RET jezelf, deel 2

| Geen reacties

Wat is het geheim om jaar in jaar uit tegen je zin op te draven en te doen waarvoor je bent aangenomen? Hoe krijg je dat voor elkaar?
De vraag stellen, biedt al zicht op een absurde situatie. Wie zou zijn leven zo bederven en er zelfs een strategie op nahouden om te bewerkstelligen waar je niets voor voelt?

Ik dus. Argumenten van rationele aard om zelfs in sterk ongewenste situaties te volharden, zijn er voldoende. Ik noem: gewoonte, gebrek aan zelfvertrouwen, magere arbeidsmarkt, te hoge leeftijd om van baan te veranderen, hoop op verbetering van de bestaande situatie, routine in bestaande werkzaamheden, vrees voor inkomensverlies, gebrek aan energie, urgenter privé kwesties, hechting aan collega’s, de drang naar perfectie, gemak van bereikbaarheid der werkplek, flexibele werktijden. Argumenten zijn als onkruid: het komt overal spontaan op en houd je eeuwig bezig.
Argumenten zijn zeer geschikt om over te discussiëren. Kopje koffie erbij en een pakje spreadsheets om de ander overtuigen. Maar wat heeft dit met een geheim te maken, met een kennelijke strategie om de absurditeit te rekken en zich te laten voltrekken?

Wilskracht, daar gaat het nu over. Wilskracht is het vermogen iets te willen en die wil ook uit te voeren. Een doel stellen en dan volharden om de klus te klaren, ongeacht of de klus te klaren valt.
Doorzettingsvermogen wordt het vaak genoemd, in onze maatschappij verheven tot een morele verplichting. Met als doel optimaal te produceren, een goede burger en ruimhartige consument te zijn en zo de groei van de economie te bevorderen. Dit doel wordt er zelden bijverteld, maar dat is ook overbodig in een systeem waarin de mensen goeddeels tevreden zijn op grond van hun materieel welzijn.
Vroeger werd wilskracht ook geprezen, bijvoorbeeld om God te dienen, of de strijdkrachten in oorlogstijd. In een doel ligt altijd een belang besloten. Wie inzet toont in de lijn der verwachtingen, kan rekenen op waardering en beloning.

Veel mensen denken dat wilskracht een diep gewortelde menselijke drift is, een intrinsieke bron die je maar hoeft aan te boren om boven jezelf uit te stijgen. Training! Inspanning! Na het zuur volgt het zoet! De maakbare samenleving houdt de mythe graag in stand.

Onderzoek* heeft aangetoond dat het met die oerbron van wilskracht nogal tegenvalt.  De voorraad is niet onuitputtelijk en een te hoge inzet op het ene doel zoekt automatisch compensatie in irrationeel gedrag of zwak gedrag op een ander terrein. Het valt bijvoorbeeld af te raden een dieet te volgen om af te vallen. Moeder natuur roept om eten en het weerstand bieden hiertegen vergt zoveel inspanning dat andere nastrevenswaardige doelen erbij inschieten. De pijp is leeg voor je aan belangrijker zaken toekomt.

Je hebt wilskracht nodig om iets positiefs te bereiken: een diploma, een baan, een bepaald niveau in sportbeoefening, vaardigheden om je huis te onderhouden zonder tussenkomst van Poolse beunhazen, relaties aan te gaan en te onderhouden. Schouders eronder en er voor gaan!
Ik heb ervaren dat wilskracht ook aangewend kan worden om iets vol te houden waar je weinig vreugde aan ontleent en ervaart als onvermijdelijk, een lot zo je wilt. Met als huiswerk beantwoording van de vraag of er zoiets als een vrije wil bestaat.
Niet voor niets benoemde ik de arbeidstijd vaak als dagdetentie. Niet om leuk tegen collega’s of modieus te doen, maar als diepe beleving van de inperking, het gebrek aan arbeidsvoldoening, het gevecht tegen misvattingen en de vrees uit de toon te vallen. Of erger nog: als een strijd tegen de innerlijke overtuiging dat in het werk zich mijn ondergang als mens aftekende, dag na dag.

Ik schets even hoe dit concreet ging. Opstaan om 6.30 uur precies. Dus niet om kwart voor zeven. Voor de normaal functionerende medemens zal dit weinig uitmaken want, zo wordt gedacht, dan blijf je in de middag toch gewoon een kwartier langer? Fout.
Niet alleen de begintijd, maar ook de eindtijd moet vastliggen teneinde de benodigde wilskracht evenwichtig te kunnen verdelen. Je vertelt een hardloper niet onderweg dat de rit vandaag anderhalve mijl langer gaat duren.
Het tijdstip van 6.30 uur was niet willekeurig gekozen, maar nauwkeurig berekend. Later opstaan bracht mij in tijdnood, maar een overschot aan beschikbare tijd was eveneens riskant omdat je dan op deviante gedachten komt. Na het opstaan en een korte wasbeurt, spoedde ik mij de trap af om een boterham te eten en een kopje thee te drinken. Mijn vrouw (de taaie rakker) stond gelijk met mij op en maakte het ontbijt klaar terwijl ik nog boven bij de wastafel stond. Douchen deed ik ’s morgens nooit: dit is iets voor mensen die zin in de dag hebben.
Tijdens het ontbijt keek ik naar teletekst om te zien of de wereld nog draaide. Een tweede kopje thee was uitgesloten:  geen tijd. Mijn blik snelde over de kopteksten van de verse krant en bij wijze van amuse stond ik mezelf toe de cartoons te lezen. Cartoons zijn belangrijk voor de  ontspanning, de relativering, de herademing en oplading voor de komende stappen.
Om 6.55 uur de voordeur van het slot en even testen of de deur normaal open wil (bij vorst een probleem). Vervolgens terug naar de huiskamer om jas en tas te vergaren.
Mijn vrouw zorgde voor mijn meeneem boterhammen. Soms deed ze er een toffee bij of een plakje ontbijtkoek. Altijd leuk als verrassing onder het werk.
Om 7.05 uur stond ik buiten, legde de tas in de kofferbak en startte de auto. Een niet startende auto is een ramp voor de planning, dus zorgde ik er wel voor dat deze altijd in orde was. Nu als de donder de straat uit, letten op damp in de auto en gladheid op straat, letten op van alles.|
Rijden op een schema van veronderstelde verkeersdrukte. Ingeval oponthoud door welke oorzaak ook ontstond meteen onrust en stress. Een opgelopen achterstand vraagt om compensatie in de rijsnelheid, een sluipweg of brutaal voorrang nemen.
Om 7.25 uur parkeerde ik de auto voor het kantoorgebouw. Was niet de bedoeling van de aanpalende middenstand die de parkeerplaatsen liever aan wisselende klanten toebedacht, maar ik had een vergunning hier te staan en de middenstand kon de boom in.
Auto afsluiten en even rondkijken om een onmiddellijk contact met andere vroege kantoorvogels te mijden. Vervolgens met gezwinde pas het gebouw in, en passent mijn toegangspasje zoekend in jas of tas. Pasjes en sleutels moet je altijd op dezelfde plek bewaren, maar soms faalde ik dit te doen. Reden: slordigheid bij het naderhand verlaten van het gebouw om zo vlug mogelijk in de auto te geraken.
Het door de sleuf trekken van het pasje is een moment van beslissing: je bent nu bekend in het systeem en vroegtijdig vertrek (rechtsomkeert maken) is nauwelijks nog een optie.

Verveelt het verhaal u? Mij ook en dit is precies de reden om nog even door te gaan. Want dit is de praktijk van jarenlange kantoorgang. Een soort mentale dodengang, volgehouden op basis van wilskracht.

Eenmaal opgenomen in gebouw en registratie zou je verslapping verwachten. Gangen en werkkamers zijn vrijwel leeg, er hangt een geur van boenwas, de tl verlichting brandt en de stilte is indrukwekkend. Verplichtingen kun je even voor je uitschuiven. Helaas, al snel viel mijn oog op irritante posters, gemaakt in het kader van collectieve bijeenkomsten met gepaste thema’s die het moreel wilden versterken. Afspraak = afspraak, of soortgelijke lulkoek. En anders hing er wel een briefje op een gezamenlijke printer of kopieermachine met de mededeling Defect, monteur gebeld. Dit briefje hing er een week geleden ook al. Soms ging het zover dat ik in het voorbijgaan even de koelkast in de pantry opentrok, als het ware om bevestiging te krijgen dat ook hier de situatie onveranderd was. Juist, nog steeds een vuile smeerbende.

Ik denk dat ik binnensmonds vaak en ongehoord intensief heb gevloekt en geketterd. Om zonder spier te vertrekken een vriendelijke ochtendgroet te wisselen met een binnenkomende collega. Mijn wilskracht bestond in niet geringe mate uit zelfbeheersing.
Alles goed? Mooi weer vandaag. Wat zeg je? Vergadering vanmiddag? Hoe laat dan wel?
De eerste schrik was binnen: ontregeling van mijn schema dreigde. Snel beoordeelde ik hoe onder de extra verplichting uit te komen, of er aanvaardbare redenen bedacht konden worden om weg te blijven. Bezoek buiten de deur, was een keurige optie. Tegelijk rook ik het gevaar, want teveel afsluiting leidt tot uitsluiting. Dan doe je helemaal niet meer mee of ergens toe.

Eenmaal in de eigen werkkamer snel uit de jas. Er hingen knaapjes met een naam of kenmerk ter reservering, maar ook een enkele neutrale. Ik wilde geen geurvlaggen, dus nam ik het onaantrekkelijkste hangertje van goedkope kunsstof.
De beschrijving van een ritueel. Blikken uit het raam, een korte inspectie van mijn mailbox, opstaan om de kantoorplanten water te geven.
Ik gaf niets om die halfdode vliegenvangers, maar ik ben collegiaal. Luisteren naar de stilte, een onderbrekend geluid op de gang, de bekende stem van een binnenkomende collega, koffie halen in de pantry. Altijd maar weer koffie, te smerig om op te drinken. Toch schafte ik nooit een eigen apparaat aan. Zelfs een eigen beker heb ik nooit nagestreefd. Ik dronk uit plastic, of pakte een witte stenen bedrijfsmok.

Putten uit wilskracht. Om iets vast te houden waar ik zelden het nut van inzag, nieuwe processen in te gaan waarvan je de geringe uitkomst op termijn al kon voorspellen.
Je zou kunnen zeggen dat mijn wil om het vol te houden, aanhoudend werd overbelast. Een sluipend proces waarin je de laatste bent om het op te merken. Of om eraan toe te geven, wat iets anders is maar hetzelfde resultaat geeft. Zodanig irriteerde en verontrustte mij op den duur elke verandering in het werk, of het nu de invoering betrof van nieuwe software of een discussie over de werkinhoud betrof, dat ik begon te denken dat ik aan de een of andere vorm van autisme leed. Was ik wel in staat mij in de nieuwe tijden en de mensen in te leven? Ik gaf mezelf aanstonds nieuwe bevelen om me beter in te spannen. Veel leverde het niet op. Een mens herhaalt zich in eindeloze variaties. Ter afleiding telde ik de dagen die mij scheidden van de zomervakantie en begon ik zoveel muziekschijven in te kopen dat ik sommige pas jaren later voor de eerste keer helemaal zou beluisteren. De compenserende zwakte, weet je wel.

En toch volhouden. Hoe kan dat? Het kan niet, om alvast het eindresultaat mee te delen. Tot deze conclusie onontkoombaar is, wordt tijd gerekt door de wilskracht om te zetten in automatische processen, in strikte schema’s, zelfbedachte orders, het snoeien van franje aan werkzaamheden, het doorschouwen van wollige taal, het blootleggen van verborgen agenda’s. Het leven als ritueel, een onophoudelijke herhaling van zetten waarover beter niet nagedacht wordt. Wilskracht is geen oerkracht, maar een systeem.

In dit raamwerk van treurnis floreerde de galgenhumor uitstekend. Achter ruggen om werd erop los gesneerd en soms hoefde je er weinig voor te doen om je te vermaken. Zo herinner ik mij een redevoering van onze hoogste baas. Zijn komst had enige vertraging opgelopen, gevolg van een valpartij met de fiets op de straat. Zijn hoofd was gewikkeld in een wit verband, als was hij de verschrikkelijke sneeuwman.
Ziekte overkomt je, thuisblijven is een keuze, oreerde de man vanaf de tafel die in de armoedige kantine stond opgesteld.
Een verstandige keuze als je het mij vraagt
, merkte iemand in de achterhoede gemelijk op. Onze baas ving dit op en dacht dat hij een compliment kreeg. Wie goed had geluisterd, wist wel beter.

Monk

30 januari 2012

* John Tierney & Roy Baumeister: Willpower.

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.