Krachtcentrale

| Geen reacties

De Kattenbakkrant toonde een foto van Spekman en zijn gezin op de tribune van FC Utrecht. De PvdA man heeft een jaarkaart om de wedstrijden bij te wonen. Als wethouder van deze stad kende hij ooit een miljoenenlening toe aan de voetbalclub.
U raadt het al: dit geld komt niet terug.

Het is een oud verhaal. Vele clubs met dik betaalde bestuurders en spelers klopten aan bij overheidsinstanties om financiële steun. Het gebeurde in Maastricht, Utrecht en Enschede, Tilburg en waar niet. Wethouders werden benaderd, gemeentebesturen lieten zich onder druk zetten om met gemeenschapsgeld over de brug te komen. Oplossingen werden gevonden in bedenkelijke constructies zoals het voor een habbekrats overdragen van gemeentelijke grond aan de noodlijdende club waarmee huurverplichtingen vervielen. Moet je in de kunst of wetenschap eens mee aankomen.

De wet beschouwt clubs uit het betaalde voetbal terecht als bedrijven. Sinds 2004 bestaat het Nationaal Referentiekader Steun Aan Betaald Voetbal. De regels zijn uitentreuren bekend gemaakt aan de clubs, maar het haalt weinig uit. De voetballerij stelt zich graag boven de wet, gesteund door een supportersgilde dat dreigementen van de ergste soort niet schuwt en een neoliberaal kabinet dat de Stem des Volks vreest en dus pas handhaaft ingeval er niets anders meer opzit. Voetbal is de krachtcentrale van politiek populisme.

Als argument om gemeenschapsgeld los te peuteren, wordt vaak aangevoerd dat sprake is van een overstijgend maatschappelijk belang. Spekman praat zijn besluit van destijds goed met correcte procedures en blijft gewoon de wedstrijden volgen van de club die hij toestond de belastingbetaler te naaien.

Ooit was voetballen gewoon een sport als roeien of zwemmen. Door Michels werd het uitgeroepen tot een vorm van oorlogvoeren. Vandaag is voetballen een industrie, waarin alles draait om geld.

Op de zogenoemde spelersmarkt wisselen jonge gasten van werkgever tegen fenomenale bedragen. Vaak is dat geld er niet en wordt het door de clubs geleend. Op de velden zie je er weinig van terug. Het spelniveau is met de jaren eerder gedaald dan gestegen. Wel worden hier de nieuwste kapsels, tatoeages en narcistische gebarentaal getoond.

De media spelen een cruciale rol. Met commerciële sportzenders en bladen is weinig mis, behalve dat zij onverbloemd de soms perverse cultuur van de voetballerij uitdragen. Bij de publieke omroep worden evenwel ook fenomenale bedragen uitgegeven aan het recht wedstrijden uit te zenden. Hier blijft het niet bij. Tot in de journaals moeten we vernemen of de vriendinnen van onze gladiatoren hun borsten laten verbouwen.
De publieke omroep stelt zich helemaal verkeerd op. Het zou zo moeten zijn, dat clubs in het betaalde voetbal moeten betalen om te worden uitgezonden. Het is immers reclame voor de bedrijfssector. De kermis er omheen is voer voor de commerciëlen.

In theorie is het eenvoudig. Voetbalclubs zijn bedrijven op een vrije markt. Winst en verlies zijn voor eigen rekening en profijt. Helaas gedragen zij zich anders: winsten worden opgestreken, verliezen in geval van nood uitbesteed. In het laatste geval is ineens sprake van een nationaal belang en moet de belastingbetaler met vele miljoenen bijspringen.
Voetbalbesturen behoren gelijk de banken tot de cowboys van het zakenleven. Neoliberalisme in optima forma.

Ik hoor u wel: Monk staat buiten de werkelijkheid. Het voetbalbedrijf kan niet zonder het grote geld. Mijn antwoord is, dat de voetballerij zelf de grenzen van de realiteit heeft gepasseerd. Geld dat er niet is, kan niet worden uitgegeven. Wat is daar moeilijk aan?

Monk
2 september 2015
(foto: Monk)

Print Friendly, PDF & Email

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.