EO – VI: 2 – 1

| Geen reacties

Tijs van den Brink interviewde Johan Derksen. De EO versus VI*. Ik zat voor de tv als zelfbenoemd scheidsrechter. Ik hoopte op een enerverende wedstrijd. Immers, de EO heeft een zendingsmissie en Derksen neemt afstand van de gereformeerden uit wier nest hij stamt. Beiden zijn debaters.

De beelden voorafgaande aan het feitelijk gesprek waren weinig bemoedigend. Derksen toonde zich defensief en vreesde een bekeringspoging. Brink begreep te kunnen worden aangevallen op iets waarvan het bestaan niet is aan te tonen.

Ik benutte de tijd om te voorspellen wat ging gebeuren. Niet helemaal onbekend met het gereformeerde wereldje, bedacht ik dat Brink zou zoeken naar het verschil tussen geloven in het algemeen en de mensen die religie uitdragen: dominees en gelovige ouders. Hier zou hij het breekijzer tussen deur en deurpost wringen. In mijn achterzak zaten een gele en een rode kaart, primair bedoeld voor de EO. Niets leuker dan partijdig zijn.

Derksen begon met een veelgemaakte fout, één die in het voordeel werkt van gelovigen. Op voorhand leverde hij discussie over het begrip god in. Wanneer je zoals hij van mening bent dat god niet bestaat, dan sta je sterk. Christenen hanteren het woord god graag als een notie waarover iedereen het ongeveer eens is. Lukt hen dit aan de ander op te leggen, dan nemen ze meteen een voorsprong in de discussie, al is het op basis van een premisse die je onzindelijk kunt noemen.

Derksen trapte in deze val. Hij stelde het godsbegrip niet aanstonds en fundamenteel aan de orde. Sterker: hij liet zich verleiden te zeggen dat zijn afvalligheid was bevorderd door persoonlijke omstandigheden, ofwel de verkeerde mensen op zijn pad. Vader aan de drank en toch naar de kerk, ouderlingen die je in studententijd achtervolgen. Vervolgens de vroegtijdige dood van zijn echtgenote. Ik floot af en kende met tegenzin een doelpunt aan Brink toe.

Eenmaal bevrijd van de eerste horde (het godsbegrip) kon Brink zijn koevoet tussen een veel gemakkelijker te kraken deur plaatsen. Bekwaam wreef hij in de zielenwond van Derksen. Het doel van VI lag wijd open voor de man die graag en vaak zijn gewitte tanden toont in een professionele grijns. Hij zou Derksen aanspreken op het weliswaar begrijpelijke, maar evengoed achterhaalde karakter van zijn geloofsverwerping.

Te elfder ure rook Derksen het gevaar van een nederlaag. Hij dirigeerde zijn verdediging tot op de doellijn. Niets ondersteunde zijn bewering dat Cruyff hem in het voetballen veel had geleerd. Dan had hij namelijk begrepen dat je moet aanvallen en van je doel af verdedigen. Derksen relativeerde de dramatische oorzaken van zijn geloofsval en wijdde uit over de wantoestanden in de wereld. Zou god zoiets ooit toestaan? En hoe konden politici van confessionele partijen zich baseren op een boek van 2000 jaar oud?
Er zat niets anders op dan aan Johan wegens zwetsen de gele kaart te verstrekken. Bovendien stelde ik de stand op 2-0 wegens scoren in eigen doel door Derksen, in de hoop dat hij door deze strafoplegging beter zou opletten.

Brink wist dat de race gelopen was. Het geloofsgeschil was bekwaam versmald tot een psychologische kwestie. Hij vroeg: Zou het zo kunnen zijn dat jij vooral de nare kanten van het Christendom gezien hebt? Werd het kortom geen tijd een bredere blik te ontwikkelen, met ruimte voor het positieve?
Ik legde het spel wederom stil en riep Brink bij me. Wegens het maken van een smerige overtreding toonde ik hem de gele kaart. Tijs begreep me en gaf een cadeautje weg aan zijn opponent. Een simpele kopbal en de stand zou 2-1 zijn.

Waarom Johan, heb jij nog respect (voor christenen en hun geloof)? Ik schoof naar voren op de bank. Inderdaad: waarom moet het respect altijd van de zijde der ongelovigen komen? Hebben gelovigen niet genoeg schade en vernedering aangericht met onbewijsbare onzin? Derksen hoefde maar te antwoorden dat ieder zijn apengeloof mag koesteren, maar dat dit niets zegt over de waarheid, laat staan de werkelijkheid. Maar hij faalde voor open doel.

Voort ging de strijd. Derksen hield de optie open ooit naar het geloof terug te keren. Niet dat dit voor de hand lag, maar je wist maar nooit. Het leek de ultieme knieval, maar Derksen zei het met ontwapenende eerlijkheid. Misschien voelde hij toch dat er onderscheid bestaat tussen enerzijds geloven als vorm van verwondering (bijvoorbeeld over de complexiteit van leven en dood) en anderzijds de terreur van geloofsoplegging door kerken en hun slavenvolk.
Bij gebrek aan lijntechnologie besloot ik Derksen het voordeel van de twijfel te geven en hem een doelpunt toe te kennen. Meer kon ik er niet van maken.

Monk
10 mei 2015
(foto: Monk)

*EO –Evangelische Omroep
*VI – Voetbal International

Print Friendly, PDF & Email

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.