Hete zomers

Halle

Moordend hete dagen zijn het. Je begrijpt waarom tropische landen economisch slecht presteren en van corruptie aan elkaar hangen: het is daar gewoon te warm om  te werken. Een gematigd klimaat is een groot geschenk.

De eerste hete zomer die me bijstaat, blijkt van 1957 te zijn, voor mij de blokkendoosfase. Vijf jaar oud was ik en vrijgesteld van kleuterschool.  Ik genoot de vrijheid van een enorm erf, aanpalend bouwland en het uitzicht over weilanden tot aan de horizon. Mijn herinnering toont een eenvoudige zinken teil vol fris water, geplaatst in de schaduw van het huis. Dit beeld symboliseert een onbestemde maar sterke emotie die gaat over ontdekking en energie. Misschien maakte juist deze zomer mij definitief ongeschikt voor een leven tussen de muren van school, fabriek, kazerne en kantoor.

De tweede extreme zomer was die van 1976. Ik woonde en studeerde in Amsterdam. Samen met mijn toenmalige vriendin vervulde ik een tijdelijk baantje bij de GDH, beter bekend als Herhuisvesting. Elke dag stralend weer. Ik ving een muis bij het vrouwensanitair. Er was gezever over waar het beestje los te laten. Een ambtenaar uit het voormalige KNIL beweerde dat hij met een simpele druktechniek mijn gesloten hand kon openen. Ik liet hem begaan, vastbesloten hem ongelijk te geven. Hij kreeg mijn hand niet open, maar ik hield er wel twee weken flink pijn aan over. Thuis draaide ik muziek van Rory Gallagher: It happened before, it’ll happen again. Muziek was al een troostprijs voor een diffuus leven, het gevoel dat richting alleen via wilskracht verworven kon worden maar evengoed kunstmatig bleef.

De derde periode van hitte ervoer ik in 1982, Frankrijk. In onze eerste auto reden we recht het zinderende Franse binnenland tegemoet. De temperatuur steeg geregeld boven de 30 graden, waarmee de schaduw wordt bedoeld. Onderweg kregen we een hagelbui  te verwerken. Deze beschadigde de auto nogal. Andere herinneringen zijn opgeslagen in foto’s. Nabij de dagmarkt van Pau staan we ingesloten op een parking. Er is weinig animo te helpen. Ergens hing onheil in de lucht: het besef dat onze relatie op grenzen stuitte.

De meest extreme zomer was die van 2003, eveneens Frankrijk: la canicule. Om elf uur in de morgen was het 41 graden in een straatje van Cognac. De dag werd uitgediend in een zwembad. Een familie zigeuners zocht hier ook verkoeling. Hun onderlinge betrekkingen bekijken, was een leerzaam feest. Het was alles goud dat hier blonk. Een onbesuisde Brit op de camping liet de hele dag een gastank in de zon staan. Hij was niet tot andere inzichten te bewegen. Dagen waarin de uren verstrijken zonder begin of einde. Zo kun je ervaren dat het leven geen zin heeft dan zichzelf te handhaven.

Of de hete zomer van 2018 beklijft, is een te vroeg gestelde vraag. Naarmate de jaren verstrijken, begint het belang van de dingen te verdampen. Kernzaken blijven tot het laatst overeind. Op een stoeltje in de schaduw overdenk ik waarover ik wil schrijven. Muziek uit de late jaren 60 dreint aanhoudend in mijn hoofd:  Dark Rose van Brainbox, het ondergewaardeerde Seasons van Earth & Fire. Nostalgie is het verlangen naar zaken die uit hun context zijn gehaald. Misschien is het de wijsheid van een vorderende leeftijd, het inzicht dat het nooit beter zal worden dan het destijds evenmin was.

Warme zomers, koude winters, natte herfst, ontregeld voorjaar: voor de een betekent het hooguit de vraag of er een record wordt gebroken. Voor een ander leveren de uitschieters een motor voor brede herinneringen. Een mensenleven is kort en biedt weinig ruimte voor extreme peilmomenten.  Slechts echt zeldzame gevallen helpen ons het
geheugen te fixeren of opnieuw te definiëren. Dit is goeddeels een rationeel proces. Veel lastiger, maar daarom niet van minder belang, is een poging om oude noties, angsten en vreugde terug te halen. Tijd is meedogenloos. Uiteindelijk wordt alles fluïde en onbetrouwbaar, wat mogelijk juist de reden is er belang aan te hechten.

Monk
27 juli 2018
(foto: Monk)

Reacties gesloten.