Werkvloer 16

| Geen reacties

 

 

Als iets kan, dan gebeurt het ook. Negen keer loopt het goed af, de tiende keer is het raak. Zoeken naar een schuldige heeft weinig zin. De crash vindt plaats omdat de voorwaarden aanwezig zijn.

Op het Bijlmerplein is een arbeidsmarkt georganiseerd. De wijk is jong, de mensen komen uit alle windstreken. Sommigen weten de weg te vinden van een achterbuurt in Lagos naar de Sociale Dienst in Amsterdam, maar dat kleine stukje naar het Arbeidsbureau is hen net teveel. Dus hangen ze rond, praten koeterwaals, roken een stukje stuff en maken een meisje zwanger. Mensen krijgen problemen en zien zelden in dat ze zelf het probleem zijn. Om hen uit de sores te halen, zijn er vele instanties en een hiervan is die van de sociaal raadslieden. Zolang het nog duurt vormt het CBSR hun hoofdkwartier. Zo ontstaat het plan de happening te gebruiken om een stand van de raadslieden in te richten. Het gaat plaatsvinden op een zaterdag, duurt de hele dag en er moeten spullen worden vervoerd. De raadslieden zelf tonen weinig bereidheid hun weekeinde op te offeren en zo komt het dat de baas personeel van het CBSR aanspoort hun opwachting te maken.

Aan het bureau staat mijn vroegere kamergenoot en hij klaagt. De baas heeft hem verzocht om vlaggenmasten, stoelen en nog andere spullen naar het Bijlmerplein te brengen. De jongeman heeft een auto met een achterklep die wijd open kan, een zogenaamde hatchback. Het is geen grote wagen en hij is tamelijk nieuw. Hij heeft er lang genoeg voor gespaard om hem te kunnen kopen.
Die troep beschadigt mijn auto.
Ik kan hem geen ongelijk geven.
Een tweede man komt de werkkamer binnen. Het begint op een toneelstuk te lijken. Ook dit is iemand van de administratie en ook hij is achter mijn rug om door de baas benaderd om zijn eveneens kleine auto ter beschikking te stellen.
Die rot stokken steken minstens anderhalve meter naar buiten. Als het even tegenzit, kom je een smeris tegen en krijg je een prent.
De collega’s zijn Amsterdammers. Je weet dus snel waar het over gaat.
Je hebt een fout gemaakt, antwoord ik koeltjes, je bent het gesprek met de baas aangegaan, waar je naar mij had moeten verwijzen. En nu?
De heren hebben geen zin in hun opdracht en vinden, zonder het uitdrukkelijk te zeggen, dat ik iets aan hun probleem moet doen. Praten met de baas bijvoorbeeld. Met lichte tegenzin en een slecht voorgevoel beklim ik de trappen naar het Presidium. De baas is er niet.

Het is donderdag half twee. Omdat ik een uur later een afspraak buiten de deur heb en de volgende dag vrijaf ben, is er weinig tijd.
Ik denk even na en krijg een idee. Ik bel het hoofdkantoor en probeer uit te zoeken of de auto van een werknemer verzekerd is voor schade die mocht ontstaan tijdens het uitvoeren van een dienstrit. Ik wil voorkomen dat een nederig betaalde collega van de administratie in financiële moeilijkheden komt ingeval hij een aanrijding krijgt, een omvallende bureaustoel een scheur in de dakbekleding veroorzaakt of de wagen wordt teruggevonden met een ingeslagen zijruit. De auto’s staan immers de hele dag in een gebied dat niet bekend staat om bovenmatig respect voor andermans eigendom. Het antwoord bevalt me niet: de werknemer rijdt voor eigen risico.
Ik tik een memo voor de baas, meldt de klachten en mijn bevindingen aangaande schaderegeling.
Ik stel voor een bestelwagen te huren. Een modern bedrijf als het CBSR moet dit gemakkelijk kunnen betalen en de benaderde collega’s zijn gevrijwaard van zorgen om eventuele problemen.
Ik ben tevreden over mijn vondst. Ik draag zakelijke argumenten aan en huichel het CBSR een bedrijf te vinden, modern bovendien.
Ik leg het memo op het bureau van de baas en licht de klagers in over mijn actie. Mijn tijd voor deze kantoorweek zit erop. Ik pak jas en tas en wil als een hazewindhond de deur uit.
Kom je vrijdagavond nog?
De ex kamergenoot staat voor me. Zijn gezicht toont de typische grijns die aangeeft dat hij al in de kamer van de baas is geweest om mijn memo te lezen.
Morgenavond? Wat is er dan?
In de vraag ligt het antwoord besloten. Ik herinner mij ineens dat de baas thuis een borrel geeft. Er was geen echte uitnodiging, meer een informeel rondzoemend bericht.
Vergeten?
Ik erken dat dit het geval is. Mijn vooruitziende blik toont aanstonds het komende scenario: de baas is blij wanneer ik wegblijf, maar zal mijn absentie aangrijpen om bij anderen olie op het vuur te gooien. Het is voor hem een win-win situatie. Ik heb geen plannen voor het weekeinde, maar evenmin zin in eigen tijd bij de baas rond te hangen waar ik beter in Café La Paix tegenover zijn huis zou zitten.
Ik ben de stad uit. Doe hem de groeten maar. En veel succes komende zaterdag.

Het weekeinde duurt drie dagen, zeer geschikt om het geheugen te wissen. Helaas is in mijn smalle straat een operatie van Stadsherstel aan de gang. De hele vrijdag beuken drilboren in het woning complex aan de overkant, stuift bouwstof langs de ramen en komt er een kerel aan de deur om mij een encyclopedie van 24 delen aan te smeren. Ik bel mijn vriendin, pak kleding en kampeertent, geef de poes voor twee dagen eten en vertrek naar een stille plek in de Achterhoek.

Fris en zelfs min of meer in een goed humeur begin ik aan de nieuwe werkweek. Tijdens mijn afwezigheid ben ik ontsnapt aan woninginbraak. Bouwvakkers hebben op vrijdag de toegangsdeur tot de etages van het pand beschadigd. Elke grapjas kon twee dagen en nachten binnendringen en de boel leeghalen. Dit is gelukkig niet gebeurd.
Zoals altijd ben ik vroeg. Anderen komen pas een uur later. Op mijn bureau ligt een berg papier op een wijze alsof er een postbode is vermoord. Bovenop ligt het memo dat ik afgelopen donderdag bij de baas neerlegde. Met een rode pen is er een kruis door gekrast en er staat in een wild handschrift boven GEEN SPRAKE VAN!!

Ik hang mijn jas op en begin aan een ronde door het gebouw. In de kantine is de schoonmaakster juist klaar met haar stofzuiger. Ik ken haar al sinds de jaren dat ik hier in mijn vorige baan werkte.
Bakkie doen?
Ik zet koffie voor ons en we gaan gezellig even zitten. We vertellen iets over thuis en over het weer.
Niet dat het me aangaat, maar die man is woest op je.
Mijn oren groeien een decimeter.
Vrijdagmorgen stond hij te tieren, hier in de kantine.
Ik knik. Mijn humeur begint te zakken.
Dat je hem tegenwerkt en het geld over de balk wilt smijten.
Ik schiet in de lach. Geld, welk geld? Als er een kas was, had ik eigenhandig een bestelwagen voor de mannen gehuurd.
Beneden in het gebouw klinken geluiden. We zwijgen. Het gesprek is afgelopen.

De hele morgen ben ik druk met het verwerken van de post. Een aantal brieven beantwoord en onderteken ik eigenhandig. De baas heeft mij dit verboden, maar ik heb geen zin op zijn standaardzinnen te wachten en hem als een horige elk kattebelletje ter ondertekening voor te leggen. Om half één houd ik werkoverleg met de administratie.
Hoe ging het zaterdag?
Slecht ging het. Het was mooi weer en er kwam bijna niemand naar de stand kijken.
Vraag liever hoe het vrijdagavond was.
Mijn ex kamergenoot wil kennelijk iets kwijt.
De baas had de smoor in en liep tegen iedereen over jou te katten.
Ik heb geen zin in stemmingmakerij en wil evenmin anderen in mijn sores betrekken.
Ik weet het, ik zat in het café aan de overkant en zag de woeste gebaren die hij maakte.
De collega’s weten niet zeker of ik een geintje maak, maar ik heb de lachers op mijn hand.

De baas kruist mijn pad in de wandelgangen. Ik heb tijd gehad mij te herpakken, schijnbare kalmte in mijn woorden en bewegingen terug te brengen. Daar staat de man van wie ik heb opgevangen dat hij achter mijn rug om de Staf bijeen heeft geroepen om hen te bewegen zich collectief tegen mij te keren. Een actie die mislukte, maar pas na weken ben ik zijdelings op de hoogte geraakt.
Je was het niet eens met mijn voorstel?
De baas weet heus wel dat ik verwijs naar het bekraste memo over de huurauto. Het valt me in dat ook hij zich op deze ontmoeting heeft voorbereid.
Dat wist je vooruit. Het was niet nodig mij met een memo te provoceren.
Hij laat me staan en wandelt rustig weg. Ik kijk hem na. In mijn hoofd zeurt een tekst van de Sex Pistols:  Problem their problem is you got a problem oh what you gonna do. Als ik in zwaar weer beland, kan ik mij moeilijk wenden tot de sociaal raadslieden. Dit instituut is voor mij juist de bron van de ellende.

Monk

6 juni 2012

(Foto: Monk)

Print Friendly, PDF & Email

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.