WRAAKENGEL, DEEL VI

In de betonnen brievenbus van de flat liggen zijn Oslobodenja en een proefnummer van de Drevni Avaz, de nationalistisch gerichte krant van de Bosniakken. Ook is er een envelop van de werkgever, de Bosnische overheid. Beide kranten staan bol van speculaties over de herkomst van de gevonden lichamen en wat dit betekent voor de gewenste toetreding tot de Europese Unie. Wat wil je in een land dat uit twee historisch gescheiden delen bestaat, twee regeringen heeft en zelfs twee nationale vlaggen. Elkaar wantrouwende Servische, Kroatische en Albanese gemeenschappen leven door elkaar, opgejut door Pope, Paus en Iman. Een karrenvracht aan historisch besef belast het land. Politici roepen dat de mensen republikein moeten zijn, of juist vasthouden aan het oude Servische Koningshuis. Democratie is een begrip dat nauwelijks wortel heeft geschoten, de Arbeidersraden van Tito ten spijt. En dat alles zingt rond in drie verwante talen: Bosnisch, Servisch en Kroatisch, plus een voor buitenstaanders onbegrijpelijk Albanees.

Met geen woord wordt gerept over de toenemende kloof tussen rijk en arm, de op Europa gerichte elite versus de traditionele volksmassa als katalysator in een conflict dat gemakkelijk tot een nieuwe oorlog kan voeren. Een spotprent in de Drevni Avaz toont een barse politieagent die een dronken zigeuner zijn criminele zoon toont: je moet hem opvoeden, man! Waarop de zigeuner kreunt: mij best, maar hoe heet hij ook alweer? Niets beter dan een gezamenlijke vijand, al is het een ingebeelde.

De envelop bevat een brief. Hierin staat de sobere mededeling dat Vasili ontslagen is. Zijn nieuwe positie onder chef Christian van de VN heeft hem niet gered. De brief is ondertekend door Pavlev, de tot directeur bevorderde afdelingschef. Aan de ontslagene wordt een redelijk pensioen beschikbaar gesteld, op voorwaarde van ondertekening van een bijgesloten verklaring waarin hij toezegt geen enkele mededeling te doen over interne aangelegenheden. Wie goed leest, begrijpt wat er staat: zwijg over wat je aantrof in de computer van de chef. Het is hoe dan ook het einde van een loopbaan. Of hij de verklaring en zijn werkpasje per omgaande wil opsturen. Oude structuren zijn sterk.

Vasili belt Christian. Deze blijkt op de hoogte. Hij toont zich ontsteld, maar zijn boosheid is gratuite. Hemzelf passeert immers niets dat zijn inkomen of toekomst bedreigt. Aan de telefoon houdt hij een larmoyante monoloog.
Hier verandert nooit iets! Waar moeten we beginnen? Honderd jaar geleden, tweehonderd? Volk en vaderland, oude rechten, stamverbanden? Laat me niet lachen. Alle scheidslijnen in dit gebied zijn kunstmatig, vindingen van lui die er belang bij hebben de boel te ontwrichten. Om de baas te kunnen spelen, land en goederen in beslag te nemen en het buurmeisje neer te drukken. En voor de gewone man om niet elke dag op tijd naar je werk te komen en genoegen te nemen met een dagloon dat zich vijf jaar vooruit laat berekenen.
Het zijn vrijblijvende frustraties van een scherpe observatie, gericht tegen de algemene werksfeer tussen de internationale toezichthouders en de lokale bevolking. Toch doet de chef een belangwekkende handreiking. Hij wil zijn onfortuinlijke medewerker helpen bij het verwerven van de Duitse nationaliteit. Met name het geboortebewijs is cruciaal. Op deze manier kan Vasili mogelijk zelfs in dienst blijven, maar dan als Duitser. Wat maakt het uit?

Natuurlijk maakt het van alles uit. Ja, werk is er genoeg in het land. Dat begrijpt een kind. Zink, lood, zilver en mangaan zijn volop aanwezig, net als bauxiet. Maar alle onderaardse werken liggen stil. De industrie bestaat uit een berg oudroest en de beschikbaarheid van transportmiddelen is beneden alle peil. Daarbij is het land vergeven van de landmijnen. Met name de amateuristische exemplaren zijn instabiel en kunnen ieder moment afgaan. Het land is in feite failliet, omdat buitenlandse leningen nooit terugbetaald kunnen worden tenzij in concessies aan multinationals, voor velen een weerzinwekkend idee.
Het maakt alles uit, omdat Vasili gedwongen wordt zich bekend te maken in Belgrado. Hij, de zoon van een Kroaat van Duitse afkomst die in vreemde krijgsdienst trad bij de nazi’s en een moeder uit een rooms fascistische Sloveense clan, zal voor elkaar krijgen wat iedereen hier graag wil: voorgoed het land verlaten en in de sterkste economie van Europa gaan wonen? En daarmee tot Duitser naturaliseren. Sinds wanneer kan water branden?
Het maakt uit omdat Vasili ambivalent is in zijn wensen. Hij wil weg, maar beseft evengoed te zijn gehecht aan dit land van bergen en wouden. Bovendien speelt schaamte een rol: je toekomst proberen te ontlenen aan ouders die zelfs postuum minachting verdienen.

Belgrado is een saaie stad. Lezen in paperassen die dienden als onderlegger voor het doodvonnis van je vader is een belastende klus. Vasili zit enige uren in een vensterloze werkkamer met het dossier van de vroegere rechtbank. De gebeurtenissen zijn te stuitend om er uitgebreid kennis van te nemen. Op een bepaalde manier vervelen ze zelfs. Het geboortebewijs van Vasili is gewoon aanwezig: Oskar Heinrich Steinbruch. Wat hiervan te denken? Heinrich is onmiskenbaar een Duitse voornaam, maar Vasili proeft er een verwijzing naar de meest kille moordenaar van het Derde Rijk: Heinrich Himmler. Misschien heeft Dusan gelijk:  Papa Steinbruch was een brutale praatjesmaker.
En dan dringt onverwacht de rassenwaan zich alsnog aan hem op. De getuigenis van een lokale huisarts in 1956 omschrijft het zo:
“Toen bleek, dat de kleine Vasili last had met plassen, bracht hij (Erhardt Steinbruch) het kind mee naar mijn praktijk. Ik adviseerde een simpele ingreep: het wegnemen van de voorhuid. Heer Steinbruch ontstak in woede en bezwoer mij dit voornemen niet uit te voeren. Hij vreesde dat het kind ooit voor een Jood of Moslim kon worden aangezien en om die reden vermoord zou worden. Aan deze praktijken had hij naar eigen zeggen zelf volop meegewerkt”.

Terug in Sarajevo gaat hij langs bij zijn krant, de Oslobodenje. In de redactiekamer beklaagt hij zich luidkeels over het vals historisch bewustzijn en de wankele vrede in het land.
“Onze vijanden zijn niet de Serviërs, de Albanezen of de Paus. Het zijn de stokers erachter, de internationale geldschieters die onze delfstoffen begeren! De Amerikanen, die willen voorkomen dat de Russen hier voet aan de grond krijgen. De Europanen die moslims knuffelen om hun multiculturele samenleving geloofwaardig te houden. Er gaat herrie van komen! Wordt toch eens wakker!”
Zelfs noemt hij de Russen, in de hoogtijdagen van leider Tito vrijgesteld van kritiek.
“De kapitaalfascisten van Poetin proberen het oude Russische Rijk te herstellen! Stukje land hier, oorlogje daar. Ze zijn veel slimmer dan de Amerikanen die drieduizend kilometer van huis opereren. Nee, de Russen blijven vlak aan hun grenzen. Vandaag Oekraïne, morgen de Baltische Staten. Maar lezen wij hierover? Mooi niet dus”.

Helaas. Het management is al jaren geleden opgefrist met jonge mensen die denken dat Tito de naam van een circus is of van een chocoladereep . Op school leren ze weinig meer dan hoe je onzin uit een computer haalt. Toch loopt er nog iemand op kantoor rond van de oude garde. Het zal een man zijn die geen moeite heeft met welke morele omslag ook. Hij is de eeuwige opportunist die precies aanvoelt wat de chefs willen horen.
“Het communisme is dood meneer Basic, failliet door eigen toedoen! Bespaar ons de onzin over internationale samenzweerders! De mensen willen vooruit in het leven!”
Vasili kan deze mensensoort niet uitstaan. In de veiligheid van hun domein hebben ze een mening. Reden om de man onmiddellijk af te blaffen.
“Met mobieltjes en pretparken zeker! Schrijf verdomme over de onoplosbare werkloosheid, de vlucht van studenten naar het buitenland, de collectieve belastingontduiking. Buiten struikel ik over de alcoholisten. Oude mensen creperen in hun betonnen rotflatjes. Waar schrijft u over? De vrolijke ballonnen bij het nieuwe IJscafé en de transfersom van een buitenlandse voetballer. Stel idioten!”

Opzeggen van zijn abonnement is overbodig. Het socialisme heeft allang een nieuw gezicht gekregen, met vrije marktwerking en privatisering van gemeenschappelijk eigendom. Hij wordt ter plekke geroyeerd wegens het uiten van bedreigingen en zonder pardon buiten gezet door twee kerels van een beveiligingsbureau. Terneergeslagen loopt hij door de straten, om uit te komen bij het kantoor van de concurrerende krant Drevni Avaz. Hier deponeert hij een kopie van de USB met informatie uit Pavlev’s computer in de bus.

De middag brengt hij door in het park. Het aanvragen van een andere nationaliteit neemt tijd, maar de vooruitzichten zijn goed. Christian kent mensen in de ambassade en houdt hem op de hoogte, in de verwachting dat hij hiermee zijn kundige werknemer kan behouden. Het jaagt Vasili vooral vrees aan. Hij kijkt naar de mensen die flaneren, de spelende kinderen, honden die als hebbedingetje zijn aangeschaft en overal schijten. Intussen overdenkt hij zijn situatie. Graag zou hij zich terugtrekken in de bossen die blauw zijn in de ochtendnevel. Tegelijk is er het besef dat dit alles voorbij is en geen enkel doel meer dient, dat hij bovendien op jaren komt en artritis in zijn gewrichten zal krijgen. Somber denkt hij erover, zichzelf van kant te maken met de Kalasjnikov, ergens op een mooie plek in het landschap. Tenslotte komt hij overeind en loopt naar het pension waar hij eerder een kamer huurde, maar verzuimde de nacht door te brengen. Op het terras kun je rustig zitten. Hij bestelt koffie en een glas water.

Zodra de keuken open is, geeft hij zijn eetwensen op. Eerst soljanka, Russische tomatensoep. In het leger werd deze vaak gegeten, met flink wat pepers voor de nieuwe lichting rekruten. Als hoofdschotel aardappelpuree met lamsbout en knoflooksaus. Groente stelt hier altijd weinig voor: uien, tomaat, komkommer. Ter afronding palacinka, een soort pannenkoekje met sinaasappelsaus en ijs.
Katja de kokkin heeft hem allang in de gaten en komt uit eigen beweging een praatje maken. Er zijn toch geen andere klanten op dit vroege uur.
“Komt uw collega niet eten? Waarom bent u alleen?”
“Bert is geen collega, maar een vriend. En ik ben altijd alleen, uitzonderingen daargelaten”.
“Heeft u weer een kamer gehuurd?”
De suggestie is duidelijk. Tenminste voor wie als Vasili denkt wanneer hij Katja ziet.
“Nee, maar als het u behaagt, doe ik het alsnog”.
Katja kan weglopen of blijven staan. Ze gaat erbij zitten. Vasili denkt een ogenblik dat het pleit al gewonnen is. Hij wordt werkelijk overmoedig.
“Het zit zo: ik ga binnenkort voorgoed naar Duitsland en vraag me af of u met mij wilt meegaan”.
Botter kan het nauwelijks. Katja is verbijsterd.
“Meegaan? Waarom? Zouden we niet eerst eens behoorlijk kennis maken?”
“Dat kan daarna ook wel. We kunnen samen een appartement huren en voorlopig ieder onze gang gaan. Dit land is verloren. Ik heb het lang gediend, maar nu ben ik er klaar mee”.
Katja staat hoofdschuddend op en loopt naar de keuken. Uiteraard om weg te blijven, zoals ieder zinnig mens zou doen. Wel krijgt hij ongevraagd een glaasje Slivovitsj, mogelijk als troost voor zijn eenzaamheid.

Bert vindt het voornemen van zijn aangewaaide vriend maar niets. Hij heeft hem aangehoord met een gezicht waaruit misprijzen spreekt. Alleen bij de scene waarin Katja voorkomt, schiet hij in de lach.
“U bent niet wijs! Zo benader je een vrouw toch niet! U moet haar paaien en mooie cadeaus geven”.
Waar heeft Vasili dit eerder gehoord? Ilona riep ook geregeld iets over ontbrekende aandacht. Omreden dat hij niet bijtijds een warme maaltijd prees, smeet zij hem een pan met vlees en jus naar zijn hersens.
“Hartelijk dank. Wat moet ik hier nog doen?”
Bert blijkt over een eigen agenda te beschikken.
“Dus u laat het mij maar uitzoeken met het wijf Jadranca, dat elke avond door deze straat naar huis loopt?”
De reactie komt per omgaande.
“Wat wil je dat ik eraan doe? Moet ik haar voor je doodschieten?”
Bert zwijgt. Hij voelt wel aan, de ander onmogelijk voor zijn karretje te kunnen spannen. Wat hij niet doorziet, is dat het deels intimidatie is. Vasili wil dat Bert afziet van een halfbakken aanval op Lydia Jadranca. Dan wordt Bert namelijk opgepakt en het staat wel vast dat hij snel zal praten. Daar kan geen goed van komen.
“Of denk je dat ik op bestelling mensen omleg?”
Nee, natuurlijk niet. Maar mensen gaan er soms wat gemakkelijk om met mogelijke hulp.
“Kijk eens, Bert. Ik zou je een perfect mes kunnen leveren. Ik leg je uit wat je dan moet doen. Als je perse wilt steken, doe het snel en met overtuiging. Ram het mes helemaal in haar lijf en trek het meteen terug. Motivatie is alles. Steek meerdere keren! Waarschijnlijk moet je overgeven, want je vermoordt een zwangere vrouw.” 
Bert denkt bokkig na.
“Misschien moet ik dan maar verhuizen. Dit is niet uit te houden. Ik heb zelfs een schema opgesteld van de tijden waarop zij langs komt. Dan wil ik niet naar buiten kijken. Ze heeft trouwens een kerel. Die komt ook uit Pilana Jada.”
Informatie is de zuurstof van de besluitkracht. Schema’s en getallen genieten bij Vasili bovenmatige belangstelling. Als scherpschutter kent hij bijvoorbeeld de stand van de maan zoals een visser de getijden van het zeewater kent. Maanlicht vormt de ideale lamp om tegenstanders uit te schakelen, maar is een geduchte vijand om te vluchten.
“Een tijdenoverzicht? Laat eens kijken?”
Het resultaat valt hem tegen. Lydia Jadranca heeft een regelmatige gang naar kantoor. Altijd overdag. In het weekeinde slaapt ze uit. Op het komen en gaan van Nikki is geen staat te maken.
“Heeft die vrijer misschien een auto?”
Hier heeft Bert nooit aan gedacht. Hij is geen man van eigen vervoer. Voor zover hij niet loopt, neemt hij de stadsbus. En lang geleden een keer het vliegtuig naar Kreta.

Vasili neemt afscheid en rijdt met een taxi naar zijn eigen woning. Omdat hij het in huis niet langer vertrouwt, installeert hij een plekje in zijn garagebox en valt meteen in slaap. De AK ligt binnen handbereik en is doorgeladen. Wie probeert binnen te dringen, kan zijn borst natmaken.

Twee dagen later weet hij hoe het zit. Nikki rijdt in de Toyota waarin Vasili eerder schuilde voor de regen op het fabrieksterrein. Was de gluiperd er destijds toch bij? Begreep hij als enige dat hij zich beter schuil kon houden?
Met een onopvallende bestelwagen, gehuurd bij een Turkse immigrant op het rijbewijs van de dode Goran Rupa, wacht Vasili op de tortelduifjes. Om acht uur verlaat Lydia Jadranca het huis te voet, een kwartier later komt Nikki tevoorschijn. Hij stapt in de Toyota en vertrekt in tegenovergestelde richting. Om te kunnen volgen, moet Vasili zijn auto eerst keren. Dit leidt bijna tot een aanrijding, precies voor de woning van het stel. Het zijn gewoonlijk details die een zaak verpesten. Hij vloekt zichzelf stijf, maar doet er ook alles aan zijn gezicht voor de benadeelde weggebruiker verborgen te houden. Als een gek scheurt hij achter de Toyota aan.

Het wordt een tocht die veel langer duurt dan hij heeft gehoopt. Via Ilovice bereiken ze het zuidelijk gelegen Foča, provinciestad in de zogenaamde Servische Republiek Srpska, een betwiste afscheiding binnen de staat Bosnië en Herzegovina, resultaat van de oorlog van Mladic. Hier stopt de wagen om twee mannen op te pikken die langs de weg staan te wachten. Het tafereel bevalt Vasili allerminst, temeer daar het risico op ontdekking toeneemt. Wanneer de Toyota een bospad kiest, besluit hij veiligheidshalve door te rijden en de auto een eind verder achter struiken te parkeren. Misschien heeft voortzetting te voet geen zin, maar niets doen is evenmin een optie. Als militair heeft hij bovendien honderden kilometers door heel Joegoslavië gemarcheerd, gerend, geslopen en gekropen. Hij pakt zijn geweer met plunjezak en begint het bos te doorkruisen, op zoek naar Nikki de Vis.

Geluk en pech trekken samen op in het leven. Al snel vindt hij het bandenspoor van de Toyota. Gelet op het ruige landschap, kan het niet lang duren of hij zal de auto vinden. Minder gunstig is, dat hij op een haar na betrapt wordt door een wachtpost. Het is dat hij bijtijds sigarettenrook opsnuift, anders was hij recht in de val gelopen. En het is niet de enige hindernis waarop hij stuit. In het bos blijken meerdere mannen rond te lopen. Ze bewaken kennelijk iets van belang. Vasili moet al zijn ervaring uit de kast halen om hen te omzeilen. Dit levert een opmerkelijke notie op: dat hij onherroepelijk iemand is die van de grond af werd opgebouwd door het kader van Tito: onderwijzers, verzorgsters, drilmeesters, kameraden. Het is een niet te negeren gevoel, dat hem nu de kracht en zelfs de opwinding schenkt om zijn doel te bereiken.

Er is niets romantisch aan het bestaan van een scherpschutter, laat dit duidelijk zijn. In tegenstelling tot de gewone soldaat die opereert met anderen, is hij volledig op zichzelf aangewezen. Gevangen genomen worden, is zijn grootste zorg. Een eenzame wolf behoeft nergens op consideratie te rekenen.
Er ontstaat zicht op een betonnen complex, mogelijk de opstallen van een voormalig bosbouwbedrijf. De woning is een ruïne waaruit zwartgeblakerde balken steken. Een muur toont inslagen van kogels. Op het erf bevinden zich een twintigtal mannen, allen gekleed in gevlekte gevechtstenue. Er staan zes wagens, waaronder de Toyota. Vasili bestudeert de situatie door zijn kijker. Dit is het domein van lokale milities. Hier vind je de formele gezagsdragers van de staat Bosnië niet. Omdat hij Nikki nergens ziet, besluit hij een omtrekkende beweging te maken. Het terrein is sterk begroeid en daarmee geschikt om je onopgemerkt te verplaatsen.

Aan de achterkant van de gebouwen klinken plotseling luide knallen. Geschrokken laat Vasili zich vallen. Het zijn onmiskenbaar aanvalswapens waarmee daarginder wordt gewerkt. De schoten vallen in series van drie en klinken statisch. Alle reden te denken dat er geoefend wordt op een schietbaan of soortgelijke plek.
Voorzichtig zet hij de tocht voort, erop bedacht te moeten vluchten. Maar hier, in het lage kreupelhout en bossen met netels, kom je geen enkele wacht tegen. Gemakzucht dient de mens die zich veilig waant. Al snel komt de zijkant van het erf in beeld.

Bevestigd worden in je waarnemingen en gedachten heeft nadelen. Vasili veronderstelde eerder dat Nikki mogelijk bij de confrontatie op het fabrieksterrein was en zich schuilhield toen hij begreep hoe de vlag erbij hing. Hier, in een van de vele broeinesten van aanstaand geweld, wordt bevestigd dat hij de dikzak heeft onderschat. Nikki houdt toezicht op schietoefeningen. Zijn stentorstem jaagt Vasili de rillingen over het lijf. Zo was het in de kerkers: de man kon genadeloos in je oren brullen of steenharde rockmuziek laten dansen tussen de betonnen muren. Uit minachting heeft hij te lang uitsluitend een boerenlul in hem gezien. Het lijkt erop dat Nikki gevaarlijker is dan hij veronderstelde. Vooral deze tekortkoming in analyse ergert hem flink: een officier behoort te weten dat sergeants de ruggengraat van het leger vormen. De keerzijde is, dat zijn vastberadenheid toeneemt en zelfs doorslaat in een driest plan. Hij raapt zijn spullen bijeen en hervat de voortgang.

De Kalasjnikov is lang geleden aangepakt in een wapenwerkplaats in Novi Sad, hoog in het noorden van Joegoslavië. De loop is speciaal getrokken en iets ingekort: er is geen plaats voor een bajonet. Het vizier past tot op de millimeter nauwkeurig. Je kunt er vanaf meer dan tweehonderd meter een kraai mee van het dak kegelen, gesteld dat er een zit.
Hij dringt door tot achter de doelen waarop wordt geschoten. Een riskant besluit, want een misser van een willekeurige schutter kan zijn dood betekenen. Aan de andere kant: niemand zal vanuit deze richting een contra schot verwachten of naderhand aannemen dat juist hier de kogel vandaan kwam.
Hij nadert de schietschijven, meer precies menselijke figuren van bordkarton. Gereedmaken van het wapen vergt niet meer dan enkele seconden. Het zijn handelingen in een vaste volgorde die hij duizend keer heeft doorlopen. Hij veegt zijn gezicht zwart. De boslucht is zinderend warm en staat vrijwel stil. Zweet parelt op zijn voorhoofd, zijn rug voelt drijfnat aan. Door zijn kijker volgt hij wat er gebeurt. Het schreeuwen van Nikki draagt ver. Het klinkt kordaat en enthousiast.
De volgende drie mannen stellen zich op. Het doet denken aan een executiepeloton met Vasili als doelwit.
Nikki telt af: “Drie! Twee! Een!” De schoten klinken vrijwel synchroon. Hij hoort de kogels inslaan. Een gunstig teken, want wie niets hoort, is er geweest. Nog twee series te gaan. Het valt hem op dat nergens honden blaffen: honden zijn gevaarlijker dan mensen waar het aankomt op een achtervolging.

Langzaam rijst Vasili omhoog achter de donkere stam waar hij schuilt. Hij rekent erop dat de schutters alleen oog zullen hebben voor de houten modellen. Zijn geweer vindt steun waar een tak de stam verlaat. Vastbinden met een touw of sjaal zou beter zijn, maar luxe broodjes worden niet gebakken, zei men in het Volksleger. Nu komt het erop aan.
Ook de tweede serie schoten klinkt als een enkelvoudig geluid. De mannen daarginder zijn al aardig getraind. Toch mist een van hen het doel: een fluittoon passeert Vasili, naar zijn inschatting op hooguit een paar meter. Hij blijft staan en stelt het vizier af, niet op de borst van Nikki maar op zijn schedel. Afstand 82 meter, geschatte windkracht hooguit 2 op 45 graden links. Een wachtpost die hem nu wil aanpakken, heeft geen kind aan hem. Hij is volledig geconcentreerd op het doelwit waarin hij probeert geen gezicht te zien. Het tellen van Nikki begint opnieuw. Vasili telt hardop mee en drukt af.

Er gebeurt niets. Nog voor het synchrone geluid van vier wapens wegebt, is duidelijk dat hij heeft gemist. Nikki staat nog waar hij stond. Zelfs lijkt niemand iets in de gaten te hebben. Met bonkend hart laat Vasili zich zakken. Vol ongeloof controleert hij zijn wapen. Zelfs ruikt hij aan de uitgang van de loop. Hij moet toch gevuurd hebben, want de brandgeur is onmiskenbaar. Langzaam en op loden benen, komt hij weer overeind. De schiettraining is gestaakt. Door zijn vizier stelt hij vast dat er ook aan de kant van zijn vijanden verwarring heerst. Nikki roept iets, maar niemand begrijpt hem. De schutters lopen langzaam naar hun instructeur. Vasili neemt het waar en spreekt zichzelf toe. Nikki moet hoe dan ook dood. Hij zet het geweer klem tussen een andere tak en de stam, stelt opnieuw scherp en begrijpt ineens zijn fout: het vizier staat afgesteld op 182 meter, 100 meter te ver.

Hoog boven de bomen in een hemelgewelf dat zich opmaakt voor het middagonweer, weerklinkt een doffe dreun, gevolgd door een tweede. Daar ergens bevinden zich vliegtuigen van de VN, afgestaan door landen die allang weer elders brandhaarden veroorzaken en het strijdtoneel op de Balkan tot veilig hebben verklaard. De piloten zullen geen notie hebben van de omstandigheid dat in de bossen van de milities een nieuwe gevechtseenheid wordt gesmeed. Laat staan dat dit hun belangstelling heeft. Je krijgt orders en voert deze uit, dat is alles.
Voor Vasili is het een kwestie van een razendsnel concentreren. Er is geen tijd alles visueel nogmaals te controleren. Hij moet het doen met zijn ervaring en wilskracht, zich overgeven aan de gevolgen van zijn handelen. Als in een droom wacht hij tot de schutters hun chef bijna hebben bereikt. Dan drukt hij af, laadt razendsnel door en vuurt opnieuw. In totaal vier luide knallen storten in de leegte van een afgelegen hof. Nikki slaat stijl achterover. Het is of zijn hoofd eraf valt. Anderen zakken ineen of duiken weg. Het ziet eruit als de inslag van een bal op de kegelbaan.

Als een razende baant Vasili zich een weg door het bos. Terugkeer naar zijn auto is ondenkbaar. Dit heeft hij al voorzien door de wagen te huren op andermans rijbewijs. De man achter de balie van het autobedrijf maakte gewoon een kopie en controleerde niets. De vaststelling van Nikki’s dood zal ongetwijfeld leiden tot een klopjacht. Een groep van minstens twintig man staat paraat. Geen betere oefening dan met een echte prooi. De auto’s zullen uitrijden, vluchtpaden afsnijden, wegversperringen opzetten. Foča ligt midden in rebellengebied en de milities doen wat ze willen. Vooral het eerste halfuur telt. Met elke minuut groeit de cirkel waarbinnen gezocht moet worden. Het lijkt of hij in een ander stadium van bewustzijn geraakt. Het is erop of eronder.

Het wordt een tocht als in de dagen na zijn vlucht uit Pilana Jada. Hij drinkt uit beken, eet bessen en paddenstoelen, rooft een kip van een boerenerf en kleding van een waslijn. Elk moment verwacht hij te worden opgemerkt of in een hinderlaag te lopen. Hij slaapt op een matras van takken en twijgen, maar niet langer dan een half uur. Na drie dagen afzien, glipt hij bij vallend licht een dorp binnen, Tarčin of Bukovica, dat is moeilijk uit te maken. Bij een café is een feest aan de gang. Onopvallend voelt hij aan de portieren van de vele geparkeerde auto’s. Uiteindelijk treft hij een oude Volkswagen Golf met de sleutels in het contact. Een auto zo achter te laten, duidt niet op macho bravoure maar op een gewoonte. Niemand hier gaat er vandoor met een wagen die nauwelijks vijf glazen bier waard is. Maar Vasili is uitgeput. Nog langer met honger door de bossen rennen, zal zich tegen hem keren. Hij is het ontwend en zal gewond raken of een hartaanval riskeren.
Hij kan moeilijk wachten op vuurwerk of ander lawaai. Als de wagen een kapotte uitlaat blijkt te hebben, is hij gezien. Hij stapt in, sluit zijn ogen en draait de contactsleutel om. Langzaam rijdt hij achteruit, weg van het publiek. Mensen kijken, maar ondernemen niets om hem tegen te houden. Het is nu zaak een doorgaande weg te bereiken, op te gaan in ander verkeer. Het duurt en het duurt. Binnenwegen in dit landsdeel zijn van slechte kwaliteit. Onderweg zet hij de wagen even stil om even bij te komen. Op de vloer vindt hij sigaretten, merk Parliament. Hij neemt twee trekken en moet dan uitstappen om over te geven. Hiermee is het niet gedaan, want ook zijn darmen eisen aandacht. Twee auto’s passeren hem uit tegenovergestelde richting. Hij valt hoe dan ook op: een hurkende man in zijn blote kont bij een boom langs de weg. Wanneer hij eindelijk klaar is en het portier achter zich dichttrekt, vult de wagen zich met een branderige strontlucht.

Tegen middernacht is hij terug in Sarajevo en belt aan bij Bert. Het bovenlicht gaat een ogenblik aan en weer uit. Bert ligt kennelijk in bed en toont geen interesse open te doen. Hernieuwd aanbellen levert niets op.
Vermoeid en vervuild stapt Vasili weer in de VW Golf en rijdt weg. Je kunt moeilijk met een Kalasjnikov over straat rondzwerven. Naar zijn eigen flat gaan, lijkt hem een te groot risico. De herberg van Ajka zou kunnen, maar dit is te ver. De benzinemeter van de Golf werkt niet en de motor kan er dus ieder moment mee ophouden. Bovendien zullen er onderzoekers van het fabrieksterrein overnachten. Al met al belandt hij in de straat met het pension waar Katja de kokkin werkt en hij in zekere zin nog een nachtverblijf te goed heeft.
Een herinnering komt bij hem op: zijn moeder wijst naar zwarte vogels die statig op een grasveldje rondstappen: kijk Vasili kijk! Het is of hij haar stem werkelijk hoort, de woorden verstaat. Plotseling herinnert hij zich haar naam: Selma. Hij proeft de naam tussen zijn lippen als een puber de naam van zijn lief: Selma! Haar naam betekent: door de Goden beschermd. Maar er bestaan geen goden, want Selma kreeg tyfus in gevangenschap en stierf zonder verzorging.
Een al even vreemde gedachte komt bij hem op: dat moorden ook maar een bezigheid is, net als een auto stelen of aardappelen schillen in de keuken van een hotel. Het verschil ligt in de morele beoordeling.

Voor het pension staat zowaar Katja. Zo te zien heeft zij net afgesloten om naar huis te gaan. Het pension toont slechts zwarte ramen. Kennelijk is er vanavond geen enkele gast.
Even is Vasili in verwarring. Gewoonlijk is het niet de kok die als laatste vertrekt. Is dit nu een buitenkans? Kan hij wellicht alsnog overnachten in het pension, nu de sleutel toch voorhanden is? Is het denkbaar dat Katja hem mee naar haar huis zal nemen? Zal hij werkelijk zoveel mazzel hebben? Vreemd is, dat zij geen haast lijkt te hebben. Ze steekt zelfs een sigaret aan. Deze licht op bij elke trek die ze neemt. Met verwondering ziet hij het aan vanuit zijn rammelbak.
Op dat moment draait een andere wagen de straat in. In een reflex laat Vasili zich zakken. Als een stalker gluurt hij over de rand van het dashboard. De SUV stopt bij het pension. Een man, veel groter dan hijzelf stapt uit. Vierkant staat hij op straat en zegt iets tegen Katje, waarop beiden instappen. De auto maakt onmiddellijk snelheid, de straat achterlatend in een walm van verbrande diesel.

Alsnog komt hij naar buiten. Daar staat hij dan, als een verdwaald nachtdier in zijn eigen stad. Tussen de huizen dringt zich een sterke geur van vuilnis op. Soms wordt er weken achtereen niets opgehaald en niemand weet waarom. Ver weg weerlicht het, maar het wegdek is droog.
“Kijk nou, daar heb je de oude pandoer!”
Uit het niets duiken twee jonge mannen op. Ze zijn in kennelijke staat, maar kunnen desondanks normaal lopen. Onmiskenbaar zijn het de twee straatschuimers met wie hij bij een terras ruzie maakte.
Vasili reageert nauwelijks. De jongens zijn vooralsnog fantomen die opdoemen en hopelijk weer zullen verdwijnen.
“Hij heeft beslist geld, want hij is hier met zijn dure auto”.
De opmerking is bedoeld als humor. De Volkswagen is meer een verzameling aan elkaar gelaste dienbladen en conservenblikken.
De kleine man loopt om de auto heen en deelt plotseling een flinke trap uit tegen het portier. De slag klinkt door de hele straat, maar niemand komt kijken. Geen enkel raam licht op. Zo was het ook tijdens de oorlog: granaten sloegen in duistere straten, alsof daar niemand woonde. Wie licht ontstak, kon een kogelregen vanaf de heuvels verwachten en zijn buren scholden hem verrot.

De jongen die bij de eerdere ontmoeting zijn vinger waarschuwend langs de keel haalde, stelt zich vlak voor Vasili op.
“Je stinkt als de plee van een gevangenis, oude zak!”
Zijn opdringerige aanwezigheid brengt in Vasili een diepgeworteld gevoel van afkeer naar boven. Het moet een ervaring zijn uit lang vervlogen jaren: een schooljuffrouw of schoolmeester, iemand die bijna bovenop hem ging staan om gehoorzaamheid af te dwingen. Sommige herinneringen worden fysiek opgeslagen.
“Je portefeuille! Vlug wat! Of we vernielen je wagen!”
Mensen leven in hun eigen wereld. Op straat rondhangende minkukels denken in termen van buit en genoegdoening voor hun zogenaamd aangerande eer. Met wat geld en ingeslikt protest tegen opzettelijk aangebrachte schade zijn ze tevreden. Nadenken over gevolgen is er niet bij.
De kleine man schopt een koplamp aan diggelen. Hierbij bezeert hij zijn voet, wat resulteert in kinderachtige krachttermen.
Eindelijk komt Vasili in beweging. De blufpoker kan niet oeverloos doorgaan. Bijna onverschillig haalt hij zijn schouders op.
“Goed. Je wilt geld? Dan moet ik in de auto zijn”.
Dit is niet helemaal de bedoeling.
“We kijken zelf wel”.
Vasili wordt ruw opzij geduwd. Zijn belager trekt het portier open. De metgezel aarzelt tussen voortgezet vandalisme of zicht houden op de buit. Het zijn gelegenheidsrovers. Vasili is een getrainde soldaat.

Eigendunk is het gevolg van leven in een luchtbel. Binnen seconden is de situatie drastisch omgeslagen. Vasili slaat hard en gericht. De lange jongen belandt half in de auto en huilt van pijn. De kleine kiest eieren voor zijn geld en hinkt er als een manke haas vandoor. Vasili opent de achterklep, pakt zijn valies met het geweer en de tas met andere spullen. Er is geen sprake van woede of spanning in zijn gedrag. Uit de tas haalt hij het mes van Nikki. Vergeleken met wat hij de laatste dagen doormaakte, ervaart hij de jongens hooguit als lastige wespen. Bovenal is hij doodmoe.
Hij sleurt de jammerende straatschender naar zich toe. Zijn linkerhand omklemt de mond van de praatjesmaker, de rechter drijft het mes met kracht en precisie in de magere ribbenkast. Drie, vier keer herhaalt hij de handeling en het is uit berekening. De politie moet op de indruk krijgen dat het een steekpartij betreft tussen gewone criminelen. Het jasje van het slachtoffer beschermt hem tegen bloedvlekken. Zodra het lichaam onder zijn handen verslapt, werkt hij de knul achterin de auto. Het bebloede mes veegt hij af aan diens broekspijp.

Een ogenblik overweegt hij zijn geweer achter te laten, zijn trouwe metgezel, het deel van zijn identiteit waaraan hij het langste heeft vastgehouden. De kans is bijna te mooi om te laten passeren. De zigeuner kan opdraaien voor de dood van Nikki en de Cetniks die Vasili nog meer geraakt mag hebben. Zigeuners zijn de varkens van de Balkan en niemand zit te wachten op een grondig onderzoek. De kreupele metgezel zal wel oppassen zich te melden. Wat heeft hij ermee te winnen? Tegelijk staat de gedachte Vasili tegen. Een beroepsmilitair staat zijn wapen niet af.  Daarbij zullen de makkers van Nikki liever hun eigen zaakjes opknappen. Aandacht voor hun oefenpraktijken in de bossen is het laatste wat zij nastreven. Vasili schopt het portier van de auto dicht en kijkt om zich heen.

Sarajevo in de nacht. Achter donkere  deuren schuilen woningen, bedrijfjes, winkels, opslagruimten, kraakpanden, de santenkraam van een volkswijk. Mensen met een belast verleden en een onzekere toekomst liggen hier te slapen. Niemand wil iets horen of neemt de moeite uit het raam te kijken. Niemand wil getuige zijn van een man met een AK in zijn handen. Een kind van Sarajevo hier weet wat hiervan kan komen.
De achterkant van het pension is moeilijk te bereiken, maar eenmaal aangekomen op de binnenplaats met kratten en lege dozen, is binnendringen eenvoudig. Met zijn elleboog tikt hij een ruitje in, ontsluit de deur van binnen af en stapt de keuken in.  Licht ontsteken is niet nodig. Je zet gewoon de deur van de koelkast half open. Deze biedt bovendien zicht op een keur aan etenswaren, voorrecht van de horeca. Om te beginnen wast Vasili zich  uitgebreid met warm water en zeep. De boiler slaat aan met een licht gereutel. Hij trekt zijn shirt uit. Hij shirt plakt van zweet  en vuil van de afgelegde tocht. Daar staat hij: een half ontklede man in een minimaal verlichte keuken. Op het aanrecht een wapen waarmee mensen zijn gedood en verwond. Het ligt er dom en dof. Wie kan hieraan hechten als aan een vrouw, een kind, een vriend of ouder? Maar Vasili heeft niemand. In een kast vindt hij smetteloos witte overhemden van obers of de kok. Het kost geen moeite een passend exemplaar te vinden.  Om een gewone inbraak te suggereren, opent hij de kassa op de balie. Er zitten alleen muntstukken in. Inbraken zijn aan de orde van de dag en de mensen zijn voorzichtig. Vasili pakt een schone vuilzak en laadt er etenswaren in. Zijn denken is een mengsel van uitputting en voldoening. De dode interesseert hem geen lor. De stilte die hem omringt, is een geluid op zichzelf.

Terwijl de afgeleefde en vuile AK blijft liggen, veegt Vasili het handvat van het mes van Nikki de Vis nauwkeurig schoon. Water spoelt bloedresten weg van een jongen die tien minuten geleden nog leefde.
In een keuken is alles wat je nodig hebt. Zelfs plassen is geen probleem. Vasili staat op zijn tenen voor de spoelbak en laat zich leeglopen. Het liefste liet hij zich vollopen met alcohol en kroop in een van de bedden op de bovenetage om te slapen. Absurde gedachte. Een klik in de motor van de koelkast brengt hem bij zinnen. Hij moet vertrekken, hoe eerder hoe beter. Dit besef weerhoudt hem er niet van, de eetzaal in te lopen en een fles drank vanachter de tap weg te nemen. Een brutale gedachte komt bij hem op: gewoon weer in de auto stappen en wegrijden.  Na de deur van de koelkast te hebben gesloten, verlaat hij het pension op de manier waarop hij is gekomen. Op straat is het onverminderd stil. De auto staat met uitgedraaide voorwielen te wachten.

Wraak bestaat in soorten en maten. Soms is er sprake van doordacht en gericht handelen. Vaak is er eerder sprake van een dwanggedachte, de wil iets af te maken zonder ander doel dan de afronding zelf. Vasili opent het portier aan de bestuurderskant. Achterin ligt het lichaam van de magere zigeuner. In de auto ruikt het naar ontlasting. Hij legt zijn AK en het mes van Nikki op de passagiersstoel. De oude auto start probleemloos. Het appartement van Lydia Jadranca is niet ver van hier.  Toch ontbreekt hem een duidelijk doel.  Zal hij aanbellen, haar in haar eigen woning te grazen nemen: de vuile teef die benzine in de laarzen van gevangenen goot en deze dreigde aan te steken als zij niet goed genoeg voor haar wilden dansen,  het kreng dat de mannen ophitste een uitgeputte sukkelaar zo hard mogelijk te slaan met een eind hout, muntstukken verhitte en je dwong deze in je mond te steken? Seconden rijdt Vasili met gesloten ogen. Hij is te vermoeid om nijdig te kunnen worden. Wanneer hij zijn ogen weer opent, blijkt hij onverminderd kaarsrecht op de rechter weghelft te rijden. Hij geeft gas en lacht plotseling luid: misschien moet Lydia haar dode geliefde identificeren in een mortuarium. Zijn clandestiene makkers blijven ongetwijfeld liever in de schaduw.

Eenmaal voor haar deur, komen perverse gedachten hem op: aanbellen en de slaperige vrouw overvallen. Verkrachten in haar eigen bed, haar ophangen aan een elektrisch snoer. Misschien zelfs uitslapen in het huis, want morgen begint het weekeinde en wordt zij nergens verwacht.
Wat weerhoudt hem?  Het is misschien omdat haar dood alle toekomstige mogelijkheden uitsluit. Haar ombrengen, zal hem een levensdoel ontnemen. Treiteren en angst aanjagen, toezien hoe zij lijdt, dat is veel aantrekkelijker. Tegelijk wil hij af van het mes. Nikki is dood en achter de rug van Vasili ligt een jongeman die ermee is omgebracht.
De auto draait een bekende straat in. Links staat het huis van Lydia Jadranca. Er brandt zelfs licht. Vasili parkeert en zet de motor af. In het donker stapt hij uit, licht de klep van de brievenbus en duwt het mes naar binnen. Het belandt met een slag op de bodem van de metalen bak.

Terug in de auto ziet hij de fles sterke drank liggen. Een daad stellen, verlangt minder denkwerk dan gewone burgers denken. Instinct en impulsiviteit zijn sterke krachten. Vasili giet de fles leeg over de jongeman op de achterbank. Op straat passeert een brommer met een vierkante pizzakist achterop. Even later passeert een taxi. Vasili draait de portierruiten helemaal open. Hij realiseert zich ineens, geen lucifers of aansteker te bezitten. Met tegenzin buigt hij zich over zijn dode slachtoffer en doorzoekt de jaszakken, daarna een broekzak. Als bij toeval bemerkt hij, dat het licht in de woning van Lydia is gedoofd. Hij vindt een aansteker, verborgen in een pakje shag dat hasj bevat. Onwillekeurig denkt hij aan Dusan, die hem spottend aanspoorde zich beter te gaan voelen met het afwerken van zijn dodenlijst. Dusan, de Albanese verrader die toch een vriend kon zijn. Resoluut ontsteekt Vasili de aansteker en draait de vlam op de maximale stand.

———————————————————————————————————————-

Reacties gesloten.