op geknoei in de burgerlijke stand”.
Duitsers blijven Duitsers. Ordnung muss sein.
“Als u dit kunt aantonen, bent u voor de Duitse wet een landgenoot”.
Vasili schiet in de lach.
“Mijn vader zat bij de SS en heeft honderden mensen vermoord”.
“Wanneer dit voor de Duitse wet verschil had gemaakt, waren er nu geen Duitsers geweest. Bij wijze van spreken dan”.
“Ik begrijp u, denk ik. Maar het is walgelijk. En ik beschouw dit gesprek verder als niet gevoerd”.

Het gebied rond Vareš zal worden onderzocht, zoals hij had voorgesteld. Maar eerst moet het van landmijnen worden geschoond. De metingen op het terrein van de voormalige staalfabriek worden gestopt. Apparatuur wordt door iemand opgehaald. Iemand, niet Vasili. Tot die tijd verkeert hij feitelijk in een vacuüm. Hij huurt een gesloten bestelwagen en staat twee dagen in de straat van Lydia Jadranca. Het is afzien in de warmte. Plassen moet in een fles. De eerste keer dat de vrouw verschijnt, is achteraf meteen de beste om haar te overrompelen. De straat is leeg, de mensen kijken waarschijnlijk naar het Euro Songfestival waaraan nu ook Oost Europese landen meedoen. Vasili laat de gelegenheid passeren. In de avond eet hij ten huize van Bert, die geweldig kan koken. Onveranderd verschijnt Griekse wijn naast de borden.
“Heeft u haar gezien?”
Bert weet instinctief waar Vasili heeft rondgehangen.
“Ja, de hoer is zwanger”.
Op de achtergrond gonst de tv. Ook Bert kijkt graag naar glamour en glitter.
“Kan ik iets voor u doen?”
Bert bedoelt: om Lydia Jadranca te vermoorden.
“Je weet niet wat je zegt. Ik stel toch ook niet voor om maatkostuums in jouw winkel te verkopen?”

Na elke nacht breekt weer een dag aan. De betonnen brievenbus van zijn woning bevat de gebruikelijke reclame, aankondigingen van feesten, de krant van meerdere dagen en zes rekeningen. Bovendien is er een envelop met het logo van een notariskantoor in de stad.
In plaats van de woning binnen te gaan, trekt Vasili de garagedeur omhoog en zet zich neer op een afgedankte stoel. Voor de berging is een halve meter schaduw, graadmeter van het opschuiven van uur en seizoen. Een buurman komt langs schuiven met zijn wieltjesstoel: stap na stap. Ecce homo, zie de mens met al zijn plannen en ambities, meningen en overtuigingen. De man is nog tamelijk jong, maar de oorlog heeft zijn ruggengraat beschadigd. De gestalte doet hem denken aan een blikken mannetje dat op school tot speelgoed diende. Je kon het opwinden en dan liep het in afnemende snelheid tot het helemaal stil stond. Toch viel het zelden om. Vasili groet hem, maar buurman houdt zich doof en ploetert voort.

De notariële envelop bevat het verzoek naar kantoor te komen. Het zou gaan om een erfdeel, hem testamentair toegevallen wegens het overlijden van Bogdan. Bijzonderheden ontbreken. Hij leest de tekst een paar keer door. Zijn vriend heeft nooit iets dergelijks genoemd en Vasili kan zich bij een erfenis niets voorstellen. De enige nalatenschap die hij kent, is een vervalste identiteit.
In het vroege ochtendlicht staart hij voor zich uit. De flat is feitelijk midden in bouwland neergezet. In de dagen van Tito kon zoiets in een handomdraai worden besloten en gerealiseerd. De Volkscommissaris organiseerde een bijeenkomst en deed een voorstel dat tevens het besluit inhield. In Italië kan de Maffia een flat uit de grond stampen, in Joegoslavië was het de Partij. Het laat afhankelijke mensen koud: een woning is een woning en in tijden van nood stel je geen vragen.

De slaap, die in de nacht weer eens uitbleef, overvalt hem op de stoel. Hij realiseert het zich op het moment dat hij zijn hoofd tegen de muur stoot. De kwestie met de erfenis dient zich onmiddellijk aan. Het leidt geen twijfel dat Bogdan per ongeluk is doodgeschoten. Hij, Visili Basic, is het doelwit. De kranten hebben de kwestie afgedaan als een ongeluk, wat wijst op betrokkenheid van de overheid. Over Goran en zijn maats is geen enkel bericht verschenen. De Toyota en de lichamen moeten onderhand toch zijn gevonden. Veel zin om hierover na te denken, heeft hij evenwel niet. In zijn achterhoofd zeurt een stevige pijn. Hij constateert dat de zon plaatsmaakt voor hoge bewolking. Er is weersverandering op komst. Hij staat op en sleept de stoel naar binnen. Onontkoombaar moet hij zijn woning binnengaan en eindelijk de troep van de inbraak opruimen.

De notaris houdt kantoor in een pand dat lang geleden door Italianen is gebouwd. De patio toont een kleine barokke fontein en het interieur doet denken aan een Toscaans landhuis. De zaken gaan hier hoe dan ook voor de wind. Vasili moet even wachten met uitzicht op de werkkamer van de administratie. Het valt hem op dat de beeldschermen op de bureaus uiterst plat zijn en dat werkoverleg wordt gevoerd op de rand van een tafel. De mensen zitten als vogels op een waslijn. Hier is de moderne tijd ten volle geland. Dan mag hij naar binnen.
De notaris is geen man maar een vrouw. Zij is niet ouder dan 35 jaar en straalt iets uit dat het midden houdt tussen dominantie en behaagzucht. Vasili neemt plaats en kijkt zwijgend toe hoe zij het overlegde paspoort openslaat en een blik op zijn gezicht werpt. Op het testament ligt een presse-papier van glas.
“Rookt u?”
Vasili schudt zijn hoofd.
“Bezwaar als ik een sigaartje opsteek?”
De vrouw steekt behendig een cigarillo op, een venijnig geurende dunne sigaar.
“De heer Ivanovic laat u zijn herberg na, met bijbehorende inrichting en opstallen”.
De heer Ivanovic. Bogdan dus. Vasili zit bewegingloos. Er is iets aan de vrouw dat hem intrigeert en tegelijk vrees aanjaagt.
“Had U enig vermoeden van een testament?”
Vasili schudt zijn hoofd langzaam en ontkennend. Wat gaat het deze vrouw bovendien aan?
“Ik vraag u dit, omdat de politie er naar informeerde. Het schijnt dat de erflater is omgekomen bij een ongeluk met zijn auto. Meer precies: er zou geschoten zijn. Ik zeg het maar, mogelijk is u dit al door de politie zelf gevraagd.”
Vasili staart naar de einder op het behang. De politie. De corrupte bende van Goran en zijn kompanen. Ze hebben geprobeerd hem de dood van Bogdan in de schoenen te schuiven. Goed dat hij het tuig naar de andere wereld heeft geholpen.
“Ik weet van niets. Wat betekent dit allemaal?”
Plotseling valt hem in wat de vrouw bij hem oproept: ze lijkt op Lydia Jadranca.
“Het ging om routine vragen”.
Hij plaatst een drietal handtekeningen, krijgt ongevraagd koffie voorgezet en moet wachten tot zijn pas is gekopieerd en de eigendomspapieren zijn afgestempeld. De notaris heeft ondertekend met de naam Karina Lescovic. Na een kwartier krijgt hij de originelen, een folder over de fiscale gevolgen van een erfenis plus een bosje sleutels van Bogdan’s café.
“Gefeliciteerd, meneer Basic”.
“Er valt niets te vieren aan de dood van een vriend”.

Vasili neemt zijn bezittingen van het bureaublad en staat op. Vanuit het kantoor kijk je recht de werkkamer van het personeel in. Aan een bureau bij het raam zit een vrouw. Hun blikken kruisen elkaar in een fractie van een seconde. Daarginder zit de heks Lydia Jadranca! Zij is het werkelijk. Haar vingers vliegen over een toetsenbord alsof ze al jaren typiste is. Het staat wel vast dat zij hem ook heeft herkend. Hierover maakt Vasili zich geen illusies. Zonder de notaris ten afscheid een hand te geven, verlaat hij haastig het pand. Buiten valt druilerige regen.

Reacties gesloten.