
Als kind voelde ik een sterke band met mijn woongebied. Zo gaat dat met plattelanders, al helemaal met hen die over een agrarisch bedrijf beschikken. De boer hecht aan zijn land, de omgeving, de geuren en kleuren, de dynamiek van het bestaan. Eigen Meester, Niemands Knecht. Mijn ouders hadden een kleinschalig akkerbouwbedrijf.
Ik woonde in de Beemster, het geografische midden van Noord-Holland. Geen mooiere deelkaart in Nederland dan die van Noord-Holland, feitelijk een schiereiland tussen Noordzee en IJsselmeer. Noord-Holland voelde aan als een heel groot erf, afgepaald met dijken en duinen, omgeven door water.
Ik woonde aan de ringdijk. Feitelijk is de Beemster geen polder, maar een droogmakerij, een belangrijk verschil. Deze dankte zijn bestaan aan een eeuwenoude drang in Holland, West-Friesland en Waterland, om het land veilig te houden voor overstroming. Water als erfvijand. Op mijn precieze woonplek speelde water nog op een tweede manier een rol, waar de bemalingsbazen (Waterschap) in sterke mate de oren lieten hangen naar belangen van de veehouderij. Boeren met koeien willen een hogere waterstand dan akkerbouwers. Dat is beter voor de weilanden en de koeien vertrappen de slootkanten minder waar ze willen drinken. In onze directe omgeving waren zij in de meerderheid. Mijn ouders en hun voorvaderen die in de directe omgeving woonden en werkten, waren namelijk allemaal akkerbouwers. Dit was misschien een keuze, maar vooral een binding, een mentaliteit. De ene tak van sport is de andere niet.
Het land van mijn ouders had geregeld flink last van te late en beperkte bemaling, zodanig dat zaailand en oogsten aanzienlijke schade opliepen. Vertel ik erbij, dat van enige overheidsvergoeding nimmer sprake was. De ergernis was des te groter, waar aan de andere kant van de dijk de ringvaart ligt. Hier moest het overtollige water naartoe. Het scheelde weinig, of we draafden met emmers op en neer om het dan zelf maar te doen. Dit probleem werd pas eind jaren 60 opgelost, met houten schotten in een aantal sloten. Deze konden simpel geopend en gesloten worden. Ook werd het gemaal, een halve kilometer verderop, vernieuwd. De onwil om eerder in te grijpen (bemalen) berustte op gewoonte, besef van (relatief geringe) kosten en hooghartige onverschilligheid. Vooral rijke boeren zijn niet altijd prettig of sociaalvoelend volk. De Beemster stond er eeuwenlang negatief bekend om.
Lange tijd kwamen wij nauwelijks buiten een straal van enkele kilometers van have en goed. Als dit al eens gebeurde, ging het naar het Noordzeestrand of naar de oevers van het IJsselmeer. Dit voelde aan als natuurlijk, behorend tot onze wereld. Pas decennia later begreep ik, dat mijn familie al 400 jaar in Noord-Holland leefde, zowel van de kant van vader als die van moeder. Mijn oma van moederkant heette Leegwater. Zij was een directe afstammeling van de bekende molenbouwer uit De Rijp. Waar ik ook ben geboren. Hoe Hollands wil je het hebben?
Mijn vertrek uit de Beemster hing samen met de schaalvergroting in de landbouw en de hieraan verbonden ruilverkaveling, die honderden kleinere boerenbedrijven de kop kostte. In wezen ging het om kapitaal, om winsten. Grote bedrijven kunnen gemakkelijker geld lenen en goedkoper produceren.
Ik belandde in het Amsterdamse. Een oudere zus trok naar de Schermer, de jongere woont al heel lang in Flevoland. Omstandigheden kunnen ervoor zorgen dat iemand uit zijn/haar leefwereld verdwijnt, maar je krijgt die wereld niet zomaar uit de betrokken persoon. Een landloos bestaan voelt wat mij betreft ook na een halve eeuw nog altijd als een verlies.
Aan het IJsselmeer werd in de loop der tijd flink geknabbeld. Het Wieringermeer en de Noordoost Polder (NOP) waren al voor WO II aan de beurt, de Flevolanden volgden. Als het aan stadse projectontwikkelaars had gelegen, was het IJsselmeer allang gekrompen tot een serie plassen met een reeks luxe haventjes en elk weekeinde een water-festival. Als het maar snelle cash oplevert, nietwaar? Ook werd een complete dijk dwars door het resterende water van Enkhuizen naar Lelystad aangelegd, als voorbode van de geplande Markerwaard. Protesten en mogelijk ook tijdelijk geldgebrek deden deze plannen in de la verdwijnen. De aanleg van de Marker Wadden in dit gebied vormen een onverwacht en gunstig verschijnsel. Waar Nederlanders immers nergens vanaf kunnen blijven, is natuurbeheer de betere optie. Maar voor hoelang zal dit nog gerespecteerd blijven?
Onder de vlag van woningnood kijkt de landelijke politiek opnieuw met hongerige ogen naar het IJsselmeer. Waar steun voor hernieuwd graaien bijna Kamerbreed wordt gesteund, ligt als altijd de echte nadruk op de belangen van het grote geld. U begrijpt welke politieke partijen hier de kar trekken. Omdat politiek bovendien in toenemende mate leunt op emoties, wordt in het argument van huisvesting steevast populistisch verwezen naar onze eeuwenoude strijd met het water en naar wat onze waterbouwkundigen in hun mars hebben. Om Links (als dit nog bestaat) te paaien, worden uiteraard Natura 2000 en het belang van de Marker Wadden genoemd. Er moet zelfs een Nationaal Park Nieuw Land komen! Ik voorspel dat dit niet meer dan smeerolie zal blijken. Geld en politiek gewin zullen de dienst uitmaken. Zelfs vrees ik, dat het resterende IJsselmeer als essentieel reservoir voor zoetwater onder druk kan komen. Het geloof in technologie boven natuur is sterk.
Nederland staat voor enorme opgaven. Het land is onder Kok, Balkenende en Rutte I t/m IV, ofwel onder neoliberaal bestuur, flink uitgewoond en verwaarloosd. Niet alleen de kloof tussen rijk en arm is toegenomen, ook de kracht van de centrale politiek kachelde achteruit. Privatisering, ofwel de uitverkoop van het collectieve aan het private, is waarschijnlijk de belangrijkste erfenis van het neoliberalisme. We leven al jaren in politieke stilstand, hetgeen neerkomt op gebrek aan regie en daadkracht. Een einde hieraan blijkt, ook met het nieuwe kabinet, allerminst in zicht.
Het is een oude wet die stelt, dat je een complex probleem beter kunt opknippen om uitvoering van de grond te krijgen. Daarom wordt niet langer openlijk gesproken over droogmaken van de Markerwaard, maar slechts van een klein deel. Het gaat om ruimte voor 60.000 nieuwe woningen, ofwel 125.000 mensen. D66 noemt het Ystad. De partij heeft wel meer wildwest plannen: 10 nieuwe steden liggen in het verschiet. Molens in iedere achtertuin en zonnecollectoren op het dak. Succes ermee, vrienden van de grachtengordel.
Aan reclametekst bestond nooit gebrek. Volgens het D66 verkiezingsprogramma moeten we groots denken, snelheid maken, kwaliteit garanderen en de publiek waarden bewaken.
Omo wast nog altijd witter, al is de vraag witter dan wat.
Autoluw en natuur-inclusief! Voorzieningen en recreatie! Slimme aanlegtechnieken en biodiversiteit!
Nergens lees ik van de flop die Lelystad heet. Waar staat iets over grootschalig uitbreiden van Almere op het land? Is er uberhaupt zoiets als een bevolkingspolitiek? En waar zijn die plannen voor de Noordzee? Wat hoor je nog over Schiphol Buitengaats? Te riskant voor onze geldschietende multinationals? Aangaande Flevoland zijn de mogelijkheden voor stedelijke uitbreiding nog lang niet uitgewerkt en ontwikkeld. Waar met bouwen op welke plek dan ook wederom politieke tegenstellingen in het kabinet worden gemeden, volgt het graaien naar wat je Openbare Ruimte kan noemen. In dit geval het IJsselmeer.
Het is het oude liedje in de Haagse politiek. Stagneren van belangrijke besluiten, vermijden van belangentegenstellingen, angst voor links en rechts-extremisme. Geen aanpak van de intensieve veehouderij, de giftige bollenteelt, de verlaging van grondwater door intensief beregenen voor maisteelt. Geen oekaze tegen het ophokken van geiten en kippen waar saneren van deze sector de volksgezondheid aantoonbaar bevordert. Tata Steel krijgt dikke subsidies voor verdere uitstoot, Schiphol wordt niets in de weg gelegd ondanks permanente wetsschending, PFAS blijft geproduceerd wegens lobby uit het bedrijfsleven. We gaan gewoon voort met subsidies, toeslagen en goedkope treinkaartjes (tijdelijk!) voor armlastige burgers. Niets over een basisinkomen, belasting op erfenissen, dividend en huuropbrengsten. Geen letter over het actief (gefinancierd) terugbrengen van basisvoorzieningen naar het platteland. Geen bevel tot uitzetting van criminele migranten; geen maatregelen tegen Israël wegens de etnische schoonmaak van Gaza en de Westbank. Amerikaanse datacenters kunnen stroom aftappen wat ze willen. Groen prediken, maar geen elektrakabels om de elektriciteit in je huis of bedrijf te brengen. Armetierig partijbelang boven Staatsmanschap. Incompetentie troef.
Het zal mijn tijd wel duren. Met enig kunst- en vliegwerk kan ik vast nog jaren de randen van IJsselmeer en Noordzee bezoeken. De gestage toename van megaschuren in mijn oude Beemster zal ik maar negeren. Tenminste werd de droogmakerij een bouwinvasie vanuit Purmerend bespaard – zolang ze onder bescherming staat van Wereld Cultureel Erfgoed.
Ik ben het eindpunt van 400 jaar bewoning en werk in Noord-Holland. Ik had het anders willen zien, maar het is wat het is. Nederland is een land van eeuwige ingrepen, het maakbare landschap pur sang. Maar bespaar mij die domme politieke reclame over vooruitgang en verbetering. Het is bepaald beledigend. Zeg gewoon waar het op staat. En blijf tot die tijd met je poten van het IJsselmeer.
Monk
14 mei 2026
Foto: Monk