1968

Het is op de kop af een halve eeuw geleden: 1968. Een magisch getal in de westerse geschiedenis. Het was een jaar dat staat voor linkse revolte tegen het establishment, de orde die na de oorlog de macht had opgeëist en eraan vasthield.

Tsjecho-Slowakije probeerde de Russen van zich af te schudden. Parijs beleefde massale demonstraties en stakingen door studenten en fabrieksarbeiders. In Duitsland werd de RAF opgericht tegen oude nazi krachten en de consumptiemaatschappij. In de USA waren de doelen concreter: een einde aan de Vietnam oorlog en raciale emancipatie.

Oude structuren zijn taai. West Europese leiders schipperden met maatregelen en toezeggingen. Ze hadden redelijk succes, geholpen door de omstandigheid dat Links van meet af zwaar leunde op veronderstelde zegeningen van communistische dictaturen. Hieraan kon zelfs het bloedige Russische ingrijpen in  Praag weinig veranderen.
Daarbij is solidariteit tussen elite en aardappeleters per definitie onnatuurlijk. Met de inkapseling van intellectueel Links in het verafschuwde establishment, zou aanvankelijk elan uitmonden in machtsbesef en arrogantie.

De Amerikaanse Droom liep vast in hoge aantallen dode Vietnam soldaten en overheidsschulden die vandaag nog op de begroting drukken. ML King en R. Kennedy werden vermoord, de politie hakte erop los en Amerika is nog altijd een racistisch land.

In 1968 werd ik 16 jaar en haalde mijn eerste diploma van een middelbare school. In de lange zomervakantie die volgde, werkte ik 660 uren op het land van Vader tegen een uurloon van 1 gulden 25. Doel was de aanschaf van een brommer. Moeder was mordicus tegen. Het conflict liep hoog op, maar werd uiteindelijk in mijn voordeel beslist. De nieuwe school bleek een keerpunt, ten goede en ten kwade. Maar dit had evengoed een jaar eerder of later kunnen zijn.

In een wereld van stilstand en verveling spreekt actie van welke aard ook een leergierige jongeman aan. Dutschke en Cohn Bendit, door een leraar Bandiet genoemd, spraken onmiskenbaar een andere taal dan GBJ Hiltermann en dominee Klamer. Het was beslist eerder de toon dan de inhoud: verveling en ergernis zijn onderschatte krachten.

Van de nieuwe gedroomde wereldorde kwam niets terecht. Gelukkig maar, want je wilt er niet aan denken dat Maoïsme hier was ingevoerd. Een halve eeuw linkse nostalgie en romantisering vertroebelen bovendien het beeld. Er veranderde wel een en ander ten goede, maar het grote geld werd nimmer bedreigd, oorlogen bleven woeden, verbeelding verving nergens de macht. Zelfs Provo in Amsterdam mocht dit ervaren.

De belangrijkste winst van 1968 ligt waarschijnlijk in de muziek. Een hele stoeterij aan geweldige bands zette de toon. Een halve eeuw later is haar betekenis onomstreden. Anders gezegd: in 1968 had muziek van een halve eeuw eerder elke betekenis verloren. Hoera! Maar verder? De invoering van de Mammoetwet bracht verslechtering van het middelbaar onderwijs. Betere bromfietsen dan de Zundapp van 1968 werden nooit meer gemaakt. Wie destijds jong was, heeft geluk gehad, verdomd veel geluk.

De confrontatie van 1968 toont een probleem van alle tijden. Verbeelding en creativiteit leggen het af tegen materialisme en conservatisme. Elite en kudde komen niet tot elkaar. Machthebbers schuwen geen geweld, ook niet tegen de eigen bevolking. Zo werkt de condition humaine.

Monk
10 mei 2018
(Foto: Monk)

Reacties gesloten.