Oude Liefde Roest Niet, deel I (Marcus)

| Geen reacties

Als student zonder middelen heb ik geen auto en zelfs geen rijbewijs.
Wel zit ik regelmatig bij een vriend in zijn Mini. Hier pas je alleen in met opgevouwen benen en een ingetrokken hoofd. Je rijdt hoe dan ook en daar gaat het om.
Wanneer we een keer voor het stoplicht staan, zie ik mijn aanstaande auto ineens. Het is een Alfa Romeo GT Junior. Zij glijdt een tijdje als een hoer voor ons uit en ik ben verkocht.

Voorlopig gebeurt er niets. Ik vergeet de kwestie zelfs half en half. Tussen de studieblokken door werk ik voor een Uitzendbureau, door ons studenten Uitbuitbureau genoemd.
Bovendien verhuizen mijn vriendin en ik in die dagen. Het gaat vanuit een flat in een buitenwijk naar een bovenwoning in de Jordaan. Het echte stadsleven kan beginnen en feitelijk heb ik geen auto nodig.

Op een dag loop ik over de Haarlemmer Houttuinen en ontdek het bedrijf Duetto. Hier staan wel drie Alfa GT’s voor de deur en bovendien een zwarte Giulia met een lesbordje op het dak. Ik stap naar binnen en neem rijlessen. Het wordt onderhand tijd.
Laat in de zomer meen ik voldoende geld te hebben om naar een GT te gaan uitzien. Mijn instructeur, een prettige bullebak met meningen over buitenlanders waarover je in Amsterdam beter zwijgt, schiet in de lach wanneer hij hoort dat ik 3 mille te besteden heb. De goedkoopste GT bij Duetto kost 12 mille en het neusje van de zalm moet 30 opbrengen, absoluut een koopje. Het duizelt mij en ik besluit elders te kijken.

Na enige weken hoopvol maar vergeefs de zaterdag editie van De Telegraaf te hebben doorgeploegd, stuit ik in de stad op een rode Alfa GT Junior. Te koop voor 3.500 gulden. Ik stap van mijn fiets en ga op de knieën om de onderkant te kunnen kijken. Ik weet al dat Alfa’s beestachtig kunnen roesten. Dit lijkt hier mee te vallen. Al snel komt de eigenaar opdagen. Het is een slordig geklede typische scharrelaar, die zich voorstelt als Marcus. Hij trekt het portier voor me open en toont mij de lage zit, de klokkenwinkel op het dashboard en het houten stuur. Wat een feest!
Of ik een stukje wil rijden. Uiteraard, al heb ik nog geen rijbewijs. Ik steek de sleutel in het contact en probeer te starten. Een vermoeid geluid ontsnapt aan het motorblok. Hierna wordt het stil. De man legt mij uit dat de Alfa een tijd heeft stilgestaan: daar kan geen enkele auto tegen.
Op een steekkarretje wordt een zware accu aangevoerd. Kabels worden aangesloten en ik mag weer starten. De motor begint te draaien en omdat ik les heb in een Alfa, slaag ik erin dit zo te houden.

In gezelschap van Marcus rijdt ik een paar blokken. De overgang naar de tweede versnelling kraakt een beetje, een echte Alfa kwaal. De synchroom, zegt de man en ik laat het achterwege hem te verbeteren in synchromesh ringen, zoals ik van Bullebak heb geleerd. Bij het nemen van een haakse bocht, kraakt de wagen angstwekkend aan de voorzijde. Wat mag dit zijn: vering, schokdempers, wiellager? Marcus haalt zijn schouders op. Het zal wel weinig voorstellen. Nou, wat vind ik van het Alfaatje?

Ik vind niks. Ik wil de auto en ik koop hem ook. Verdwaasd en uitgeput fiets ik naar huis, om mijn vriendin te vertellen dat we een auto, nee een ALFA rijker zijn.
Emotie is een slechte raadgever. Dit zal snel blijken. Ik ben vergeten wat er allemaal aan de auto moest gebeuren, maar het was ongehoord. En toch was het geweldig, al snap ik niet meer waarom.

Monk
11 april 2014
(foto: Monk)

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.