Ik Hoor Je Niet

Mijn gehoor heeft een zelfregulerend vermogen. Zit in de familie. Moeder is stokdoof zonder ondersteuning van buisjes en batterijen, mijn zus hoort eenzijdig en ook ik moet het stellen met beperkte ontvangst. Gaande dit leven, bleek ons gedeelde DNA niet opgewassen tegen de lawaaicultuur.

Het NHD* heeft nu een actie gestart onder de titel Ik Hoor Je Niet. Op een website kun je meedoen om programmamakers van radio en tv ertoe te bewegen, op te houden met opzettelijk ingelaste achtergrondgeluiden bij gesproken woord. Muziekjes, jingles en in up-tempo gevoerde gesprekken mogen ook weg. Luide reclameboodschappen worden massaal storend gevonden. Als ik een overspannen debiel hoor kakelen over een nutteloos product tegen een schandalig lage prijs zeg ik wel eens tegen mijn vrouw: je zal hiermee je brood moeten verdienen.

De verstaanbaarheid van onze taal is toch al een probleem. Veel mensen spreken slordig en binnensmonds. Dit zal te maken hebben met de democratisering ofwel de volkse overtuiging dat er geen enkele eis aan duidelijkheid mag worden gesteld. Philip Bloemendaal, commentator van talloze filmpjes uit vroeger jaren, toonde een spreekvaardigheid die alleen nog in het Museum voor Beeld en Geluid is te vinden.
Een programma als DWDD had in de jaren zeventig geen schijn van kans op tv te komen. De kijkers waren massaal afgehaakt: opgefokte herrie en chaos waren leuk voor piratenzenders. Vandaag is Veronica de norm.

Een min of meer objectieve methode om hinder te meten is het aantal decibels. Denk aan luchthavens, snelwegen, industrieterreinen of popconcerten. Handhaving stuit gewoonlijk op tegenzin, omdat dit de economie geld zou kosten. Een tendentieus argument. Bovendien wordt geluidshinder al te gemakkelijk weggezet als beleving, een aan de klager gebonden ervaren van hinder. Uiteraard proberen belanghebbenden aanhoudend de normen voor geluidshinder te manipuleren.

Alle hierboven genoemde herrie kan worden opgevat als systeemgeweld.
Zij is niet toe te schrijven aan het wangedrag van een specifieke persoon of groep, maar werd ingebakken in het systeem van opvattingen en zelfs van de wetgeving. Hierachter schuilen uiteraard weldegelijk personen (en hun belangen), maar je krijgt er moeilijk de vinger achter wie dit precies zijn, laat staan dat je er iemand op kunt aanspreken.

Voor het vaststellen van media lawaai (radio, tv, internet) bestaat helemaal geen criterium anders dan een klacht van de consument. Hiermee raak ik een lastig probleem. Want geluid is inderdaad tot op zeker (rekbaar) niveau een subjectieve ervaring en bovendien gebonden aan de cultuur ofwel onbespreekbaar. Geluidsbeheersing is uiteindelijk een kwestie van beschaving. Ooit had dit een woord met een positieve lading, vandaag is het bijna een scheldwoord. Verruwing wordt geregeld als een verdienste beschouwd, als het vermogen de overhand te houden.

Naast en soms als voorstadium van systeemgeweld bestaat het fysieke geweld. Hiermee bedoel ik niet het uitwisselen van klappen, maar geweld (lawaai) dat is toe te schrijven aan de opstelling van specifieke personen of groepen. Denk aan bouwvakkers die te pas en te onpas hun radio in de openbare ruimte laten krijsen, de bovenbuurman die met niemand rekening wenst te houden of aan het provocerende ronken van een kolonne motormuizen door een dorp.

Geluidshinder in media programma’s heeft een geschiedenis. Om bij mezelf te blijven: al in 1977 had ik een meningsverschil met een docent aan de academie. Ik maakte deel uit van een groepje dat een korte film moest maken. Toen we klaar waren, vond de docent dat er meer muziek onder moest. Dit standpunt kreeg instemming van de meeste studenten. Ik handhaafde mijn afwijzende mening en vroeg wat muziek met het filmpje te maken had (niets dus). Maakte niet uit: muziek is onontbeerlijk voor de sfeer! Dus gingen we weer aan de slag, hetgeen leidde tot klachten uit een aangrenzend leslokaal.
Wat hier in feite gebeurde, was dat iemand reageerde op het fysieke geweld, in casu hinderlijk luide muziek, die tot doel had te worden omgezet in systeemgeweld, ofwel geïntegreerd onderdeel van het filmpje.
Natuurlijk onderkende ik dit destijds helemaal niet. Er was alleen het verschil van mening.

Wij roepen alle omroepen op om bij het maken van programma’s nadrukkelijker rekening te houden met de verstaanbaarheid van het gesproken woord.

Dit is de centrale stelling van de beoogde petitie. Deze gaat niets uithalen in een land dat door mediabazen met eurotekens in hun ogen wordt bestuurd, maar ik heb toch ingestemd. Ik zou bovendien graag verder willen gaan: reclame uit de publieke omroep, om iets te noemen.

De toekomst zal uitwijzen dat er al enorme gehoorschade is aangericht, vooral onder mensen onder de veertig. Oorzaken: bezoek aan popconcerten, dancefestivals en gebruik van mobieltjes en koptelefoons wherever you go. Heb ik het nog niet over de meer diffuse gevolgen: concentratieverlies (opzettelijk lawaai in winkels), gemakzucht in handhaving (herrie is normaal) en verlies van inhoudelijk contact met anderen (het nergens over hebben). Toevallig allemaal zaken die goed passen in de neoliberale mentaliteit van de heersende cultuur: gezellig blijven, ieder lekker voor zich en als het maar geld oplevert.

Cultuur is als deining in een oceaan: verandering vraagt tijd. Voorlopig zal daarom alles bij het bestaande blijven. Schakel het geluid van de tv liever uit en gebruik ondertiteling. Doet u het niet voor uzelf of de buren, dan voor uw huisdier met zijn gevoelige oren. Vraag bij aanschaf van een tv vooral om een tweede afstandsbediening, want de bijgeleverde zal eerder kapot gaan dan de tv. Oorzaak: aanhoudend bijstellen van het geluid. Die van mij begaf het juist binnen de garantietermijn. De leverancier keek zuinig toen hij dit vaststelde.

Monk
22 januari 2016
(foto: Monk)

* Noord Hollands Dagblad maandag 22 februari 2016

Eén reactie

  1. Hoy Dick,

    Wat een uitstekend stuk “Ik hoor je niet”. Ik hoop dat men alom gaat protesteren, want het is vaak heel verschrikkelijk hoe storend het is al die bijgeluiden.
    Groetjes.