
Recensie van een eenmalige voorstelling in twee bedrijven
EERSTE BEDRIJF.
Theater De Olifant staat in de provincie. Van buiten oogt het als een bollenschuur. De voorzijde is voorzien van een frisse zogeheten mural, een levensgrote schildering van een olifant met opgestoken slurf en vervaarlijke slagtanden. Toegang kan uitsluitend digitaal geregeld worden. Vraag bij de ingang niet naar een kaartje, want je wordt heengezonden onder verwijzing naar een app. De wegen van vooruitgang zijn ondoorgrondelijk en alleen aangenaam voor hen die er baat bij hebben.
De voorstelling van deze avond heet UN ELEPHANT SE TRUMPE ENORMEMENT. Het is een onderzoek naar de stand van zaken op het wereldtoneel en de daar geldende mores. De kaartverkoop ging goed, met dank aan de bijna gelijknamige filmtitel die oudere cultuurliefhebbers zich nog herinneren. Over een week treden er Hollandse volkszangers op, die een ander publiek bedienen. Typisch De Olifant, typisch provincie: voor ieder wat wils.
U kent de gang van zaken bij Cultuur: jas uittrekken, handjes schudden, cappuccino bestellen, rondkijken of een snuif nemen en bij de gongslag plaatsnemen in het zaaltje. Kortom: een voorstelling als bolwerk van beschaving.
In dichte schemer schuiven de gordijnen open. De spots lichten langzaam op tot bijna irritante scherpte. Op het podium bevinden zich drie mannen. Achter elk van hen is een groot plasma scherm geplaatst.
De eerste man is evident flamboyant en beweegt als een neushoorn. Geen toevallige vergelijking: dit dier is zowel bijna blind als levensgevaarlijk. Op het scherm achter hem rolt een lijst van zijn heldendaden uit het recente verleden. Er klopt weinig van, maar de lijst maakt indruk omdat hij alsmaar doorrolt.
De tweede man ligt helemaal aan de overkant van het toneel plat op de vloer. Hij is dood. Op het bijbehorend beeldscherm wordt zijn leven uitgebeeld, afgewisseld met heiligenzang en brute teksten aan het adres van opstandige burgers. Waar de man had kunnen uitgroeien tot een wijsgeer, bracht hij het uiteindelijk niet verder dan tot genadeloos despoot, gelegitimeerd door de Islam, staatsreligie in zijn land.
De derde man bevindt zich in het centrum van het toneel. Hij zit achter een schrijftafel, het gezicht naar het publiek. Hij is de kleinste van de drie. Keurig gekleed en gekapt, kijkt hij geregeld op, zijn hoofd een beetje schuin als een wantrouwende fret. Het bij hem horende beeldscherm toont een statische politiefoto. De man wordt binnenslands vervolgd voor fraude en nepotisme zodra hij geen premier meer zal zijn. Maar dit zijn peanuts vergeleken met het internationaal arrestatiebevel dat tegen hem loopt, wegens alledged genocide, bewuste uitroeiing van de Palestijnse bevolking. Zijn infame doel is daarom, de oorlog zo lang mogelijk te rekken. De drie heren verbeelden Trump, Khamenei en Netanyahu.
De laatstgenoemde neemt het woord. Je ziet aan hem af dat dit routine is. Hij spreekt zakelijk over militaire vorderingen. Tanks, vliegtuigen, tonnage bommen, manschappen, vierkante kilometers terreinwinst. Elke dag worden kopstukken van de vijand uitgeschakeld! Het publiek mag zich afvragen hoeveel van die kopstukken er bestaan en waar ze te vinden. Geregeld onderbreekt hij zijn betoog met ingeblikt zelfbeklag. Antisemitisme verklaart de wereldwijde afkeer van zijn ultrarechtse regering: ze bedreigen en vermoorden ons omdat we Joden zijn! Alles wat Netanyahu doet en van plan is, wordt op deze grond legitiem en zelfs noodzakelijk. Hij spreekt over Palestijnen als over ongedierte en zo denkt hij er ook over. Er zitten er honderden vast in de gevangenis en duizenden anderen in kampementen, vaak over de grens van Libanon. Zo gaat het al decennia. Gaza herbergt evenwel de grootste concentratie verdreven Palestijnen, tot voor kort met zelfbestuur onder Hamas, een allegaartje dat zich heeft ontwikkeld tot terreurbende. Hier kwam de oorlog in alle hevigheid en wordt er niets meer bestuurd.
Trump kucht. Het is niet de bedoeling dat zijn Israëlische protegé voortdurend op de voorgrond treedt. Er zijn belangrijker zaken en vooral: belangrijker mensen. Zoals hijzelf. Hij draait zich om en watert onbeschaamd tegen de achterkant van het toneel, pal onder zijn projectiescherm. Het plassen is duidelijk te horen tot het brullen van een overvliegende straaljager dit overstemt.
Het stoffelijk overschot op de vloer krijgt bezoek van een chaotisch groepje geestelijken. Achter hen duiken gesluierde vrouwen op, ingehuurd om onmetelijk verdriet uit te beelden. De geestelijken vergewissen zich of hun leider echt dood is. Een van hen wordt (tot diens verrassing) aanstonds aangewezen als opvolger. Hij is een zoon van de overledene, maar zeker geen favoriet van zijn vader. Je kan denken dat zijn snelle benoeming is bedoeld om hem zo snel mogelijk uit de weg te laten ruimen.
Netanyahu hoort het aan en maakt een gebaar van keel snijden. Na nog enkele luide snikken, trekt de rouwgroep zich terug in de coulissen. Het stoffelijk overschot van de ayatollah stijgt langzaam en in horizontale houding op, om uit het zicht te verdwijnen. In de verte weerklinkt een oproep tot het Islamitische gebed. De opvolgende zoon blijft staan – een beetje beduusd. Hij lijkt een kopie van zijn vader en in zekere zin is hij dat ook.
Trump is klaar met urineren en brengt zijn kleding in orde. Hij doet geen poging zijn handen te wassen bij het kraantje in een hoek en werpt de nieuwe ayatollah een misprijzende blik toe. Woorden zijn niet nodig. Deze worden trouwens al uitgesproken door Netanyahu, op een toon als gaat het om sportuitslagen.
De nieuwe ayatollah heet ook Khamenei. Beschouw hem maar als buitengewoon tijdelijk.
Na nieuw geraas van een straaljager en een nabije explosie, valt de kersverse ayatollah schreeuwend op de vloer. Kennelijk gewond aan zijn benen, sleept hij zich van het toneel. Netanyahu blikt onverstoorbaar in de zaal.
“We hebben hem alweer mooi te pakken, Donnie!”
Trump onderbreekt zijn kleine vazal onmiddellijk.
“Beetje respect graag, Bibi! Je hebt het wel tegen de President van de Verenigde Staten! Dit is nauwelijks wat je noemt een change of regime, is het wel? Die gast heeft nog vijf broers. Vertel eens: hoe staat het met mijn resort in Gaza?”
Gaza is de eerder platgebombardeerde landstrook tussen Israël en Egypte. Er woonden 2 miljoen mensen, maar nu niet meer. Aanleiding voor de verwoestende vergelding was een verraderlijke aanval van de Hamas-leiders in dit gebied op Israëlische burgers en soldaten. De benodigde lichte wapens waren vanuit Iran binnengesmokkeld. Onder het gebied ligt een weergaloos stelsel van ellendige tunnels. Dit is een gevolg van 7 decennia controle door Israël plus verwaarlozing door de rest van de wereld. Voor masters of war is het conflict een godsgeschenk. Hamas wil de Staat Israël vernietigen en dit land wil alle Palestijnen verjagen, het liefst naar de woestijn in buurland Egypte. Onder het zand is nog beter, trouwens.
Netanyahu geeft minzaam antwoord. Nadrukkelijk zoekt hij oogcontact met de President.
“Wij doen ons best Akela! Trump Resort zal een groot succes worden. Een eersteklas toeristische attractie, met allemaal mooie…”
“Herhaal niet wat ik jou zelf heb verteld, vriend. Mijn vraag is, of we daar onderhand kunnen beginnen. Wanneer ruim je de rest van die terroristen eindelijk op?”
“Het vordert, maar wij zijn niet zo machtig en talrijk als u. Daarbij pakken we ook meteen Hezbollah in Zuid-Libanon aan. Daar zitten ze namelijk ook en ze worden bewapend door de homo die net gewond is weggekropen”.
Via de almachtige Mossad weet Netanyahu van de erotische avonturen van de jonge Khamenei. Deze kunnen hem weliswaar niets schelen, maar ze komen goed van pas. Hij benoemt ze om het publiek en ook Trump te prikkelen. Publiek wil altijd een juicy story en Trump staat voor een Conservatief Christelijk Amerika. Hierin is geen plaats voor seksueel afwijkende woke. God ziet alles in Amerika en anders is er nog ICE. Dit is een militie, speeltje van de President, een maffiose motorbende met vette wapens. Ze pakken willekeurig mensen op en deporteren hen naar thuislanden om er te creperen.
Achterin de zaal klinkt een kille stem met een Sovjetaccent. Beslist niet iemand uit het publiek. Dat zijn immers nette mensen met een digitaal besteld toegangsticket. Het geluid komt uit een speaker, onderdeel van een surround audio system. In de provincie weten ze wat vooruitgang inhoudt.
“Het gaat allemaal goedkomen, Eerwaarde Oppergeestelijke van de Islamitische Republiek Iran! Wij zullen uw wonden verzorgen en uw veiligheid garanderen. Ziet u overigens nog mogelijkheden om verse drones te leveren?”
Achter de bezoekers licht een grauwwitte schaduw op. Deze toont het portret van de Russische president Poetin. Zijn vraag verwijst naar de Speciale Militaire Actie van de Russen in Oekraïne, die al jaren voortsleept. Hierin spelen drones een hoofdrol.
Het antwoord wordt verstrekt door een droge lach uit het plafond. Zelfs dode ayatollahs gaan gewoon door met commentaar leveren en het leveren van wapens.
Netanyahu wil verder gaan in zijn betoog, maar Trump wrijft zich de onderkin.
“Hmm, drones! Die lulhannes in Kiev bood ze mij onlangs aan om tegen Iran in te zetten. De Oekraïners schijnen toffe spullen te maken. Ik denk dat o ja, hij heet Zelenski, mij eindelijk heeft begrepen en zijn dankbaarheid wil tonen”.
Netanyahu breekt in een schaterlach uit. Zo hoor je het zelden in de politiek.
“Dankbaarheid! Wat wil hij ervoor terug?”
Ze worden onderbroken door een stem boven de toneelgordijnen, afkomstig van Khamenei I of II. Er gaat bepaald dreiging van uit.
“Luister goed, ranzige ratten. Raketten mogen op u nederdalen tot in het vierde geslacht! Uw neokoloniale hebzucht zal afgestraft worden. Een Joods-Christelijke Beschaving? Laat me niet lachen! Wie hebben Jezus gekruisigd? Wij waarschuwden elke dag tegen oorlog, maar u luistert niet. Voor straf komt er geen olieschip meer door de Straat van Hormuz. We schieten ze allemaal in brand. Betreedt onze kusten en u zal door leeuwen worden verscheurd!”
Aanstonds begint de galmende aanhef tot gang naar de Moskee. Trump slaat zijn handen tegen de oren: “Altijd die rotherrie!”
“Ik stuur wel even een paar bommenwerpers”.
Netanyahu vist een mobieltje uit zijn jasje, klikt wat cijfers en brengt het ding naar zijn oor. Hij zegt niets over de gebedsoproep, wetende dat ook Israël religieuze Voorzangers kent. Ooit grapte hij erover, maar sinds zijn regering wordt gedomineerd door de ultraconservatieve Smotrich, kijkt hij wel uit.
“Ja, met Netanyahu. Kan die moskee wat stiller?”
Onmiddellijk weerklinkt een slag. De gebedsoproep valt stil.
De Amerikaanse President aarzelt. Hij is nog in zijn eigen universum. Een ogenblik lijkt hij te beseffen dat er iets niet goed gaat met de oorlogvoering. Dan herpakt hij zich.
“Ik dacht dat het onderhand gedaan was. Nucleair Facilities vernietigd. De Iraanse marine tot zinken gebracht. De luchtmacht uitgeschakeld, Kazernes in vlammen! Raketinstallaties in duizend stukken. Wat is er verdomme nog meer daarginder?!”
Een lange dunne man, een soort John Cleese, snelt het toneel op. Hij maakt een woeste sprong, blaast een feestneus op, gooit deze weg, schaterlacht en roept naar de zaal.
“Kunnen jullie mij een beetje horen, daar achterin? Alles kits?”
Beide andere aanwezigen kijken verwonderd naar hem. Netanyahu maakt een vaag gebaar van herkenning. De nieuwkomer betoonde zich eerder en publiekelijk als een vriend. Dat was bij de aanval van Hamas vanuit Gaza op 7/10 2023 – het 9/11 van Israël. Mogelijk dacht de slungel, nog premier van Nederland te zijn: mijn vriend Bibi!
Trump daarentegen wenkt de clowneske man kordaat.
“Dag Mark! Goed dat je er bent. Om te beginnen: aan gekwek heb ik niets. Houd dus je bakkes en luister”.
“Natuurlijk President! Altijd een genoegen om u te ontmoeten!”
De slungel, evident Mark Rutte, strijkt zijn houding in de plooi, maar trekt nog een paar olijke bekken naar het publiek. Trump knikt. Het valt niet uit te maken of het antwoord hem bevalt.
“Even voor de duidelijkheid, NAVO-mannetje van Europa: door wie zit jij op je plek daarginder? Weet je het nog? Dit is een vraag”.
“Maar vanzelfsprekend, Daddy! Aan wie anders dank ik dit dan aan de enige echte President van de Verenigde Staten! U gaat als een icoon de geschiedenis in! Wat zeg ik: als het enige presidentiële icoon! Wat stellen uw voorgangers helemaal voor?”
Trump glimlacht zowaar.
“Je Engels lijkt nog nergens naar, maar vooruit. Heb je nog wat bij je, Mark? Een cadeau ofzo?”
Mark klakt met de tong naar de coulissen. Twee identiek in het zwart geklede maatpakken rollen een sokkel in Stijl Biedermeier binnen. Hierop staat een grote wereldbol, van binnenuit verlicht. Trump is oprecht verbaasd.
“Waarom is dat ding rond?”
Als voormalig leraar weet Mark dat er geen domme vragen bestaan, alleen domme antwoorden.
“De globe toont dat alles uiteindelijk weer op de oude plek komt, President. Je kan ergens heen varen of vliegen, maar hoe dan ook kom je weer thuis”.
Wie denkt dat Trump boos wordt, heeft het mis. Hij tikt eens tegen de globe en knikt.
“Interessant, man. We zouden naar Groenland kunnen boren! Drill, baby, drill! Zei ik dat niet al eerder? Of naar IJsland! Ha! We zien daar wel een functie voor onszelf.”
Een enkele keer spreekt Trump in meervoudsvorm: we in plaats van ik. Dit berust natuurlijk niet op bescheidenheid, maar juist op de gedachte dat alles hem toekomt. Dit heeft hij opgestoken van het Nederlandse Koningshuis tijdens zijn verblijf wegens de Wereldtop in Den Haag. De spreekster was een Koningin die hij nooit ontmoette: Juliana, Prinses van Oranje-Nassau, Hertogin van Mecklenburg, Prinses van Lippe-Biesterfeld, et cetera. Het moet de Leider van de Vrije Wereld hebben geduizeld. Mark spreidt zijn armen als de salesmanager voor een nieuw type koelkast.
“Permanente versterking van uw gezag over het Westelijk Halfrond! Ik denk aan Mexico. Lekker dichtbij en succes verzekerd. Heeft u zelf al eens geopperd. Vergeet de Muur die kapitalen kost. Denk aan de duizenden drugsdealers in Mexico en hoe zij hele horden migranten uw kant opsturen!”
Mark heeft de idee geleend van de vuige Amerikaanse Minister Rubio, de theoreticus van America First. Improviseren is een sterke kant van de NAVO secretaris-generaal. Of hij in eigen beweringen gelooft, is irrelevant. Men vraagt en wij draaien. Voort maar weer.
“Niet om een of ander, maar ik denk dat Iran beter in zijn sop kan gaarkoken. Ziet u iets van de beoogde volksopstand? Het is een gevaarlijk en ondankbaar wespennest! Denk aan Afghanistan en Irak, desnoods aan Vietnam!
Mark maakt een verontschuldigend gebaar naar de verbijsterde Netanyahu.
“Sorry Bibi, maar Europa heeft geen zin in jouw oorlog”.
Ja, Mark mag een clown zijn, achterlijk is hij niet. Hij noemt Vietnam in verband met de leeftijd van Trump. In de verte klinken doffe inslagen van vliegtuigbommen. De zaal lijkt mee te vibreren en wie oplet, bespeurt cementstof. Het licht valt helemaal uit, ook bij de nooduitgangen voor het publiek.
Wanneer de verlichting weer aangaat, is Mark vertrokken. Wijdbeens als een aartsbisschop zit Trump op de plek van Netanyahu. Peinzend bestudeert hij de gekregen wereldbol. Zijn worstvingers wrijven over de landsdelen van het Westelijk Halfrond. Vervolgens tolt hij de globe om haar as en slaakt een kreet van kinderlijk plezier.
“We zouden hele volkeren kunnen wegslingeren! Zie je dat, Bibi? De Amerikaanse Military staan nergens voor, onthoudt dat”.
Zonder om te kijken, schreeuwt hij ineens. “Breng mij eens vlug een Decreet, want ik heb er al een week geen gezien! Een Decreet of anders een hoer!”
De opdracht is niet gericht tot een specifieke persoon, maar wordt geacht te worden verstaan en opgevolgd door eenieder binnen gehoorafstand. Waar heb je anders een entourage voor?
“Iets met Tarieven, het mooiste woord uit het Kasboek!”
Vanachter het toneel wordt haastig een statige map aangereikt. Drager is de Minister van Defensie, Hegseth. Hij is gekleed als een Duitse SS-er en heeft een bijpassende uitstraling. Trump negeert dit. Hij controleert alleen of zijn vazal wel het schoeisel draagt dat is voorgeschreven. Dit is het geval en maar goed ook, want paladijnen blijven vervangbaar. Daarom moeten ze van Trump allen hetzelfde schoeisel dragen.
“Wat wordt het vandaag? “
“Cuba, mijn President! Havana moet zich overgeven, op de een of andere manier. Dan kunnen we alle Cubanen op Amerikaanse bodem eindelijk terugzenden. Tegen betaling uiteraard, want u gaat er geen geld bijleggen. Het zijn er veel te veel en ze stemmen op de Democraten”.
“Laat het denken liever aan mij over. Maar goed, ergens heb je wel gelijk. Dus geen Decreet over Tarieven, vandaag?”
Achterin de zaal klinkt een bedaarde stem. Geprojecteerd wordt op die plek het portret van de Chinese Leider Xi.
“Pas op uw tellen, President Trump! Iran is nog ingewikkelder dan Afghanistan. En trek uw handen af van ons eiland Taiwan. Het is gewoon een deel van China”.
Trump trekkebekt, alsof hij iets smerigs proeft.
“En dan nog wat. Wij kunnen een tarievenoorlog veel langer aan dan u. Stop er dus mee”.
Trump heft een hand voor zijn ogen en tuurt de zaal in.
“Ben jij daar, Little Rocket Man?”
Dit is de president van de Republiek Noord-Korea. Trump ontmoette hem al eens en uiteraard werd het een daverend succes. Het daveren kwam trouwens vooral van de ballistische raketten die Kim of Jung of Un liet opstijgen zodra Trump weg was. De President kan de naam van de kleine man gewoon niet onthouden.
Antwoord blijft uit. Er is daar helemaal geen Kim of Un en de Chinese President Xi maakt zelf wel uit wanneer hij wil spreken. In de verste verte lijkt hij niet op de te heet gewassen leider van het nietige Noord-Korea. Voor hem is Trump een oppervlakkige cowboy met helaas het grootste arsenaal aan kernwapens ter wereld. Geduld is met de sterken: de tijd van Xi komt nog wel.
Trump verlegt zijn aandacht naar het Decreet voor hem. Dit valt een beetje tegen.
“Cuba dus. Wanneer zal ik het gaan innemen? Waarom stellen journalisten mij nooit die vraag?”
Koerier Hegseth zwijgt wijselijk. Hij weet dat zijn baas het juiste antwoord voorradig heeft. Gelukkig wordt hem dit bespaard door de alerte Netanyahu. Deze werpt Hegseth een venijnige blik toe en probeert het gesprek een andere wending te geven. Als iemand zich kan focussen, is hij het wel.
“Cuba?! Met permissie, president. Zullen we niet eerst de Iran-klus tot een goed einde brengen? We zijn nog niet eens begonnen om woonwijken van Teheran te bombarderen”.
Trump hoort het meningsgeschil aan. Het bevalt hem wel, wanneer er onenigheid om hem heen is. Zolang zijn eigen voornemens niet in gevaar komen. Hij wendt zich tot Hegseth, per slot slechts een minister, een vazal.
“Je moest onze Europese zogenaamde bondgenoten maar eens inschakelen, Pete. Zij hebben ook schepen en het is vooral hun olie die vastzit in de Straat van Hormuz. Zet die ezels aan het werk. Gaat het te lang duren met Iran, dan kan ik altijd nog beweren dat het komt omdat ons hulp is onthouden. Zelfs zo’n kleine geste van hun kant is waarschijnlijk al te veel gevraagd”.
Hij lijkt de kwestie Cuba ter plekke te vergeten. Dan schiet hem iets te binnen. Vooral sinds er op hem is geschoten bij een meeting and greeting in eigen land, ervaart hij dit incident als een goddelijk teken. Van puur plezier trappelt hij van plezier op de houten vloer.
“Verdomd, zo is het, Bibi!”. Dat de premier van het nietige maar venijnige Israël er nog steeds is, ontgaat hem niet. Hij weet immers, dat financiering van zijn plannen moeilijk buiten de Israëlische Lobby in de VS kan. Voor je het weet, kelderen er beurskoersen of stort zijn cryptomunt in. Onverdroten redeneert hij voort.
“Een verdomd goeie van mij! Wanneer de Europeanen niet willen helpen, dreigen we uit de NAVO te stappen. Zijn we daar ook mooi vanaf. En dan nemen we alsnog gewapenderhand Groenland in! Hoe moeilijk kan dat zijn?”
Hegseth wil opstappen, maar wordt bijna omvergelopen door Mark Rutte.
“Pas hiermee op, President! U zal hulp van de NAVO nog hard nodig hebben ingeval er problemen met China komen! Ik zal ze voor u optrommelen, maar bewaar dreigementen voor later – dan hebben ze meer effect”. Hij trekt een gezicht naar de zaal.
Trump staat stil, zijn hoofd een beetje schuin. Het lijkt of hij in deze houding beter nadenkt, of berichten van buitenaf tot hem doordringen.
“Je bent een verstandig man, Mark. Je was ooit leraar op een school, als ik me niet vergis. Ik ga jou nog eens een medaille toekennen, zo ben ik nu eenmaal”.
De secretaris-generaal weet op voorhand dat Europese landen geen vinger zullen uitsteken naar China. Het land ligt aan de andere kant van de wereld. Bovendien valt bij een conflict de import van mobieltjes en goedkope kleding stil en dat betekent zonder twijfel een volksopstand in Europa.
Netanyahu krijgt een telefoontje of doet alsof. De aandacht voor Cuba bevalt hem allerminst. Hij wil dat Trump hem steunt tot het einde en dat ligt in een verschuivend verschiet. Zoveel begrijpt hij er wel van na twee volle jaren verwoesting van Gaza en Zuid-Libanon. Je begint ergens, breidt de verwoesting uit, trekt derden erbij en verlegt je aanvankelijke doelstellingen. Net als een islamitische ayatollah beschikt ook Netanyahu over een grote staf fanatieke religieuze geleerden. Hij diept de platte smartphone weer uit zijn jasje. Hij luistert en verbreekt tenslotte de verbinding. Als die er al was.
“President! Het gaat inmiddels niet meer alleen om de Straat van Hormuz. De Houthi’s in Jemen dreigen ook de Golf van Aden te blokkeren!”
Rutte ziet dat Trump geen idee heeft waar Aden ligt. Reden voor een toelichting.
“Dat is onze tweede zeestraat. Bij blokkade komt er helemaal geen olie meer uit The Middle East!”
Omdat Trump alweer niet lijkt te snappen wat dit betekent, is uitleg onontkoombaar.
“Dat pikken de Chinezen niet. Dan hebben we een flinke brand in de tent”.
Het is een knappe cirkelredenering van Mark: zie je nou wel dat de NAVO nodig is.
Trump stampt op de grond als een kwaaie puber.
“Bombarderen die zandhazen! Ik blaas de hele kust van Aden naar het Nirwana!”
Hij sluit zijn ogen, alsof hij hiermee de aanstaande explosies kan visualiseren.
Rutte, chef van een enorme militaire organisatie, zelfs ingeval je de VS niet meerekent, voelt dat hij beetheeft.
“Helaas President! Een zeestraat verdedigen vanaf de kust is tamelijk eenvoudig. Dat zien we al bij Hormuz. En dan heeft u de Iraanse schepen al uitgeschakeld!”
Is dit nu steun of tegenspraak? Trump kijkt wantrouwend op. Hij lijkt zich af te vragen waar hij eigenlijk is. In ieder geval is dit niet zijn geliefde Mar-a-Lago in Florida. De discussie begint hem te vervelen.
“Duur? Wat nou duur?! Denk je dat ik dit allemaal ga betalen? De Fransen en Britten hebben ook vliegdekschepen. Weliswaar van mindere kwaliteit dan de Amerikaanse, maar het is beter dan niets”.
Hij komt een ogenblik tot zichzelf en spreekt zijn inzichten hardop uit.
“Ik had die vervloekte windparken op de Noordzee eerder moeten verbieden. De Britten en Hollanders ondermijnen de oliehandel met hun molentjes, zonneparken en andere rotzooi”.
Achter in de zaal klinkt de stem van Poetin. Zijn gezicht blijft in het verborgene.
“Precies, Donald, je slaat de nagel in de doodkist. Ik ga je binnenkort helpen, beste vriend en vijand. Mijn illegale olieschepen trekken de stroomkabels op de bodem van de Noordzee aan flarden. De Europeanen zullen ons nog smeken om olie en gas!”
Een sissend geluid dringt zich op. Na een korte stilte explodeert er iets. De schermen op het toneel flakkeren wit en rood. De inslag klinkt nabij. Duisternis en stilte. De zaal zit in donker en het begint naar brand te ruiken. Een paar toneelknechten schieten in gebukte houding voorlangs het podium. Een van hen struikelt, valt en vloekt. De voorstelling wordt wel erg realistisch. Voor de zaal in paniek raakt, floept het licht evenwel weer aan. De stem van de overleden Khomenei I klinkt traag en zalvend uit de coulissen.
“Armagheddon, stel labbekakkers! Dood aan jullie kinderen! Het perfide Westen zal stinken naar branden en de hel! Israël wordt in olie gekookt”.
De tirade wordt weggevaagd door ratelende herrie. De stilte die erop volgt, is volkomen.
“Wat was dat nou? Een Iraanse drone? Hoe kan die door onze Iron Dome heenkomen?”
Iron Dome, Kipat Barzel, een Israëlisch anti-rakettensysteem.
Het is Trump die de vraag stelt. De anderen beseffen wat de herrie veroorzaakte, maar houden de boodschap liever voor zich: een Amerikaans tankvliegtuig dat neerstort. Oorzaak: haast en geknoei.
“Het stinkt hier naar kerosine!”
Inderdaad verspreidt zich een geur van deze brandstof. Op alle beeldschermen zijn oranje vlammen te zien. Erboven zwarte wolken. De zaal reageert onrustig, maar niemand slaat op de vlucht. Het is maar een toneelvoorstelling.
Netanyahu ziet zijn kans. Schaamteloos opportunisme koppelen aan het uiten van klachten, is een beproefde strategie.
“We moeten ze harder aanpakken, President! Ze willen het Joodse Volk haar natuurlijke en historische rechten ontzeggen en afpakken. Er liggen epische kansen voor U!”
Trump rekt zich rug en benen. Zijn bewegingen lijken op bejaardengymnastiek. Vergezichten en visioenen, daar lust hij wel pap van. Wanneer hij Hegseth evenwel ziet staan, blaft hij hem toe: “Heb jij niets te doen, Steve? Of ben je al vicepresident? Staan er B-2 bommenwerpers klaar?”
De minister salueert en verdwijnt vliegensvlug achter de coulissen. Netanyahu pakt nog even door.
“Ik krijg net binnen, dat de Israëlische Luchtmacht Ali Larijani heeft uitgeschakeld. Het hoofd van de Iraanse Veiligheidsdienst is niet meer!”
Trump luistert met een half oor, ongeveer zoals katten in hun slaap de gang van zaken in huis volgen.
“Met onze bommen, Bibi en onze vliegtuigen. Vergeet dat niet. Ingeval ik daarvoor een rekening zou sturen, is jouw land voor de komende 3000 jaar straatarm”. Het laatste woord spreekt hij in afnemend volume nog wel vier keer uit: “straatarm, straatarm, straatarm, straatarm”.
Hegseth keert voorzichtig terug. Hij kent de presidentiële grillen. Als oud-verslaggever van FOX weet hij hoe het werkt. Emoties doen ertoe, intuitie en alternatieve feiten. Om zijn baas te strelen, praat hij hem naar de mond.
“Liever had ik die Ali afgevoerd naar GITMO, om hem te waterboarden en zijn onfrisse baard af te scheren!”
GITMO staat voor Guantánamo Bay, een VS-basis op Cuba. Sinds jaar en dag worden er verdachte Arabieren vastgehouden.
De anderen lachen. Hygiëne is een stokpaardje van Hegseth, precies als bij zijn Duitse helden van ooit. Netanyahu herstelt zich als eerste. De minister herinnert hem storend aan de echte Nazi’s. Alleen al die hautaine gestalte! Zijn vlugge geest waarschuwt hem evenwel voor een conflict. Voorlopig kan hij Hegseth nog gebruiken.
Minzaam stelt hij vast: “Het is tijd voor onze persconferentie, President! De wereld wil alles weten over onze successen!” Opnieuw zegt hij onze in plaats van obligaat te verwijzen naar zijn Amerikaanse beschermer. Het licht in de zaal gaat voluit. Een blikken gong geeft een enkele slag.
PAUZE
“In de lobby staat een drankje voor u allen klaar. Er zijn ook gemberbolussen en donuts. Baklava voor als u koffie of thee wilt”. De speaker valt stil. Iemand lijkt te hebben ingegrepen. Zachte muziek vervangt de mededelingen; iets van Beyonce zal het zijn. Het publiek troept naar de kantine, anders kan je de armoedige ruimte niet noemen. Er valt genoeg te bespreken!
TWEEDE BEDRIJF
Het toneel toont een weelderige, barokke ruimte. Je vermoedt ieder moment de opwachting van Lodewijk XIV, de Zonnekoning van het Franse Ancien Regime.
Het spreekgestoelte wacht op een woordvoerder. Een toneelknecht treedt in het voetlicht, heet het publiek wederom welkom en zegt dat vandaag uitsluitend vragen uit het publiek beantwoord zullen worden. Democratie is de wil van het volk. Om alvast een beetje te hitsen slaat hij rabiate taal uit. Ongetwijfeld is de toneelknecht iemand die bij verkiezingen op de PVV stemt. Wat wil je ook, wanneer je werkt voor een hongerloon en elke voorstelling dikke auto’s op de parking van het theater ziet staan. Zoals deze avond dus: drie Porsches zag hij, vijf Discovery’s, een Jaguar en iets dat hij niet eens kon thuisbrengen. Linkse hufters! Volksverlakkers!
“Het moet afgelopen zijn met die kliek van woke samenzweerders! Lui, die het nieuws verdraaien en in onbegrijpelijke taal samenvatten. Ik verwijs u graag naar onze uitzendingen op tv van Ongehoord Nederland!” Maar nu eerst een toelichting van onze gewaardeerde bondgenoot in de apocalyptische strijd tegen het wereldwijde moslimfundamentalisme, premier Netanyahu van Israël!”
De knecht treedt terug en verdwijnt. Het spotlicht blijft gericht op het spreekgestoelte, een nederig zelfbouwsel, want culturele activiteiten ontvangen in deze gemeente al jaren geen subsidie meer.
Trump hangt onderuit in een fauteuil en toont ineens de oude man die hij is. Hij zou zo maar in slaap kunnen vallen. Ter vertegenwoordiging van de nieuwe en mogelijk alweer gedode Iraanse ayatollah is een bordkartonnen model neergezet. Zo wordt de indruk gewekt dat ook Iran meedoet. Netanyahu schrijdt naar het spreekgestoelte. Zijn blik is monter, zijn tred alert. Voor de gelegenheid draagt hij een keppeltje op het hoofd. Hij spreekt als eerste. Dit lijkt vreemd, maar je hebt iemand die de baas is en iemand die het goed vindt dat die ander de baas speelt. De eerste woorden klinken dienstbaar.
“President Trump is de beste vriend die Israël ooit in het Witte Huis heeft gehad!”
Hij wacht een seconde om dit bericht te laten indalen.
“Amerikaanse overname van Gaza zal de geschiedenis voorgoed veranderen”.
Vooralsnog is dit geen betoog, maar een serie losse herhalingen van bekende holle frasen. Trump trommelt met de vingers op een dikke dij.
“Een normalisatieakkoord tussen ons land en Saoedi-Arabië ligt op koers. Daar kunnen de raketten van Iran geen einde aan maken”.
Dit is een gevaarlijke bewering, aanleiding voor Trump om wantrouwig op te kijken.
“Van een terugkeer van de Palestijnen naar Gaza kan geen sprake zijn. Onder Amerikaanse leiding wordt het Midden-Oosten hervormd en gemoderniseerd!”
Netanyahu wordt allengs enthousiaster, fanatieker.
“De oorzaak van het huidige conflict, de nucleaire bedreiging door het radicale Iraanse bewind, is goeddeels vernietigd. De dagen van ayatollahs zijn geteld. Democratie op basis van kracht is een kwestie van ….
“Uit het bordkartonnen model van Khamenei II klinkt sardonisch gelach, gevolgd door een amechtig hoesten. In het geniep roken ayatollahs wel eens een Cubaanse sigaar.
“Kletskoek van de internationaal gezochte gezochte crimineel Netanyahu! Uw bommen dragen slechts bij aan de vastberadenheid van ons prachtige volk! Waren wij trouwens niet in onderhandeling? Ik zeg u dit: vanaf heden lopen Joodse doelen overal in het buitenland gevaar. Ook in de Verenigde Staten!”
Hegseth tast in zijn gordel. Hij haalt een pistool tevoorschijn en schiet meerdere keren op het houten bord. De stem stokt.
De minister knikt naar Trump: zo doe je dat. Maar de stem is nog niet klaar. Kogels helpen niet afdoende.
“Amerikanen! Ga naar huis! Weet u hoe oud het Perzische Rijk is en hoe groot? Uw zonen zullen verdwalen en omkomen in de bergen en woestijnen. Ziet u niet dat dit alles de schuld is van Israël, de invasieve koloniale apartheidsstaat op de oevers van Palestina? Trek uw handen af van de Zionistische agenda! U bent speelbal van perverse misverstanden!”
De toneelgordijnen vallen met een schok half neer. Ze wapperen in de wind, mogelijk veroorzaakt door het draaien van vliegtuig propellers. Een lichte bromtoon wijst hierop, net als de kille wind die strijkt door de zaal. Halverwege het gangpad staat een bezoeker op en roept keihard “Vuile Antisemieten!”
Een ander in dezelfde rij komt overeind om deze persoon het schelden onmogelijk te maken. Het is een man met een baard en gekleed in een djellaba. Deze man schreeuwt ook: “Ga lekker voetballen voor Maccabi, domme Jood! Krijg je een pak slaag in Amsterdam.”
Terwijl het over en weer schreeuwen in de zaal toeneemt en allesbehalve toneelmatig klinkt, houdt Netanyahu koppig stand achter de katheder. Meegeven is geen optie, laat staan opgeven. De microfoon biedt een machtige kans.
“De President ziet dingen die anderen weigeren te zien. Zijn denken zal het Midden-Oosten hervormen en hij zal vrede brengen, eindelijk vrede!”
Het laatste woord heeft een amechtige echo, zodanig dat ze onwaarachtig klinkt. Kennelijk zit een geluidstechnicus te boel te saboteren. Tijd voor Trump om overeind te komen. Hij sjokt naar de spreekplek. Netanyahu stapt vrijwillig en haastig terzijde. Trump grijpt de microfoon, maar deze zit vast en doet het spreekgestoelte wankelen. Hij buldert.
“Ik dacht dat dit een mediamoment was! Dat is mij voorgehouden! Wegens de nodige aandacht voor alle mooie dingen die we al hebben bereikt en nog zullen bereiken. Houd dus op met die kinderachtige ruzietjes. Die heb ik thuis met Melania al genoeg!”
De stilte keert weer, maar wie denkt dat de President nu zinnige bezonken woorden zal spreken, heeft hem verkeerd begrepen.
“Mag ik Beeld?”
Op alle drie projectieschermen tegelijk verschijnt een vervaarlijk vliegtuig. Het is de Amerikaanse B-2, een zogenaamde strategische bommenwerper. Het scheert omhoog, wentelt als een pannenkoek, verdwijnt in het niets en is er ineens weer. Dat is omdat het toestel voor radar praktisch onzichtbaar is.
Vanachter de coulissen roept Rutte enthousiast. “De Vliegende Teflon Pan!”
Trump klopt met zijn knokkels op het spreektafeltje.
“Dit is democratie nieuwe stijl!”, brengt hij tenslotte toonloos uit, “en het is niet eens ons beste vliegtuig! Geef nog maar eens beeld. Ik zeg dus Beeld!”
Het plasmascherm toont een ander vliegtuig. Het lijkt wel een haai.
“Dit is de Vectis! De Lockheed F-47! Stealth. Onbemand. Autonoom! Verder zeg ik nog niks”.
Dit laatst is betrekkelijk, want Trump schakelt terug naar zijn eerdere betoog. Zijn stem klinkt zagend en verongelijkt, als van een weggestuurde voetbaltrainer van het Nederlands Elftal.
“Democratie door kracht! Het tijdperk van waardeloze Verenigde Naties is voorbij. We stoppen met het financieren en faciliteren van peperdure en oeverloze gesprekken met landen en leiders die de lijn willen trekken, medelijden opwekken en geld wegsluizen!”
Hij maakt een moedeloos gebaar, waarop van achter de nog altijd wapperende halve gordijnen een hele serie vlaggenstokken neerklettert op het toneel.
“Al te lang zijn de VS bestolen door dergelijke losers. Mijn Vredesraad is het alternatief. Zolang ik leef, zal ik deze Raad voorzitten en besluiten nemen. Ik nodig sterke leiders uit grote landen uit, hierin plaats te nemen, opdat wij gezamenlijk de wereld haar nieuwe vorm zullen geven!”
In de zaal wordt geschreeuwd: “psychopaat, tuinkabouter!”
Een bloempot met de plant er nog in landt op het toneel en spat uiteen. Geen toneelknecht die ingrijpt.
De kleine Netanyahu staat bijna te dansen van vreugde. Chaos is zijn beste vriend. Chaos maakt dat mensen een sterke leider willen. Hij weet bovendien wat Trump bedoelt, tenminste voor het deel dat hem belang inboezemt: de weg effenen voor een Groot Israël. Dit zal reiken van de Middellandse Zee tot halverwege Irak en een deel van Saoedi-Arabië. Zo staat het in de Hebreeuwse Bijbel, die zich van achteren naar voren laat lezen. Deze is kennelijk verluchtigd met cartografische afbeeldingen.
Trump ziet hem, negeert de Israëlische claims en vervolgt onbewogen zijn betoog.
“Iran moet zich gewoon overgeven! Unconditionally, zoals Duitsland en Japan in 1945. Ik zeg dit niet toevallig! Uw lot en dat van de wereld hangt aan een zijden draad! De VS laten niet met zich sollen. De B-2 kan over lange afstanden gemakkelijk atoomwapens meevoeren en met grote nauwkeurigheid afleveren! Ik ben niet bang voor een nieuwe totale oorlog!”
Het licht blijft aan, maar het geluid van de microfoon valt weg. Trump trekt aan het instrument, maar er zit geen stekker meer aan het snoer. Mogelijk is dit onder het toneel doorgeknipt. In de zaal van de bollenschuur breekt de hel los. Het publiek wil weg, naar buiten, naar huis, naar een ander leven. De bordkartonnen ayatollah produceert een repeterend scherpe kreet: NAKBA! NAKBA! Dit is Arabisch voor Catastrofe en verwijst naar het lot van de Palestijnen, verdreven of gedood door Israël. Of anders staat dit nog te gebeuren.
Netanyahu springt naar voren. Hij kukelt bijna van het toneel.
“Laat u zich niet van de wijs brengen! Het zijn allemaal terroristen. Het zit in hun geloof en cultuur om de wereld te verpesten!”
Hegseth bemoeit zich er ook mee. Hij rukt het hele spreekgestoelte van de vloer, heft het boven zijn hoofd en slaat het tot moes tegen de bordkartonnen verbeelding van de ayatollah. Bijna wanhopig roept hij naar zijn president.
“Donnie! Maak een einde aan die domme oorlog. Desnoods met atoomwapens! Dan kunnen we naar huis, the west is the best. Laten we Cuba pakken, Mexico zoals Mark al voorstelde!”
Hegseth gebruikt graag de voornamen van mensen. Hij weet dat Trump sterk hecht aan persoonlijke loyaliteit en die heeft een naam.
De gang van zaken gaat uiteraard in tegen wat de premier van Israël beoogt.
“Leve democratie nieuwe stijl! Een nieuwe wereldorde! U kunt nu vragen stellen! Tenminste toch een paar!” Klinken de kreten nu al een beetje sleets, of hoe zit het?
Trump roept door hem heen. Hij zwaait met een lederen map in A5-formaat.
“Willen jullie een decreet tegen journalisten!? Nee? Kom dan met positieve vragen. Aan defaitisten heeft niemand iets”.
Het rumoer in de zaal neemt de vorm aan van angst en woede. De mens is een kuddedier en soms slaat een kudde op hol. Maar waar vind je de uitgang, de nooddeuren waar zelfs geen klein lampje brandt? Hier en daar en overal floepen alternatieve lichten op, afkomstig van mobiele telefoons.
“Open de deuren! We willen weg!”
Op meerdere plaatsen wordt gevochten. Een vrouw roept op schelle toon: “Geef ons geld terug!”
Dit is het moment waarop Trump aangeeft genoeg te hebben van de situatie. Van meet af hebben journalisten hem in de weg gezeten, genegeerd, een proleet gevonden. Dit weet hij heus wel en het ergert hem mateloos. Hij wendt zich tot zijn secondant Hegseth.
“Laat maar doorkomen, Steve. Wat denken ze hier wel. Zootje decadent!”
Hegseth weet niet hoe snel hij de orders zal omzetten in handelingen. Door het lawaai in de zaal heen blaft hij een opdracht naar de coulissen.
Hieruit springen een stuk of 8 mannen tevoorschijn, in vol gevechtstenue en met getrokken aanvalswapens. Alleen ontbreekt het aan de helm. Ze hebben een sjaal om hun hoofd.
“Give them hell, these communist motherfuckers!”
Mensen die toneel bezoeken of een film, doen dit vanuit een bepaald comfort en in verwachting van entertainment. Je bestelt digitaal een kaartje, scant dit met de app af bij het theater, drinkt nog snel een kopje koffie of alvast een glaasje om in de stemming te geraken, converseert met anderen tot de gong gaat. In de zaal zoek je een gunstige plek, of iets dat nog juist over is: ben benieuwd wat ons wordt voorgeschoteld. Nog even vlug het mobieltje controleren, of de kinderen thuis zijn, je vintage handtasje is verkocht en hoe de stand bij een wedstrijd van Fijenoord is.
Zo niet deze keer. De mannen van Hegseth bestaan echt. Het is gewetenloos tuig, met roofgeld betaald voor een destructieve klus. Ze voelen zich niet per se goed of slecht. Ze volbrengen een taak en voelen helemaal niets. Ze zouden een Tsjetsjeense terreurgroep kunnen zijn, Talibanfanaten of drugsdealers uit Caracas. Misschien hebben ze banden met de Israëlische Mossad, of ze vormen de Lange Arm van de Iraanse geheime dienst of de CIA. Mogelijk hebben ze gediend in de Wagnergroep of Black Water. Ze komen en gaan en hebben nergens boodschap aan.
In het gewoonlijk zo vredige plattelandstheater De Olifant klinken schoten uit echte aanvalswapens. De gevolgen zijn absoluut: het ene moment leef je nog, het andere ben je dood of hopeloos gewond. Twintig of dertig keer wordt geschoten. Daarna gooit een van de aanvallers een brandbom in het panische publiek. Niks entertainment! Niks thuis op de bank nog eens nakaarten op de bank bij een glaasje tintels. Dit is de nieuwe wereld van Trump, Netanyahu, Khamenei en hun vazallen, de entourage van een machtskliek met beschikking over politieke middelen, maar zonder politiek doel.
De Olifant beleefde zijn laatste voorstelling. Vijf bezoekers zijn dood, het ziekenhuis ligt vol met gewonden. Het gebouw bleef overeind, maar werd later alsnog gesloopt. Van de acteurs werd niets meer vernomen. Ze verdwenen in nacht en nevel, zonder hun gage van de voorstelling te incasseren. De opgegeven bankrekening bleek niet te bestaan.
Monk, 20 maart 2026
Foto: Monk