Palingsound

| Geen reacties

De visstand in het IJsselmeer kan mogelijk op uiterst eenvoudige wijze sterk worden verbeterd.
Dit bericht stond vandaag in het NHD. Mijn broek zakt er van af.

Jarenlang rinkelde het alarm in de viswereld, bij ministeries en in de kerk van Volendam: de vis was op.

Met name de palingstand kelderde dramatisch. De fuiken bleven leeg en wie als amateur op het bezit van een niet reeds gerookte paling werd betrapt, kreeg een stevige boete. De beroepsvisserij werd uitgedund, sportvissen verboden. Maar de crash kwam van twee kanten: ook de instroom van glasaaltjes werd geblokkeerd, waardoor nauwelijks nieuwe palingen konden groeien. De Afsluitdijk was de boosdoener en via de sluizen werd alleen water geloosd, niet binnengelaten. Dit zou namelijk tot verzilting leiden. We moesten onze goudvissen maar opeten. Tot nuttiger voorstellen van de overheid kwam het niet.

Enige jaren terug ontkende het Ministerie van Visserij dat aalscholvers de lekkernij zouden wegkapen. Hier had de beroepsvisserij namelijk op gewezen. Geen ambtenaar of politicus kwam kennelijk op het idee dat de vogels niet toevallig aalscholvers heten in plaats van bijvoorbeeld haringscholvers. Hoe eigenwijs kun je wezen. Maar goed: de aalscholver is een beschermde vogel en dus mag hij vreten wat en waar hij wil.

Vervolgens kregen de Japanners de schuld van de lage palingstand. Zij scheppen daarginder graag hun bordje vol met glasaaltjes, zeer jonge vis en dus ragfijn van smaak. Japanners staan bekend om hun roofzucht op zee, dus dit leek een plausibele verklaring voor de schaarste. Mc Arthur had de Jappen na de oorlog op een dieet van Iglo vissticks moeten zetten. Dat was meteen goed voor onze export geweest en ter compensatie voor de schade in Indië.

In geen winkel kun je nog lekkere aal kopen. Wat wordt aangeboden, komt uit kwekerijen en dat proef je. Toeristenpaling, noemen Volendammers het terecht, of nog erger: kermispaling. Dan hebben we het over vis die eruit ziet als tentharingen (sic) en smaakt naar fietsband met teveel zout. Echte aal leeft alleen nog in de oude poldergebieden, waar een handvol beroepsvissers en fuikenlichters de godenspijs boven water halen. Proef je deze, dan weet je weer dat vroeger alles beter was. Nou ja, de paling dan.

De Afsluitdijk ligt er vanaf 1932 en is een zegen voor met name Noord Holland. Eerdere overstromingen richtten immers ware ravages aan. Al gauw bleek dat de palingvangst begrensd was. Dus ontstond in 1939 de idee om creatief om te gaan met de sluizen die in de dijk zijn aangebracht om overtollig boezenwater te lozen. De sluis werd af en toe open gezet om een wolk glasaaltjes vanaf de Waddenzee binnen te laten. Paling paait namelijk in de Zee van Zaragossa en zwemt het hele eind terug naar het IJsselmeer. Dit idee was zodanig simpel en voor de hand liggend, dat niemand er iets over opschreef: geen protocol, geen ambtelijke conclusies, geen ministeriële oekaze die ervan rept. Iemand klaagt over de beperkte inlaat van glasaal, de sluiswachter zet de deuren een halve nacht open en klaar is Kees.

Een paar praktische mensen bij Rijkswaterstaat hebben de oude wijsheid nu herontdekt.
Is in het IJsselmeer te weinig voedsel, dan zwemt de glasaal door naar omringende wateren. Om te voorkomen dat verzilting van het IJsselmeer plaatsvindt, graaf je een diepe kuil achter de sluis. Zout water is zwaarder dan zoet en blijft daar dus hangen tot de volgende spui richting Waddenzee. Niks verzilting en de visstand kan gewoon herstellen. Wel was er natuurlijk een degelijk rapport voor nodig, met politieke stempels erop.

Bij het lezen van het krantenbericht dwaalden mijn gedachten af naar de overheidsburelen waar ik mijn arbeidsleven sleet. Ook daar altijd volop aandacht voor nieuwe plannen en projecten en geen enkele interesse voor aanwezige kernkennis, laat staan inzichten ouder dan twee jaar. Het zal wel beroepsdeformatie van mijn kant zijn, een aangeleerde neiging fouten en feilen toe te schrijven aan een al te zeer in zichzelf gekeerd ambtelijk management en de bemoeienis van politieke amateurs. Toch blijft de overtuiging hangen, dat het onmogelijk is dat een eenvoudige oplossing een halve eeuw op zich liet wachten. Het zal weer het oude liedje zijn: het gaat er niet om wat er wordt gezegd, maar door wie.
Nu maar hopen dat er geen Volkszanger opstaat om hierover een lied te schrijven.
Ik heb geen behoefte aan terugkeer van de palingsound. Ik wil ouderwetse aal op mijn bord. Alvast bedankt, Rijkswaterstaat!

Monk
22 mei 2014
(Foto: Monk)

Print Friendly, PDF & Email

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.