Plagues and people

Maandagochtend 16 maart 2020, 8.30 uur. De straat is stil, doodstil. Ik ontwaak met muziek in mijn hoofd: everything is coming to a grinding halt, van The Cure. Meteen realiseer ik mij, dat het land op slot zit, het uitgaansleven is afgeschaft, scholen dicht, het sociale leven teruggedraaid naar het niveau dat mijn moeder haar hele leven nastreefde. Vergeefs zoek ik in mijn geheugen naar een vergelijkbare situatie die ik meemaakte.
Denkend aan mijn jeugd, schiet mij een voedselproduct te binnen dat ik in geen 50 jaar gegeten of zelfs maar heb geroken: broeder.

Wat heeft hier met wat te maken? Het is hoe mijn brein werkt: associatief, grillig, onvoorspelbaar. Je kan stellen, dat ik mijn hersens niet in de hand heb. Het komt er op neer dat ik onraad bespeur: angst voor armoede.
Het land verkeert in een situatie die nog bijna niemand kan bevatten. Armoede, verval van inkomen en vooruitzichten, ligt op de loer. Mijn leven lang ben ik mij bewust van kwetsbaarheid en dreiging: niet alleen voor mij persoonlijk, maar ook maatschappelijk, een vage maar onmiskenbaar aanwezige vrees voor mensenmassa’s, opgejaagd door duistere krachten. Wij leven in een luchtbel van zelfbedachte veiligheid.

Broeder is een ouderwets deegproduct dat weliswaar vult maar nauwelijks voedt, zonder vitaminen, lastig te maken bovendien omdat het gedurende de bereiding in een linnen zak zomaar kan instorten en verworden tot een smerige klomp varkensvoer. Moeder zette dit soms op de zaterdagse eettafel, met name  in de wintermaanden. Geen wonder, dat we geregeld rondliepen met steenpuisten, symptoom van tekorten aan verse groenten en fruit. De stank van door de huisarts verstrekte teerzalf krijg ik nooit meer uit mijn neus.

Moeder had al op jonge leeftijd de neiging om haar orders op het laatste moment kenbaar te maken. Ingeval er broeder op tafel werd gedacht, uitte zij dit idee enkele uren voor de maaltijd, niet bijvoorbeeld drie dagen eerder. Met als gevolg, dat mijn zus of ik acuut naar het meest nabije dorp werd gestuurd om ginder bij een bakker een dubbeltje gist te halen, verpakt in een vierkant papiertje ter grootte van een flinke dobbelsteen. Gist is een onmisbaar onderdeel voor de bereiding van broeder. Eenmaal aan tafel, aten we deze aan keukenspons verwante troep met stroop en gesmolten boter. Wat overbleef, werd een paar dagen later opgebakken in dikke plakken, als avondmaaltijd voor ons kinderen wanneer we van school kwamen.

Everything is coming to a grinding halt. Muziek is in mijn leven een transmitter, boodschapper van het onderbewustzijn. Ik beschouw het als intuïtie. Onbewust is dit verschijnsel in de loop der jaren gecultiveerd, of de weerstand ertegen opgegeven, dat kan ook. In mijn schedel malen dag en nacht ritmes en riffen. Stilzitten is mij niet gegeven: aan mij beweegt altijd wel iets, bij voorkeur staccato. Beweging begeleidt de gedachtegang als eindproduct van een permanente reis door het onbewuste.

Broeder staat bij mij voor armoede, de term die ook bij me opkomt wanneer ik denk aan de manier waarop wij collectief omgaan met het coronavirus. De politiek getinte toespraken van onze premier, reacties van gewone mensen op straat, het hersenloze gewauwel van BN’ers over het virus, de arrogantie van vaste panel leden in het praatjesprogramma van BNN/VARA: de Aziaten hebben het virus onder controle gekregen omdat het gedweeë mensen zijn. Gedwee, dus niet bijvoorbeeld gedisciplineerd of omgevingsbewust. Inmiddels is Europa het epicentrum van de uitbraak.

Deze dagen ervaren we weinig staatsmanschap en omgekeerd juist veel slecht verpakt partijbelang. De inhoud moet komen van mensen die geen deel uitmaken van embedded vaste commissies: filosofen, historici, medisch specialisten, samen te vatten als het denkende deel van de natie. Dertig jaar onderwijsafbraak kon niet bewerkstelligen dat deze categorie nog altijd bestaat. Nota bene Rutte zei dat we conclusies aangaande het virus niet aan (onder meer) historici kunnen overlaten. Nee, liever aan economen die geen enkele crisis zien aankomen. Ik adviseer hem en u om het in 1976 verschenen Plagues and people van historicus William McNeill te lezen, over de invloed van besmettelijke ziekten op de loop der geschiedenis. Dit boek is nog altijd nieuw verkrijgbaar.

Op de zinvolle adviezen van deze in beginsel belangeloze mensen bouw ik maar, in de hoop dat het land onder gebrek aan uithoudingsvermogen en discipline niet zal inzakken tot een kleffe brij, alleen geschikt voor de hond in de pot.

Monk
16 maart 2020
(foto: Monk)

Print Friendly, PDF & Email

Reacties zijn gesloten.