Stenen van de Vesting II

Bijna iedereen heeft ze in huis: spullen met een verlopen gebruikswaarde waar je desondanks geen afstand van wilt doen. Soms zijn ze geld waard, vaker maken ze deel uit van een emotie, verbonden met het verleden. Ze staan op vensterbanken, liggen in laden, vullen zolders en blokkeren kelders. Objectief hebben ze geen functie, maar bezit is een onderdeel van identiteit.

Gezegend is de mens die nadrukkelijk in het heden leeft. Iemand die het verleden met een glimlach beziet, geniet van het heden en de toekomst op voorhand omarmt. Het is een recept om oud te worden, omdat er weinig stress wordt ervaren. Een beetje armoedig vind ik het wel. Zonder verleden is er groei noch wijsheid, wordt het heden niet begrepen en blijft de toekomst zonder visie. Leven bij de dag leidt tot een identiteit als  de inhoud van een tube lijm: flexibel en zonder kern.

Toegegeven: ik oordeel vanuit een overmaat aan verleden. Opgroeiend in een tijd van vooruitgang, stamden de opvoedkundige normen waaraan ik werd onderworpen uit de steentijd. Wereldoorlog II was hierin cruciaal. Een generatie werd gehinderd in sociale ontwikkeling. Mijn ouders trouwden zonder te hebben gegrasduind op de huwelijksmarkt. Hun lot was een klein agrarisch bedrijf met oeverloze werktijden en onzekere inkomsten. Na twee decennia zagen zij zich op een kruispunt staan: het leven omgooien kon nog net, maar de te kiezen richting was lastig omdat zij verschillende doelen nastreefden en bovendien gewend waren deze voor zich te houden.

Met de plotselinge verkoop van het bedrijf werd mijn leven met 17 jaar overhoop gehaald. Ontheemding door verhuizen van het open land naar een dorp, inkrimping van leefruimte tot enkel een huis en een stukje tuin, een nieuwe stadse school, wegvallen van vermeende status, dit alles bij handhaving van overleefde machtsverhoudingen in huis. Plus een puberbrein dat begon te denken aan seks, drugs en rock & roll.

Ik zat in mijn nieuwe kamertje, bekeek de scherven van gisteren en had geen idee hoe het verder moest. Wat ik kon, was nergens meer nodig. Er volgde een chaotische zoektocht naar een zinvolle levensinvulling en verbeten onderzoek naar wat er fout ging, welke wereld onbegrepen was vergaan. Voorwerpen speelden van meet af een rol in dit proces.

Zo stuitte ik onlangs op een catalogus van personenauto’s, tentoongesteld in de Amsterdamse RAI van 18 t/m 28 februari 1965. Ik kreeg dit goudkleurige boekje op mijn 13e verjaardag, eind februari. Ik herkende het aanstonds. Het blijft bijzonder: een artefact uit je eigen prehistorie ter hand nemen.
In 1965 zat ik in het eerste jaar van de hbs. Dat ik met Vader en vriend Arie R. naar de RAI mocht, was een gebeurtenis in de buitencategorie. Wij kwamen nooit ergens. Arie was een jaar jonger en zat dus nog op de lagere school. Dat hij meeging, wijst erop dat ik in het lopende schooljaar  geen nieuwe vrienden had verworven en mijn vroegere klasgenoten uit het oog verloren had. Arie was tweede keus.
Moeder bleef thuis uit desinteresse, maar mogelijk ook om Vader tegen te werken. Hij had immers pas kort een auto, dus waarom naar nieuwe kijken? Over de aankoop van auto’s is later meer te doen geweest.

De catalogus biedt  inkijk in de mobiliteit. Tussen 1960 en 1965 verdubbelde het aantal personenauto’s in Nederland naar ruim een miljoen. Er reden meer auto’s rond van Duitse makelij dan van alle andere landen bij elkaar. Jan Modaal betaalde ongeveer 6.000 gulden voor een nieuwe. Goedkopere wagens wonnen terrein ten nadele van duurdere. Het gemiddelde motorvermogen lag de helft lager dan tegenwoordig. De merken hadden een hoge mate van herkenbaarheid. Vele zijn verdwenen, opgegeten door sterkere concurrenten. Er werden auto’s uit het Oostblok geïmporteerd. Kennelijk waren deze van concurrente prijs/kwaliteit en was het IJzeren Gordijn voor export geopend. Kinderen verzamelden metalen merkspeldjes. Hier moest je bij standhouders om vragen. Arie en ik waren kinderen van het platteland. Wij durfden niets te vragen en gingen dus zonder speldjes naar huis. Wel had ik een stapel folders buitgemaakt die jaren in mijn kast lagen en geregeld bekeken werden.

Met de catalogus bezit ik een goedkoop icoon van een bijzondere gebeurtenis waarin wrijvingen ontkiemden die enkele jaren later tot een drastische omslag in onze levens zouden leiden. De catalogus heeft na een halve eeuw nog een opvallende eigenschap: hij ruikt ongelooflijk muf.

Monk
27 02 2018

(Foto: Monk)

 

 

Reacties gesloten.