RET jezelf, deel 10

De Amerikaan had een onderneming in de bosbouw. Zelfverzekerd keek hij in de lens van de camera: Als we per dag 100 ton hout weghalen, dan denk ik meteen: waarom kan dat geen 120 ton zijn?

De gang van zaken kwam hier op neer: de man kocht een concessie van de overheid en stuurde zwaar materieel de rimboe in met als doel hieruit alle bomen te rooien die hij kon bereiken zonder verlies op te lopen. Het personeel werd voortdurend uitgekafferd en bedreigd met ontslag. Wat achterbleef was een landschap dat eruit zag alsof er een komeet was neergekomen.
Wel had hij de klus geklaard. Vrachtwagens vol boomstammen denderden door Amerika.

Uitwonen, verbruiken, opmaken. Het hoort bij de roofbouw die moderne productie kenmerkt. Of je nu in Noord Korea bent, de USA of Indonesiƫ, binnen het raamwerk van een democratie dan wel een dictatuur of iets daartussen, de aarde wordt open geboord, de zee leeg gevist, de lucht vervuild, de regels aan de laars gelapt, de ingehuurde arbeid opgebruikt. In essentie is alles eerder beschreven door Karl Marx, wiens voornaamste vergissing ligt in die van de menselijke aard.
Onder wat neutraal productie wordt genoemd, liggen opvattingen waarin krokodillen zich goed zouden kunnen vinden: opvreten wat je tegenkomt. En vergeet niet dat de krokodil een zeer oude en beproefde diersoort is.
Exploratie en exploitatie komen niet uit de lucht vallen. Ze zijn ontwikkeld vanuit de fundamentele drang naar het voortbestaan van de menselijke soort. Zonder een zekere beestachtigheid komt weinig tot stand.

Sinds de Sovjet Unie smadelijk verkruimelde en het communisme van Mao werd omgebouwd tot staatskapitalisme, groeide de idee dat onze overheid en zogenaamde trendvolgers de normen van de particuliere ondernemer dienden te volgen.
Marktwerking voor iedereen.
Er speelde wel iets meer dan onberedeneerd enthousiasme: electorale angst bij linkse politieke partijen en conservatisme bij de vakbonden. Niet voor niets ging juist de PvdA mee in de nieuwe aanpak: zij vreesde te worden weggevaagd als zij volhardde in haar collectivisme en sociale insteek. Het werd tijd de bevolking de mouwen te laten oprollen.

Wat Thatcher in Engeland openlijk en met een forse dosis aan geweld afdwong, werd in Nederland sluipend bewerkstelligd. Privatisering werd de term om politiek gevoelige en dure bemoeienis over te laten aan de particuliere sector. Zo werd het openbaar vervoer afgeschoven, uiteraard onder lofzang op de zegeningen van de markt. Het zou beter en goedkoper worden. Eenmaal uitbesteed, kan de politiek achterover leunen en heeft meteen flink wat geld te verbrassen.
Intern groeide de trend om ambtelijke organisaties door te lichten en aan onophoudelijke herschikking te onderwerpen. Dit gebeurt immers ook in het gewone bedrijfsleven. De overheid ging zelfs gokken met geld van de gemeenschap om er nog beter van te worden en aanzien te verwerven. Werd er verloren, dan draaide de belastingbetaler op voor de schade.
Zo werkt politiek. Centraal staat het verwerven en behouden van macht.

Wanneer het management van een overheidsdienst het personeel bijeen roept, gaat bij de doorgewinterde ambtenaar het alarm af. De kans is groot dat er wederom ingrepen aankomen die de werkvloer raken. Met centraal gecontroleerde computers en verplicht tijdschrijven, flexibele werkplekken, doordacht taalgebruik en botte oekazes als het verbod om bij een koffieautomaat te praten met een collega, worden de touwtjes aangehaald en krijgt de maakbare mens gestalte. In het scenario ontbreken natuurlijk niet de worsten, zoals veel peptalk inclusief gelegenheid om de leiders naar de mond te praten. Zo kom je namelijk vooruit in de wereld. Personeelsbeleid is gericht op het aannemen van verse jonge krachten. Aan het einde van het jaar mogen afdelingschefs een paar duizend euro aan bonussen onder hun discipelen verdelen.
Naarmate de economische terugval aanhoudt, worden de verhoudingen grimmiger en conflicten meer openlijk. Klokkenluiders en afvalligen moeten op hun tellen passen, want geld en macht worden ongaarne afgestaan. De crisis waarin het Westen verkeert, is bovenal een beschavingscrisis.

Een mededeling: in 2011 waren er in Nederland 900.000 mensen met een burnout. De kosten hiervan bedragen een slordige 4 miljard euro op jaarbasis.

De ene burnout is de andere niet. Een eenduidige definitie ontbreekt. Het gaat om een psychologische term waarin uitputting, cynisme en stress gerelateerde overspanning samenkomen. In de handboeken der psychiatrie komt de benaming pas een jaar of veertig voor, een veeg teken van modernisme en hype. Het doet denken aan de muisarm die kwam en ging.
Er zal verband bestaan tussen de toename van het aantal gevallen waarin de diagnose wordt gesteld en twijfel aan de meerwaarde die het verschijnsel burnout heeft in het spectrum van depressies. Slecht nieuws voor hen die zich afvragen of de ervaring misschien een bepaalde status oplevert: de modale burnout verwijst immers naar onmisbaarheid en tomeloze inzet. Gewoon depressief zijn is geen onderwerp voor de borreltafel.

Al op de eerste dag dat ik meer dan 40 jaar geleden een kantoor betrad, begreep ik instinctief dat deze omgeving funest voor mij was. Doodongelukkig stond ik daar, in een door mijn moeder voor de gelegenheid gekochte groene jagersjas. Ik werd voorgesteld aan leeftijdgenoten die de indruk wekten randdebiel te zijn, gedoemd tot een leven als kantoorplant. Had het aan mij gelegen, waren er meteen een stuk of drie uitgevlogen. Ik trok mijn jas uit en schoof mijn stoel tegen het bureau. Waar lag het werk en hoe snel moest het af? Zo was ik gewoon te denken.
Tegenover mij zat een oudere man die mij lang aankeek en vervolgens zijn hoofd schudde. Hij had het al begrepen.

Verwarring toen en nu. Destijds was ik de cowboy op kantoor. De chef probeerde mij tot de orde te roepen. Ik kon het ver schoppen, zei hij, als ik mij maar wilde aanpassen. Nooit was ik ziek geweest. Daarginder werd ik het binnen negen maanden en herstel liet lang op zich wachten. Op 21 jarige leeftijd belandde ik in wat vandaag een burnout zou worden genoemd. Vandaag probeer ik bij te komen van mijn onderhand derde instorting. Een poos heb ik gedacht te zijn ingehaald door de tijd, met een gratis lidmaatschapskaart van de Orde der Sufkoppen, op de huid gezeten door een nieuwe vlotte generatie waarop ik kan vertrouwen. Onzin natuurlijk. Ik wil er niet van horen. Maak dat je wegkomt!

Monk
18 april 2013

(foto: Monk)

Reacties gesloten.