A day in the life

Mijn vrouw vroeg naar een dag in mijn leven die ik zou willen overdoen. Ik dacht even na en begreep dat een antwoord tamelijk willekeurig zou uitvallen. Het is immers maar net wat je invalt en de werking van het geheugen is ondoorgrondelijk. Tot ik inzag dat dit in de kern niets uitmaakt: het gaat om een dag die symbool kan staan voor je leven.

Het was 1968. Ik was 16 jaar, had net mijn mulo diploma gehaald en behoefde pas over enkele maanden naar een vervolgopleiding. De nieuwe school bevond zich op een kleine 20 kilometer van huis, reden tot dagelijkse discussies over de aanschaf van een zelf te verdienen brommer. Moeder was er zwaar op tegen. Als argument voerde zij aan dat mijn oudere zus deze afstand ook fietste en dat van brommer rijden alleen maar ongelukken kwamen. Vader had geen mening, maar dacht wel aan zijn akkers waarop mijn zus en ik de hele zomer moesten werken. Het meningsverschil omtrent een brommer begon op een conflict te lijken nog voor de echte zomer was begonnen. Vader zat niet op ruzie tijdens het werk te wachten.

Na een paar weken werd een advertentie in de krant gevonden. Hierin werd een bijna nieuwe Z├╝ndapp aangeboden, tegen het vorstelijke bedrag van 950 gulden. Erg enthousiast was ik niet. Uitgaande van mijn uurloon van 65 cent per uur was dit een gat om moedeloos van te worden. Aan de andere kant was het zaak vader in beweging te houden. Vader was niet iemand die elke zaterdag met je naar een brommer ging zoeken. Voor je het wist zou mijn weigering of zelfs aarzeling worden aangewezen als reden van mijn gang per fiets naar de nieuwe school te moeten. Ik werd al vroeg geschoold in psychologische oorlogvoering.

De aanbieding was aan het andere eind van de polder. Vader en ik reden in zijn auto naar de verkoper. De brommer was schitterend, de koop werd snel gesloten.
A day in the life. De euforie om voor de eerste keer op je eigen bromfiets, bijna een lichte motor, over de polderwegen naar huis te rijden. Te zien hoe de naald van de kilometerteller klimt, te horen hoe de motor gonst. Schakelen, optrekken, afremmen, een bocht nemen.
Vader volgde op een halve kilometer met de auto. Zo kwamen we thuis. Hier de brommer op het pad zetten, bewonderen, de hele familie er om heen. En dan de domper, een opmerking van moeder: Zo, en nu moet je nog zien dat je hem terugverdient.

Het klonk schamperend en agressief. Was het realisme, jaloezie, ergernis, stompzinnigheid? Vader bedacht ter plekke een oplossing. Het zelfs voor die tijd belachelijk lage uurloon van mijn oudere zus en mij werd aanstonds opgewaardeerd. Dat van mij rees naar 1 gulden 25, bijna een verdubbeling. Vader zal hebben gedacht aan haalbaarheid en redelijkheid, maar ook aan motivatie en inzet van onze kant. Het werk moest gedaan en wel met behulp van zo weinig mogelijk vreemd personeel. Ik herinner mij de opslag van het loon zo precies, juist omdat dit plaatsvond onder deze omstandigheden, op het moment dat mijn euforie in het water dreigde te vallen.

Zelfs onder de nieuwe arbeidsvoorwaarden redde ik het niet om in deze ellenlange zomer de brommer helemaal af te betalen. Een klein deel werd mij uiteindelijk kwijtgescholden. Hiervoor werd ik verplicht Moeder te bedanken, een Gang naar Canossa die ik liever niet had gemaakt. Het laat zich vermoeden dat Vader op deze manier tegemoet kwam aan de wrevel van zijn vrouw.

Misschien vormt de beschreven dag een keerpunt in de verhoudingen thuis en was het de reden van het vervolg. Een jaar later zetten mijn ouders het bedrijf in de verkoop. Niet wegens negatieve bedrijfsresultaten, maar door de permanente ontevredenheid over het leven van Moeder en de tanende motivatie van Vader. Ook vermoed ik zijn onuitgesproken overtuiging dat ik het bedrijf nooit zou overnemen. Terecht, want tussen Moeder en mij was het allicht uitgedraaid om moord en doodslag. Hoe dan ook leidde de plotselinge bedrijfsverkoop bij mij tot een levenslange woede met als ondertoon schuldgevoel.

Je zou denken dat een halve eeuw later de herinnering aan de vreugde zal overheersen. Het bezit van een brommer bracht een aanzienlijke en onomkeerbare verruiming van mijn horizon mee.
Maar ik kom niet los van de pendel, het gevoel van verbittering en angst, afkeer en tegenzin.
Het betrof een situatie die model staat voor honderd gelijksoortige waarin elke vorm van vreugde meteen de vrees meebrengt voor de ommekeer, de tegenpool, de prijs die betaald moet worden.

Monk
7 augustus 2017
(Foto: Monk, 2007)

Print Friendly, PDF & Email

Reacties zijn gesloten.