Het collectieve brein

Onderzoeker Groeskamp werkt bij het NIOZ op Texel. In verband met de opwarming van de aarde heeft hij een idee ontwikkeld om de lage delen van noordwest Europa te beschermen tegen stijgend zeewater. Een stelsel van 640 kilometer aan dijken en dammen moet de Noordzee intomen. Het idee bevestigt weer eens, dat het er minder toe doet wat wordt gezegd dan door wie dit gebeurt.

Zonder mezelf op de borst te willen kloppen, kan ik namelijk melden dat dit idee al een halve eeuw eerder bij ondergetekende is opgekomen. Als gesjeesde hbs snotneus wist ik dat de Noordzee pas na de laatste ijstijd onder water liep en dus niet heel diep is. Ik dacht evenwel niet aan waterkering, maar aan landwinning. En waar Groeskamp een dijk projecteert tussen Bretagne en de zuidwest punt van Engeland, keek ik naar Calais en Dover. Ik was destijds 13 jaar en het laat zich raden wat mijn omgeving van mijn idee vond. De leraar aardrijkskunde herinnerde mij eraan dat er rivieren in zee uitkomen en vader verklaarde somber dat de bodem van de Noordzee bezaaid ligt met bommen uit twee wereldoorlogen. Daar kon je beter wegblijven.

Ik hoor u wel schamperen: wat een blaaskaak, die Monk! U mag denken wat u wilt. Zolang u zelf denkt, is uw lach mij om het even. Wat ik vooral bedoel, is dit: waar een plattelands scholier op een idee komt, lopen meer mensen rond met soortgelijke visioenen. Ik noem dit het collectieve brein. Het vergt slechts een autoriteit en/of het juiste tijdstip om het idee echt op de agenda te zetten. In 1965 dacht niemand aan de Noordzee: het IJsselmeer was groot genoeg om nieuwe landbouwgronden droog te leggen en bij stijgend zeewater werd hoogstens gedacht aan verzilting van het land.

Kan het misschien een eenmalige treffer zijn geweest, dat dolle idee van mij? Iedereen denkt per slot wel eens iets dat naderhand wordt uitgevoerd. Of was het slechts een caprice, een geintje van een puber? Ik geef twee andere voorbeelden, vooral dus om het collectieve brein aannemelijk te maken.

In 1966 tekende ik een vliegende auto. Gewoon aan tafel in de woonkamer van mijn ouderlijk huis. Gebaseerd op geheim agent 007 (van wie ik geen enkele film had gezien) dacht ik aan wat een allround autopiraat nodig kon hebben: (dubbele) wieken van een helikopter, straalmotoren voor snelheid en een buitenboordmotor ingeval je te water geraakt. Van ene Glenn Curtis die al in 1917 een vliegende auto construeerde noch van Waldo Waterman die in 1937 een auto bracht waarmee je in de lucht meer dan 170 km/u kon halen, had ik gehoord.

Een paar jaar later werd ik een fanatieke brommerpiraat. Met snelheden tot rond 90 km/u jakkerde ik door de bewoonde wereld. Op zekere dag bemerkte ik, dat spaakwielen kwetsbaar zijn, gevoelig voor stoepranden en hobbels in het wegdek. Hierdoor raakt het wiel uit balans, gaat trillen en wordt de tweewieler slecht bestuurbaar. Om hiervoor een oplossing te bedenken, bedacht ik een ander model velg, met 4 of 5 brede stroken tussen as en velg, vergelijkbaar met een aluminium autowiel. Weg met die kwetsbare spaghetti spaken! Vanaf de jaren 80 werden lichtmetalen wielen algemeen toegepast op brommers en scooters.

Is afsluiting van de Noordzee een reële optie? Mij lijkt het buitengewoon onwaarschijnlijk. Niet alleen wegens bouwtechnische problemen (die aanzienlijk zijn), evenmin om de investering (die veel lager uitpakt dan afzonderlijke nationale maatregelen tegen overstromingen). Nee, omdijken zal stuiten op geopolitieke, economische en militaire bezwaren. De recente Brexit is hiervan een onheilspellende voorbode.

Nu ik de feiten doorlees, valt me op dat het collectieve brein kennelijk nogal traag werkt. Gelukkig kunnen we ook individueel denken.

Monk
9 februari 2020
Foto: Monk, tekening 1966

Print Friendly, PDF & Email

Reacties zijn gesloten.