Emigreren

| Geen reacties

In de krant stond een artikel over een gezin dat naar Noorwegen vertrok. Man, vrouw en enkele kinderen waren neergestreken in een dorp waar op elke vierkante kilometer drie mensen wonen. Ik las het nog eens na met mijn Hollandse ogen, maar het stond er echt.
Er was alvast een taalcursus gevolgd. Zo hoort het natuurlijk. De mensen waren welkom, al was het maar omdat kinderen bijdragen aan het behoud van de lokale school.
Daarbij staan Nederlanders in het Hoge Noorden bekend als harde werkers. Nergens ter wereld zit men te wachten op leeglopers.

Het bericht bracht gemengde gevoelens in mij teweeg. Een beetje jaloezie ook, want je moet het maar durven. Ik denk dat er moed voor nodig is om je land en taalgebied te verlaten, zelfs wanneer je terug kunt. Tegelijk schuilt er iets absurds in dit te willen, al weet ik niet meteen waarom.

Scandinavie als bestemming kan ik waarderen. Het is origineler dan Italië of Frankrijk. Daarbij klinkt het verstandig: Noorwegen staat er prima voor. Het land is schatrijk en er zijn betrekkelijk weinig inwoners om het geld op te maken. De Noren zijn ontsnapt aan de euro, het betaalmiddel van de Europese multinationals en ze bezitten een geweldige natuur. Door de ruimte behoef je niet te leven als een Vinex kratkip en geen hongersnood zal Noorwegen treffen. Dit laatste beschouw ik als een realistisch toekomstscenario in alle dichtbevolkte gebieden, zeker waar de mensen geen asperges willen steken, maar ze wel op hun bord willen.

Een tante van mij emigreerde toen ik een jaar of vijf was. Het staat me nog goed bij. Ze kwam langs met haar man om afscheid te nemen. Op de vlucht voor haar dominante moeder en voortgedreven door de mode van de jaren 50 verdween het stel naar Australië. We ontvingen een ansichtkaart van het Suez Kanaal, waar hun schip doorheen voer.
Via mijn ouders zag ik later wel eens foto’s van daarginder. Onherkenbare mensen in hun zonnige achtertuin. Nooit kwam het bij me op hen te bezoeken.

Iedereen denkt wel eens over vertrek naar een ander land. Bij mij reikte het nooit verder dan vrijblijvend mijmeren met vrienden die ook thuis zijn gebleven. Ooit overwoog ik een camping in Bretagne beginnen. Waarom? Al sla je me dood. Een soortgelijk idee kwam en ging aangaande Portugal. Een toenmalige vriend zag het helemaal voor zich en er leek zicht op financieringsmogelijkheden. Een geschikt moment eens beter over deze vriend na te denken. Met enige tegenzin, eigen aan de noodzaak tot eerlijkheid, voorzag ik problemen. Te beginnen met alcohol en een ongelijke taakverdeling, gevolgd door ruzie over geld. Eens in de maand bij elkaar eten leek me beter vol te houden.

Het landschap van Noord Holland staat in mijn genen gegrift. Op de plek waar ik opgroeide, hebben voorgaande generaties hun leven geleefd. Mijn grootvader zat ooit in het trammetje dat voorlangs ons huis reed. Ik kon slechts zien waar de rails gelegen had, maar voelde toch op een of andere manier zijn aanwezigheid. Van die verbondenheid is het moeilijk loskomen. Niet vreemd, wanneer je honderden uren rondkruipt over die plak klei rond het huis, begrensd door sloten en hekken, omringd door mensen die ook alle dagen hetzelfde doen.
Emigreren is voor mensen die vooruit kijken en een losse band hebben met hun omgeving.

Blijven waar ik opgroeide, was onmogelijk. Ik moest daar weg. Alles werd op slag anders. Ruimte en stilte werden ingeleverd voor stadse chaos; het uitzicht van kilometers vlakte afgekapt tot de vensterbanken waarachter tante Annie en de rest woonden. Aan de andere kant lonkte de ontwikkeling, de eindelijk behoorlijke films, optredens en cafe’s.
Constante bleef de binding met het verleden. Dus ging ik geschiedenis studeren. Ik denk tenminste graag dat dit de drijfveer was. Hieronder school vermoedelijk het besef van een ontwricht bestaan, een onherstelbare ontworteling. De gevolgen van emigratie zijn niet perse voorbehouden aan een verhuizing naar een plek duizend kilometer verderop.

Tot wat anders dan conservatisme kan het opgroeien in een statische wereld leiden? Dag na dag ontwaakte ik in hetzelfde bed, keek uit over dezelfde akkers, hoorde dezelfde vogels, kende een vaste groep mensen en kwam niet verder dan de horizon. Er bestond wel een onbestemd verlangen, maar de dagelijkse training was gericht op uitstel en altijd was er geldgebrek. Zo wordt het leven geen ontdekkingstocht met nieuwe kansen, maar eerder een gevecht tegen het verliezen van wat eerst al nauwelijks mogelijk lijkt.

Al eerder drong de buitenwereld het bestaande binnen. Op het platteland verschenen hoogspanningsmasten, wegen werden geasfalteerd, een nieuwbouwwijkje overwoekerde land waarop een jaar eerder koeien hadden gegraasd. Auto’s leken als een torrenplaag uit de grond te kruipen, popmuziek waaide het huis binnen, mijn ouders werden chagrijnig en er kwamen andere mensen: bij ons waren dat een kunstschilder en een Jehova Getuige. Met de afgedwongen komst van een eigen brommer werd de horizon opengebroken. Leven is veranderen en aanpassen. Sommigen zijn hier meer geschikt voor dan anderen.

Denken in termen van spijt is aan mij niet besteed. De dingen gaan zoals ze gaan. Er bestaan altijd redenen voor genomen besluiten. Eenmaal in een verkeerd leven beland, heb je wel wat anders aan je hoofd.

Monk
12 mei 2013
(foto: Monk)

Print Friendly, PDF & Email

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.