Diplomatie en Oorlog

Een halve eeuw geleden vlogen Israël en zijn buurlanden elkaar in de haren. Diplomatie bleek vergeefs, oorlog het resultaat. Arabische leiders hadden voorafgaand flink getoeterd: de Joden zouden de zee in worden gedreven en hun illegale staat vernietigd.

In 1967 was ik een plattelands jongen in de derde klas van de middelbare school. De oorlog begon tijdens de zomervakantie. Ik werd gegrepen door de geladen sfeer die met name de radio de hele dag uitdroeg. Het land was in rep en roer. Mensen meldden zich als vrijwilliger om daarginder te gaan helpen. Goed en bloed werden ingezameld. Den Uyl sprak geëmotioneerd. Het leek wel of Nederland zelf in oorlog was. Schuldgevoel over het meer dan efficiënt afvoeren van Joden 25 jaar eerder, speelde beslist een rol in dit sentiment.

Israel deelde als eerste de klappen uit die een daalder waard zijn. Nagenoeg de hele Egyptische luchtmacht werd op de grond vernietigd. Jordanië was geen partij en de ouderwetse tanks van Syrië konden de Israëlische bezetting van de Golan niet verhinderen. Mosje Dayan liep rond als een kaperkapitein met zijn afgedekte oogkas. De Sinaï werd een slagveld dat aan El Alamein 1942 deed denken. Voor de komende eeuw kon je reserveonderdelen van kapotgeschoten materieel slopen.

Israël. Een land dat ontstond in de schaduw van WO II en onder straffe tegenzin van het koloniale Engeland dat er destijds de baas was. Veel Joden verlangden na de Holocaust naar een eigen land en waar kon dit beter dan in het Land van Ooit? Het uiteengescheurde Europa beschouwde dit bovendien als de minst beroerde oplossing. Nog vaak denk ik aan de opmerking van een Arabische leider, die stelde dat Israël maar beter op Duits grondgebied gevestigd kon worden. Dit klinkt absurd, maar de onderliggende waarheid is duidelijk.

Vandaag is Europa opnieuw hopeloos verdeeld waar het gaat om grootschalige migratie. Het continent is niet in staat een eenduidige politiek te formuleren waar het de migratiestromen uit Afrika en het Midden Oosten betreft. We laten vluchtelingen mondjesmaat en met tegenzin toe, maar werken tegelijk aan het opwerpen van stevige dammen. We schenken zakken geld aan perfide leiders om instroom tegen te gaan en zijn niet te beroerd om conflicten te verergeren met de verkoop van wapens. De lucht gonst van diplomatie, maar geweld is onderdeel van ons systeem.

In 1967 was ik 15 jaar. De verre en toch nabije oorlog wond me op. Ik wilde alles horen wat er te melden viel. Moeder verbood het. De huisradio mocht alleen aan op door haar bepaalde tijden en deze waren gering in getal en omvang. Het aanbod om voor een eigen kleine transistorradio met landarbeid te betalen, brachten mij geen centimeter vooruit. Diplomatie faalde. Een paar maanden later fietste ik naar een naburige dorpswinkel en beroofde deze van het gewenste. Geweld nam het over. Zo gaan de dingen en laat het een les zijn voor hedendaagse wereldleiders!

Monk
22 mei 2017
(Foto: Monk)

Print Friendly, PDF & Email

Reacties zijn gesloten.