BLINDGANGER, Hoofdstuk XIV

| Geen reacties

Leent detentie zich voor rustig nadenken? Vergeet het maar. Aan de telefoon deed Pa Zwarthoed uitgebreid beklag van zijn bevindingen. In het cellenblok was aanhoudend rumoer. Een vrouw die kinderkleding had gestolen, huilde hartverscheurend. Een opgepakte groep zigeuners verstond geen enkele taal, maar kakelde de stukken uit het beton. Een schlemiel had een willekeurige voorbijganger geslagen. Eenmaal opgepakt, schreeuwde hij dat hij burgemeester was. Advocaten kwamen en gingen. Agenten speelden tafeltennis op een betegelde vloer. Slaande deuren van staal zorgden eveneens voor hinder. In de cel van Pa Zwarthoed hing een stotterende TL lichtbalk. De starter gonsde als een hommel. Geen reparateur liet zich zien. Arnold hoorde het aan, dacht aan zijn eigen tijd in de cel en vond het overdreven.

In het dorp van de wethouder verrichtten dorpsroddels hun werk feilloos. De Raad, geconfronteerd met de eigen handtekeningen onder het aankoopcontract van de garage, uitte twijfels over integriteit en belangenverstrengeling, zwartwerken (de werkster) en financieel wanbeleid. Zijn eigen partij dreigde hem te laten vallen, al was het omdat hun collega tegen verhoging van de rioolbelasting had gestemd. Binnen een etmaal ziet de wereld er anders uit.
Arnold onderbrak zijn vader.
“Wat is er nu precies aan de hand?”
Sommige vogels leggen vroeg in het jaar hun eieren. Dit is mooi, maar verderop in het seizoen beginnen ze opnieuw. Zo heeft de natuur het niet bedoeld.
“Ach. Het is mooi geweest. Bovendien willen Birgit en ik trouwen”.
Het was nogal een mededeling om telefonisch door te geven.
“Dan mag u haar wel eens aan mij voorstellen”.
Er schoot hem nog iets te binnen.
“Kan ik meteen Jenny meebrengen: All in the Family”.
Pa Zwarthoed lachte een beetje schaapachtig. Arnold hoorde het en het irriteerde hem geweldig. Instinctief toonde hij een keer zijn echte gezicht.
“Papa, ik weet niet wat ik moet vinden. Er is iets, maar ik weet niet wat het is”.
Pas na afloop van het telefoontje begreep hij, dat zijn vader vrij was en vanuit zijn huis belde.

Op het terrein van de garage werd een speelfilm in omgekeerde volgorde afgedraaid. Opleggers brachten de meegenomen personenwagens terug. Zeven stuks rolden van de stalen karkassen. Ze werden netjes in visgraatopstelling herplaatst. De bordjes OCCASION staken nog tegen het voorruit. De pers, nadrukkelijk present bij de inbeslagname, was nergens te bekennen.
De oplevering van de papierwinkel verliep aanzienlijk trager. Pas na ellenlange telefoongesprekken kwamen een paar dozen beschikbaar. Mappen waren leeggehaald, bankafschriften van verschillende jaargangen dooreen gehaald. Hier en daar was er op geschreven. Een voortvarende klerk had uitroeptekens geplaatst met een zeer fijn potlood. Bedrijfsschade was hoe dan ook een feit. Klanten zouden wegblijven, personeel moest omzien naar ander werk. Misdaad loont, maar soms iets minder.
Arnold nam intrek in het kantoortje van de garage om zijn vader te helpen. Het ordenen ging langzaam. Een ambtenaar kwam persoonlijk langs om een gepeperde belastingaanslag te overhandigen. Hij had er het hele weekeinde aan gewerkt, liet hij weten. Voor ontvangst moest je tekenen. Financieel was Pa Zwarthoed tamelijk de sigaar.
Toch had de baas van Bertine het juist gezien: Wat is geld helemaal?

“En nu?”
De hamvraag van alle tijden. Lenin, leider van de Russische Revolutie, schreef niet voor niets een pamflet met de titel Wat Te Doen?. Arnold zette zich schrap.
“Ik denk dat het over Birgit gaat”.
Pa Zwarthoed keek teleurgesteld.
“Niet echt”.
“U wilt antiquair worden zonder verstand van zaken”.
“Kan het iets minder brutaal, Arnold? Ik heb ook een leven”.
Pa Zwarthoed reageerde een beetje aangebrand, maar was vooral verbaasd. Kinderen denken dat ouders tot in eeuwigen dage hun dienstboden zijn.
“Birgit heeft inderdaad een antiekzaak. Ik kan andere dingen”.
Arnold voelde dat hij te ver was gegaan, maar dit belette hem niet een volgende onbeschaamde vraag te stellen. Pa Zwarthoed kon het niet weten, maar het was de opmaat voor een hypothese.
“Waar en wanneer heeft u Birgit eigenlijk ontmoet?”
“Wat gaat jou dat aan?”
Niets natuurlijk.
“Vindt u het niet toevallig, dat Jenny mij heeft opgezocht en dat Birgit met u gaat?”
Arnolds vader keek ongemakkelijk. Liever ontweek hij de kwestie.
“Ik weet niet waar je op aanstuurt. Het zal inderdaad neerkomen op toeval. Heb je weer een wilde theorie ontwikkelt?”
Arnold liep naar de kast. Had hij nu iets van belang gehoord of niet? Hij pakte een fles witte wijn en schroefde deze open. Op zich is een schroefdop al een teken van ondermaatse wijn, want deze behoort gekurkt te zijn. Het duurde te lang voor hij antwoordde. De gedachten van zijn vader waren allang ergens anders.
“Nu de garage wordt verkocht, komt het erfdeel van je moeder vrij. Het lijkt me goed hiermee je huis hypotheekvrij te maken”.

Hij stond tussen de kastanjebomen toen zijn vaders auto de weg opdraaide. Geruime tijd bleef hij staan. De wind streek door de boomkruinen. Een paar kastanjes bonsden in het ongemaaide gras. Binnen ging de telefoon. Hij draafde erheen en rukte de hoorn van het toestel.
“Arnold”.
“Met Jenny. Wat klink je boos”.
Of hij zin had om een hapje te eten in De Pilaren. Arnold had weinig behoefte om de deur uit te gaan, maar het vlees is zwak, vooral bij jonge mannen die door een vrouw worden gebeld.
“Ja. Is goed. Zie je daar over een half uur”.
Hij legde de hoorn weer neer. In de woonkamer rook het nog naar zijn vader, een mengsel van aftershave en een te lang gedragen trui. Een typische vaderlucht waaraan een kind gehecht kan raken.

Het duurde even voor hij het kunstenaarsdorp bereikte. Meer dan drie kilometer drukte hij op hinderlijke wijze een Duitse toerist voor zich uit en maakte het deze vervolgens onmogelijk een vrijkomende parkeerplek in te nemen. De hele weg kankerde hij luidkeels op de situatie.

Het was druk in De Pilaren. Kunstenaars op gevorderde leeftijd zaten bijeen aan hun stamtafel. Hoe gaat het in de kunst? Je kent mensen. Daar begint alles mee. Je schrijft een gedichtenbundel of schildert een serie doeken. Anderen bepalen of je iets hebt gepresteerd. Als dit zo mag zijn, krijg je een naam en mag je in De Pilaren aan de beroemde tafel zitten. Ook al raak je daarna het spoor bijster, een naam in de kunst blijft altijd bestaan.
De muziek stond op een bescheiden niveau. De bezoekers maakten wel voldoende lawaai. Obers snelden heen en weer met glaswerk en asbakken, een dienblad met saté van de haas, gehaktballetjes in ketjap. Geuren zwierden rond als in een tekenfilm.
Jenny zat achterin de zaak. Ze deelde een tafeltje met studenten, maar mengde zich slechts zijdelings in hun gesprek.
In de tijdsflits dat Arnold haar opmerkte, lag een schat aan gegevens opgeslagen.
Bijvoorbeeld dat Jenny had nagedacht over haar kleding. En daarmee over het belang van de ontmoeting. Ze droeg een wijnrode jurk van dunne velours, om de hals een kettinkje met eenvoudige zwart-witte blokjes. Haar rechterbeen, wiebelend over haar linker, toonde een zwarte nylonkous en een hakschoentje in dezelfde kleur.
Ergens in de zaak rook het naar hond.
Ik moet rechercheur worden, ik weet meteen hoe de vlag erbij hangt.
“Dag Jenny, je ziet er prachtig uit!”
Wie had gedacht dat Arnold zou beginnen met katten of zaniken, had het mis.
“Daar ben je eindelijk. Ik dacht al”.
Ze wisselden een kusje. De studenten keken en luisterden mee. Arnold kon er moeilijk omheen. Jenny stond op.
“Even mijn handen wassen”.
Arnold bezette haar lege stoel. Hij keek de studenten onvervaard aan. Hij zette zijn nieuwe attachékoffer, zwart kunstleder met cijfersloten, nadrukkelijk op tafel.
“Kijk aan, Josef Luns is gearriveerd”.
Luns. Heel lang minister van buitenlandse zaken en later secretaris generaal van de NAVO. Een flamboyante man met in feite gematigde standpunten, gehaat door links Nederland. Ondank is ’s werelds loon. Zo gaan die dingen en zo hoort het ook.
Arnold schraapte zijn keel. Hij begreep, dat de jongens zich illusies hadden gemaakt over de aanwezigheid van een mooie jonge vrouw.
“Slepen jullie nog altijd een pukkel mee naar de Academie?”
Een pukkel was een canvas draagtas, populair op middelbare scholen. Je kon er de namen van popgroepen op schrijven. Het ding zag er vooral onvolwassen uit.
Studenten worden evenwel getraind op verbale vaardigheden. Het belachelijk maken van anderen is hiervan een belangrijk onderdeel. Studenten krijgen later namelijk vaak goede posities en de basis van macht ligt niet in geld, maar in de taal.
“Let op, we hebben een reactionair in ons midden”.
Arnold wierp een blik op zichzelf. Hij droeg een blauwgroen corduroy jasje en dito broek. Een wit T-shirt eronder. Stevige laarzen, geschikt om een flinke schop uit te delen, mocht het nodig worden. Hij dempte zijn stem.
“Om je de waarheid te zeggen: ik heb gezeten wegens geweldpleging”.
Hij wenkte de ober en liet dit gebaar vergezeld gaan van een korte schreeuw. Als je mensen wilt intimideren, moet je dadelijk op een succesje kunnen bogen. De ober bleef staan. Hij dacht wellicht de hele tafel te kunnen bedienen.
“U wenst?”
“Ik wil graag een dubbele saté, geroosterd brood, een flesje rood, twee glazen en een verse asbak”.
Hij zag dat de ober zijn hoofd schudde en wilde doorlopen.
“Barry laat u groeten. Ik dank u beleefd”.
De ober ging schrijven. De studenten keken toe, maar ze lachten niet meer.
Arnold wachtte tot ze weer onder elkaar waren.
“Enig idee wat je allemaal moet doen om in de cel te belanden? Nee natuurlijk. Onnozelaars als jullie leven in een luchtbel van veiligheid en eigenwaan. En maar sociologische onzin citeren uit dikke boeken die in het buitenland zijn geschreven”.
Er viel een stilte die aanhield tot Jenny terugkeerde. Een vrije stoel was nergens te bekennen.
Arnold stond voor haar op, pakte zijn koffertje en ging vlak tegen een student aan staan, een jongen met een rood gezicht. Hij boog zich naar de rechter oorschelp van het hoofd en voelde de lichaamswarmte van de ander. Hij sprak op bijna zachte toon. Dan luisteren de mensen beter.
“Let op! Ik betaal jullie rekening. In ruil daarvoor stappen jullie meteen op. Mijn aanbod duurt twee minuten”.
“En als we blijven?”
Met Jenny erbij vatten de heren weer moed. Ze dachten dat Arnold zou inbinden.
“Dan bijt ik een stuk uit dit oor en ik sla jou een bloedneus. Wegens belediging van mijn mooie vriendin”.
De jongens hoorden hem aan. Wegkomen met gratis consumpties is aantrekkelijker dan onmin met een proleet. Studenten beschouwen fysiek geweld als minderwaardig, meer iets voor de onderste lagen van de bevolking.
De ober maakte intussen de tafel min of meer schoon en zette de wijnfles neer. Voor de saté moest wat meer geduld worden betracht. Verder kwam er een schone asbak en een verse kaars. Ze konden het wel, de obers van De Pilaren.
“Wel heren, wat is de uitslag van uw referendum?”
Zonder te antwoorden stonden de studenten op. Een van hen knipte met zijn vingers de ober naderbij. Zijn blik gleed langs Arnold zonder oogcontact. Gezichtsverlies is een onderschatte factor in een calvinistisch land.
“Hij betaalt”.
De ober aarzelde. Het overnemen van rekeningen is geen alledaags verschijnsel.
“U neemt de rekening van de jongelui over?”
Arnold rekte het antwoord.
“Hoeveel is het eigenlijk?”
“Even zien. Eén en twintig”.
“Goeie genade! Vooruit dan maar. Op voorwaarde dat ze de rest van de avond wegblijven”.
“Dat heb ik niet in de hand”.
“Maar de heren wel. Of hoe zit dat?”
De situatie duurde Arnold te lang en de studenten begrepen het.
“Ja, wij gaan weg”.
“Nee, wij blijven weg. Dat wil ik horen en anders ga je maar weer zitten”.
“We komen een andere keer terug en hopen dan van jouw aanwezigheid verschoond te blijven”.
“Mooi zo. Ober, u kunt het bedrag op mijn rekening zetten”.
Arnold trok een vrijgekomen stoel naar zich toe en nam plaats. De zitting was nog warm.

Eigenhandig schonk hij de glazen in. Ergens voelde hij wel zijn hand te hebben overspeeld. Slechts de gedachte, dat Jenny niet alles had meegemaakt en dus niet wist wat er allemaal was gezegd, stelde hem een beetje gerust. Toch was het zaak, het gesprek meteen richting te geven.
“Jenny, wat is volgens jou het belangrijkste in het leven?”
Ze keken elkaar aan, in korte momenten. De ogen zijn nu eenmaal de belangrijkste zintuigen en daarmee vensters op de geheimen van de mens.
“Liefde?”
Het klonk half vragend, alsof ze zocht naar het gewenste antwoord.
“Onlangs noemde je het woord vertrouwen”.
Er stonden teveel lege stoelen bij hun tafeltje. Arnold hief zijn glas.
“Goed. Op het vertrouwen”.
“Dus voortaan niet zomaar mijn huis binnenvallen”.
“Ha, ha”.
Het klonk tussen betrapt en verveeld, alsof ze het had zien aankomen. Arnold liet zich evenwel niet wegzetten.
“Doe er niet geringschattend over. Trudie was helemaal van de kaart. Je had tenminste kunnen blijven tot ik thuis kwam. Of kwam je niet voor mij?”
De vraag kon onschuldig lijken, maar was weldegelijk gevaarlijk.
“Ik wilde mijn verontschuldigingen aanbieden over laatst, in de studio. Maar je zus moet me gewoon niet. Ze schreeuwde de boel bij elkaar. Weggaan leek me het beste”.

De saté arriveerde. Het bijbehorende geroosterd brood was een beetje afgekoeld. Het was nu eenmaal druk in de keuken.
“Jenny. Ik heb iets meegebracht”.
Arnold pakte de platte koffer, klikte de sloten open. De klep benam haar het zicht op de inhoud.
“Alsjeblieft”.
Hij had moeten opstaan en naar haar toelopen. Op deze manier bleef de tafel tussen hen in staan.
“Een roos?!”
Jenny bloosde zoals alleen vrouwen dat kunnen.
“Dank je”.
Ze kwam heel licht overeind, misschien een paar centimeter. De beweging zette niet door. Jenny schoof haar stoel een stukje dichter naar de tafel. Ze wierp hem een peilende blik toe.
“Ben ik niet te oud voor je?”
Dat krijg je ervan wanneer je rozen gaat aanbieden.
“Ik val niet uitsluitend op jonge meisjes”.
Hoeveel waarheid er in grappen zit, wordt veel te weinig onderkend.
“Het mag best. Als je eindelijk bij ons komt werken”.
“In dat verband”.
Arnold had nagedacht zoals alleen jonge mannen dit kunnen: gefixeerd op één enkel doel. Argumenten worden met verve aangevoerd, maar zijn inhoudelijk zinledig. Hun gedrag is bovenal bepaald door testosteron, drang naar dominantie.
Hij draaide het platte koffertje naar Jenny toe, heel even maar.
“Mijn deelname aan je bedrijf. Ik heb gezien dat je banksaldo te wensen overlaat”.
Arnold deed joviaal, maar lette scherp op de lichaamstaal van Jenny.
“Jezus, wat is dit!? Doe het weg, we zitten in een café!”
In haar gezichtsuitdrukking gebeurde van alles. Arnold was een amateur.
“Ik wil je zakenpartner worden voor dertigduizend”.
Wat bezielde hem deze drastische uitdaging aan te gaan?
Driften zijn nauwelijks te benoemen. Ergens in zijn stelsel van vernauwde vaten zat een geweldige kronkel: de drang om Jenny klein te krijgen.
Hij sloot het koffertje, zette het naast zijn stoel en ontdekte de hond die hij eerder geroken had. Ze lag onder de belendende tafel te sluimeren, een bakje water binnen bereik.
Jenny kleurde van oor tot oor. Zelfs tijdens de seks in de duinen had Arnold haar zo niet gezien.
“Hoe kom je eraan? Het is toch niet wat ik denk dat het is?”
Arnold schoof zijn stoel dichterbij het tafeltje, dichter bij Jenny.
“We hadden het daarnet over vertrouwen”.
De barman onderbrak hen ruw, vroeg of de saté naar wens was geweest en begon gelijk af te ruimen. Er zat niet anders op dan te wachten op zijn vertrek. Dit duurde Arnold veel te lang. Jenny was hem voor.
“Wat bedoel je precies met vertrouwen?”
“Ik denk dat je ernaar hebt gezocht. In mijn huis. Tot twee keer toe”.
Deze woorden hadden gemakkelijk het einde van de relatie kunnen betekenen.
“Ik heb rondgesnuffeld, dat is waar. Maar niet naar geld”.
Beide jongelui hadden aan de leugendetector gelegd moeten worden.
“Misschien wil je nadenken over mijn aanbod.”

De overtollige stoelen werden ongevraagd van hun tafel weggehaald. Een groep bustoeristen meende dat iedereen zich aan hen diende aan te passen. Seksueel getinte kwinkslagen werden afgewisseld met het benoemen van wat alles kostte. De mensen probeerden de waardering van andere bezoekers in te zamelen. Het tafeltje van Jenny en Arnold werd ingesloten, meer nog: gemarginaliseerd. De twee keken elkaar aan. Het werd tijd te vertrekken.

Ze verhuisden naar een kleinere gelegenheid: Café De Prins. Ook hier had de eigenwaan toegeslagen. Op een aantal plekken aan de tap waren ter plaatsreservering koperen naamplaatjes vastgeschroefd. Gelukkig vertrok juist een stelletje dat achterin had gezeten. Arnold gebruikte zijn lichaam en dwong de plaatsen af.
Jenny haalde drinken. Voor haarzelf een glas wijn. Arnold nam frisdrank: cassis met ijswielen. Tussen de vele hoofden en jassen door ontdekte hij het meisje dat had gewerkt voor Wimpy. Hoe heette ze ook alweer?
Hij wachtte tot Jenny tegenover hem zat.
“Ik heb nog iets voor je”.
Hij nam opnieuw het koffertje ter hand en haalde er een platte doos uit.
“Uit Frankrijk. Het zijn echte foto’s, afgedrukt van glasplaten”.
In een oogwenk had ze gezien waarom het ging. Ze schoot in de lach en bladerde even.
Op de zolder van het ouderlijk huis had Arnold antieke erotische opnamen gevonden. De conclusie lag voor de hand: schunnigheid is van iedere tijd. Het was een mooi geschenk, maar niet zonder eigenbelang. Arnold had gemerkt dat Trudie de foto’s ook kende en de aangenomen lichaamshoudingen imiteerde. Opruimen leek hem het beste.
“Dank je wel. Je moet ze eigenlijk gewoon zelf houden. Hoe kom je eraan?”
Jenny had verstand van kunst en antiek. Net als haar moeder Birgit over wie ze nog geen woord had verteld.
“Uit Parijs. Ik kom ook wel eens ergens”.
Altijd wanneer mensen willen imponeren, begint het verdomde liegen. Maar Jenny toonde zich vergevingsgezind of het interesseerde haar niet.
“Zal ik je eens iets geks vertellen?”
Ze hield haar hoofd een beetje schuin, zoals katten doen om nauwkeurig te bepalen waar de muis zich verbergt.
“Nou?”
“Ik dacht echt even dat het geld van Iris was”.
Bedoeld werd het geld in het attachékoffertje.
“Als Iris geld had, dan komt het ergens anders vandaan”.
En daar was Gerben. Gekleed in een stevige herfstjas en voorzien van een brede grijns. Hij meldde hij zich aan hun omsloten tafeltje.
Gezamenlijk begaven ze zich naar een dancing achterin het dorp. Onderweg bracht Arnold het koffertje naar zijn auto.

Print Friendly, PDF & Email

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.