Zonde en Berouw.

Zaandam

Strafrechter Rinus Otte vat het probleem bondig samen: het strafrecht is geen maatschappelijk werk. U voelt de bui hangen: een oeverloze discussie over de betekenis van straf in de rechtspraak.

Bijna een halve eeuw geleden liet ik mij verleiden lid te worden van een Boekenclub. Je kreeg een exemplaar naar keuze ingeval je voor minstens een jaar aansloot. Ik koos voor Misdaad en Straf, een klassieker van de Russische schrijver Dostojevski. Een week later arriveerde mijn bestelling. Het omslag toonde echter niet Misdaad en Straf, maar Schuld en Boete.  Even kwam het bij me op dat een fout was gemaakt, maar het ging natuurlijk om hetzelfde boek. De wijziging intrigeerde me: Schuld en Boete klinkt zachter en tegelijk dieper, meer filosofisch.

De mening van Otte mag rekenen op de nodige weerstand. Linkse politici en welzijnswerkers roepen al een halve eeuw dat domweg straffen niemand vooruit helpt.
In de bak zou je alleen maar verbitterd en professioneler worden. Een detentieverleden verschaft daders in bepaalde kringen zelfs aanzien! Rechters zien inderdaad weinig in het Misdaad en Straf beginsel. Zij voelen zich op voorhand gereduceerd tot ambtenaren die de wet moeten vertalen in strafmaat. Advocaten vrezen dat hun uitvluchten over goede bedoelingen geen uitwerking meer zullen hebben. Alleen de gewone belastingbetaler applaudiseert: wraak is zoet, zolang het jezelf niet betreft.

Ik herken de ergernis wel. De rechtbank vraagt aan een dader of hij spijt heeft. Alleen een volslagen idioot zal antwoorden dat het slachtoffer hem worst zal zijn. Wanneer de dader zijn plichtmatige tekst heeft opgelepeld, snauw ik hem op tv standaard toe: nee maat, jij hebt helemaal geen spijt, maar je gaat het wel krijgen. Of anders draai ik mijn grammofoonplaat om en blaf naar de rechter: ja, stuur dat schorum maar naar huis, ben je ervan af en het kost niks.
Spijt is trouwens een dubbelzinnig woord. Berouw is veel beter. Een gezegde luidt niet voor niets: berouw komt na de zonde.

Otte noteert dat schuld in het gerechtelijk taalgebruik is omgedoopt naar verantwoordelijkheid en straf naar interventie. Hier is geen sprake van een taalspelletje. Het gaat om veranderd denken. Het regent tegenwoordig kwalificaties als ADHD, OCPS en aanverwante stoornissen. Wie zijn buurman dood stampt, voor een miljoen aan pretpillen draait of met 150 km/u door het stadscentrum raast , zou best eens een stoornis kunnen hebben. Zo iemand moeten we helpen!

Wetsschenders laten zich dergelijke argumenten graag aanleunen: naar huis en eens per week op kantoor praten met een juffrouw is beter te verdragen dan eindeloos wasknijpers maken of fietswielen spaken. Wanneer evenwel TBS in beeld komt, is menige dader ineens bereid weer normaal te doen. Liever 8 jaar brommen en daarna vrijheid, dan 5 jaar zitten en doorstromen naar de gesloten afdeling van dokter Finkensieper. Wij zijn een bijdehand volkje.

Het voorstel van Otte wijst op een nieuwe windrichting, hoe voorzichtig ook. De politieke en publieke mening aangaande strafrecht verhardt. Ook ik vind Misdaad en Straf een duidelijke combinatie. Op het misdrijf volgt de harde hand. Maar het klinkt ook kil en mechanisch, bijna als een partijpunt van de VVD of PVV. De combinatie Schuld en Boete is veel intelligenter en menselijker, maar een geharde crimineel denkt dat hij in de kerk zit.  Verantwoordelijkheid en Interventie verwijst naar een kindercrèche waar stagiaires worden beoordeeld.
Ik houd het op Zonde en Berouw. Vooral omdat dit rijmt op En soms een flinke Douw.

Monk
20 november 2018
Foto: Monk

Reacties gesloten.