Werkvloer 22

| Geen reacties

Uit de Doos van Pandora komen nog altijd berichten van Gene Zijde.
De psychopaat is al twintig jaar dood, maar leeft voort in de duisternis van mijn zolder. Neem de deksel van een opbergdoos en er ontsnapt een wolk sporen van de schimmelsoort die de man al bij leven om zich heen spreidde: het gif van wantrouwen en controlezucht.
Eigen schuld natuurlijk: had ik die erfenis maar moeten weggooien. En er is voldoende voorhanden, want Baas leerde mij notuleren. Teneinde te voorkomen dat zijn gesproken machtswoord mij en collega’s in willekeur zou treffen, begon ik alle belangrijke kwesties te boekstaven. Ik onderhield mij met Baas in memoranda. Wie schrijft, die blijft aan de gang.

Met verwondering en teleurstelling heb ik kennis genomen van je epistel getiteld Wensen Ten Aanzien Van Het Administratief Gebeuren, luidt de eerste zin van mijn verweer tegen een dikke en woedende brief die ik een keer aantrof op mijn bureau.
Tijdens het lezen heb ik even in mijn agenda gekeken om me ervan te overtuigen dat we in de 20ste eeuw leven. De toonzetting staat vol met woorden als moet, ter plekke, dient, direct en zo verder.
De medewerkers van de administratie worden voorgesteld als een schare horigen wier schone plicht het zal zijn om in vreze te dienen. Misschien kan het geheel aan richtlijnen nog wat worden uitgebreid. Dan kan iedereen op elk moment in het Handboek Administratie naslaan wat hem of haar te doen staat.
God weet dat ik mij inhield.

De Oekaze van Baas lag open en bloot en was dus al gelezen door collega’s voor ik haar onder ogen kreeg. Mijn kamergenoot verkneukelde zich op voorhand: hoe zou ik dit varkentje wassen?
Intussen was Baas gewoon in huis. Hij bivakkeerde in zijn kamer, helemaal op de bovenste etage waar hij door eigen toedoen was beland.
Voor de zoveelste keer binnen een jaar had hij namelijk een plan doorgedreven om te komen tot een herindeling van de beschikbare kamers. Clusteren moesten we, alsof de kamers mijlen ver uiteen lagen en de communicatie met postduiven werd onderhouden. Het plan was op verzet gestuit. Niemand zag er brood in. Baas hield voet bij stuk, maar kreeg niet alles gedaan. Collega’s maakten omtrekkende bewegingen. Ik weigerde botweg bij hem op de kamer in te trekken met de mededeling: ik ben chef administratie en niet jouw persoonlijke secretaris en tikgeit.

Met een pokerface werkte ik mij door de aanklacht van maar liefst 28 punten, waarin het handschrift van Baas steeds heftiger sporen van onbeheerste woede toonde. Onleesbaarheid was het gevolg, maar ik was gewend aan het ontleden van zijn hiëroglyfen.
Om te voorkomen dat de dag in losse rafels eindigt, komt er een verplicht ontmoetingsmoment tegen 17.00 uur. Het kan niet zo zijn dat jij elke dag om half 5 al naar huis bent!
Deze mededeling stond onder punt 2: Beëindiging Werktijd Chef Administratie.
En het ging maar door. Onder punt 14 Stafagendering heette het: Teneinde de Stafagenda bijtijds gereed te hebben, is het zaak dat je mij elke donderdag aan het opstellen ervan herinnert. Dan is er nog voldoende tijd deze uit te typen en te verspreiden. Tja. Bij Baas langskomen om hem aan de vervaardiging van een Stafagenda te herinneren. Het mankeerde er nog aan of mij werd opgedragen zijn kont af te vegen als hij van de plee kwam.
Ik schoof het bevelschrift van mij af, rekte me omstandig en zei tegen de collega: ik ga een eindje omlopen. Voor ik iemand de hersens insla.

Niets werd door Baas aan het toeval overgelaten. Verzending memo’s en brieven, Inschrijven Post, Archief, Stafstukken, Parafering notulen, Kontakten tussen deze en gene, Voorziening Koffie en Thee, Beheer Apparatuur, Kleine Kas, het zeverde door tot aan Telefoonblokjes en Lege Dozen.

Zijn luimen waren bepaald niet exclusief voor mij gereserveerd. Het leek een doel in zich om van tijd tot tijd iemand uit te zoeken die voor speciale behandeling in aanmerking kwam. Een kleine storing leidde tot een orkaan. Dit mankeerde er en dat moest anders. Baas greep eigenhandig en achter je rug in om de zaak naar zijn hand te zetten. De kudde hield zich afzijdig zolang de storm voortraasde. Een systeem van onvoorspelbaarheid en repressie. Geen dag ging ik naar kantoor zonder op mijn hoede te zijn, rekening hield met het onverwachte. Bij binnenkomst snoof ik geuren op als een dier.

Vaak heb ik me afgevraagd wat hem dreef, welke resultaten hij verwachtte van zijn drijfjacht. Ongetwijfeld speelden politieke motieven een rol. De Partij van Baas had zich tot Marktwerking en Concurrentie bekeerd. De man had persoonlijke belangen hieraan voluit mee te doen, of tenminste hield hij dit voor verstandig. Niet gehinderd door enige kennis van zaken, preekte hij de laatste stand van de politieke barometer.

De tijdgeest had enig belang. Een periode van vrijheid op de rand van anarchie liep ten einde. Touwtjes werden aangehaald. Een nieuwe lichting managers rook de kans. Ik miskende het gezag dat Baas in zijn paternalisme nastreefde en lachte erom. Zijn streven rook naar vriendjespolitiek, zijn opstelling naar corruptie. Elke zakelijke opmerking over zijn onnavolgbare gedrag legde hij uit als een aanslag op zijn persoon. De man wilde modern zijn, maar was in mijn ogen koloniaal en archaïsch. Ik deed mij voor als meegaand en kalm, maar bleek onbuigzaam en genadeloos. Baas zette anderen tegen mij op en jammerde als een zieke hond. Ik zeek hem af waar iedereen bij was en legde zijn onmacht bloot. Wij hadden elkaar naar de keel kunnen grijpen en vermoorden. Baas zei in de drukke kantine ineens dat hij zin had iemand te slaan en ik antwoordde dat hij bij mij aan het goede adres was. Was hij er op ingegaan, dan was hij beslist in het ziekenhuis beland.

Baas verweet mij geslotenheid en gebrek aan initiatief. Ziehier de self-fulfilling prophecy in werking. Ik keek wel lekker uit het achterste van mijn tong te tonen en zag niets in zijn wisselvallige plannen, een werkstroom omwille van de werkstroom, de ene hype na de andere, aangereikt onder de noemer dynamiek. Ik was koning van de snoeischaar, slager van het jaar, de luis in de pels. Analyse en passief verzet waren mijn wapens. Ik hielp vaak collega’s, maar schonk hen geen inspiratie. Het systeem was voor mij allang dood en in wederopstanding geloof ik niet.

Waarom bleef ik desondanks? Argumenten hierover kan ik op verzoek leveren, maar of ze hout snijden is de vraag. Menselijke drijfveren zijn complex en ten diepste irrationeel; verheffend zijn ze zelden.
Wel kan ik aantonen dat ik een jaar voor mijn vertrek bij de Leiders aangaf overgeplaatst te willen worden. Allemaal slap gelul natuurlijk. Feit is dat ik bleef.
Ik vind jouw streven om alles te willen regelen, voor te schrijven, te controleren en te beheersen overdreven, schreef ik na alle kritiek te hebben weerlegd. En ik ronde af met:
Ik vind dat je medewerkers hebt om aan te delegeren en er vertrouwen in te hebben. Niet om er periodiek een nieuw kleurboek van eigen makelij aan uit te reiken.

Situaties van elke dag, in honderd kantoren, overal. In de loop der tijd is het almaar harder, agressiever en smeriger geworden. Mensen die elkaar het leven verpesten. Hoeveel miljoen kosten jaarlijks de afgebrande bazen en werknemers? En het weerzinwekkende is dat je op een bepaalde manier gaat wennen aan deze stand van zaken. Indien ze wegvalt, weet je niet wat je te doen staat en verlang je misschien zelfs wel naar een nieuwe krachtmeting.

Baas is dood, maar mensen leven voort in andermans gedachten. Bepaalde herinneringen kunnen beter worden gewist, maar hoe? Vergeten worden, is de tweede en definitieve dood. Het is waarschijnlijk een lotsbestemming, opgeslagen in de genen. Een dode laten voortleven, is de prijs die je betaalt voor herinneren. Geiten en kolen gaan niet samen.
Mijn bestaansrecht is te schrijven en documenten zijn daarbij erg handig. Of misschien ligt het allemaal anders. Hoe dan ook: ieder draagt zijn eigen hel.

Monk
29 mei 2013
(foto: Monk)

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.