
Met een gedeeltelijke zonsverduistering in aantocht, zijn de speciale brilletjes om dit verschijnsel te observeren, niet aan te slepen. Bewolking hebben we nauwelijks te vrezen. Tijdstip van aanvang (19.15) is bovendien zodanig, dat zelfs een groot deel van de werkende bevolking kan meegenieten. Om 20.11 volgt het maximum. Ongetwijfeld zullen er occulte voorspellingen gedaan zijn en tenminste willen astrologen met nog meer dan de gebruikelijke precisie uw toekomstige wederwaardigheden voorspellen. Hemelse krachten kunnen moeilijk geloochend worden. Wie onbeschermd in de zon kijkt, wordt gestraft met blindheid.
Zoals het gaat, groef ik in mijn geheugen naar eerdere gevallen van zonsverduistering. Immers: hoe ouder je wordt, des te meer content voor het geheugen. Dit bevordert trouwens het bewustzijn rond het fenomeen tijd. Ouderen kijken om in verwondering.
Er is ook een kale versie: wat is tijd meer dan het opkomen en ondergaan van zon en maan, van etmaal naar etmaal? Zoals de zelfbenoemde volksschrijver Reve ooit samenvatte: je wordt geboren, leeft een tijdje en dan ga je dood. Het bewijs hiervoor heeft hij inmiddels geleverd.
Het zal arrogant klinken, maar zelf vermoed ik eerder verveling of zelfs neerslachtigheid: als leerling op de middelbare school had ik al de neiging na te denken over tijd. Zo werd ik in die dagen geraakt door het besef, dat de befaamde Frans Revolutie van 1789 nog geen twee eeuwen geleden plaatsvond. De prenten van adel en geestelijkheid (Roomse clerus) vol rijkdom en pruiken, paardenkoetsen en fragiele hofdames was al onvoorstelbaar. Na eeuwen van feestvieren werd deze elite ineens opgejaagd door het van armoede creperende volk. Dat alles op een afstand van minder dan 500 kilometer (Parijs) van mijn woonplaats. De adel is vervangen door olieboeren en tech-bros, de geestelijkheid probeerde (vergeefs) te overleven met popmuziek in de eredienst en armoede is van alle tijden.
Maar goed: herinneringen aan zonsverduistering heb ik inderdaad. De meest spectaculaire stamt uit 1999, aan de kust van Normandië, in het plaatsje Barfleur. We hadden daar een huisje geboekt vanwege de zomervakantie. Pas toen we ter plekke waren, drong tot ons door dat een zogeheten eclips total in aantocht was: een volledige zonsverduistering. Bij een boekhandel of misschien de bakker kregen we een paar geschikte brilletjes van karton en zwart mica waardoorheen je helemaal niets zag. Behalve dan de zon – oplichtend als een soort rode maan. Tegen het middaguur streken we te midden van de lokale bevolking neer op een muurtje aan de vissershaven. Er was een kleine kermis opgesteld, zo’n rondreizend gezelschap met 4 kramen en een draaimolen. De kermis was gesloten.
We moesten lang wachten. Gaandeweg werd het licht doffer en diffuser. De temperatuur was al niet hoog en zakte nog verder tot we het bijna koud kregen. Zeemeeuwen streken neer en hielden eindelijk hun snavel. De zon zelf was slecht te zien, afgeschermd door zeedamp. Ineens zagen we vanuit de zee een donkere streep aankomen, in vliegende vaart. De nacht sloeg als het ware toe als een bliksem. Mensen slaakten opgewonden kreten, de straatverlichting floepte aan, net als die van de kermis. De draaimolen begon spontaan te draaien, al zat er geen kind in. We keken allemaal naar de zon, halfhartig uit de damp tevoorschijn komend, maar toch bewijzend dat de eclips werkelijk plaatsvond. Na een paar minuten keerde het daglicht aarzelend terug. Kinderen hadden genoeg gezien en renden naar de draaimolen, de zeemeeuwen verjagend. Hoe mooi wil je het hebben.
Een eerdere herinnering heb ik teruggerekend naar 2 oktober 1959. Ik was 7 jaar oud en bevond mij thuis. Hier was alle ruimte, want mijn ouders hadden een akkerbouwbedrijf. Het tijdstip (11.50 uur) komt overeen met mijn herinnering. Om 12 uur werd het landwerk stilgelegd voor het middageten. Ik weet nog dat ik in huis werd geroepen. Om de verduistering te kunnen volgen had Moeder overbelichte fotonegatieven (zwart-wit) beschikbaar gesteld. Vader leek nauwelijks belangstelling te hebben, waarover ik me ongetwijfeld verwonderde. Als man van het buitenleven interesseerde hij zich evenmin voor de sterrenhemel, waar ik mij al heel jong als een soort moongazer gedroeg. Ik heb vooral het nachtelijk firmament altijd fascinerend gevonden.
Bij het terugzoeken in de geschiedenis stuitte ik op iets dat mij niet eerder bekend was.
In mijn geboortejaar 1952 vond namelijk ook een zonsverduistering plaats. Dit is lang geleden; de beruchte overstromingsramp in Zeeland liet nog een jaar op zich wachten.
In mijn geboortejaar dus, in mijn maand en zelfs precies op de dag was het raak. Binnen een uur na mijn geboorte werd de zon gedeeltelijk afgeschermd. Voer voor astrologen, zou ik denken en het is uit pure angst dat ik niet wil nagaan welke hemellichamen destijds met elkaar in conjunctie stonden, er een meteorietenregen was, of dat eenvoudige herders bij de landsgrens staande werden gehouden door wantrouwige voorlopers van de PVV.
Ik had er nooit eerder van gehoord. Dus zal er niemand in het vervallen dorp De Rijp, waar de cruciale gebeurtenis plaatsvond, zijn komen aanzetten met wierook, mirre en goud. Wierook staat voor geestelijke, goud voor stoffelijke en mirre voor genezende kracht – dat u dit weet. Niemand organiseerde een busreis voor devote roedewichelaars, zieners en zwevers om halt te houden voor ons schamele huis aan de Rechtestraat, krom als een hoepel. Maar toch. De mens wil aan alles betekenis toekennen.

Morgen komt de hype rond de (88%) zonsverduistering tot een ware climax. Mensen schoppen elkaar van torens en flatgebouwen voor de beste waarnemingsplek. Ze klimmen in lichtmasten en zwemmen achter de zon aan vanaf het strand. Kreten van verbazing doorklieven de lucht. Meer dan een miljoen selfies worden opgeslagen in de zoemende torens van The Cloud. Plotseling is alles gedaan. De vuilbakken vullen zich met eclipse-brilletjes, binnen een paar minuten nutteloos geworden. Zo gaan die dingen nu eenmaal.
Monk, 11 augustus 2026
Foto: Monk 1999 Barfleur, France